Sean Wilentz hoopt dat Hillary Clinton Amerika gaat herbouwen

‘Ons land is een rommeltje’

Het succes van ‘buitenstaanders’ Donald Trump en Bernie Sanders bewijst de populariteit van politieke outsiders. Volgens de historicus Sean Wilentz ten onrechte: partijen doen er wél toe.

Medium rts1mdg

‘De uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van dit jaar wordt een kantelpunt in de geschiedenis: winnen de Republikeinen, dan hebben ze het in elke overheidslaag voor het zeggen; winnen de Democraten, dan heroveren ze waarschijnlijk ook een meerderheid in de Senaat’, stelt historicus Sean Wilentz. Maar beide partijen lijken gespleten door uitdagers die zich pas voor de race bij een partij aansloten. Tegen de stroom in pleit Wilentz, Princeton-hoogleraar Amerikaanse geschiedenis en adviseur van Hillary Clinton, voor een herwaardering van partijpolitiek.

Wilentz groeide op in Brooklyn en Greenwich Village, de door Nederlanders gestichte wijk in New York die beroemd werd om zijn tegencultuur. De boekhandel die zijn vader daar had, werd een vrijplaats voor de Beat Poets en Wilentz herinnert zich nog goed dat Allen Ginsberg er vaak rondhing. Iets verderop in de buurt was destijds het centrum van de folk revival. Wilentz ontmoette daar de op dat moment doorbrekende Bob Dylan, over wie hij een paar jaar geleden een veelgeprezen biografie schreef.

Zijn academische werken bestrijken zo’n beetje de gehele Amerikaanse politieke geschiedenis. Zo schreef hij Andrew Jackson, over de gelijknamige grondlegger van de Democratische Partij, en The Age of Reagan, over de Amerikaanse politiek na het Watergate-schandaal. Met zijn monumentale boek The Rise of American Democracy won hij de Bancroft Prize en werd hij genomineerd voor de Pulitzer Prize. Daarnaast vindt Wilentz ook nog de tijd om artikelen te schrijven voor bijvoorbeeld Rolling Stone en The New Republic en geeft hij colleges aan Princeton.

Hij is een opgewekte, linkse intellectueel die zich naast zijn academische onderzoek graag mengt in het publieke debat, met opiniestukken vol historische vergelijkingen en memorabele uitspraken van grote politieke leiders. Begripvol, maar toch een tikje ontevreden vertelt hij dat The New York Times onlangs zijn kwalificatie van Trump als fascistisch herschreef: ‘Ik begrijp wel dat ze dat liever weglaten op de opiniepagina’s om betekenisinflatie te voorkomen, maar eens in de zoveel tijd is het waar en dan moet je dat wel kunnen zeggen. Bovendien schreef ik niet dat Trump een fascist is, maar dat hij zich bedient van fascistische technieken die we kennen uit het verleden.’

In zijn nieuwste boek The Politicians and the Egalitarians: The Hidden History of American Politics, dat onlangs verscheen, poogt Wilentz politici en politieke partijen te rehabiliteren. De centrale stelling is dat de Amerikaanse politiek het best werkte toen politici en outsiders elkaar ontmoetten en samenwerkten. Grote politieke leiders als Jefferson, Lincoln en fdr verstonden die kunst. ‘Zij verdienen meer aandacht dan ze nu krijgen’, zegt Wilentz.

De geschiedenis van de VS is doorgaans beschreven in conflicten tussen twee partijen: Tories en Whigs, Federalisten en Republikeinen, de Confederacy en de Union, Republikeinen en Democraten. Maar sinds de jaren zestig verloren historici de interesse in politieke partijen en politici, schrijft Wilentz. Veranderingen kwamen volgens de nieuwe generatie geschiedkundigen van buiten de partijen, uit sociale bewegingen en protestgroepen van gewone mensen die de wereld probeerden te verbeteren – zoals de abolitionisten in de Burgeroorlog.

Die tendens is volgens Wilentz uit de hand gelopen: ‘Politieke partijen worden gezien als corrupt en passief, en de enige manier om echt iets voor elkaar te krijgen is via sociale bewegingen. Politici zijn dan niets meer dan instrumenten die de eisen van die bewegingen oppakken, afzwakken en inbrengen in het systeem. Soms werkte dat, zoals met de vakbonden bij de New Deal, maar over het algemeen werden politici gezien als onbelangrijke figuren.’ Dat is een verkeerde lezing van de geschiedenis en van politiek: ‘Soms hebben politici wel een duwtje nodig, maar ze zijn niet altijd uit op eigenbelang en macht. Ze willen daadwerkelijk iets doen wat goed is, althans in hun ogen.’

