Onsterfelijke waarheid

Eind april werd in Brazilie een 29-jarige politieman tot 309 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens moord op acht straatkinderen. Zonder Wagner dos Santos overlevende van de moordpartij èn van twee aanslagen, was het nooit tot deze veroordeling gekomen. Een reportage vanachter kogelvrij glas.
RlO DE JANEIRO - Yvonne Bezerra de Mello heet ze en ze woont in een luxueus appartement met uitzicht op de baai van Rio de Janeiro. Vanmorgen is ze met haar privéchauffeur en een bodyguard naar de Avenida Atlantica gegaan, waar haar advocaat woont. Samen hebbcn ze een brief geschreven naar de president om er nog maar eens op aan te dringen dat de escuadrones de la muerte, de doodseskaders die opereren in de schoot van de politie, worden gestopt. ‘ln 1994 werden hier veertienhonderd kinderen… - hoe moet ik dat verwoorden? Schrijf maar: afgeslacht.’

Tia - zo noemen de kinderen mevrouw De Mello; tantetje - heeft dagelijks contact met de straatkinderen die in groepjes van vier à zes rondzwerven in de metropool die hen zo harteloos heeft uitgespuwd. Ze leuren, bedelen, stelen, poetsen schoenen. ’s Nachts, als de toeristen en de lokale beau monde over de boulevards van Copacabana struinen, leggen ze zich te ruste in portieken, op de straat, op het strand de plastic zak en de bus goedkope lijm steeds binnen handbereik. ,Ze snuiven om te vergeten’, zegt Yvonne. De woorden komen piepend uit haar keel; een niet verzorgde verkoudheid en oververmoeidheid hebben haar stembanden kapot gemaakt. De dokter heeft haar aangeraden om rust te nemen, maar dat wil ze niet. Niet nu het proces tegen de schuldigen van het zogenaamde Candelaria-bloedbad nakend is.
Ook vóór 1993 werden er in Rio al dagelijks kinderen doodgeschoten, maar de moord op acht kinderen die zich te slapen hadden gelegd bij de kerk van Candelaria, schokte de wereld. En zeker Yvonne. Tot dan stond ze in Brazilië vooral bekend als kunstenares en meer nog als een van de rijkste vrouwen van haar land. Ja, ze deed wel al iets met kinderen in de favella’s, de sloppenwijken waar Rio zo rijk aan is, maar sindsdien heeft ze er een fulltime job aan. ‘De kinderen hadden mijn privé-nummer’, vertelt ze. 'We hadden een duidelijke afspraak: ik wilde alleen maar gebeld worden als het echt nodig was.’ En in die eerste week van juli 1993 was het nodig. Het was al laat toen de telefoon overging in huize De Mello: 'Tia, je moet komen. Kom nu.’
Met de Hi-8 camera die haar man haar cadeau had gedaan, haastte ze zich naar Candelaria. 'Er was veel politie, geen kinderen. Die waren weggevlucht. De enige overgebleven kinderen waren dode kinderen. Ze lagen op het trottoir, hun lijkjes bedekt met plastic en canvas.’ Yvonne Bezerra de Mello kon niets meer doen dan het tafereel vastleggen op een videocassette, die ze nu in haar VHS-recorder steekt. Het onstabiele en onderbelichte beeld maakt de gruwe- lijke werkelijkheid nog schokkender. 'Het is een kopie’, zegt ze. Op aanraden van haar advocaat heeft ze de originele band opgeslagen in een bankkluis.
Nog geen week daarna werd ze voor het eerst bedreigd. Als ze niet bereid was om de cassette af te geven, zouden haar nare dingen overkomen, deelde de anonieme stem mee. Toen volgde een bedreiging per brief. Het was maar beter dat ze er het zwijgen toe deed, zo werd haar te verstaan gegeven. De derde keer was het menens.
Yvonne: 'Het gebeurde overdag, midden in de stad. Plots stond er een man voor mij, die een revolver tegen mijn slaap drukte. “Waarom heb je het ons zo moeilijk gemaakt?” vroeg hij. “Nu moet ik je afmaken.” ’ Paniek was er niet, zegt ze, want ze had verwacht dat dit ooit zou gebeuren. 'Ik zei hem: “Doe maar, dat maakt nog meer duidelijk dat julIie moordenaars zijn.” En net toen ging er een deur open en ben ik naar binnen gerend. Mijn aanvaller is er snel vandoor gegaan.’
