INTERVIEW MET NICK CLEGG

‘Ons kiesstelsel is ondemocratisch’

Bij de lokale verkiezingen in Groot-Brittannië werden de Liberal Democrats de tweede partij van het land, nog vóór Labour. Een opsteker voor de nieuwe leider van de LibDems, Nick Clegg, die bezorgd is over het democratisch tekort in zijn land.

DE NIEUWE VOORMAN van de Britse Liberalen spreekt accentloos Nederlands. Nick Clegg: ‘Het is mijn tweede moedertaal. Mijn moeder komt uit een grote Nederlandse familie. Vroeger ging ik iedere vakantie naar mijn grootmoeder, die vlak bij Bussum woonde.’ Clegg is wat je noemt een kosmopoliet, die ook Russisch bloed door de aderen heeft stromen en getrouwd is met de dochter van een voormalige Spaanse senator. Behalve Nederlands spreekt hij de taal van zijn vrouw, verder Frans en Duits. Als scholier leefde hij een jaar in München, hij studeerde in Cambridge, Minnesota en Brugge, werkte in New York en Finland, was correspondent in Boedapest en skileraar in Oostenrijk. In Brussel werkte hij voor de Europese Commissie, alvorens europarlementariër te worden. Drie jaar geleden stapte hij over naar het Lagerhuis.
Toen hij europarlementariër was, volgde Nick Clegg de Nederlandse politiek op de voet. Een ontluisterende periode: ‘Nederland had altijd een reputatie van enorme politieke stabiliteit en consensus, in sterk contrast met Engeland, waar de ideologische verschillen tussen de partijen altijd veel sterker waren. De laatste jaren zijn die stabiliteit en consensus in Nederland erg afgenomen.’ Clegg maakt zich zorgen over de wijze waarop het islamiseringsdebat zich hier ontwikkeld heeft: ‘Veel mensen stellen de islam simpelweg gelijk met extremisme en geweld. Op dat punt verschil ik radicaal van mening met sommigen in Nederland, zoals Hirsi Ali. Het is niet alleen theologisch gezien onjuist, maar ook vanuit politiek oogpunt nogal dom, omdat het een gemeenschap die we aan onze kant moeten hebben nog meer van ons zal vervreemden. Ik heb veel contact met de Pakistaanse gemeenschap in mijn kiesdistrict, Sheffield Hallam. Een grote meerderheid van de moslims daar vindt gewelddadig extremisme net zo walgelijk als ik. Wel zie ik met name jonge mannen steeds meer radicaliseren, ten gevolge van het conflict in Irak, wat ze beschouwen als toenemende islamofobie, en de erosie van burgerrechten hier in het Verenigd Koninkrijk. Daar maak ik me zorgen over, maar het is idioot om te denken dat je die ontwikkeling stopt door eenvoudig iedere moslim in de wereld te brandmerken als een potentiële terrorist.’
In december werd Clegg met kleine voorsprong verkozen tot voorman van de Liberal Democrats – de vierde partijleider sinds de verkiezingen van 2005. En uitgerekend toen het over de EU ging liep hij zijn eerste averij op in deze nieuwe functie. Een deel van zijn fractie stemde in maart vóór een referendum over het Verdrag van Lissabon, tegen de wil van Clegg. Het leverde hem geen beste pers op. Ook waren er veel smalende krantencommentaren toen hij zich kort daarop tegenover een interviewer liet ontvallen dat hij in zijn leven met zo’n dertig verschillende vrouwen het bed had gedeeld. Zijn jongensachtige voorkomen lijkt tot nu toe vooral in zijn nadeel te werken: het wordt gekoppeld aan politieke onervarenheid.
Uiterlijk heeft hij iets weg van de eveneens 41-jarige leider van de Conservatieven, David Cameron. De leiders van de LibDems bleven de afgelopen jaren nogal in de schaduw van deze mediagenieke oppositieleider, desondanks doen ze het nog altijd beter dan D66 en de VVD bij elkaar opgeteld. Op 1 mei werden ze de tweede partij van het land, met 25 procent van de stemmen, één punt voor Labour. Daarmee bleven ze beneden de 29 procent die ze vier jaar geleden haalden, maar boven de 22 procent die werd gescoord bij de parlementsverkiezingen van 2005.

Een Wilders of Verdonk is er bij de Britse Liberalen in geen velden of wegen te bekennen. Nick Clegg: ‘Zoals er duidelijk verschillen zijn tussen D66 en de VVD, zijn die er ook tussen ons en de VVD, in het bijzonder op het gebied van de immigratie. Wij zijn altijd de partij die het Britse publiek eraan herinnert dat immigratie tweerichtingsverkeer is, dat meer Britten in het buitenland wonen dan buitenlanders hier, zelfs nu nog; dat immigratie in veel opzichten goed is geweest voor de Britse economie en dat het ook principieel goed is een open en tolerante samenleving te zijn. Waarmee ik geen oordeel wil uitspreken over andere liberale partijen, die in een totaal andere politieke context opereren. Het debat over immigratie in Nederland verschilt duidelijk van dat in het Verenigd Koninkrijk. Deels komt dat denk ik door het meer gecomprimeerde karakter van veel Nederlandse steden en het feit dat het debat er lange tijd niet in het openbaar gevoerd werd. Daardoor kwam het in Nederland later en met een klap aan de oppervlakte.’
Toch bestaat er ook in zijn eigen land onrust op dit punt: ‘De afgelopen tien jaar is de immigratie aanmerkelijk toegenomen. Het aantal mensen dat het Verenigd Koninkrijk binnenkomt is nooit hoger geweest. De regering heeft niet genoeg gedaan om de hoge immigratiegolven op te vangen, daar zijn we heel kritisch over. Maar de brug ophalen is niet realistisch in een wereld waarin zo veel mensen in beweging zijn.’

