Brieven uit het strafkamp

‘Ons kritische bewustzijn zit in de gevangenis’

Pussy Riot-zangeres Nadja Tolokonnikova heeft zich bij haar politieke activiteiten onder anderen laten inspireren door de filosoof en neocommunist Slavoj Žižek. In een onderlinge correspondentie – Nadja vanuit gevangenschap – zoeken beiden naar manieren om het alles dominerende kapitalisme te shockeren.

Medium pussyzizekweb

Nadja Tolokonnikova werd in 1989 geboren en is moeder van een dochter van vijf. Ze studeerde filosofie aan de Universiteit van Moskou en ging deel uitmaken van de artistieke avant-garde. De politieke activiste is mede-oprichtster van de groep Pussy Riot en zit een tweejarige gevangenisstraf uit in een Mordovisch werkkamp in de Oeral. Zij werd veroordeeld wegens een kunstactie op het altaar van de Moskouse Christus Verlosserkathedraal in februari 2012. Naar verwachting zal ze binnenkort worden vrijgelaten

Slavoj Žižek werd in 1949 in Ljubljana geboren en is een van de kleurrijkste en populairste denkers van onze tijd. Zijn filosofische geschriften en voordrachten, die evenzeer door het marxisme als door de psychoanalyse zijn beïnvloed, draaien om de vraag naar de voorwaarden voor de mogelijkheid tot revolutionair handelen in deze laat-kapitalistische wereld. Zijn jongste boeken zijn: Het jaar van het gevaarlijke dromen (Boom, 2013), Eerst als tragedie, dan als klucht (Boom, 2011) en Geweld: Zes zijdelingse beschouwingen (Boom, 2009)

Er zijn nog maar een paar maanden verstreken sinds Nadja Tolokonnikova het zwijgen over haar internering heeft verbroken en uit protest tegen de onwaardige omstandigheden in haar Mordovische werkkamp een hongerstaking is begonnen. Haar moed heeft in de hele wereld tot bewondering geleid. Veel minder bekend is echter hoezeer de ideeën van Tolokonnikova over kunst en politiek beïnvloed zijn door de intensieve studie van de geschriften van Karl Marx, Nikolaj Berdjajev en – niet in de laatste plaats – Slavoj Žižek. Met behulp van de Russische collega’s van het tijdschrift New Times is het het Duitse blad Philosophie Magazin gelukt in de vorm van een briefwisseling een dialoog op gang te brengen tussen het Russische punk-ikoon en de invloedrijkste denker van het neocommunisme van dit moment. De brieven zijn in de periode van januari tot juli 2013 geschreven en moesten worden voorgelegd aan een Russische censor.

In 2011 had de band Pussy Riot, door provocerende optredens op publieke plekken als metrostations en het Rode Plein in Moskou, in binnen- en buitenland veel opzien gebaard. Voor een ‘punkgebed’ op het altaar van de Moskouse Christus Verlosserkathedraal in februari 2012 werden vier bandleden gearresteerd en in juni wegens ‘hooliganisme’ veroordeeld. Twee bandleden, onder wie Tolokonnikova, bevinden zich nog steeds in hechtenis.

Onderstaande correspondentie – zes met de hand geschreven brieven – draait om de vraag: met welke middelen kan het kapitalistische systeem nog effectief worden geshockeerd? Volgens Žižek lijken juist creatieve en onvermoede ‘verstoringen’ het systeem tot leven te wekken, van nieuwe energie te voorzien en daardoor in laatste instantie te steunen. De gevangen kunstenares stelt een oermarxistische theorie tegenover deze postmoderne scepsis: het op zingenot beluste en extreem flexibele kapitalisme kan functioneren dankzij een starre systematische bovenbouw, namelijk de uitbuiting en onderdrukking van het volk door totalitaire regimes zoals die in China en Rusland.

Wat begint als gedachtewisseling tussen meester en leerling, ontwikkelt zich tot een filosofisch duel tussen gelijken. De twee kemphanen zijn het erover eens dat de toekomst van het kapitalisme zich het duidelijkst openbaart in de eertijds communistische landen van het oosten.

2 januari 2013

Lieve Nadja,

Ik hoop zeer dat je je leven in de gevangenis om kleine rituelen hebt georganiseerd, zodat het op z’n minst een beetje draaglijk wordt, en dat je wat tijd hebt gevonden om te lezen. Hier zijn mijn gedachten over jouw dwangpositie.