Niet alleen politici kregen een slechte naam, maar ook politieke partijen. ‘Historisch gezien zijn partijen altijd de werktuigen voor verandering geweest. Politici handelen niet als een ongecontroleerd zooitje, ze voegen zich naar partijen. Zonder de Republikeinse Partij was er nooit een Abraham Lincoln geweest.’

Ten slotte werd ook de politiek zelf geminacht. ‘Dus politici waren slecht, politieke partijen waren slecht en politiek was slecht, en alleen dingen die van buitenaf kwamen waren goed. Maar politiek is een kunst, en die kunst is gedemoniseerd.’

Het onverwachte succes van Donald Trump en Bernie Sanders – beiden uitdagers die van buiten een politieke partij komen – tijdens de voorverkiezingen kan met Wilentz’ analyse verklaard worden. De aandacht voor en populariteit van politieke outsiders is groot zowel in de vakliteratuur als in de samenleving.

Maar niet alleen outsiders zetten zich af tegen partijpolitiek, volgens Wilentz. Ook Obama deed dat. In zijn speech tijdens de Democratische Conventie in 2004 zei hij: ‘There is not a liberal America and a conservative America – there is the United States of America.’ Daarin weerklonken de beroemde woorden van Thomas Jefferson ‘we are all Republicans, we are all Federalists’, uit zijn eerste inaugurele rede uit 1801.

Toch waren Jefferson én Obama politici die groot werden binnen hun partij. Wilentz verklaart: ‘Begaafde politici beroepen zich soms op iets hogers dan de partij, hoewel ze, zoals Obama, echte partijpolitici zijn. Obama probeerde de partij te overstijgen, maar toen dat niet aansloeg, hield hij daar gauw mee op.’ Zowel non-partisans – politici van buiten een partij, zoals Trump en Sanders – als post-partisans – politici die hun partij proberen te overstijgen, zoals Jefferson en Obama korte tijd probeerden – miskennen volgens Wilentz de belangrijke rol die politieke partijen spelen in de Amerikaanse democratie.

‘Zonder de Republikeinse Partij was er nooit een Abraham Lincoln geweest’

Het lijkt een vreemd moment om juist nu hoog op te geven van de Amerikaanse politieke partijen: zowel de Republikeinen als de Democraten zijn intern sterk verdeeld. Partijprominenten als Mitt Romney, John McCain en de familie Bush zullen afwezig zijn op de Republikeinse conventie, en het kostte Clinton veel meer moeite om Sanders te verslaan dan aanvankelijk werd gedacht.

Wat betreft de Democraten maakt Wilentz zich geen zorgen: ‘De Democratische Partij is veel sterker verenigd dan veel mensen denken. Sanders is eigenlijk geen Democraat: hij sloot zich aan bij de partij om presidentskandidaat te kunnen worden. Hij heeft inderdaad veel jongeren weten te mobiliseren met grote woorden, maar hij is niet echt hun leider. Als je kijkt naar de partij – wat Sanders noemt het “corrupte, oude partijestablishment” – is zij in feite sterk verenigd rond Clinton. In tegenstelling tot de Republikeinse Partij, die echt verdeeld is, denk ik dat de ideologische verschillen bij de Democraten maar klein zijn. Er is een sterke emotionele verdeeldheid, die is opgeklopt door Sanders. Sanders schildert Clinton af als een soort robot van het corporate capitalism.’

Of de verdeeldheid bij de Democraten nu emotioneel of ideologisch is, ze zal toch moeten worden opgelost voor een sterke campagne tegen Trump. De Democraten hebben daarvoor hun hoop gevestigd op de senator voor Massachusetts: Elizabeth Warren. ‘Ik verwacht dat senator Warren haar steun zal uitspreken voor Hillary Clinton. Zij zegt inhoudelijk min of meer hetzelfde als Sanders, maar minder demagogisch. Warren zal de gemoederen kalmeren en de Sanders-aanhangers binnenboord houden. Heel ingewikkeld wordt dat niet, want ze zal zeggen: “Jullie hebben de keuze: je kunt stemmen op een monster – Trump – of je kunt stemmen op Clinton, dus wat ga je doen?”’

