Bestuurders en politici presenteren hun zorgplannen telkens weer in termen die niet bepaald een groot vertrouwen in de medische werkvloer uitstralen. Zij willen sturen op passende zorg, doelmatige zorg, zinnige zorg, preventieve zorg, zorg op maat, terwijl de uitvoerders ervan denken: dat gebeurt allang, elke dag weer.

Die discrepantie tussen de bestuurskamer en de spreekkamer doet zich voor in alle gelederen van het zorgstelsel. Of het nou de jeugdzorg, de thuiszorg, de ouderenzorg of de ggz is, er tekent zich telkens een patroon af van verbeterplannen die vervolgens contraproductief uitpakken. Na een wetswijziging wordt de ‘winkel’ anders ingericht, vervolgens ontstaan er meer afvinklijsten waardoor zorgverleners afhaken en het risico op fraude toeneemt en er weer meer controle nodig is.

Bij de langdurige zorg is het niet anders, zo blijkt uit een onderzoek deze week in De Groene. Staatssecretaris van Volksgezondheid Martin van Rijn (PvdA) voerde in 2014 een nieuwe Wet langdurige zorg in – de zoveelste omwenteling in de zorg – omdat hij af wilde van de ‘afstandelijke en bureaucratische moloch, waar burgers met moeite hun weg in kunnen vinden’. Hij wilde de behandeling van de hulpvraag ‘persoonlijk’ maken: weer dichter bij de mensen, zodat ze de hulp krijgen die ‘het best bij hun individuele situatie past’. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (ciz) werd het schakelpunt tussen vraag en aanbod.

De conclusie na zeven jaar: het is een protocollair systeem dat niet strookt met de mooie doelen van Van Rijn. ‘Beoordelaars’ en ‘onderzoekers’ nemen onder druk van targets verstrekkende besluiten over patiënten met ingewikkelde aandoeningen, ziektes of stoornissen. Het persoonlijke contact met patiënten of familie schiet er onder tijdsdruk bij in. Fouten worden niet hersteld, waardoor zorgbudgetten onterecht worden toegekend of onthouden.

Draai al die regels de nek om en laat mensen hun werk doen

Er wordt gemorst met heel veel geld, het gaat om de verdeling van een budget van 27 miljard euro per jaar. En er wordt gemorst met mensen. Het personeelsverloop is hoog; mensen haken af omdat ze meer bezig zijn met productie draaien en targets halen dan met wat er speelt binnen een casus van die ene patiënt. ‘Je werd een soort automaat. Al die regels brengen schijnzekerheid’, zegt een ex-medewerker.

Samen werken aan gezonde zorg, luidt nu de titel van het Integraal Zorgakkoord van minister Kuipers. Zucht. Daar is weer een beleid waarvan de werkvloer denkt: dat doen we toch allang? Ze werken tegen de klippen op om een zorginfarct te voorkomen; er is te weinig capaciteit om de uitgestelde zorg in te halen die is ontstaan door de coronacrisis.

Maar de echte oorzaak ligt dieper: de al jaren voortwoekerende bureaucratie door de regels en kwaliteitsindicatoren die de zorgverzekeraars zorginstellingen opleggen en het eindeloos onderhandelen over tarieven. Er is een enorme overhead ontstaan waardoor je wel moet concluderen, na zeventien jaar marktwerking met de zorgverzekeraars als regisseur van het zorgstelsel: dit systeem werkt niet. Alle reparatiewerkzaamheden op onderdelen ten spijt, het wordt er alleen maar taaier en duurder op.

Zeker, de overbelasting van de zorg komt ook door het opeisen van onzinnige behandelingen door de premiebetalende cliënten. De hand mag best in eigen boezem gestoken worden. Maar kom als bestuurders en zorgverzekeraars nu niet met de boodschap dat we er maar vast aan moeten wennen dat niet alle behandelingen meer mogelijk zijn. Dat is géén passende zorg of zorg op maat. Er is maar een remedie tegen verspilling, frustratie en oververmoeidheid: draai al die regels de nek om en laat artsen en verpleegkundigen hun werk doen.