Waarom zijn de reacties op de optredens van Pussy Riot zo heftig, en niet alleen in Rusland? Tekenend zijn in dit opzicht de slingerbewegingen van de westerse media: iedereen vond jullie leuk, zolang jullie maar konden worden afgeschilderd als een nieuwe vorm van de liberaal-democratische protesten tegen de autoritaire staat. Maar toen duidelijk werd dat jullie ook het mondiale kapitalisme afwijzen, werd de berichtgeving over Pussy Riot veel minder eenduidig. Veel media begonnen ook ‘begrip’ voor jullie critici te tonen, maar waarom eigenlijk? Wat vanuit liberaal gezichtspunt zo storend is aan Pussy Riot is dat jullie de verborgen continuïteit tussen het stalinisme en het huidige mondiale kapitalisme zichtbaar maken.

In een van zijn laatste interviews voor zijn val vroeg een westerse journalist aan Nicolae Ceausescu hoe hij het kon rechtvaardigen dat Roemeense burgers niet vrij naar het buitenland mochten reizen, hoewel de grondwet hun vrijheid om te reizen garandeert. Zijn antwoord luidde: dat klopt, de grondwet garandeert de vrijheid om te reizen, maar ook het recht op een veilig vaderland. Hier doet zich dus een mogelijk rechtsconflict voor: als de Roemeense burgers vrij hun land zouden mogen verlaten, zou het welzijn van het vaderland worden bedreigd. In dit rechtsconflict moet gekozen worden, en het recht op een bloeiend en veilig vaderland moet dan zeker voorrang krijgen.

Deze geest van stalinistische spitsvondigheid is in mijn eigen vaderland Slovenië nog steeds springlevend. In december 2012 achtte het Constitutionele Hof aldaar een referendum over de stichting van een ‘slechte bank’ en een staatsholding in strijd met de grondwet. Daardoor werd een volksstemming over het thema feitelijk verboden. Slovenië is een relatief onbelangrijk land, maar de uitspraak van het Constitutionele Hof staat model voor een wereldwijde tendens naar inkrimping van de democratie.

Wat vandaag de dag nieuw is, is dat door de aanhoudende crisis, die in 2008 is begonnen, dit wantrouwen tegen de democratie, dat voorheen beperkt was tot de Derde Wereld en de post-communistische landen, zich steeds meer verspreidt naar de ontwikkelde landen van het Westen. Wat tien, twintig jaar geleden nog een neerbuigende opmerking over anderen was, gaat nu over onszelf. De overgang van de welvaartsstaat van de naoorlogse periode naar de nieuwe mondiale inrichting van de economie brengt pijnlijke ingrepen, minder zekerheid en minder sociale voorzieningen met zich mee.

Maar hoe moet het nu als slechts deskundigen ons nog kunnen redden? De huidige crisis biedt talrijke bewijzen waaruit blijkt dat het niet de bevolking is, maar deze deskundigen zelf, die niet weten wat ze moeten doen. In West-Europa zijn we getuige van een toenemend onvermogen van de heersende elite: zij is steeds minder goed in staat om te heersen. Kijk maar eens hoe Europa omgaat met de Griekse crisis: het zet Griekenland onder druk om zijn schulden te betalen, maar richt tegelijkertijd de Griekse economie door opgedrongen bezuinigingsmaatregelen te gronde en zorgt er daardoor voor dat de Griekse schulden nooit terugbetaald kunnen worden.

Het is dus geen wonder dat we ons allemaal onbehaaglijk voelen door Pussy Riot. Jullie weten precies wat jullie niet weten, jullie doen ook niet alsof jullie duidelijke en eenvoudige antwoorden hebben, maar jullie zeggen ons dat de machthebbers die antwoorden ook niet hebben. Jullie boodschap is dat in het huidige Europa de blinden geleid worden door de blinden. Daarom is het zo belangrijk dat jullie standhouden. Toen Hegel Napoleon door Jena had zien rijden, schreef hij dat het was alsof hij de wereldgeest te paard had gezien. In jullie geval is het niet minder dan ons aller kritische bewustzijn dat nu in de gevangenis zit.

Kameraadschappelijke groeten, Slavoj

Medium briefwisselingtolokonnikova2

23 februari 2013
Strafkamp IK14, Mordovië

‘Wie ben ik om me te buiten te gaan aan narcistische theoretische bespiegelingen, terwijl jij zeer reële ontberingen ondergaat?’

Lieve Slavoj,

Het was in het najaar van 2012. Ik zat samen met een paar andere activisten van de groep Pussy Riot in Moskou in voorarrest, toen ik bij je te gast was, in een droom uiteraard. Ik ben al een hele tijd een fan van je uiteenzettingen over paarden, de wereldgeest, clownerie en respectloosheid, en van je uiteenzettingen over de redenen waarom deze dingen allemaal met elkaar samenhangen.

