Van wie is Oost-Turkije?

‘Ons land terug!’

Turkije reageert gepikeerd als de moord op Armeniërs wordt bestempeld als genocide. Intussen blijft de vraag bestaan: is het oosten nu Koerdisch, Turks of Armeens?

Nauwelijks over de drempel van het door mij gezochte hotelletje in Tatvan, gelegen aan het Vanmeer in het uiterste Oosten van Turkije, word ik aan de balie prompt aangesproken door twee mannen die mij foto’s laten zien. Of ik de mensen daarop herken, is hun vraag. Nee.
‘Waar komt u vandaan?’ wil men verder weten. 'Uit Nederland’, antwoord ik. Om daarna zelf te vragen: 'Wie bent u dan?’ 'Wij zijn van de politie’, geven ze meteen, heel vriendelijk, te kennen. Het blijkt om politieagenten in burger te gaan die op zoek zijn naar een bepaalde groep toeristen. Ze zeggen niet welke. Ik kan naar mijn kamer gaan. Later vraag ik de hoteleigenaar wat er aan de hand is. De politie blijkt een groep Armeense toeristen te zoeken die met de Armeense vlag gezwaaid hebben.
Dat ligt natuurlijk gevoelig, want de streek rond Tatvan, Van en Bitlis is oorspronkelijk Armeens gebied dat nu helemaal door Koerden bewoond wordt. De hoteleigenaar kan het niets schelen. Als die toeristen daar met de Armeense vlag willen zwaaien, dan moeten ze dat zelf weten. Verder heeft hij een grote hekel aan de politie. Die heeft hem en zijn Koerdische familie vaak genoeg lastiggevallen. Prompt tovert hij op zijn balielaptop een foto te voorschijn van een oom samen met Abdullah Öcalan, de gevangen leider van de pkk. De familie blijkt zwaar bij deze beweging betrokken te zijn.
'Ik ben hier wel met mijn neus in de boter gevallen’, zeg ik later tegen hem. 'Ik ben nog niet binnen of ik word meteen met de Armeense problematiek geconfronteerd en de hotelbezitter ontpopt zich als een pkk'er. Ik ben hier in twee minuten geïntegreerd, zo niet geassimileerd!’ Hij moet lachen. Hij is niet zo'n echte pkk'er, zegt hij. Hij kijkt goed uit voor zijn leven. Als ik hem later op straat, gearmd lopend met zijn neef, tegenkom zegt hij luchtig, tegelijk wijzend op zijn mij toegrijnzende neef: 'Als je met een echte pkk'er te doen wilt hebben, dan moet je met hem praten!’ Het verbaast mij. Dat je zo publiekelijk je voorkeur voor de pkk kunt uiten.
Ook de houding van mijn hoteleigenaar tegenover Armeniërs verbaast me. Ik vraag hem quasi-onnozel wat er toch met de Armeniërs gebeurd is, in zijn streek. Zonder blikken of blozen zegt hij: ’ O, die zijn allemaal vermoord.’ Hij geeft niet het officiële Turkse antwoord dat de Armeniërs weggevoerd zijn, waarbij onderweg velen zijn overleden. Hij spreekt ook niet over het verraad van de Armeniërs, hoewel dat laatste nog steeds erg leeft en als terechte reden voor hun moeilijkheden wordt aangegeven. Misschien dat etnisch verschil meespeelt, zoals ik eerder eens merkte bij een Turk van Arabische afkomt, die rustig over de genocide van de Armeniërs sprak. 'O, die zijn allemaal door de Turken vermoord.’ Misschien wilde mijn hotelbezitter, net als die Arabier, dat zeggen. Moeilijk is dat wel, want de Koerden hebben de Turken aardig meegeholpen. Zij zijn door de Turken gebruikt bij de moord op de Armeniërs. Traditioneel golden zij als de aartsvijanden van de christenen (en Armeniërs zijn christenen), en werden ze reeds door de sultan ingeschakeld bij de bestrijding van de Armeniërs.
Maar ook onder Koerden is het woord 'genocide’ geen absoluut taboewoord meer. Op mijn tussenstop in Ankara, weer verblijvend in een Koerdisch hotel, ontmoet ik Lütfi Bey, een zeer gerespecteerd Koerdisch stamhoofd uit Nusaybin in de buurt van Mardin, in het zuidoosten van Turkije. Sprekend over wat de Syrisch-orthodoxe christenen daar, samen met de Armeniërs, aangedaan is, gebruikt hij tot mijn verbazing het woord 'soykirim’, het Turkse woord voor 'genocide’.
Ik moet die openheid natuurlijk niet overdrijven. Een Koerdische grootgrondbezitter uit Nusaybin en een hoteleigenaar in Tatvan zijn maar twee mensen. Als ik later in een koffiehuis in Tatvan de frank en vrije spreekwijze van mijn hoteleigenaar nog even ter sprake breng, duiken sommige mensen verschrikt in elkaar. En iemand zegt later: 'Kijk jij goed uit, want hiermee kun je de grootste moeilijkheden krijgen!’ Maar hoe gevoelig die zaken ook liggen, er is wel iets veranderd. Er is een verwerkingsproces aan de gang in heel Turkije, ook bij de Koerden. Maar die verwerking staat wel in dienst van hun claims op Oost-Turkije.

