Ons kent ons

Nederland heeft een onkreukbare onafhankelijke magistratuur. Heet het. Maar het is heel gewoon om de advocatuur te combineren met een ambt bij de rechterlijke macht, een ambt bij de wetgevende macht en enige functies bij particuliere bedrijven. En dat ons-kent-onscircuit valt nog uit te breiden via familie, Rotary of D66.
TIJDENS HET onderzoek van de commissie-Van Traa is bijna elke beroepsgroep in ons land - van notaris tot sapfabrikant - tenminste eenmaal in opspraak gekomen. Alleen de rechterlijke macht bleek boven alle verdenking verheven. Volgens de beroepsorganisatie, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), geniet de zittende magistratuur in ons land een verdiende reputatie van onafhankelijkheid.

Afgezien van een enkel geval van openbare dronkenschap of ontucht met minderjarigen, dat statistisch gezien nu eenmaal in elk metier voorkomt, is de integriteit van Nederlandse rechters een vanzelfsprekendheid. Verschillende rechters wonden zich na de verschijning van het rapport-Van Traa danig op over de corruptie en eigenmachtigheid van politie en openbaar ministerie. De rechterlijke macht, zo stelden zij publiekelijk vast, is het sterkste bastion van de rechtsstaat.
Paul Ruijs (47), rechtendocent en bedrijfsjuridisch adviseur in Gouda, is zo vrij om aan die onkreukbaarheid te twijfelen. Hij overweegt zelfs een boek te schrijven met de titel Nederlandse toestanden, naar analogie van de wantoestanden in Italiaanse rechtszalen. Ruijs maakt deel uit van een groep ‘verontruste burgers’ die al enige jaren op persoonlijke titel onderzoek doen naar de nevenfuncties van Nederlandse rechters. Zij beroepen zich op een arrest van de Hoge Raad uit 1936, dat bepaalt dat uitspraken in civiele zaken openbaar zijn, en speuren in de vonnissen en persoonsgegevens van rechtbanken en gerechtshoven naar gevallen van belangenvermenging. Dat inzagerecht moest wel eerst veroverd worden in een taaie juridische strijd, die meer dan tien jaar geleden werd ontketend door de particulier Henk Rem nadat hij zelf het slachtoffer van rechterlijke belangenverstrengeling was geworden.
In 1985 kwam Rem, een oppassende inwoner van het Noordhollandse dorp Oosterhuizen, in conflict met de Arnhemse verzekeringsmaatschappij Ohra. Hij won zijn zaak voor de Arnhemse rechtbank, maar Ohra ging in beroep en gaf Rem te verstaan dat hij bij voorbaat verloren had: 'Dat merkt u vanzelf. Ohra heeft niets te vrezen.’ Inderdaad stelde het Hof de verzekeraar in het gelijk, maar Rem legde zich er niet bij neer en nam de voor Nederlandse verhoudingen ongebruikelijke stap om zijn rechters te wraken, dat wil zeggen hun onpartijdigheid in twijfel te trekken. Hij had namelijk ontdekt dat een van de betrokken rechters getrouwd was met een advocate die vlak voor de uitspraak werkzaam was bij het kantoor van de Ohra. Een andere Arnhemse raadsheer bleek lid te zijn van de arbitragecommissie van Ohra, terwijl het vaste advocatenkantoor van Ohra een groot deel van de plaatsvervangende rechters voor het Hof leverde. De Arnhemse president ontkende bij hoog en laag dat er binnen zijn Hof sprake kon zijn van belangenvermenging, maar Rem haalde in 1994 in cassatie bij de Hoge Raad uiteindelijk zijn recht. De publiciteit rond zijn procesgang maakte zoveel reacties en adhesiebetuigingen los dat hij besloot om samen met andere slachtoffers en hun sympathisanten, onder wie Paul Ruijs, een omvangrijker onderzoek te gaan doen.
DE WETTELIJKE basis voor hun naspeuringen is het Wetboek van Rechtsvordering, dat voorschrijft dat elke burger onvoorwaardelijk kennis kan nemen van elk openbaar arrest. Daarnaast baseren zij zich op de wet- en regelgeving inzake rechterlijke nevenfuncties, die onderscheid maakt tussen de voor het leven benoemde rechters en raadsheren en de plaatsvervangende rechters en raadsheren. De laatste categorie, grotendeels bestaande uit advocaten, is in het leven geroepen om tijdelijke vacatures en ziekteverzuim in de colleges te ondervangen. Door de toenemende werkdruk en bezuinigingen maken rechtbanken steeds vaker gebruik van zulke plaatsver vangers, die meestal uit de grote advocatenkantoren worden aangetrokken.