Gebleken is dat Pussy Riot tot de krachten behoort die zijn geroepen tot kritiek, kunstzinnige creativiteit en scheppingsdrang, het experiment en de vastberaden provocatie. Wij zijn, zoals Nietzsche dat ooit verwoordde, kinderen van Dionysos: wij varen in een vat ter zee en erkennen geen enkele autoriteit. Wij maken deel uit van de krachten die geen ultieme antwoorden en geen absolute waarheden bieden, omdat het onze missie is om vragen te stellen. Je hebt nu eenmaal architecten van de apollinische stilstand en (punk-)zangeressen van de dynamiek en de verandering. Het ene is niet beter dan het andere. Slechts samen kunnen we de door Heraclitus beschreven functie vervullen: ‘Deze wereld is er altijd geweest en zal er altijd zijn: een eeuwig brandend vuur, nu eens opvlammend en dan weer uitdovend’ – zo functioneert het ‘eeuwig ademen van het heelal’.

Wij maken deel uit van de opstandigen die naar de storm verlangen, alsof daarin de rust is gelegen, en die ervan uitgaan dat de waarheid slechts te vinden is in een onophoudelijke zoektocht. ‘De waarheid als iets wat mij wordt opgedrongen, een van bovenaf opgelegde werkelijkheid, bestaat niet. De waarheid is ook de weg en het leven. De waarheid is een innerlijke verworvenheid. De waarheid leidt tot inzicht in vrijheid en door vrijheid (…). Het christendom zelf houd ik voor een opstand tegen de wereld en haar wetten. (…) Zo nu en dan overviel mij de huiveringwekkende gedachte: hoe zou het zijn als de orthodoxie de waarheid van de slaaf zou zijn? Want dat zou mijn einde betekenen. Maar ik verwierp deze gedachte alweer snel’ (Nikolaj Berdjajev, Zelfkennis).

Alleen op dit punt is het al onmogelijk te onderscheiden waar Pussy Riot en waar deze Russische religieuze filosoof spreekt. In het jaar 1898 werd Berdjajev gearresteerd wegens zijn deelname aan de sociaal-democratische beweging. Hij werd beticht van een poging om de staat en de godsdienst omver te werpen en vanuit Kiev voor drie jaar naar Vologda verbannen. Dus als je al eens door de ‘wereldgeest’ bent aangeraakt, verwacht dan niet, dat het verder pijnloos zal blijven…

Juist de door de staat gevolmachtigde ‘deskundigen’ produceren telkens weer situaties met toenemend geweldspotentieel, waarin ze naar het schijnt vaardig genoeg moeten zijn om er grip op te hebben: ‘Slechts deskundigen kunnen problemen oplossen.’ Het zou voor ons geen slecht idee zijn om de hoogmoed uit deze deskundigen te slaan, zodat wij ons daarna werkelijk met onze problemen kunnen bezighouden. Want de status van deskundige opent niet per se de toegangspoort tot het rijk der absolute waarheden.

Het waren geen domme mensen die de volgende zin hebben bedacht: ‘De waarheid komt van de lippen van een kind’ (Mattheüs 21:16). En het is geen toeval dat men in Rusland de heilige narren en waanzinnigen op waarde weet te schatten. Aan het einde van het Rode Plein, in het politieke hart van de hoofdstad, waar Pussy Riot in 2012 is opgetreden, staat de kathedraal van de heilige Basilius: de vereerde heilige nar… Ik houd van zulke mensen, die – dionysisch en direct – iets anders en iets nieuws willen begrijpen, en die op zoek zijn naar beweging en enthousiasme in plaats van naar dogma’s en bewegingsloze stilstand…

Hoe kan de tegenstelling tussen deskundigen en kinderen worden opgelost? Ik weet het niet. Maar één ding kan ik wel zeggen: de partij van de kinderen zal net als in de tijd van Herodes verzet bieden; wij zullen ons mandje en de dochter van de farao vinden, die ons zal helpen. In het leven van diegenen die op kinderlijke wijze in de triomf van de waarheid over de leugen en in wederzijdse hulp geloven, en die volgens de logica van het geschenk leven, gebeurt altijd precies op het noodzakelijke moment een wonder.

