Interview: Sweder van Wijnbergen, econoom

Ons racisme schaadt de economie

Econoom Sweder van Wijnbergen heeft forse kritiek op het huidige kabinet: de ministersploeg wil erg veel veranderen en creëert met radicale uitlatingen onrust. Maar waar het aankomt op doordacht beleid en werkelijk begrijpen van de onderliggende economische werkelijkheid schiet het kabinet-Balkenende te kort.

Voor een econoom als Sweder van Wijnbergen, die moeilijk kan toekijken hoe anderen beslissen en bijna overal een mening over heeft, is het tweede kabinet-Balkenende een lastige tijd. Na een promotie in de Verenigde Staten, dertien jaar werk bij de Wereldbank, waar hij eindigde als hoofd van de Oost-Europa-afdeling, en vijf jaar als hoogleraar aan de London School of Economics is de baron uit de socialistische stal nu al weer acht jaar in Nederland. Daarvan werkte hij de eerste twee jaar als secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken en daarna als ondernemer bij het door hemzelf opgerichte bedrijf Infomedics. Bovendien is hij (deeltijd-)hoogleraar staatshuishoudkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In die laatste functie analyseert hij de nieuwe Nederlandse samenleving. Hij wordt er niet vrolijk van.
Tijdens een gesprek in een kantoortoren van de economiefaculteit met dramatisch uitzicht op de stad loopt Van Wijnbergen leeg over het kabinetsbeleid: van het economische opportunisme van vice-premier Gerrit Zalm tot de onbegrijpelijke angst voor Azië, van de rampzalige onderwijspolitiek tot het «racistisch beleid» van staatssecretaris Verdonk, van de lege hervormingsagenda van Balkenende II tot de ondoordachte WAO-hervorming. Telkens keert zijn centrale punt terug: de ministers ploeg wil erg veel veranderen en creëert met radicale uitlatingen onrust. Maar waar het aankomt op doordacht beleid en werkelijk begrijpen van de onderliggende economische werkelijkheid schiet het kabinet-Balkenende te kort.

U hebt zulke harde kritiek geuit op het economische beleid van Balkenende II dat het lijkt alsof u meent dat het kabinet de economische groei in Nederland opzettelijk saboteert. Klopt dat?
Sweder van Wijnbergen:
«Met zo’n omschrijving kom je een heel eind in de goede richting. Het is namelijk niet de eerste keer, er zit een patroon in. Gerrit Zalm heeft het al twee keer eerder gedaan. Je begint na de verkiezingen heel overdreven te snoeien en onheilsboodschappen te brengen, want je hoeft de kiezer toch vier jaar niet te zien. Tegen de tijd dat er verkiezingen komen, is het dal waarschijnlijk voorbij en kun je zeggen: ‹Ik trof puinhopen aan, en kijk nu eens wat ik allemaal gedaan heb.› Het is in 1994 gebeurd, het is in 1998 gebeurd en in 2002/2003 opnieuw.
Ik denk dat het paarse kabinet in 1994 echt geloofde in een crisis. Toen ging het ook echt slecht. Maar in 1998 zat ik in Den Haag (als secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken – RvdH) en werd er in de Tweede Kamer en eromheen openlijk gezegd: ‹Nu de hakbijl erin, want dan kunnen we over vier jaar cadeautjes uitdelen.› En dat is ook gelukt. Het is het model-Zalm: een politieke businesscyclus creëren. Vanuit de natuur van politici is het heel begrijpelijk, want het geheugen van de kiezer is kort. Maar het valt zelfs buiten Nederland op dat de budgetten voor de verkiezingen altijd te expansief zijn. In 1998 heeft het IMF zich daar bijvoorbeeld negatief over uitgelaten.»
Zal er zo negatief worden teruggekeken op de dertien of mogelijk zeventien jaar die Gerrit Zalm minister van Financiën zal zijn?