Oost-turkije wordt door Koerden bewoond, door Armeniërs gezien als historische grond en door Turkije als vast onderdeel van het land beschouwd. De verhouding tussen de Koerden en de Armeniërs nu blijft erg gevoelig. De Armeniërs hebben er heel lang geleden, tot in de vroege Middeleeuwen, een rijk gehad dat eerst door de Byzantijnen en later door de Turken veroverd is. Het is daarna altijd verdeeld geweest onder Turken, Russen en Perzen. De Koerden hebben er ook altijd gewoond, maar als een nomadisch bergvolk dat de rijke Armeense boeren, de bezitters van het land, belaagde. Dat is natuurlijk pijnlijk. Zo vroeg een Koerd mij eens verschrikt: 'En nu zeggen ze dat dit gebied helemaal geen Koerdistan is, maar eigenlijk Armeens. Klopt dat?’ Ja, dat klopt grotendeels. Maar is ook typisch een opmerking van een Turk die probeert de rechtmatigheid van de Koerdische aanspraken onderuit te halen. Het is de paradox van het moderne Turkije dat door de verdrijving van de Armeniërs en andere christenen, zoals de Syrisch-orthodoxen, het multiculturele karakter van het Oosten verloren is gegaan. De regio waar volkeren elkaar in evenwicht hielden. Die oorspronkelijke situatie zou voordeliger geweest zijn voor de beheersbaarheid van het probleem van de Koerden dan de huidige.
Want nu is het Oosten, oorspronkelijk Armeens gebied, inderdaad helemaal Koerdisch geworden en kan het zich als Koerdistan opstellen in of tegenover Turkije. De Koerden laten zich hun land niet meer afnemen, natuurlijk niet in de praktijk, maar ook niet in theorieën over de oorspronkelijke bezitters van het land. Daar ligt het belang van de kwestie van de met de Armeense vlag zwaaiende groep Armeense toeristen. Dat gedrag is geen onschuldig plagerijtje. Niet alleen omdat men dit doet in traditioneel Armeens gebied, maar ook omdat men daarmee een recht claimt op dit land. Armeense organisaties in het buitenland hebben nostalgisch-utopische dromen over een 'Groot-Armenië’. Eigenlijk is Oost-Turkije nog van hen. Er lopen verder nog genoeg Armeniërs rond met een eigendomsbewijs van hun voorvaders van een boerderij in de buurt van Van. Het minste wat ze willen is een financiële 'Wiedergutmachung’. De Turkse regering ontkent alleen al daarom de Armeense genocide: ze weet niet wat haar aan claims boven het hoofd hangt wanneer ze die zouden erkennen. En wil dat ook vooral niet weten. Die claims bedreigen ook heel direct de rust en vrede in Turkije, met name in het Oosten.
Die vrolijke hotelbezitter vindt dat die Armeense toeristen rustig met hun vlag mogen zwaaien, wordt prompt agressief als ik hem zeg dat zij zijn land misschien claimen. 'Laten ze dat maar eens proberen! Wij geven ons land nooit meer terug!’ zeggen de Koerden.
Theoretisch worden de historische Armeense claims in een soort Koerdisch-Armeense synthese gemasseerd. Als we op de resten van een Armeens dorp in de bergen stuiten, corrigeert mijn gids mij over 'oorspronkelijk Armeens gebied’: 'Dit gebied was oorspronkelijk van de Armeniërs en de Koerden samen. Toen kwamen de Engelsen en die zeiden dat het van de Armeniërs was. Maar we hebben gevochten bij Çanakkale!’ Een helemaal niet correcte, maar wel sprekende samenvatting van de laatste decennia van het Ottomaanse Rijk met typisch Turkse trekjes. Eigenlijk, zo zegt dit verhaal, zijn de buitenlanders schuld aan alle ellende. Turken, Koerden, Armeniërs en andere christenen, en ook joden, leefden vreedzaam samen, maar door gestook van buitenlanders werden zij tegen elkaar opgezet. Vervolgens wordt een band met de Turken geclaimd, en dat wel terecht, door te zeggen dat de Koerden samen met de Turken gevochten hebben tegen de buitenlandse machten, tegen Griekenland opgejut door de Engelsen, in de Bevrijdingsoorlog van 1922. Turken en Koerden samen hebben inderdaad de buitenlanders verdreven na de Eerste Wereldoorlog in een oorlog waarin de christelijke groeperingen, net als tijdens de Eerste Wereldoorlog, als onbetrouwbaar golden. Een mooi verhaal dus van mijn gids, waarin de Armeniërs als oude vrienden neergezet worden, alleen misleid door de Engelsen. Ook de Turken zijn daarin vrienden, omdat ze samen gevochten hadden voor het land dat voorgoed van hen is en niet van de Armeniërs.