Wat de nevenfuncties betreft bepaalt de Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO) dat voor het leven benoemde magistraten wel openbare functies, maar geen bezoldigde functies van commerciele aard mogen bekleden, tenzij de minister van Justitie daarvoor toestemming verleent. Voor de plaatsvervangers geldt geen wettelijke beperking.
Onder juristen is het plaatsvervangerschap al enige tijd controversieel. In toespraken en gezaghebbende publikaties wordt gewezen op het risico dat advocaten, in hun hoedanigheid van plaatsvervanger, recht spreken in hun eigen belang of jurisprudentie scheppen die zij later, als advocaat, kunnen uitbuiten ten bate van clienten. Een aanwijzing uit 1987 bepaalt dat alle nevenfuncties openbaar geregistreerd dienen te zijn, maar veel rechters lichten hier de hand mee. Op zijn speurtocht door de archieven in onder meer Leeuwarden en Zaandam ondervond de groep-Rem veel tegenwerking: lijsten met nevenfuncties bleken niet ondertekend (en dus ongeldig) te zijn, vonnissen ontbraken en magistraten beriepen zich te pas en te onpas op de Wet op de privacy of orders van hogerhand (minister Sorgdrager) om inzage te weigeren. Inmiddels ligt er een wetsvoorstel bij de Kamer dat de nevenfuncties aan banden legt en openbare registratie dwingend voorschrijft - maar alleen voor levenslang benoemde rechters; de plaatsvervangers blijven wederom buiten schot.
Om het inzagerecht bekommert Den Haag zich al helemaal niet. In arren moede richtte Rem c.s. zich per brief tot Sorgdrager. In haar antwoord wees de minister opnieuw het onbeperkte inzagerecht van de hand omwille van de 'bescherming van de persoonlijke levenssfeer’ van de rechters. Zelfs als het genoemde wetsontwerp het Staatsblad haalt, wil zij inzage 'niet zonder meer’ toestaan. Pas na te hebben gedreigd met een kort geding tegen de Staat kreeg de groep-Rem onbelemmerd toegang tot diverse archieven.
Niet bekend
Een vergelijkbaar geval is mr. Anneke Goudsmit (63), gewezen kamerlid voor D66, die na haar politieke ambtsperiode als vaste raadsheer bij het Amsterdamse Hof werd benoemd. In die tijd was zij tevens functionaris bij de Perscombinatie (uitgever van de Volkskrant, Trouw en Het Parool) alsmede commissaris bij een Rotterdams marketingbureau en de KLM. Aan die laatste functie ontleende zij een honorarium van bijna veertigduizend gulden en het recht om gratis te vliegen.
Hoewel de onderzoekers het niet hebben aangetoond, is het voorstelbaar dat dit commissariaat, analoog aan de Ohra-zaak, heeft geresulteerd in voor de KLM gunstige uitspraken. Op 30 juni 1994 diende voor het Amsterdamse Hof bijvoorbeeld een zaak tegen de KLM, aangespannen door de verzekeringsmaatschappij Interlloyd, die zich liet vertegenwoordigen door mr. F. G. de Vreede van kantoor Boekel de Neree. Interlloyd verloor de zaak en werd veroordeeld in de proceskosten. De Vreede reageert enigszins ontdaan op de vraag of het familiebelang van rechter Goudsmit de uitspraak kan hebben beinvloed. De Vreede: 'Geen spraake van! Dat is niet bij me opgekomen. Het was een onberispelijk vonnis.’ Was De Vreede het dan eens met de tegenpartij, wat toch voor een advocaat uitzonderlijk mag heten? De Vreede: 'Nee, als advocaat was ik het er natuurlijk niet mee eens, maar het was een keurig arrest.’
Zijn reactie is typerend voor de echte of geveinsde naiviteit die het vraagstuk van de rechterlijke nevenfuncties omgeeft. Het valt natuurlijk nooit te bewijzen dat zulke zakelijke banden de besluitvorming in de raadskamers beinvloeden, maar de schijn wordt gewekt, temeer daar Goudsmits advocatenkantoor volledig deel uitmaakt van het uitgebreide 'ons-kent-ons’-circuit in de hoofdstedelijke magistratuur. Ruijs wijst bijvoorbeeld op een zaak uit 1994, waarin advocaat Endedijk van Goudsmit & Branbergen pleitte ten overstaan van een zojuist levenslang benoemde raadsheer, mr. Peeperkorn, die kort tevoren nog bij Goudsmit & Branbergen werkte. Hoewel Endedijk het proces won, is ook in dit geval geen samenhang met de betrokkenheid van Peeperkorn aantoonbaar, maar de kat werd wederom wel heel nauw op het spek gebonden.