«Ja. Hij is er niet in geslaagd de overheids financiën te saneren. Hij was maar aan het tetteren over het overheidstekort van Italië, maar ondertussen schond hij zelf de belangrijkste regel van het stabiliteitspact: streven naar een structureel tekort van nul. Zalm zal het predikaat krijgen van een te politieke minister van Financiën. Te veel het uitdeel-bezuinigingsspelletje spelen en de middellange termijn vergeten. Uit electorale overwegingen probeerde hij de conjunctuur uit te buiten, maar in praktijk heeft hij de conjuncturele ellende versterkt. De oververhitting van de economie in 1998 was onnodig sterk doordat Zalm er een zwiep achteraan gaf, nu wordt de recessie versterkt en gerekt door onverantwoordelijk bezuinigen. Je hoeft niet te geloven in actieve stabiliseringspolitiek om dit wel erg dom te vinden.
Overigens zal het niet tot zeventien jaar komen, want ik denk dat de coalitie het in 2007 niet haalt. Het is intussen erg lastig om aan te geven waar D66 voor staat, en VVD en CDA staan beide in de min.»
En als er dan een coalitie met de PvdA komt, hebt u dan interesse in Zalms baan?
«Die vraag is totaal niet aan de orde. Voor lopig zit Balkenende II er nog en moeten er ook nog verkiezingen gewonnen worden.»

A_ls de situatie nu gelijk is aan die na 1994 en 1998, waarom is er dan zo veel meer onrust?
Sweder van Wijnbergen:_ «Ik denk dat je dat in hoge mate kunt wijten aan een ongebruikelijk onhandige minister van Sociale Zaken, die echt heel stomme dingen doet en heel halsstarrig is. Hij zoekt veel onnodige problemen en doet dingen die averechts werken. Een voorbeeld van het eerste is de hele aanloop naar de demonstratie op het Museumplein in Amsterdam. Ik kon aan buitenlandse collega’s nauwelijks uitleggen waar nou de meningsverschillen lagen tussen de vakbeweging en de minister. Die vut zou er toch al uitgefinancierd worden en in 2007 afgelopen zijn. Het lijkt me duidelijk dat het kabinet opzettelijk de confrontatie met de vakbeweging wilde uitlokken.
Een voorbeeld van het tweede is de aanpak van de WAO. Er is besloten: ‹Er moet iets gebeuren met de WAO.› Tja, daar zijn we het allemaal over eens, er zitten te veel mensen in en de instroom moet omlaag. Maar dat voltrekt zich nu al in hoog tempo, na de hervormingen van Paars II: sinds 2000 is de instroom gedaald van honderdduizend nieuwe WAO’ers naar zestigduizend per jaar, en het Centraal Planbureau verwacht dat dit bij ongewijzigd beleid nog verder zal dalen tot veertigduizend. Bovendien heb je ook de herkeuringsoperatie, die nog een opschoning zal opleveren. Je moet je afvragen waarom het kabinet net nu de hele zaak overhoop wil halen terwijl het al hard de goede richting op gaat.