de turken geven, volgens hetzelfde typisch Turkse scenario van 'Het ging toch allemaal goed, nu gaat het slecht, wie zit hier te stoken?’ soms, heel verrassend, de Armeniërs de schuld van de Koerdische claim op Turks grondgebied. Dan zijn zíj, voor de Turken, de stokers in de oorspronkelijk vreedzame relaties tussen Turken en Koerden. Mijn hotelbezitter Hasan verbaast zich erover dat hij door de Turkse politie eens voor 'Armeniër’ is uitgescholden. Nu is 'Armeniër’ in het hedendaagse Turkije een algemeen scheldwoord voor een verraderlijk type. Maar, zo probeer ik Hasan duidelijk te maken, er kan meer achter zitten. Er lopen in Turkije en Nederland Turken rond die menen dat de Armeniërs achter de pkk zitten. Deze mensen gaan ervan uit dat de Armeniërs in Oost-Turkije niet grotendeels verdwenen zijn en bijvoorbeeld door huwelijk totaal geassimileerd zijn. De overgebleven Armeniërs in het Oosten, niet die in Istanbul, kregen indertijd een Turkse naam en in hun paspoort stond als religie aangegeven 'islam’, waardoor de weg naar het huwelijk met de islamitische Koerden mogelijk was. Van de weinig overgeblevenen zijn velen zo inderdaad uiteindelijk geassimileerd. Maar volgens de mensen die menen dat de Armeniërs achter de pkk zitten, zijn vele Armeniërs helemaal niet verdwenen en hebben zij zich voor de schijn geassimileerd. Onder die schijn broeden zij nog steeds op wraak tegen Turkije en het resultaat daarvan is de pkk. Dan luidt de conclusie: 'Turkije heeft helemaal geen Koerdenprobleem, Turkije heeft nog steeds een Armeniërprobleem.’
Als ik Hasan dat vertel, kijkt hij me ongelovig aan en zegt dat dat totaal niet klopt. Inderdaad, de moord en de assimilatie hebben hun werk gedaan. Als je mensen in het Oosten vraagt: 'Zijn hier nog Armeniërs?’ krijg je als antwoord: 'Hier en daar nog een paar families in een paar dorpen.’ Dat weten ze in het Oosten, maar daarbuiten kunnen spookverhalen de ronde doen. In een dorp in de buurt van Tatvan en Bitlis leven inderdaad nog een paar Armeense families, traditioneel, tegen een soort belastingbetaling onder de bescherming van een Koerdische landsheer die ervoor garant staat dat hun niets overkomt. Zij maken hun identiteit slechts in de kleine kring van vrienden, de dokter, de veearts, de onderwijzer, bekend. Zij claimen niets meer. Wel komen in de zomer veel Armeniërs uit Istanbul, waar er nog zo'n vijftigduizend leven, naar de dorpen waarin zij oude wortels hebben. Misschien behoorden de vlagzwaaiers daartoe, misschien waren het Armeniërs uit het buitenland.