Je Nadja

Medium briefwisselingtolokonnikova

4 april 2013

Lieve Nadja,

Het arriveren van je brief heeft mij zo blij verrast – door de lange tijd die is verstreken was ik bang geworden dat de autoriteiten onze uitwisseling zouden proberen te verhinderen. Ik vind het zeer eervol dat ik in je droom ben voorgekomen. Zal men ons als gevaarlijke utopisten afdoen, die nieuwe rampen dreigen voort te brengen, of – om jouw wondervolle slotgedachte te citeren – ‘zal er steeds op het juiste moment een wonder geschieden in het leven van diegenen die op kinderlijke wijze geloven in de triomf van de waarheid over de leugen?’ Wij moeten er niet voor terugschrikken om ons hier, zoals jij dat doet, op de traditie van de ‘nar in Christus’ te beroepen. Is dat een utopische houding?

Ik begin er steeds meer van overtuigd te raken dat de pragmatisch-rationele deskundigen vandaag de dag de ware utopisten zijn: de ‘hoofdutopie’ van de huidige tijd houdt in dat de zaken steeds kunnen blijven doorgaan zoals nu, en dat we niet op een apocalyptisch keuzemoment afstevenen. Als er niets verandert, zullen we plotseling in een veel duisterder maatschappij belanden. Deskundigen staan per definitie in dienst van de machthebbers: zij denken niet echt, zij passen slechts hun inzichten toe op de problemen die door de machthebbers worden gedefinieerd. Als jij dus vraagt, lieve Nadja, hoe we de tegenstelling tussen deskundigen en kinderen kunnen oplossen, luidt mijn antwoord: in zekere zin heeft het mondiale kapitalisme die al opgelost. Zijn de huidige kapitalisten, vooral de zogenaamde financiële experts, werkelijk wie ze beweren te zijn? Zijn zij niet veel meer domme kleuters, die met ons geld en ons lot spelen?

Ik zou echter graag een paar kanttekeningen willen plaatsen bij jouw nietzscheaanse concept van de macht van waarheid en creativiteit, belichaamd in de ‘kinderen van Dionysos, die in een vat ter zee varen en geen enkele autoriteit erkennen’. Je steunt hier op het nietzscheaanse begrippenpaar apollinisch-dionysisch: ‘Er zijn architecten van de apollinische stilstand en er zijn (punk-)zangeressen van de dynamiek en de verandering. Het ene is niet beter dan het andere. (…) Slechts samen kunnen ze ervoor zorgen dat de door Heraclitus beschreven wereld blijft bestaan.’

Hier zie ik een paar problemen. Voor mij is de ware – en moeilijkste – opgave van radicaal emancipatoire bewegingen niet dat de dingen uit hun zelfingenomen roerloosheid wakker moeten worden geschud, maar dat de coördinaten van de sociale werkelijkheid zelf moeten worden verschoven, zodat er, als de dingen in hun normale staat terugkeren, een nieuwe, bevredigender ‘apollinische stilstand’ ontstaat.

Zelfs de strategie om zich op ‘bevrijde gebieden’ buiten de invloedssfeer van de staat terug te trekken heeft het mondiale kapitalisme zich al toegeëigend. Exemplarisch voor deze logica zijn de zogenaamde ‘speciale economische zones’: regio’s binnen een land (meestal in de Derde Wereld), waarin de economische wetten liberaler zijn dan in de rest van het land (minder of helemaal geen im- en exporttarieven, vrij kapitaalverkeer, beperkingen of zelfs het verbod van vakbondsactiviteiten, geen minimumloon), om de buitenlandse investeringen te doen toenemen.

Wat gebeurt er dus als de vijand de revolutionaire dynamiek overneemt? Door de volledige ontplooiing van het kapitalisme, in het bijzonder van het huidige ‘laatkapitalisme’, is het het dominante ‘normale’ leven dat in zekere zin wordt ‘gecarnivaliseerd’, met zijn voortdurende zelfverandering, omkeringen, crises en wederopstandingen – zodat de kritiek op het kapitalisme vanuit een ‘stabiele’ ethische houding nu steeds meer een uitzondering lijkt te worden. Hoe kunnen we een orde veranderen waarvan het principe de voortdurende zelfverandering is?

‘Laten we eens naar de Europese crisis kijken: nooit waren intellectuelen en activisten zo sprakeloos’

De hoofdopgave is de juiste oriëntatie te behouden. Er is een sterke, goede, antifascistische slogan: ‘De fascisten doden, de autoriteiten dekken hen.’ Die moeten wij altijd in ons achterhoofd houden als de machthebbers proberen onze kritische energie naar diverse vormen van fundamentalisme te kanaliseren, of die nu religieus of nationalistisch van aard zijn.

