Film - The Legend of Tarzan

Onschuld en ideologie

De passie voor de jungleverhalen en de Mars-boeken van de Amerikaanse schrijver Edgar Rice Burroughs – ‘erb’ voor zijn vele fans – zit diep bij Max Aue, hoofdpersoon in Jonathan Littells controversiële holocaustroman The Kindly Ones.

Medium film 1

Twee voorbeelden: wanneer Obersturmbannführer Aue ergens in het midden van het verhaal een Oekraïens meisje aan de Waffen-SS overhandigt om te worden geëxecuteerd, herinnert hij zich hoe hij als kind eindeloos Tarzan-boeken las. Later, wanneer de Russen bijna in Berlijn zijn en Max’ waanzin compleet is, schrijft hij een rapport voor Reichsführer Himmler waarin hij Burroughs’ Mars-romans citeert om de nazi-rassenleer te rechtvaardigen.

Wie Tarzan en John Carter in de huidige tijd leest kampt met dezelfde botsing tussen onschuld en ideologie als bij Littell. Burroughs’ verhalen maken instincten los, in eerste instantie het verlangen in navolging van de jonge Aue om naakt door de jungle te rennen, vrij van de corrumperende invloeden van de beschaving. Maar dit avontuur eindigt in ontnuchtering – het besef dat deze romans op geen enkele manier het daglicht kunnen verdragen als het gaat om racisme en kolonisatie. Immers, ‘awestruck savages’ (Burroughs) vallen in Afrika ten prooi aan een witte god die een Engelse heer is, de belichaming van een superieur ras. Zoals de Los Angeles Times recent schreef: het is onmogelijk een Tarzan-film te maken die niet racistisch is.

Toch heeft regisseur David Yates zijn best gedaan om het plezier van het avonturenverhaal – zo evident bij Burroughs – te verenigen met een ideologie die past bij de huidige tijd. In The Legend of Tarzan reist Tarzan, uitstekend gespeeld door Alexander Skarsgard, naar Congo, aan het eind van de negentiende eeuw in bezit van Leopold II. De Belgische koning wil namelijk dat Lord Greystoke de ‘goede daden’ van het koloniale bewind met eigen ogen aanschouwt. Ex-soldaat en mensenrechtenactivist George Washington Williams (Samuel L. Jackson) gelooft daar niets van en vergezelt Tarzan op zijn reis naar Afrika. In de hoofdstad Boma blijkt dat de plaatselijke bevolking lijdt onder slavernij en terreur, georkestreerd door Leon Rom (Christoph Waltz). Om de zaken te verergeren wordt Lady Clayton gekidnapt, wat leidt tot het mooiste stukje tekst in de film, gesproken door Rom: ‘You’re Jane. He’s Tarzan. He’ll come for you.’

Hoe boeiend dit verhaal ook klinkt, het hapert in The Legend of Tarzan. George Washington Williams, die echt heeft bestaan, blijft een randfiguur, alleen goed voor comic relief. Ook weet Yates de dramaturgie niet op de rails te houden, vooral tegen het eind wanneer Jane te snel bevrijd wordt en er weinig meer op spel staat. Hier staat tegenover dat de film visueel goed te verdragen is, vooral in flashbacks over de oorsprong van de Tarzan-legende. Ook fijn is de knipoog naar klassieke Tarzan-films in de vorm van de schreeuw van de aapmens, luipaardkostuums met klauwen van staal (uit Tarzan and the Leopard Woman, 1946) en de hechte relatie tussen Tarzan en de dieren. Maar die verwijzingen houden geen stand in de ideologische razernij waarin de ruim honderd jaar oude verhalen van erb nu zijn terechtgekomen.


Te zien vanaf 7 juli

Beeld: The Legend of Tarzan, regie David Yates (Warner Bros.)