Ons stenen tijdperk

De laatste dagen voor 12 september was het Nederlandse publiek hoorndol geworden van de propaganda, de hyperparaat kijkende kandidaten, de toespraken, de televisiedebatten, de interviews, de onderzoeken naar de publieke opinie. Zo gebeurt het in de aanloop naar iedere verkiezing.

Het is een spontaan gegroeid verbond tussen de politiek en de media. Geen van de partijen wil voor de andere onderdoen. Iedereen heeft alles te verliezen en zo ontstaat de democratische overkill. De duidelijkheid en de oprechtheid van de politici worden er niet door gestimuleerd. De kans is groot dat het electoraat polariseert, wat dan nog wordt bevorderd door de invloed van internet. Maar er valt niets aan te doen. We leven in een vrije wereld. En in Nederland wordt het nog betrekkelijk bescheiden aangepakt. De Amerikaanse kiezer staat op het ogenblik bloot aan het hevigste trommelvuur. Volgens de onafhankelijke website Truthout heeft de propaganda van de kandidaten in deze verkiezingen 1.875.000.000 dollar gekost. De vrijheid van meningsuiting is ons kostbaarste goed.

Toch, ondanks deze verwarring, hebben zich in de vier jaar van president Obama een paar historische ontwikkelingen voltrokken, of bevestigd. Misschien is er een eind gekomen aan het tijdperk van de grote oorlogen, de veldslagen, de massale bombardementen. Het is nog geen tien jaar geleden dat onder president George W. Bush de oorlog tegen Saddam Hoessein werd geopend met het bombardement op Bagdad. Daarvoor was het Tora Bora-gebergte in Afghanistan al op die manier onder handen genomen omdat Osama bin Laden zich daar zou schuilhouden. Ook een vergissing. Toch zijn daarmee de grote oorlogen begonnen die Amerika in deze eeuw (met onze bescheiden assistentie) heeft gevoerd. Onder het bewind van Obama is er een eind aan gemaakt. Dat is niet alleen winst, het is een noodzakelijke modernisering.

Een jaar of twee geleden brak de ‘Arabische lente’ uit, chaotische volksopstanden die in Tunesië, Egypte en Libië met het afzetten van de dictator zijn geëindigd. In Libië zijn de opstandelingen vanuit de lucht een handje geholpen door het Westen. Leading from behind noemde Obama het. Maar we mogen hem dankbaar zijn dat er niet met grondtroepen is ingegrepen. Anders waren de Amerikanen misschien in de volgende uitzichtloze grondoorlog verstrikt geraakt. Wat zou president McCain in dit geval gedaan hebben? En dan hebben we het eindeloze bloedbad in Syrië. Ook hier groeit de drang tot ingrijpen. Maar iedere militaire veldtocht vergt een strategie en tactiek. Elf jaar ervaring hebben bewezen dat het daaraan in het Westen ontbreekt. Door zijn afzijdigheid heeft Obama laten zien dat hij dit begrijpt.

Ik geef toe dat het een wat gedurfde stelling is, maar het is niet ondenkbaar dat we in deze jaren een kentering beleven, het definitieve afscheid van het tijdperk der grote oorlogen. Zeker, er zijn verbitterde tegenstellingen tussen de grote mogendheden, of de supermachten, hoe we ze ook willen noemen. Maar is het voorstelbaar dat de economische en territoriale belangen van China en Amerika zo hoog zullen oplopen dat de nu hypergeavanceerde luchtmachten elkaars steden bombarderen? Dat omvangrijke landlegers veldslagen zullen leveren? Of dat er zo’n oorlog tussen Rusland en Amerika uitbreekt? Onder de nu geldende omstandigheden lijkt die tijd voorbij.

Daarvoor zijn drie oorzaken te noemen. De grote tegenstanders zijn ook kernmachten, en meer dan een halve eeuw praktijk heeft bewezen dat de kernbom een garantie voor de vrede is. In het conflict tussen een grote mogendheid en een klein opstandig land loopt de supermacht vast in het moeras van een niet erkende nederlaag. De Sovjet-Unie in Afghanistan; Amerika in Vietnam, Irak en weer Afghanistan. En voordien was met de oorlogen van de dekolonisatie al het doorslaggevende bewijs geleverd. Nu hebben we wat dit aangaat de periode van de conclusies bereikt. Deze oorlogen zijn zinloos, ze zijn enorm kostbaar en de betrokken publieke opinie weigert verdere medewerking. Dit heeft Obama begrepen.

En dan de derde, de nieuwste oorzaak. De oorlog raakt geautomatiseerd. In Afghanistan en Pakistan gebruiken de Amerikanen drones, onbemande vliegtuigen die vanuit een basis in Amerika worden bestuurd en na een verre druk op de knop hun bommen laten vallen. Of het effectief is weten we nog niet, maar het is in ieder geval veel goedkoper. En nu wordt de oorlog ook digitaal gevoerd. Tussen Iran en het Westen met inbegrip van Israël is al een paar jaar een cyberoorlog gaande, met als inzet het Iraanse kernprogramma. Alles wijst erop dat de krijgskunde een volstrekt nieuw stadium heeft bereikt. Maar nog niet in Nederland. In 2015 gaan we eens kijken in hoeverre de JSF nog bruikbaar zal zijn.