Maar, mijn lieve Nadja, ik voel me bij het schrijven van deze zinnen enigszins schuldig: wie ben ik om me te buiten te gaan aan deze narcistische theoretische bespiegelingen, terwijl jij als concreet individu zeer reële ontberingen ondergaat? Schrijf mij alsjeblieft, als je dat kunt en wilt, over je situatie in de gevangenis: over je dagritme, (wellicht) over kleine persoonlijke rituelen die je leven verlichten, hoeveel tijd je hebt om te lezen en te schrijven, hoe andere gevangenen (en de bewakers) je behandelen, hoe je met je kind in contact staat… Ik denk al heel lang dat het ware heldendom in deze schijnbare kleinigheden schuilt – hoe je in waanzinnige tijden je leven organiseert en doorstaat, zonder je je gevoel van eigenwaarde te laten ontnemen.

In liefde, respect en bewondering zijn mijn gedachten met je!

Slavoj

16 april 2013
Strafkamp IK14, Mordovië

Lieve Slavoj,

Is het echt waar dat het hedendaagse kapitalisme de logica van een totaliserende, stabiele normaliteit heeft overwonnen? Misschien niet – hoezeer het ons ook wil laten geloven dat het de logica van hiërarchische structuren en normalisering voorbij is. Je hebt het over zones, die zich manifesteren als onderdelen van het wereldwijde kapitalistische systeem, waarin de geldigheid van rechtsnormen, die de uitbuiting moeten verminderen, deels is opgeheven. Op dit moment bevind ik me in een van die vrije economische zones. Ik neem haar waar en ervaar haar direct.

In mijn kindertijd wilde ik reclamemaker worden. Daarom ben ik goed in staat de verdiensten van deze sector op waarde te schatten. Ik kan ook heel goed inschatten waarover de reclame-industrie per definitie zwijgt.

Zoals je terecht opmerkt, moet het huidige kapitalisme flexibel, ja zelfs excentriek zijn om vat te kunnen krijgen op de emoties van de consument. Tegenover de producenten veroorlooft het ‘fluwelen’ kapitalisme zich echter een heel andere kant van zichzelf te tonen. De logica van de totaliserende norm is net als vroeger van kracht in de regio’s die de basis vormen van al het creatieve, beweeglijke en zich ontwikkelende van het laatkapitalistische systeem. En precies hier, in deze ‘andere’ wereld, manifesteert zich de logica van de onwrikbare norm en de stabiliteit van gewapend beton. Hier heersen de uniformisering en de stilstand. Het hoeft geen verbazing te wekken dat het autoritaire China zich op de ranglijst van de mondiale economische machten omhoog heeft gewerkt.

Het huidige kapitalisme wil ons er graag van overtuigen dat het geheel en al te werk gaat in overeenstemming met de principes van de vrije creativiteit, de eindeloze groei en de veelvuldigheid. Het is daarom in zijn belang de keerzijde te verdoezelen, die eruit bestaat dat miljoenen mensen zijn onderworpen aan een almachtige en sprookjesachtig stabiele productielogica. Het is in ons belang dit bedrog te openbaren, en daarom ontmasker ik hardnekkig de onbeweeglijke, gecentraliseerde en hiërarchisch georganiseerde materiële productiebasis van datgene wat later – via de reclame – het aureool van een uit vrije schepping ontstaan product krijgt. Wat de door intellectuele reclamecentra ontwikkelde methodes in het huidige economische systeem aangaat, die dit systeem in staat stellen aan de statische en alles onderwerpende uniformisering te ontsnappen: ik denk dat we het spel moeten meespelen, zonder daarbij onze ideeën en principes te verloochenen.

Ik ben ervan overtuigd dat we iets te winnen hebben bij dit pingpongspel tussen bevrijdend nivellerende en postmodern-kapitalistische ‘de-territorialisering’. Als we maar moedig, energiek en hardnekkig blijven. Niet met de vuisten, zoals de vroegere linksen, zullen we het kapitalisme en bloc afwijzen. Het is productiever om ermee te spelen en het te perverteren. Perverteren is: aanwenden voor onze eigen doeleinden, voor ons geloof, voor onze ideeën, en daardoor voor datgene waarvoor we reclame maken…

Je hoeft je er geen zorgen over te maken dat jij zwelgt in theoretische gedachten, terwijl ik ‘reële ontberingen’ onderga. Ik hecht waarde aan strikte voorwaarden en de ervaring. Ik heb er groot belang bij te weten te komen hoe ik in dit alles kan slagen, maar meer nog vraag ik me af of ik deze ervaring in een voor mij en mijn strijdmakkers productieve richting kan sturen. Ik zie hier al inspiratiebronnen voor me; en ik zie iets wat mijn ontwikkeling kan bevorderen. Dat vind ik niet dankzij, maar ondanks het systeem waarin ik leef. En in mijn raadselachtige toestand, in dit spel van kat en muis, helpen je gedachten, ideeën en uiteenzettingen mij. Onze correspondentie verheugt me zeer.