Vervolgens gaat het kabinet iets verschrikkelijk doms doen. Er komt een nieuw systeem dat alles onnodig duur zal maken en alle financiële prikkels gaat weghalen die de verlaagde instroom veroorzaakt hebben. Allereerst schaft het kabinet de strafmaatregel af voor bedrijven die veel mensen de WAO in sturen. De meeste economen zijn het nou juist erover eens dat die maatregel effectief was, omdat bedrijven moesten proberen iets te doen aan langdurige ziekten onder werknemers. Daarbij gaat de uitkering voor volledige WAO’ers omhoog naar 75 procent, wat me niet de manier lijkt om het onaantrekkelijker te maken. Ten slotte wordt iedereen die voor minder dan zeventig procent afgekeurd is, weggeschoven naar een particulier opgezet verzekeringssysteem. Je krijgt twee parallelle organisaties, dus meer papierwerk. De collectieve en particuliere organisaties gaan proberen mensen bij elkaar onder te brengen. Maar het ergste is wel dat de verzekeraars om met elkaar te kunnen concurreren een buffer moeten opbouwen. Dat kunnen ze alleen doen door in ieder geval in de aanvangstijd – minimaal vijf jaar! – dubbele premies te vragen. De extra kosten daarvan worden geschat op tien tot vijftien miljard, en dat alleen door onnodige en ondoordachte introductie van het marktmodel bij een verplichte verzekering. De UWV, die de WAO nu uitvoert, hoeft niet te concurreren, heeft daarom geen risico van klantenverlies, heeft geen buffer nodig en is dus veel goedkoper. En om straks de UWV gelijk te trekken met de particuliere spelers moet de UWV arbitrair vijftig procent op zijn premies zetten. Omdat het systeem slecht is, moet de goedkoopste maar duurder! Het is echt waanzin. Alles bij elkaar zit er voor lange tijd financiële schade aan te komen in plaats van financiële winst.
Het is typerend voor een ministersploeg die zijn prioriteiten wel goed op orde heeft, maar dan ophoudt met denken en domme dingen doet. Bij alles is het argument steeds: ‹Harde ingrepen zijn nu eenmaal altijd onprettig›, en daarmee is het debat dood. Maar de voorstellen zijn vaak gewoon slecht. Marktwerking introduceren is in principe goed, maar niet overal en niet zonder nadenken.»
De «noodzakelijke hervormingsagenda» waar Balkenende over spreekt, wordt verkeerd uitgevoerd?
«Die ‹agenda› is een en al oppervlakkige retoriek. Om te beginnen is er helemaal geen ‹noodzaak› voor harde sanering van het Nederlandse model, want het gaat helemaal niet zo slecht met Nederland, al heeft het kabinet de afgelopen jaren zijn best gedaan om die indruk te wekken. Daarbij suggereert de term ‹agenda› duidelijke prioriteiten en een samenhangend pakket maatregelen. Die prioriteiten zijn er, het pakket maatregelen is er niet – het is eerder een hoop stomme dingen.
Wat de somberheid over Nederland betreft: het is als met het Nederlands elftal. Als je eruit vliegt in de halve finale van het EK wordt de coach nog met smaad weggestuurd. Maar winnen ze een keer van Schotland, dan worden we meteen wereldkampioen. Vijf jaar geleden kon het niet op en vertelden we overal hoe het moest. Nu gaat het wat minder en meteen gaat alles mis als we niet alles dramatisch omgooien. Maar er is niets wat suggereert dat we in vijf jaar van wereldleider naar vuilnisbak zijn gegaan. Nederland is een rijk land. Onze arbeidsmarkt werkt beter dan vijftien jaar geleden, de Nederlandse Mededingingsautoriteit heeft verbeteringen afgedwongen op productmarkten. Onze productiviteit, de basis van economische groei, staat er helemaal niet zo slecht voor als wel wordt gezegd. Het lage groeicijfer wordt veroorzaakt doordat laaggekwalificeerden – die economisch gezien minder productief zijn – massaal aan het werk zijn gegaan in de jaren negentig. Dat is alleen maar positief. Je kunt de relatieve productiviteitsdaling als welvaartsstijging bijtellen: ze doen nu in elk geval iets, de productiviteit van niet werken is nul.
Als je het – inderdaad lage – productiviteitsgroeicijfer voor dit soort factoren corrigeert, zoals de OESO recent deed, loopt Nederland netjes mee met het EU-gemiddelde, en loopt Europa helemaal niet zo ver achter op de VS. We lopen in ieder geval enorm voor op China en andere grote groeiers in Azië. Voor economen is het onbegrijpelijk dat Balkenende dingen roept als: ‹We worden voorbijgestreefd.› Economie is geen race waarin de winnaar alles krijgt en de verliezer niets. De groei in Azië is voor ons een enorme kans, voor handel en investeringen, we kunnen aan de Chinese groei goed verdienen. Met structurele productiviteit heeft het Aziatische wonder overigens weinig te maken: de groei ligt eenvoudigweg aan massa’s mensen die van het platteland de industrie in stromen en daarmee in één klap drie, vier keer zo productief worden. Die omslag kun je maar één keer maken. Dat hebben wij, de Amerikanen en de Japanners al gedaan. Maar er zit niets bedreigends in als dat nu in China gebeurt. De structurele economische groei moet komen van innovatie en daar is China voorlopig juist slecht in. Het is ook onbegrijpelijk dat het kabinet er niets meer aan doet dan het Innovatieplatform oprichten, een babbelclub waar alleen over uitvinden wordt gewauweld, hoewel innovatie niet iets bedenken is, maar iets doen.»

V_oor de Nederlandse economie is dus er geen wolkje aan de lucht?
Sweder van Wijnbergen:_ «Structureel zie ik het positief in, al zijn er wel een paar problemen. Die zijn echter aan te pakken, al volgt het kabinet in een aantal zaken de verkeerde strategie. Het eerste structurele probleem is de vergrijzing. Een pensioencrisis zie ik niet ontstaan, Nederland kan die beter vermijden dan andere Europese landen. De vut wordt terecht aangepakt en de pensioenleeftijd zal onvermijdelijk omhoog moeten. Daarin heeft het kabinet gelijk. En ook het relateren van pen sioen aan middelloon helpt, dan kunnen ouderen een stap terug doen zonder hun pensioen om zeep te helpen. Dat neemt niet weg dat het onrustbarend is dat de pensioenen steeds meer particulier en individueel moeten worden gefinancierd. In plaats van, zoals vroeger, verspreid te zijn over verschillende generaties, werkgevers en burgers komen de risi co’s steeds meer individueel en alleen bij de laatsten te liggen. Dat is duurder: we weten uit buitenlandse ervaring dat geïndividualiseerde pensioensystemen altijd veel duurder zijn dan de collectieve regelingen die we nu hebben. Het probleem dat de ratio werkenden-gepensioneerden daalt, los je niet op door van het collectieve systeem af te stappen.
Ik zie de vergrijzing vooral als een arbeidsmarktprobleem, waar een aantal maatregelen voor moet komen. Maar als je de bestaande problemen op de arbeidsmarkt oplost, ben je al een heel eind in het ondervangen van de vergrijzing: de te grote WAO, en de te lage arbeidsparticipatie van ouderen, vrouwen en allochtonen. Het kabinet probeert nu de ouderen aan het werk te houden, hoewel Remkes daar weer dwars tegenin gaat door zijn ambtenaren allemaal op hun vijftigste naar huis te sturen. Het probleem met vrouwenparticipatie wordt alleen erger nu het kabinet bezuinigt op kinderopvang. En de participatie van allochtonen zal alleen dalen door de dramatische onderwijshervormingen en doordat er minder geld komt voor taalonderwijs. Het Sociaal Cultureel Planbureau stelt: allochtonen gaan met twee jaar taalachterstand het onderwijs in en komen er met twee jaar achterstand uit. Dat blijft dus zo.
Daarmee kom ik bij het tweede structurele probleem, dat veroorzaakt is door slecht beleid: de bezuinigingen op het onderwijs, en de lage prioriteit die het krijgt. Het is echt zagen aan de stoelpoten van je beschaving. Eerst kreeg je Ritzen, die elke paar jaar een nieuw model bedacht dat van top tot bodem ingevoerd moest worden. Daarop de dramatische theoretisering van het vakonderwijs in het vmbo door Netelenbos, die het beroeps onderwijs afschafte; de afgelopen jaren bleven de bezuinigingen maar komen.»