Warren wordt door verschillende Amerikaanse media geopperd als running mate van Clinton. Mocht ze dat niet worden, dan zou ze Clinton ook vanuit de Senaat kunnen helpen met steun voor het doorvoeren van progressieve veranderingen.

de problemen die Sanders en Warren aankaarten zijn volgens Wilentz ‘perfectly interesting’, maar hij wuift de onderlinge meningsverschillen bij de Democraten consequent weg. ‘Sociaal psychologen noemen dat in navolging van Freud “narcisme van de kleine verschillen”: hoe kleiner de verschillen zijn, hoe groter de kans op onenigheid, omdat de gevoeligheid voor die verschillen veel groter is. Een groot gevoel van rechtvaardigheid en gewichtigheid speelt dan op, terwijl de tegenstellingen in feite klein zijn.’

Het mag duidelijk zijn dat Sean Wilentz uit het Clinton-kamp komt. In 1998, toen het Huis van Afgevaardigden de impeachment-procedure startte tegen Bill Clinton, zocht Wilentz hem op. Hij adviseerde Clinton om, in plaats van zichzelf voortdurend te verdedigen, de aanval te kiezen tegen de Republikeinen en te laten zien dat zij de Lewinsky-affaire gebruikten in een breder offensief tegen de Democraten. In de jaren erna leerde Wilentz ook Hillary Clinton kennen en voorzag hij beide Clintons geregeld van advies. Nu maakt hij deel uit van de kleine groep vertrouwelingen van Hillary, waaronder journalist en Lincoln-biograaf Sidney Blumenthal, en oud-ambassadeur Derek Shearer.

Opvallend is hun ogenschijnlijk op elkaar afgestemde verhaal. Zowel Shearer als Wilentz wijst erop dat tien procent van de Amerikanen een stem uitbracht bij de voorverkiezingen en slechts vijf procent op Trump; feitelijk heeft dus pas een klein deel van de Amerikanen daadwerkelijk op Trump gestemd. Beiden noemen niet alleen Trump maar ook Sanders een ‘demagogue’, beiden zien in Warren een spilfiguur en beiden wijzen op de grote verschillen tussen de voorverkiezingen en de algemene verkiezingen.

Vanwege die verschillen hoopt en verwacht Wilentz dat de Trump-campagne zal instorten. ‘In de voorverkiezingen kon hij de nasty guy spelen, maar ik denk niet dat dat werkt in de algemene verkiezingen. Hij preekte voor eigen parochie en hitste een achterban op die toch al opgewonden was. Trump is natuurlijk een meester in mediamanipulatie, maar ook aantoonbaar ongeschikt voor de belangrijkste baan in de wereld.’

Clinton is dat volgens Wilentz wel, ook al ligt het presidentschap voor haar niet voor het oprapen. Als ze inderdaad de nominatie binnensleept, is zijn advies aan Hillary dat ze de aandacht vooral afleidt van haar verleden: ‘De campagne in de voorverkiezingen ging te veel over wat er in de jaren negentig gebeurde en over haar rol in de Irakoorlog – belangrijk, maar niet kenmerkend voor haar toekomstplannen.’

‘Hillary zal haar visie op economische groei moeten geven en laten zien hoe ze het land uit de huidige doldrums gaat navigeren. Ons land is een rommeltje en moet herbouwd worden. Ik hoop dat Hillary nieuwe banen schept voor hen die gedupeerd zijn door globalisering en die zich overbodig voelen – er is meer dan genoeg te doen. En hopelijk maakt ze geld vrij voor de infrastructuur. Als ik hier in Europa kom, zie ik mooie wegen en treinen, alles lijkt goed te werken. Onze wegen zijn vreselijk.’

Wilentz oogt kalm en hij lijkt ervan overtuigd dat Clinton de nieuwe Amerikaanse president zal worden: ‘Een smeercampagne van Trump kan ze niet voorkomen, maar als ze de partij verenigt en duidelijk uitlegt waar het naartoe moet met het land is zij in ieder geval met afstand de meest geschikte kandidaat.’


Sean Wilentz was in Amsterdam op uitnodiging van het Nexus Instituut, voor een symposium over de status van de huidige Amerikaanse democratie

Beeld: Hillary Clinton op campagne in Laconia, New Hampshire, 2015 (Faith Ninivaggi / Reuters)