Het verkiezingsresultaat zou kunnen betekenen dat de LibDems in de toekomst deelnemen aan een coalitieregering. Zij hebben een harde voorwaarde: hervorming van het kiesstelsel.
Nick Clegg: ‘De Britse democratie is simpelweg niet democratisch genoeg en dat wordt steeds erger. Ons kiesstelsel is een van de meest ondemocratische in de moderne wereld. We hebben hier in Westminster een partij aan de macht die slechts 26 procent van de stemmen heeft gehaald bij de laatste parlementsverkiezingen en er is onvoldoende controle op de macht van de premier. Bovendien is er een mate van centralisme in dit land die zonder parallel is elders in de westerse wereld: alles wordt in Londen besloten. Er is echt een crisissituatie. In 2001 was het aantal mensen dat niet naar de stembus ging voor het eerst in de geschiedenis groter dan het aantal stemmers op de winnende partij. Dat gebeurde opnieuw in 2005. Die toegenomen apathie is erg gevaarlijk.’
Toch heeft het districtenstelsel, waar D66 bij ons wel eens voor pleit, volgens Clegg duidelijke voordelen: ‘D66 heeft gelijk. Een van de weinige dingen die goed werken in het Britse politieke stelsel is de band tussen MP’s (Members of Parliament) en hun achterban. Ik ben iedere week in mijn kiesdistrict, waar ik luister naar de ongeveer zestigduizend mensen die ik vertegenwoordig. Ik ken de gemeenschap heel goed. Dit stelsel biedt een briljante mogelijkheid om je voeten op de grond te houden en in een vroeg stadium op te pikken wat mensen bezighoudt. Dat wil ik niet overboord gooien. Wij zijn voor een systeem waarin de band met het kiesdistrict in stand blijft, maar tegelijkertijd de parlementsleden worden gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging.’
Over de gekozen burgemeester is Clegg veel minder enthousiast. Voordat gemeenten besluiten het burgemeesterschap verkiesbaar te maken, moeten ze er eerst een referendum over houden, klinkt het zuinigjes: ‘Burgemeestersverkiezingen brengen meer drama, dat is zeker; in Londen is de politiek er helemaal door veranderd. Problematisch is wel dat iemand die rechtstreeks gekozen is te machtig wordt, onvoldoende rekenschap hoeft af te leggen. De gemeenteraad is in Londen niet sterk genoeg om de burgemeester goed in de gaten te kunnen houden.’
Over zijn kansen om het Britse democratische systeem te veranderen maakt hij zich geen illusies: ‘Daarom blijf ik daar niet voortdurend op hameren. We zullen Labour en de Conservatieven niet kunnen overtuigen, zij willen het systeem houden zoals het is, omdat ze daar baat bij hebben. De enige manier om iets te veranderen is ervoor te zorgen dat wij zo groot worden dat ze geen andere optie hebben. Daarom concentreer ik me meer op andere issues die mensen belangrijk vinden: economie, rechtsstaat, gezondheidszorg, onderwijs. Zodat we een mandaat kunnen krijgen om politieke hervormingen door te drukken.’
Clegg pleit voor een ‘Nederlands’ systeem om scholen te financieren, zodat er meer geld gaat naar leerlingen uit achterstandsgroepen. Wie klaagt over onze ‘zwarte scholen’ moet maar eens aan de overkant van de Noordzee kijken. ‘De grote kracht van jullie systeem is dat scholen financieel geprikkeld worden om kinderen uit een minder welvarend milieu les te geven. Een heel effectieve manier om geld te laten vloeien naar kinderen die de meeste hulp nodig hebben, vooral in de eerste jaren van het onderwijs. Onderzoek geeft aan dat in het Verenigd Koninkrijk kinderen uit arme gezinnen vanaf hun zesde gemiddeld minder goede schoolresultaten halen dan minder intelligente kinderen uit een welvarender milieu. De sociale segregatie is hier veel groter dan in Nederland. Een kind dat in 2008 geboren wordt in een arme buurt van mijn stad Sheffield zal gemiddeld veertien jaar eerder sterven dan leeftijdsgenoten uit een rijkere buurt.’
Met de prille veertigers Nick Clegg en David Cameron is er een nieuwe generatie aan de macht gekomen in de oppositiebankjes van het Lagerhuis. Clegg hoedt zich echter voor het uitspreken van een voorkeur voor een coalitiegenoot: ‘Die generatiewisseling brengt zeker veranderingen met zich mee, in stijl, perspectief en filosofie. Mijn generatie is veel liberaler, bijvoorbeeld op het gebied van levensstijl, en heeft een meer internationale blik. We maken ons ook meer zorgen over het milieu. Dat neemt niet weg dat de verschillen tussen mij en David Cameron net zo groot zijn als die tussen mij en Gordon Brown.’