Ik verheug me ook op je antwoord en wens je veel succes in onze gemeenschappelijke strijd.

Je Nadja

10 juni 2013

Lieve Nadja,

Om te beginnen moet ik bekennen dat je antwoord mij een diep gevoel van schaamte heeft bezorgd. Je schrijft: ‘Je hoeft je er geen zorgen over te maken dat jij in theoretische gedachten zwelgt, terwijl ik “reële ontberingen” onderga.’ Deze eenvoudige zin heeft mij duidelijk gemaakt hoe verkeerd de slotpassage van mijn laatste brief was. Mijn sympathiebetuiging aan jouw noodtoestand kwam hierop neer: ‘Ik heb het privilege echte theorie te bedrijven en jou daarin belerend toe te spreken, terwijl jij er feitelijk slechts goed voor bent je ervaringen te schilderen met de ellendige situatie waarin je je bevindt…’ Je laatste brief toont op overweldigende wijze aan dat je veel meer bent dan dat, namelijk een gelijkwaardige partner in een theoretische dialoog. Ik wil je dus mijn verontschuldigingen aanbieden voor dit bewijs, waaruit blijkt hoe diep mijn mannelijke chauvinisme in mij is verankerd, onze dialoog voortzetten en ingaan op datgene waarover wij van mening verschillen.

Jouw hoofdargument is dat de antihiërarchische netwerkstructuur van het laatkapitalisme een bedrieglijk omhulsel is, waaronder een hiërarchisch en gematerialiseerd productiefundament schuilgaat. Dat ben ik geheel met je eens – tot op een zeker punt. Ik ga er natuurlijk in mee dat er onder de bejubelde postmoderne dynamiek van het mondiale kapitalisme vast verankerde structuren van heerschappij en uitbuiting bestaan. Maar zijn deze structuren werkelijk nog de oude, bekende, statische, gecentraliseerde en hiërarchische materiële productiefundamenten? Sta mij toe hier een bekende passage uit het Communistisch Manifest van Marx en Engels te citeren, die vandaag de dag geldiger is dan ooit: ‘De bourgeoisie kan niet bestaan zonder de productiemiddelen, dwz de productieverhoudingen en dus de totale maatschappelijke verhoudingen, voortdurend te veranderen. (…) De voortdurende verandering van de productie, het onophoudelijk overhoop gooien van alle maatschappelijke situaties, de eeuwige onzekerheid en beweging onderscheidt de epoche van de bourgeoisie van alle andere. (…) Al wat vast en stabiel is, is verdampt, en al het heilige wordt ontwijd.’

‘Ik leef in een land waar je steeds weer wordt geconfronteerd met het tastbare kwaad, dat je verplettert’

Deze waanzinnige dynamiek van het mondiale kapitalisme maakt de effectieve weerstand daartegen ook zo lastig en frustrerend. De woede die zich vandaag de dag overal in Europa ontlaadt, is – zoals de Italiaanse marxist en activist Franco Berardi het heeft uitgedrukt – ‘machteloos en inconsequent, omdat bewustzijn en gecoördineerde actie buiten het bereik van onze samenlevingen liggen. over

Denk aan de grote protestgolf die in 2011 over heel Europa is gespoeld, van Griekenland en Spanje tot Londen en Parijs. De ellende en de ontevredenheid van de betogers zijn veranderd in een collectieve mobilisatie – honderdduizenden verzamelden zich op openbare pleinen en verkondigden dat het zo niet verder kon. Maar ook als zulke protesten de deelnemende individuen als universele politieke subjecten constitueren, blijven zij hangen op een niveau van louter formele universaliteit. Wat zij laten zien, is een puur negatief gebaar van de woedende afwijzing, zonder in staat te zijn dit in een concreet politiek programma te vertalen.

Wat moet er in zo’n situatie worden gedaan, als demonstraties en protesten en ook democratische verkiezingen nutteloos blijken te zijn? Ik ben er steeds meer van overtuigd dat het vóór alles op de dag erna aankomt: kunnen we de vermoeide en gemanipuleerde massa’s ervan overtuigen dat we niet alleen bereid zijn de bestaande orde te ondermijnen en provocatieve verzetsdaden uit te voeren, maar ook uitzicht op een nieuwe ordening kunnen bieden?

