Ons goud

Wie slaat er nog wel eens een toneelstuk van Vondel op?

En wie leest er nog wel eens de gedichten van Jacob Cats?

Zouden er meer dan honderd mensen in Nederland zijn geweest die de afgelopen maanden een boek van Multatuli hebben gelezen?

Medium opheffer 32 2012 cats

Op vakantie heb ik Vondel, Cats en Multatuli gelezen. Aan Cats heb ik werkelijk het meeste plezier beleefd. Onbegrijpelijk dat hij niet meer geciteerd wordt, niet meer in ons gedachten- en gevoelsleven een rol speelt. Cats is leuk, speels, moraliserend, gek, geil, flauw en gemakzuchtig.

Vondel viel me bitter tegen. Ik kwam er niet doorheen. Ik herinner me dat ik 35 jaar geleden toen ik nog Nederlands studeerde een artikel las waarin iemand de rijmparen van Vondel had bestudeerd en tot de conclusie kwam dat die altijd hetzelfde waren. Hart rijmde bij hem altijd op smart, bij wijze van spreken. En dat klopte – zo’n besef bemoeilijkte het lezen.

Maar Cats en Multatuli zijn grote vrienden van me.

Over Multatuli wordt en is nog veel gepubliceerd.

Cats is tot mijn grote verdriet verdwenen. Er is geen mooie biografie over hem verschenen, terwijl zijn leven alleszins de moeite waard is, zowel in literair als in politiek opzicht. Ere wie ere toekomt: Marjan Berk heeft in 2005 een poging gedaan zijn leven te ontsluiten, maar heeft vermoedelijk noodgedwongen veel moeten laten liggen. Zijn autobiografie is na 1852 nooit herdrukt. Cats is zestien jaar lang raadspensionaris geweest. Vóór hem was Van Oldenbarnevelt dat en na hem Johan de Witt. Over die zestien jaar schijnt hij in zijn autobiografie nauwelijks iets geschreven te hebben.

Cats is kwalijk genomen – vooral door Busken Huet – dat hij veel stoplappen gebruikte en al te moraliserend was. Een rijmelende kwezel. Dat van die stoplappen is maar ten dele waar, en ze zijn absoluut niet hinderlijk, want ze zijn er om de alexandrijnen niet te laten ontsporen. Een mooi ritme vond hij blijkbaar belangrijker dan een overbodig woord. Daar valt iets voor te zeggen. Had Vondel dat maar beter gedaan. Vondel vond Cats maar niks: veel te langdradig, gek genoeg. De pot die de ketel verwijt. Dat moralisme van Cats is de reden waarom ik hem meer en meer waardeer. De Britse historicus Simon Schama is om diezelfde reden een liefhebber van Cats: typisch Nederlands. Al jaren voer ik een strijd om Cats weer terug in de literatuur te halen, maar zonder succes. We zeggen dat we niet van gemoraliseer houden, maar met name onze literatuur is ervan doordesemd. Het aardige in zijn persoonlijkheid is dat hij weliswaar moraliseerde, maar politiek begreep dat hij in die Gouden Eeuw het best de boel rustig kon houden. Kleurloos, noemt men zijn carrière als staatsman. Men zou het ook zeer verstandig kunnen noemen.

Het is vreemd, we zoeken in deze tijd naar voorbeelden, want leiderschap ontbreekt en we weten niet goed wat we aanmoeten met de democratie, met de natiestaat, met Europa. We gaan op zoek in het buitenland: Churchill, Willy Brandt. Maar Oldenbarnevelt, Cats en Johan de Witt worden in eigen land nooit eens geraadpleegd.

Het grote probleem is vermoedelijk de vreemde spelling die om de vijf jaar verandert en waarmee we een groot deel van onze cultuur hebben vermoord. Men ziet woorden die men niet meer herkent, geschreven in een spelling die men vreemd vindt en men weigert het te lezen.

Geen uitgever zal het risico nemen om het werk van Cats uit te geven. Het is te veel en het is onleesbaar. Wie zou dat kopen? Een hertaling van zijn gedichten vergt wel iets werk, maar moet toch ook betaald worden. Je bent er een jaartje of wat mee bezig. Daar is geen geld voor.

Zo stoppen we zelf ons eigen goud steeds dieper in de grond.


Beeld: Milo