Nog dezelfde dag heeft De Mello haar verhaal gedaan aan de kranten, aan de politie, aan de president. 'Sindsdien beperken ze zich tot nare telefoontjes.’
Ze? Yvonne raadt de vraag. 'Je weet zelf wel wie “ze” zijn. Ik moet nu gaan, anders is de onderzoeksrechter al weg.’
Het is vier uur als ze het appartement verlaat. Ik bIijf alleen achter met een Aziatische dienstmeid en een map krantenknipsels.
Candelaria was geen unicum, zo ontdek ik. Nauwelijks dertig dagen na Candela- ria was er weer een slachtpartij. In de nacht van 31 augustus 1993 viel het negende bataljon van Rio binnen in de sloppenwijk van Vigario Geral. Balans: meer dan twintig kinderen en volwassenen werden gedood. Van recenter datum - herfst 1995 - is de moord op het jongetje Iran in de wijk Lichau, in de zogenaamde favella van de vuilnisbelt. De tienjarige Iran werd doodgeschoten terwijl hij onder zijn bed zat. Hij was onder zijn bed gekropen om zijn eenjarige zusje te beschermen. Dat moet de politieman ook gezien hebben, maar volgens het onderschrift bij zijn foto in de krant heeft hij geschoten omdat hij zich bedreigd voelde.
Na anderhalf uur ben ik nog altijd niet door de lijst van namen en feiten heen. De Aziatische dienstmeid komt mij roepen. Yvonne is aan de telefoon. Ze is bij de onderzoeksrechter en ze heeft het nummer van mijn paspoort nodig. 'Het is in orde’, zegt ze. 'Morgen om tien uur kun je hem zien.’
DOWNTOWN RIO de Janeiro ligt het Casa des Testiminios, het zogenaamde getuigenhuis. Belangrijke getuigen die met de dood bedreigd zijn, worden hier in bescherming genomen door de overheid. Nu ja, bescherming; in minder dan drie jaar hebben de eskaders hier vijf kroongetuigen omgebracht. De methoden variëren. Soms wordt de getuige wegens onwillig gedrag doodgeknuppeld door zijn 'bewakers’, soms wordt vanaf belendende daken met volautomatische machinegeweren gevuurd, soms sterft een getuige zogenaamd aan een overdosis, soms ook sterft hij tout court een natuurlijke dood, zoals de parketarts officieel invult. Who cares? De getuigen die hier zitten, hebben twee dingen gemeen: ze zijn afkomstig uit de favella’s en ze zijn dwarsliggers, want ze getuigen tegen het geüniformeerde segment van het establishment.
Ik ben veel te vroeg in de straat (waarvan de naam hier niet genoemd kan worden), ik heb dus nog ruim de tijd om het exterieur van het Casa des Testiminios te bekijken. Het lijkt nog het meest op een gevangenis. De hoge muren zijn afgezet met prikkeldraad. Er is ook een uitkijktoren met daarop een wachter. Een verrekijker heeft hij niet, wel twee revolvers. Maar dat zal ik pas weten als ik - eindelijk binnen ben. Stipt om tien uur meld ik mij aan bij de blauwe poort. Het luik in het midden van de deur gaat open. Ik zie alleen maar de helft van een baret en twee groene ogen. Meer dan een kwartier blijf ik daar in kijken. Niets, niet eens onverschilligheid. Ja, natuurlijk weet hij wie Wagner dos Santos is, maar hij heeft geen weet van een eventuele bezoeker. Drie kwartier lang zal het luik niet meer opengaan.
Zoveel is zeker: Wagner dos Santos is een van de best beschermde geheimen van Brazilië. Hij is immers de kroongetuige van het Candelaria-proces.
Wagners verhaal over die bloedige dag: “s Morgens was het al begonnen. Er was wat herrie over een bus lijm. Een jongen had die gestolen van twee andere jongens. De jongens begonnen te vechten en toen kwam de politie. Iedereen kreeg slagen, ze wilden weten wie de schuldige was. De jongen die de lijm had gestolen, werd meegenomen naar de politiebus. Wat er toen gebeurde, konden we heel goed horen en zien. Die jongen werd geslagen, ze trapten op hem in, hij schreeuwde van de pijn. Niemand heeft een signaal gegeven, het gebeurde automatisch: alle kinderen gingen stenen gooien naar de politieauto. De agenten kwamen uit het busje en namen een aantal kinderen mee naar het politiebureau. Een van hen heeft daar gehoord dat er beslist werd om ’s avonds met ons af te rekenen.’
Die avond lag Wagner bovenop een krantenkiosk aan de kerk van Candelaria te slapen. Hij heeft alles gezien. Hij zag ook dat de politie hem had gezien. 'Omdat ik problemen zag aankomen, ben ik opgestaan en ben ik in de richting van de PlaÇa Maua gaan lopen, samen met een paar andere jongens. Plots reed de Chevette van de Policia Militar naast mij. Vier mannen stapten uit en grepen mij vast. Ik reageerde niet, ik was als verlamd. Eerst sloegen ze mij. toen sloegen zc op alle jongens in. Ze sleurden mij in de Chevette. Een van de agenten zat bovenop mij, hij hield zijn revolver tegen mijn hoofd en zei: ’'Je gaat eraan.” En prompt kreeg ik een kogel in mijn hoofd.’
Maar Wagner dos Santos was niet dood. hij had alleen het bewustzijn verloren. Toen hij wakker werd, lag hij op een akker langs de ringweg. 'lk zag in de verte een benzinestation. lk weet nog altijd niet hoe het mij is gelukt om daar te komen, maar ik heb het gehaald.’
Niet één, maar drie kogels waren op Wagner afgevuurd. Twee ervan werden middels een operatie verwijderd, één zit nog steeds in zijn nek. Sindsdien is zijn gezicht half verlamd, zijn mond staat scheef, aan één oor is hij doof. Hij toont mij de röntgenfoto,s. Ze liggen in een vermolmd kastje in zijn kamer, een cel van twee bij drie meter, met een ijzeren brits en een wasdraad met twee felgekleurde boxershorts. Hij laat ook een kranteknipsel.
Je hebt verklaard dat je de mannen hebt herkend?
'Twee ervan, ja. Een soldaat en een luitenant.’
Ze behoorden tot de Policia Militar? 'Daar ben ik zeker van. lk heb in mijn leven al veel met de politie te maken gehad en ik kèn de Policia Militar.’
SINDSDIEN WAS Wagner dos Santos vogelvrij. Hij dook een tijdje onder in Bahia, maar kwam toch terug naar Rio. 'Toen ik op een dag uit de bus stapte, werd ik opgewacht door zes mannen. En van hen had kranteknipsels in zijn handen met foto’s van mij. “Dat is hem“, hoorde ik hem zeggen. Ik wilde weglopen maar ik kon geen kant op. ”Jij bent dus Wagner?” vroegen ze. Ze lachten, ze deden mij handboeien om. Toen ik vroeg wat ze van plan waren, moesten ze nog meer lachen. Niet ver van het centrale metrostation hebben ze mij in elkaar geslagen. Twee van hen stapten daarop uit het busje om met iemand te praten, maar die man kon ik niet zien. Toen ze terugkwamen, zeiden ze dat ze mij naar het politiebureau zouden voeren. Maar ze reden een heel andere kant op. Toen wist ik het wel. Het busje stopte en nog voor ik kon uitstappen, schoten ze mij neer.’
Deze tweede keer kreeg Wagner vier kogels in zijn lijf. I oen hij weer bijkwam, had hij de boeien nog steeds om. Sindsdien is Wagner dos Santos zonder meer het symbool voor de straatkinderen.
'Omdat hij een heel sereen figuur is’, zal Yvonne Bezerra de Mello mij zeggen. 'Hij heeft enorm veel geleden, hij heeft heel zware operaties ondergaan, hij heeft constant ondergedoken moeten leven, werd voortdurend bedreigd, maar hij is blijven volhouden dat hij zijn getuigenis zou afleggen tegen de moordenaars van Candelaria.’
Na die tweede aanslag, toen tal van internationale mensenrechtenorganisaties zich over Dos Santos’ lot gingen buigen, kon de overheid niet anders meer dan hem in bescherming nemen. Eerst zat hij in een ziekenhuis, toen in een opvangcentrum, maar telkens maakten de kranten zijn schuiladres bekend.
Al drie keer heb ik hem gevraagd of ik hem met iets kan plezieren, maar hij negeert het voorstel. Pas als ik op het punt sta te vertrekken, zegt hij dat hij graag een blikje cola zou hebben. lk koop er twaalf. Als ik terugkom, wacht mij een verrassing: Wagner zit met zijn bewakers te kaarten. 'Breng de cola maar hier’, zegt een van hen. 'We bouwen een feestje vanavond.’ Hij offreert mij een glas rum. ,Wagner is mijn beste vriend’, zegt hij. Ik wil het best geloven, ik wil in dit land zoveel geloven, maar ik herinner mij maar al te goed wat Wagner mij had gezegd: ,Wat ik ook vraag, er gebeurt toch niets. Toen ik een probleem had met mijn been, heeft het twee maanden geduurd voordat ik een dokter te spreken kreeg. lk moet dringend naar de tandarts, maar daar heb ik nog altijd geen toestemming voor gekregen. Zonder hoorapparaat ben ik zo goed als doof, maar ik heb geen geld om er een te kopen.’
lk kaart mee. Ik verlies de ene real na de andere aan Wagner, maar ik doe het met plezier. Nu heeft hij geld, zonder dat hij moet bedelen. 'Dat vind ik zo erg, dat ik geld moet vragen aan de mensen’, had hij mij gezegd. En ook: 'lk ben er nog slechter aan toe dan een gevangene. Ik heb niemand gedood, ik heb niet gestolen… lk ben alleen maar een getuige. Is het een misdaad om je tong te laten vertellen wat je ogen hebben gezien?’
VIGARIO GERAL is een van de meest gewelddadige sloppenwijken van Rio. Een toegangsweg is er niet. Alleen via een bruggetje over de spoorweg kun je er komen. Geen buitenstaander waagt zich hier en wie dat toch doet, kan maar hct best zo snel mogelijk zijn opwachting gaan maken bij de lokale drugsbaron. Hij zit rustig op een bank aan het einde van de aarden weg, omringd door jongens met een machinegeweer. Op de grond liggen zakjes wit poeder. Crack, cocaïne, heroïne, Vigario Geral heeft het allemaal. Ook zijn eigen hloedbad. Twintig menscn werden hier in augustus l993 neergeschoten, de helft kinderen. Van één gezin dat bij de loopbrug woonde, bleef alleen Vera over. Het is Wagner die mij heeft aangeraden haar op te zoeken. Vera: 'Het was laat. We waren televisie aan het kijken, maar ik was ingedut. Plots hoorde ik op de voordeur kloppen. Mijn buurvrouw Adriana riep dat ik moest komen onmiddellijk.’
Ja, ze had wel geweerschoten gehoord, zegt ze, maar die hoort ze hier een paar keer per week. Nee, ze had niet gedacht dat er iets met haar familie zou zijn.
Vera.. 'Ze zijn allemaal dood, zei Adriana mij. Ik bad God dat het niet waar zou zijn. lk vroeg Hem ook om kracht om dit aan te kunnen. Rond het huis stonden veel mensen. Ik ben naar binnen gegaan. Daar lagen ze: papa, mama, mijn broer, iedereen. Ze hadden hun ogen nog open. Ik heb ze gesloten en ik heb Adriana gevraagd om dekens te halen. We hebben de lichamen bedekt. Toen ik de deken over mijn zus wilde leggen, zag ik dat ze een kogelgat in haar slaap had. Ze was koelbloedig vermoord.’
Ze moet veel huilen, de nachtmerrie is niet over. Ze hoopt dat ze de moordenaars zullen berechten. 'Niet voor mijzelf, want ik ben toch alles kwijt. Maar die mensen van de politie moeten weten dat ze niet ongestraft kunnen blijven moorden.’ Veel hoop heeft ze niet. 'Ze weten welk bataljon hier is binnengevallen. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om te achterhalen wie de moordenaars zijn? Ze beschermen elkaar. Kijk maar naar Candelaria. Zonder Wagner was er nooit een proces gekomen.’
WAGNER DOS SANTOS woont niet meer in Rio. Drie weken nadat ik hem in november in het Casa des Testimonios had opgezocht, is hij overgebracht naar Brasilia. Wat niemand wist, ook Wagner zelf met. was dat Yvonne ervoor gczorgd had dat hij in Zwitserland kon gaan wonen. 'Koste wat kost moest Wagner in leven blijven, hij was de kroongetuige’, zegt Yvonne nu. 'lk begon ook te vrezen dat het proces er nooit zou komen…’
ln november was ze er nog van overtuigd dat het een kwestie van dagen was. Maar er kwam uitstel tot januari. Tocn werd het maart. Maar nu, op 30 april. viel eindelijk een eerste vonnis. Wagner. overgevlogen vanuit Zwitserland om achter kogelvrij glas te getuigen, was erbij toen Marcus Vinicius Emmanuel werd veroordeeld. 'Natuurlijk waren we blij’, zegt Yvonne aan de telefoon. 'Maar het is nog maar een begin. Vorige week vielen er weer drie slachtof- fertjes. De jacht op de kinderen is hier nog altijd open.’