Ik vind dat de optredens van Pussy Riot zich niet tot subversieve provocaties laten reduceren. Achter hun dynamiek schuilt de innerlijke stabiliteit van een vastomlijnde politiek-ethische opstelling. Pussy Riot vertegenwoordigt niet simpelweg een dionysische destabilisering van de bestaande statische ordening – Pussy Riot biedt de facto een stabiel politiek-ethisch standpunt. Alleen al het bestaan van Pussy Riot vertelt duizenden dat het opportunistische cynisme niet onze enige keuze is, dat we niet volledig losgeslagen zijn, en dat er altijd nog een gemeenschappelijke zaak is waarvoor het zich loont te vechten.

Ik wens je dan ook veel geluk in deze gemeenschappelijke strijd. Er is juist nu veel moed voor nodig om onze gemeenschappelijke zaak trouw te blijven, maar het oude spreekwoord luidt: het geluk is met de dapperen!

Je Slavoj

13 juli 2013
Strafkamp IK14, Mordovië

Lieve Slavoj,

Ik begin mijn brief met een verwijzing naar een onderscheid dat naar mijn mening belangrijk is en dus gehandhaafd moet worden, om niet in de val van een ontoepasselijke veralgemening te duikelen. Aan het begin van je brief beticht je jezelf van de uiting van ‘mannelijk chauvinisme’. Ik neig er veel meer toe jou, mijzelf en onze hele dialoog een nog gerechtvaardigder en zwaarwegender verwijt te maken, namelijk die van de koloniale blik. In ons gesprek houden we niet genoeg rekening met de regionale verschillen en bijzonderheden van de economische en politieke mechanismen. En ik schaam me ervoor dat hier zo veel niet wordt uitgesproken, maar juist verzwegen. Want ik ben, verleid door jouw uiteenzettingen, op ondoordachte wijze in de absoluut klassieke val van een uitsluitende en discriminerende veralgemening terechtgekomen. Waarbij uiteindelijk blijkt dat ik mezelf daarbij ook discrimineer en uitsluit.

Het onderscheid betreft het verschil tussen de manier van functioneren van wat jij als het ‘mondiale kapitalisme’ in de Verenigde Staten en Europa aanduidt, en de werkwijze van het kapitalisme in Rusland. Het zou van mij, juist als politiek activiste, intellectueel lafhartig zijn om dit onderscheid niet uit te spreken en niet te proberen het te problematiseren. Ik weet dat er bij het tegenover elkaar stellen van Rusland en het zogenaamde ‘Westen’ meer vragen dan antwoorden te verwachten zijn. Misschien heb ik daarom in mijn laatste brief, die ik in grote haast in het naaiatelier schreef, dit onderscheid niet duidelijk genoeg aan de orde gesteld (hoewel ik dat wel wilde). Ik ben er niet over begonnen, omdat ik begreep dat ik de tijd niet zou hebben om het thema op gepaste wijze door te denken, omdat ik me nu eenmaal in een werkkamp bevind, en wel in een van de al genoemde ‘vrije economische zones’: de zones van de gelegaliseerde uitbuiting.

De jongste politieke gebeurtenissen – de voor de vrijheid van meningsuiting dodelijke wetten over ‘belediging van religieuze gevoelens’ en over de ongelijkwaardigheid van ‘traditionele’ en ‘niet-traditionele’ seksuele betrekkingen – maken mij woedend. Ze dwingen me ertoe over de bijzonderheden van de politieke en economische praktijken in mijn land te spreken. Ik hoop dat mijn poging tot een grondige overweging van de specifieke situatie in Rusland ook voor jou zinvol is. Wellicht ontdek je hierin iets wat je helpt een antwoord te vinden op de vraag die je zo interesseert: de vraag naar mogelijke manieren om de protesten met een stabiele politiek-ethische houding te verenigen.

Hoe kunnen mijn levenservaringen in Rusland jou van nut zijn? Net als eerder blijf ik erbij dat zelfs aan de modernste kapitalistische structuur een hiërarchie, een normalisering en uitsluitingscriteria ten grondslag liggen. Je citeert Marx: ‘De epoche van de bourgeoisie wordt gekenmerkt door de voortdurende verandering van de productie, het onophoudelijk overhoop gooien van alle maatschappelijke situaties.’ Ja, de maatschappelijke situaties veranderen inderdaad. Daardoor wordt de uitbuiting echter niet minder. In feite verschuift de normalisering van archaïsche vormen naar de ‘Derde Wereld’ – dus naar grondstoffenlanden als mijn land. In de ontwikkelingslanden wordt de markt op grond van die normalisering aan de wetten van het monopolie onderworpen, en daardoor krijgt zij in de regel een vreselijk archaïsch karakter.

Hier in Rusland ervaar ik aan den lijve de cynische opstelling van de ‘ontwikkelde’ landen tegenover de ontwikkelingslanden. De ‘ontwikkelde’ landen geven naar mijn bescheiden mening blijk van een excessieve conformiteit en buitengewone loyaliteit jegens machthebbers die hun burgers onderdrukken. De Europese landen en de Verenigde Staten werken graag samen met Rusland, waar middeleeuwse wetten de juridische norm zijn geworden en het aantal politieke gevangenen groeit. Ze werken ook graag met China samen, hoewel je – gezien de gebeurtenissen daar – de haren te berge rijzen. Hierdoor dringt de vraag zich op: waar liggen de verantwoorde grenzen van de tolerantie? Wanneer wordt het collaboratie, conformisme en misdadige ondersteuning?

De klassieke rechtvaardiging van het cynisme klinkt zo: ‘Je moet in eigen land zo kunnen handelen als je wilt.’ Maar deze rechtvaardiging gaat niet op, juist omdat landen als Rusland en China als gelijkwaardige partners in het systeem van het mondiale kapitalisme zijn opgenomen. (…) De grondstoffeneconomie van Rusland en de daaruit voortvloeiende stabiliteit van het regime van Poetin zouden worden ondermijnd als de kopers van olie en gas zouden vasthouden aan bepaalde politieke principes en zouden weigeren deze grondstoffen te kopen.

Net zo ethisch verantwoord zou een boycot van de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji zijn. Maar uit de voortdurende, op grondstoffen gebaseerde samenwerking met Rusland blijkt de verborgen ondersteuning en rechtvaardiging van het politieke regime (niet met woorden, maar door de toestroom van kapitaal), waardoor bovendien de wens wordt benadrukt de bestaande toestand en arbeidsverdeling in het mondiale economische systeem overeind te houden. En precies om die reden geloof ik dat de mate van nivellering van hiërarchieën in het huidige kapitalisme door westerse theoretici aanzienlijk wordt overdreven. Ik bevind me in een land waar de tien mensen die de belangrijkste takken van de Russische economie controleren en daarvan profiteren, oude kameraden van Vladimir Poetin zijn: sommigen hebben nog met hem gestudeerd, anderen hebben met hem gesport of hebben samen met hem bij de kgb gediend. Is dat geen feodale structuur?

Mijn idee is in eerste instantie eenvoudig: ik ga ervan uit dat het de Europese theoretici van pas zou kunnen komen afstand te nemen van hun koloniale, eurocentrische instelling en naar het mondiale kapitalisme in zijn geheel en in al zijn regio’s te kijken. Want dan zouden sommigen het misschien toch met mij eens zijn dat de antihiërarchie, de zogenaamd ‘dwaze dynamiek’ van het ‘late’ kapitalisme een van de meest succesvolle en grootste reclameacties uit de geschiedenis van de mensheid is.

Ik ontken geenszins het feitelijke bestaan van de antihiërarchische tendensen. Ik houd mij verre van de opvatting dat reclame iets vreemds, onechts en niet-authentieks zou zijn. Reclame structureert een product, en in deze zin is het een onderdeel van het productieproces. Ik roep daarom ook niet op tot de afwijzing van reclame als bedrieglijk masker; ik roep alleen in herinnering dat reclame altijd over iets zwijgt en altijd iets uitsluit. En de maatschappijcritici en theoretici, voor zover zij als critici optreden en niet als de pr-managers van het ‘late’ kapitalisme, moeten dit mechanisme van het zwijgen in ogenschouw nemen en analyseren.

Dergelijke zaken zijn verleidelijk – zaken als de ‘hyperdynamische de-territorialisering’ – en ik heb soms zelf de neiging om aan deze verleiding toe te geven. Maar waarschijnlijk redt het feit me dat ik in een land leef waar je steeds weer wordt geconfronteerd met het tastbare kwaad, dat je met zijn stabiliteit, worteling en lichamelijkheid verplettert. En ik – die nu twee jaar in een werkkamp zit – weet kennelijk ondanks alles precies wier ‘lichaam en verstand een verandering en ontwikkeling doormaken’ (F. Berardi) gaandeweg mijn straf.

Je Nadja


© 2013 Philomagazin Verlag GmbH
Vertaling: Menno Grootveld