Ons nieuwe front

De afgelopen week zijn we zeer zorgvuldig op de hoogte gehouden van wat er in Boston is gebeurd. Na de bomaanslag op de marathon, de algemene ontzetting, totale mobilisatie van de politie, identificatie van de daders, arrestatie, de uitbarstingen van vreugde bij de burgerij, enzovoort.

Het begon te lijken op een draaiboek achteraf. Dat wil zeggen, het drama is voorspelbaar. Alsof hij dat wilde bevestigen liet begin deze week een anonymus weten dat hij een schietpartij zou aanrichten op een school in Leiden. Alle scholen werden gesloten; politie in hoogste staat van paraatheid. Het gebruikelijke menu werd afgewerkt, terecht natuurlijk. Twee jaar geleden hebben we de schietpartij in Alphen aan de Rijn gehad: zeventien doden. Vorig jaar de Facebook-rellen in Haren. Geen terreur, geen doden, gewoon een uit de hand gelopen bijeenkomst, aangesticht en bevorderd door de sociale media. Maar wel een zware verstoring van de openbare orde. En dan hebben we Karst Tates met zijn aanslag op Koninginnedag 2009. Vaderlandse geschiedenis.

De moderne aanslag volgt meer en meer een vast patroon. En toch, telkens als het drama zich herhaalt raken we in schrik en ontzetting. Met Tsjetsjeense terroristen hebben de Russen ruime ervaring. Sinds 1990 hebben ze aanslagen gepleegd op treinen en vliegtuigen en een bom in een rockconcert laten ontploffen. En nu terreur in Boston. Op zo’n manier wordt Tsjetsjenië nooit van het Russisch gezag bevrijd. Eén aspect van de moderne terreur is de tragische vergeefsheid; het andere de reacties van verrassing en ontzetting.

In 1985 werd het Italiaanse cruiseschip de Achille Lauro door Palestijnse terroristen gekaapt. Tenslotte werd de invalide joods-Amerikaanse passagier Leon Klinghoffer in zijn rolstoel overboord gereden. Natuurlijk wekte dat diepe verontwaardiging, maar dat helpt niet tegen terreur. Toen is het pas goed begonnen. De voorlopige climax is 9/11, de verwoesting van de Twin Towers. Een paar dagen later schreef de Amerikaanse columnist William Pfaff in The New York Times dat terreur een aspect van het dagelijks leven zou blijven zolang de Palestijnse kwestie niet was opgelost. Intussen zijn we bijna twaalf jaar en twee oorlogen verder. De terreur heeft zich tot een algemene strijdwijze ontwikkeld. In onze ogen is het een laffe manier van verzet. Bij verrassing maakt de aanvaller een groot aantal nietsvermoedende onschuldigen tot slachtoffer en het doel van de terreur wordt niet bereikt.

Maar de terreur heeft nog een ander aspect. Het is een manier om de aandacht van de wereld op een ‘zaak’ te vestigen. Welke dan ook. Terreur is ook gewelddadige reclame. In dit opzicht krijgen de terroristische aandachttrekkers het steeds gemakkelijker. Een van de beste manieren om dit doel te bereiken is het verstoren van wat we noemen het evenement. Over het algemeen is een evenement een geweldige gebeurtenis waar tienduizenden bij willen zijn. Belangrijke wedstrijden, kunstmanifestaties, vaderlandse feestelijkheden, rouwplechtigheden, alles wordt omgebouwd tot een ‘groots evenement’, en daarbij zijn natuurlijk alle media aanwezig. Behalve het grootste volksvermaak wordt het evenement op die manier tot het potentiële operatieterrein voor het terrorisme. Het evenement is tot frontgebied geworden.

Hetzelfde geldt voor publieke gebouwen. Ook daarmee hebben we al lang ervaring. In april 1995 liet de ongeneeslijk verongelijkte veteraan Timothy McVeigh een autobom ontploffen bij het regeringsgebouw van de staat Oklahoma. Resultaat 168 doden. In april 1999 openden twee leerlingen van de Columbine Highschool het vuur op hun medeleerlingen, vermoordden zodoende twaalf studenten en een leraar en schoten daarna zichzelf dood. Ontzetting in de hele wereld. Michael Moore heeft er een beroemd geworden film over gemaakt, Bowling for Columbine, en Tim Krabbé heeft er een boek over geschreven, Wij zijn, maar wij zijn niet geschift.

In de afgelopen dertig tot veertig jaar is de openbare ruimte in het Westen meer en meer tot frontgebied geworden. Aan de ene kant staat het groeiend leger van de miskende, mislukte, verongelijkte individuen die hun revanche willen. Door de algemene toegankelijkheid van internet worden ze in hun gevoel van macht gestimuleerd. Het is nu mogelijk de machtigste mensen ter wereld te laten weten dat je lak hebt aan hun macht. Dat bewijs je met een flinke scheldpartij en desnoods een doodsbedreiging, terwijl je zelf in je anonimiteit onkwetsbaar blijft. Bekijk een paar websites en laat de bloeddorst op je inwerken.

Aan de andere kant zien we de toename van het aantal doelen voor de massa der verongelijkten. Dat komt door de ontwikkeling van de media­cultuur. Een halve eeuw geleden had je nog geen celebrities, Bekende Nederlanders. Nu wemelt het ervan. De grootste evenementen waren destijds de voetbalwedstrijden waar niemand werd doodgetrapt. Nu is iedere massabijenkomst een evenement. Door de crisis groeit het aantal miskenden met de dag. De fronten worden langer; het langste hier op 30 april. Wat kunnen we doen? Nog meer politie sturen en hopen dat het goed afloopt.