DE NOTARIELE tuchtrechtspraak is een hoofdstuk apart. Vaak worden notarissen pas wegens verwijtbare onzorgvuldigheid geroyeerd nadat zij uit eigener beweging zijn opgestapt. In een geval bestrafte de Kamer van Toezicht een 'ernstig tuchtrechtelijk vergrijp dat op zich zwaardere maatregelen rechtvaardigt’ slechts met een berisping. Rechtbankpresidenten verenigen uit hoofde van hun ambt vaak een groot aantal tuchtrechtelijke functies. De Haagse president A. H. van Delden bijvoorbeeld is lid van het Hof van Discipline voor de advocatuur, van de Geschillencommissie Bankbedrijf, de beroepscommissie van de orde van belastingadviseurs en het curatorium van de beroepsopleiding van advocaten. En het is uitgerekend Van Delden die een verklaard tegenstander is van de onbelemmerde inzage in arresten en nevenfunctieregisters.
Daarnaast ontdekten de onderzoekers nogal wat familierelaties tussen Nederland se rechters en advocaten die - hoewel niet in strijd met het genoemde wetsartikel - twijfel wekken aan hun onpartijdigheid, zeker in gevallen waarin de familie zakelijke banden heeft met een procespartij. Ook al heeft de steekproef een beperkte waarde, toch constateert Ruijs een systeem in de nevenfuncties: 'Banken, verzekeraars en andere grote instellingen laten hun juridische belangen meestal behartigen door een groot advocatenkantoor. Die kantoren zijn op hun beurt, dank zij het plaatsvervangerschap en de benoeming van voormalige advocaten tot rechters, buitengewoon goed vertegenwoordigd in de rechtbanken en gerechtshoven. Instellingen als de ANWB, de Consumentenbond en TNO hebben nogal wat relaties in het Haagse Hof, waar hun advocatenkantoor Brown, Blackstone & Westbroek een aantal plaatsvervangende rechters levert. De vice-president van de Haagse rechtbank is zelfs jarenlang juridisch adviseur geweest van de Consumentenbond. Uiteraard vallen de belangen van deze rechters en plaatsvervangers niet vanzelfsprekend samen met die van hun al dan niet gewezen clienten, maar de indruk wordt gewekt dat grote partijen in civiele zaken kunnen beschikken over welgezinde rechters.’
DE VERWEVENHEID van het Nederlandse justitiele circuit met de politieke top is ook al weinig vertrouwenwekkend. Met name D66 ontwikkelt zich tot een justitiele carrierepartij. Uit een enquete van Vrij Nederland onder rechters bleek dat bijna veertig procent van de zittende magistratuur de voorkeur geeft aan D66. Terwijl de Kamer dank zij deze partij volstroomt met ex-rechters en andere juristen, wordt de D66-invloed ten departemente versterkt door super-PG en gewezen inlichtingenchef Docters van Leeuwen.
Ook de carriere van Winnie Sorgdrager kwam pas van de grond nadat zijn in de jaren tachtig van de VVD overstapte naar D66. Als lid van de Haagse Rotary ontmoet Sorgdrager regelmatig vertegenwoordigers van het hele hier beschreven circuit, van Consumentenbondvoorzitter Westendorp tot de Haagse rechtbankpresident Van Delden. Haar eigen Rotary-district (Den Haag- Voorhout) komt elke dinsdagavond om half zeven bijeen in Pulchri. In hoeverre neemt Sorgdrager haar mede-Rotarians in bescherming? We zullen er wel nooit achterkomen, want zo zei de minister onlangs in een interview: 'Het gaat niet om de waarheid, maar om wat ik mij herinner.’
De groep van 'identificeerbare, belastingbetalende, in militaire dienst geweest zijnde burgers zonder strafblad’, zoals Rem zijn losvaste clubje omschrijft, jaagt de vaderlandse magistratuur evengoed de stuipen op het lijf. Na zijn eerste contact met De Groene werd Ruijs opgebeld door een woordvoerder van de Privilege Club van het Haagse hotel Des Indes (thuisbasis van de Haagse Rotary) met het verzoek of hij lid wilde worden. Enkele niet nader genoemde personen hadden hem voorgedragen en hij moest binnen een paar uur beslissen. Ruijs moet smakelijk lachen om zulke onbeholpen pogingen om hem in te palmen. Intussen melden zich steeds meer slachtoffers en belangstellenden die het onderzoek willen ondersteunen. Per slot van rekening is de rechtsstaat maar bij een instantie in goede handen: bij de burger zelf.