Ons omroepbestel is ziek

Wanneer je beweert dat de media ‘te links’ zijn of juist ‘te rechts’, dan zie je altijd dat men met een lijst met namen komt aanzetten waaruit het tegendeel moet blijken. ‘We hebben Wilders uitgenodigd, maar die wilde niet en ook Fleur Agema en ook Femke Halsema en Pechtold, we zorgen juist voor een evenwichtig beleid.’
Dat is ook meestal zo. Alleen zit het teveel aan links of rechts niet in de personen. Het zit in de manier waarop je mensen ondervraagt. Als ik aan Wilders de vragen stel: ‘Gelooft u in God? Wat betekent het jodendom in uw leven? Zegt de figuur van Jezus u iets? Heeft Pasen voor u nog enige betekenis? Wat denkt u bij het woord vergeving?’ – dan heeft dat interview een totaal andere kleur dan wanneer ik vraag: ‘Zijn er niet veel méér overeenkomsten tussen u en Hitler dan tussen de Koran en Mein Kampf? Zijn mohammedanen volgens u niet net negers die geen opleiding hebben gehad? Zou u voor de doodstraf zijn als het buitenlandse criminelen betreft?’ Et cetera, et cetera.
Ikzelf vind de media niet zozeer ‘te links’ als wel ‘erg christelijk’ (wat bijna hetzelfde is als links, vermoed ik) maar het kan mij niets schelen. Christelijk zijn ze omdat de vraagstelling vaak een moreel oordeel velt over een onderwerp: ‘Mijnheer Koenders, hebben wij ook niet de morele plicht om Zimbabwe bij te staan?’ Misschien een goede vraag, al interesseert het antwoord mij niet. Een rechtse journalist zou misschien vragen: ‘Mijnheer Koenders, is het nog wel verantwoord geld in ontwikkelingshulp te steken?’
Morele vragen zijn momenteel populairder dan zakelijke vragen. Maar dat verandert wel weer. Ook bepaalde vragen – zo heb ik in de loop der jaren gemerkt – zijn aan mode onderhevig.
Toch merk je nu iets interessants.
De christelijke omroepen (KRO, EO, NCRV) stonden destijds door ons merkwaardige mediabeleid voor een vreemde, bijna paradoxale opgave: ze moesten hun ‘identiteit’ bewijzen en tegelijkertijd kijkcijfers scoren. De vraag: ‘Maar wat nou als mijn identiteit niet kijkcijferwaardig is’ kwam domweg niet aan de orde.
Toen gebeurde er iets interessants. Want wat is het typisch katholieke dat echt scoort, of het typisch NCRV-achtige, of het typisch EO-achtige? Of wat is typisch Vara aan De wereld draait door?
Ik weet dat zowel bij de Vara als bij de KRO, EO en NCRV regelmatig hoofdredacteuren ‘meedenken’ en zeggen: ‘Er moet nu weer eens een typisch Vara-onderwerp (of, vul maar in, KRO, NCRV of EO) in.’ En dan mag Felix Rottenberg weer eens komen opdraven, of Marco Borsato met een goed doel of mag Dominee Abeltje iets vertellen over vergeving of de zondeval.
Maar verder loopt het allemaal door elkaar.
Daarom kan bijvoorbeeld Maarten van Rossem bij de NOS, de Vara en de EO zitten. Daarom kan eigenlijk alles bij elke omroep, als er maar ‘ergens’ een kleurtje van de eigen omroep in zit.
Tegelijkertijd gebeurde er iets anders. Journalistiek is een vak. Hoe beter de vraag is die je stelt, hoe beter het antwoord is dat je krijgt. Wat je nu merkt, is dat op een hoog niveau van journalistiek het niets uitmaakt voor welke omroep het nu eigenlijk is – en dus gaan daardoor alle omroepen op elkaar lijken.
Toch is ons omroepbestel ziek. Het is log, niet creatief en oneerlijk. De staat subsidieert zuilen en stelt zich met de Ster op als reclamebureau. Niemand zal echter iets aan die omroepwet doen. De KRO en de NCRV zijn nog te veel bij het CDA betrokken, de Vara nog te veel bij de PvdA. De lobby’s om de omroepwet zo te laten zijn nog te groot. Het bestel moet nog meer in verval raken, wil het veranderen. Dat men journalistiek steeds meer naar elkaar toe groeit zal hieraan bijdragen.
Het zal alleen nog lang duren.