koerden hebben zich dus resoluut en met stijgend zelfbewustzijn genesteld in oud Armeens gebied dat ze nu trots Koerdistan noemen. Dat houdt helemaal niet in dat zij, zoals de Turken vrezen, zich willen afscheiden. Natuurlijk hoor je die verhalen van een vereniging van alle Koerden uit Rusland, Iran, Irak, Syrië en Turkije. Maar het merendeel steunt die opvatting niet. Er is regionaal verschil. De buurt van Urfa geldt als 'zacht’ en geassimileerd, mede misschien door het grote aantal Arabieren. In de buurt van Diyarbakir en Van stelt men zich strijdbaarder op, maar ook daar heeft al veel assimilatie plaatsgevonden. Wat dat betreft is de Koerdische identiteit totaal niet duidelijk. Men komt op voor recht op eigen taal, maar menige Koerd en pkk'er, binnen en buiten Turkije, spreekt thuis Turks met de kinderen en bewaart het Koerdisch voor het gesprek met zijn vrouw en met familie. Een Europese vrouw die uit pure liefde voor haar politieke banneling Koerdisch wilde leren, kreeg van hem te horen: 'Leer maar Turks, dan heb je ten minste wat te lezen!’ Daarin proef je de onzekerheid van de intellectueel over het onontwikkelde karakter van de Koerdische taal.
Voor sommigen is 'Koerdisch’ dus eerder een politieke dan een culturele identiteit, op grond waarvan men toch het land claimt. Onder de gewone mensen hoor je veelal de wens dat het onderwijs in de eigen taal gegeven wordt, dat de steden en straten hun oude Koerdische namen krijgen. De Frieslandoptie als het ware. Misschien federalisme.
Ook de islam kwam naar voren als argument tegen afscheiding: 'Wij willen geen afscheiding, want we zijn allemaal moslims en als moslim maken we geen onderscheid tussen Koerden en Turken!’ Weer een paradox van het moderne Turkije. Men doet een beroep op de moslimidentiteit juist in een seculier land dat zichzelf in politiek opzicht niet als een moslimland begrijpt. De islam bepaalt ook de voorkeur van Koerden voor de huidige akp-partij. Maar als je met iets de Turkse nationalisten op de kast kunt krijgen, dan hiermee. Want zij willen niets weten noch van islam noch van etniciteit. De akp durft het echter aan om beide kaarten uit te spelen en verdient daarvoor de prijs voor vernieuwing in de Turkse politiek. Want erkenning van de Koerden is het behoud van Oost-Turkije voor Turkije.
Wat dan te doen met de Armeniërs?

dat het oude Armeense Oosten nu van de Koerden is, maakt het voor de Turkse regering extra moeilijk de Armeense genocide te erkennen. Ze zou daardoor de pas iets verbeterde verhouding met de Koerden grondig verstoren. De Koerden zijn inderdaad ook zo ver dat de schanddaden die de Armeniërs zijn aangedaan bespreekbaar zijn, zo lijkt het. Maar één ding staat voor hen vast: nu is dit land van ons en het heet Koerdistan. Daarvan wordt niets teruggegeven. Wil het ook nog Turks blijven, dan moet de Turkse regering voorzichtig opereren.
Nostalgisch-utopische verwachtingen van Armeense kringen over de hele wereld kunnen door de Turkse regering natuurlijk niet gehonoreerd worden. Buitenlandse regeringen die menen dat Turkije de Armeense genocide moet erkennen, zouden daaraan vast kunnen knopen dat Armeense eisen als 'Ons land terug!’ irreëel zijn. Dat zou de Turkse pijn in elk geval verzachten. Ook zou er duidelijkheid verschaft moeten worden over de vraag in hoeverre financiële Wiedergutmachung na zoveel jaren nog geclaimd kan worden. Die duidelijkheid zou geruststellend werken en een Turkse erkenning van de genocide kunnen vergemakkelijken.
En de oude Armeniërs in Turkije? Zij zijn de eerste belanghebbenden bij een oplossing van de Armeense kwestie. Niet de Republiek Armenië, noch hun migranten in Turkije, noch de Armeense verenigingen in het buitenland. Hun aanwezigheid in Turkije zou op een nieuwe manier gehonoreerd moeten worden door een publieke verzoeningspolitiek.
Daardoor wordt heel Turkije het land van alle Turkse staatsburgers, Koerd, Turk, of Armeniër.

Gerrit Steunebrink doceert godsdienst- en cultuurfilosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen