H.J.A. Hofland

Ons willoze dorp

Volgende week hebben we vijf jaar ervaring met de oorlog tegen het terrorisme. De opperbevelhebber van de Amerikaanse hypermacht zal een grote rede houden waarin hij vrijheid en democratie roemt, ons aanspoort tot dapperheid en doorzetten, misschien waarschuwt tegen appeasement – dat heeft tegen Hitler ook niet geholpen – en verzekert dat er nog een lange weg te gaan is. Maar: we will prevail.

Ergens in een onbekende grot luistert Osama bin Laden naar de president. Hij glimlacht een beetje. Dit verhaal hoort hij nu al vijf jaar. Zal hij de opperbevelhebber van repliek dienen, zijn eigen overzicht van de toestand in de wereld bekendmaken? Wat er omgaat in het hoofd van de ondoorgrondelijke Arabier weten we niet. Misschien komt hij met zijn eigen visie.

Wat is dit voor oorlog? De eerste asymmetrische, waarin guerrilla’s de alzijdig kwetsbare westerse risicomaatschappij verstoren en in een permanente staat van angst proberen te houden? De laatste koloniale, waarin bepaalde groepen Arabieren en naties in het Midden-Oosten het Westen uit de regio proberen te verjagen? Een godsdienstoorlog, waarin de aanvaller zich tot doel heeft gesteld de islam in het Westen te doen zegevieren, mogelijk om op den duur het grote, legendarische kalifaat te herstellen? Een ideologische, tussen de democratische wereld en het islamofascisme dat een meedogenloze theocratie wil verbreiden? De fameuze ‘botsing der beschavingen’? Een in het Midden-Oosten geïmporteerde en ontspoorde revolutie die achterlijke autocratisch geregeerde landen de democratie had moeten brengen? Deze ‘oorlog tegen het terrorisme’ heeft wel een naam, maar geen definitie, en van westelijke kant geen strategie.

Vijf jaar later staat het Amerikaanse leiderschap met Britse assistentie en bescheiden Nederlandse bijstand aan het hoofd van een formidabele reeks wanprestaties en regelrechte mislukkingen. Een korte inventarisatie. Na de grote aanval kon Amerika rekenen op spontane en onvoorwaardelijke steun van de bondgenoten. Zelden was de Atlantische wereld zo saamhorig geweest. Washington verwierp alle steun, ging in Afghanistan alleen tot de tegenaanval over, behaalde de overwinning maar ondermijnde het bondgenootschap. Dat was het begin van het verval.

De sloop ging verder met de voorbereidingen tot de oorlog tegen het Irak van Saddam Hoessein. Met versierde en valse informatie werd de casus belli van de massavernietigingswapens geconstrueerd. Met de ongelooflijk naïeve theorie van de neocons dat na de snelle overwinning de democratisering kon beginnen (gefinancierd door het land zelf, uit de opbrengst van de olie) en dat het daarna als revolutionair voorbeeld voor de democratisering van de hele regio kon dienen, werd de oorlog verder aan het publiek verkocht. De strijd begon en het westelijk bondgenootschap vloog verder uit elkaar.

Afghanistan werd verwaarloosd, in Irak werden praktisch alle denkbare fouten gemaakt. Na vijf jaar zijn dit de resultaten. Volgens de beste bronnen had de oorlog aan het einde van de vorige week aan 72.265 mensen het leven gekost, van wie meer dan de helft Iraakse burgers. Het Pentagon zegt dat in Irak nu per maand ongeveer drieduizend burgers sterven. Er zijn gemiddeld achthonderd terreuraanvallen per week. In Afghanistan hebben de Taliban zich hersteld en moet de Navo meehelpen om te herstellen wat de Amerikanen verwaarloosd hebben. In Libanon heeft Israël, met Amerikaanse steun, zojuist een nog gecamoufleerde nederlaag geleden. De populariteit van de president, vijf jaar geleden op recordhoogte, is gedaald tot een historisch dieptepunt van 37 procent.

Met het geheel van de oorlog tegen het terrorisme gaat het allermiserabelst. Maar de opperbevelhebber en zijn omgeving zullen dat nooit toegeven, en nu, bij deze aanstaande herdenking, minder dan ooit. Zojuist is de campagne voor de tussentijdse verkiezingen in november begonnen, waarbij de Republikeinse macht in het Congres op het spel staat. Onderschat een Amerikaanse verkiezingscampagne niet. Het gaat er harder aan toe dan wij in Nederland ons kunnen voorstellen, zelfs nu, nu onze politieke omgangsvormen voor ons doen al revolutionair zijn veranderd.

In ieder geval houden we Bush na november nog twee jaar. Door alle mislukkingen heen is Nederland de bescheiden maar brave bondgenoot van dit Washington geweest. In de oorlog tegen het terrorisme waarvan we in eigen land allerlei gevolgen ondervinden, blijven we medeplichtig aan een Amerikaanse politiek die op alle fronten naar een mislukking voert. Is het niet de hoogste tijd dat Nederland eens over zijn buitenlandse politiek nadenkt?

Terwijl onze verkiezingen naderen, sommige politieke aanvoerders de wereldterreur willen bestrijden door een verbod op het bouwen van moskeeën hier, is het debat over onze buitenlandse politiek vrijwel verstomd. AOW! Naardermeer! Minder regeltjes! Allemaal heel belangrijk, maar intussen worden we meegesleept in een historische wereldmislukking waarin we deelgenoot zijn zonder een kik van protest. Geen spoor van buitenlandse politiek in de partijprogramma’s. In dit opperste provincialisme is onze politieke elite zwijgend en ijverig medeplichtig aan het failliet van president Bush. Doe er iets aan!