Als Netelenbos dit leest, zal ze zeggen: Van Wijnbergen moet het weer op mij schuiven. (Zij voelde zich bij de parlementaire enquête naar de Betuwelijn onterecht door Van Wijnbergen beschuldigd – RvdH)
«Dat zal wel, maar haar onderwijsbeleid is veel schadelijker geweest dan de Betuwelijn. Daar had ze er van mij twee van mogen aanleggen als ze haar handen van het vmbo had afgehouden. Het praktijkonderwijs veranderde door haar van een plek waar allochtonen met een taalachterstand konden leren hun brood te verdienen met hun handen, tot een plaats waar zij struikelen over de theorievakken. Met voorspelbare gevolgen: een hoge uitval onder allochtonen, die de laatste jaren massaal op de arbeidsmarkt zijn gekomen zonder diploma – tot vijftig procent onder jonge allochtonen in de Randstad. Dat worden permanente werk lozen. Een drama van enorme omvang, dat geen prioriteit is omdat politici hun kinderen niet op het vmbo doen. Men is nu huiverig voor wéér een grote hervorming, maar Van der Hoeven is op de goede weg met meer praktijk gericht onderwijs, al durft ze de echt radicale stap niet aan: terug naar vóór Netelenbos en naar ouderwetse beroepsscholing voor diegenen die nu struikelen over alle theorie.»
Een praktijkvoorbeeld van hoe het socialistische verheffingsideaal de situatie verergert?
«Een voorbeeld van hoe het direct kan leiden tot armoede. Want al die Marokkanen die zonder diploma de maatschappij ingaan, gaan geen vrolijk leven tegemoet. Die gaan excuses en uitvluchten zoeken, wat weer leidt tot radicalisering en onveiligheid. En het is al geen pretje meer om allochtoon te zijn. Nederland transformeert zich steeds meer tot een racistische samenleving.»
Waaruit concludeert u dat?
«Het klimaat is de laatste jaren veel harder geworden. En het kabinet toont weinig tolerantie voor iedereen die zich niet transformeert tot een gekleurde Balkenende. Je ziet het aan het wegtrekken van succesvolle en hoogopgeleide allochtonen, die zich hier niet meer welkom voelen. In de Verenigde Staten is een immigrant die een generatie in het land is een Amerikaan. Ze kennen het woord ‹allochtoon› niet eens. Terwijl voor ons een perfect geïntegreerde derde-generatie-Marokkaan nog steeds een Marokkaan is. Nederland heeft ook geen doelbewuste immigratiepolitiek, de enige significante instroom is gezinshereniging. Wij hebben in vergelijking met de VS ook nauwelijks bescherming tegen racisme. Hier mag je iemand weigeren je huis te verkopen omdat hij een Turk is. Zoiets hoef je in de VS niet te proberen.
Ik denk dat Verdonk heel onzinnig met de nieuwe spanningen in de samenleving omgaat. Ik geloof echt dat zij een racistisch beleid voert. Erover praten om Marokkaanse criminelen hun burgerrechten te ontnemen, dat is toch een aparte strafmaat voor een etnische groep? Ze lijkt radicale idioten als voorbeeld te nemen van de gemiddelde islamiet. Dat soort racisme verkoopt tegenwoordig goed. In plaats van de problemen echt aan te pakken, lijkt het kabinet in deze zaak eerder te willen koketteren met hoe radicaal het wel niet is – net als bij een aantal sociale ingrepen. Hoe meer lawaai, hoe meer ik doe, lijkt een aantal ministers te denken. Het beleid blijft achter.»
Wat zijn de economische gevolgen daarvan?
«Het groeiende racisme is economisch heel schadelijk. Etnische spanningen in landen raken altijd de economische groei. Conflict samenlevingen doen het economisch altijd slechter dan harmonieuze samenlevingen. Je jaagt talent weg, je leidt de aandacht van echte economische problemen af en het maakt je samenleving onveiliger. Dat zijn allemaal tekenen van een wegglijdende maatschappij. En ik zie daar steeds meer van in Nederland.»