Popmuziek: Bob Dylan

Onsterfelijkheid

Bob Dylan, Londen, juli 2019 © Dave J. Hogan / Getty Images

Net als zijn laatste album met eigen werk (Tempest uit 2012) heeft Bob Dylans Rough and Rowdy Ways een draak van een hoes, en komt er tegen het eind een exceptioneel lang nummer: toen bijna veertien minuten, nu bijna zeventien. Op Tempest was het vergaan van de Titanic de kapstok voor een vertelling over overlevingsdrang, in ‘Murder Most Foul’ buigt Dylan zich nu over de moord op John F. Kennedy. Vanaf de openingsregel klinkt de trefzekere stijl van de ervaren verhalenverteller: ‘Twas a dark day in Dallas, November ’63/ A day that will live on in infamy / President Kennedy was a-ridin’ high/ Good day to be livin’ and a good day to die’. Zo doet de Nobelprijswinnaar dat: in vier korte regels tijd en plaats neerzetten, het hoofdpersonage introduceren en duiden, het belang schetsen en het onheil aankondigen. Om vervolgens te kunnen vertrekken met een verhaal dat zich veel breder uitstrekt, waarin hij met hoorbaar schrijversplezier om de tijdgeest van de jaren zestig heen cirkelt: ‘Hush, little children, you’ll understand/ The Beatles are comin’, they’re gonna hold your hand.’

Zes decennia na de beschreven gebeurtenissen werd dit nummer in al zijn 16 minuten en 55 seconden in april 2020 Dylans eerste Amerikaanse nummer 1-hit.

Tempest was sterk, zoals al het eigen werk dat Dylan uitbrengt sinds Time Out of Mind (ook alweer 23 jaar oud) sterk is. Rough and Rowdy Ways is dat ook, maar het belangrijkste verschil met Dylans vorige album met eigen werk is zijn stem. Op Tempest had hij de slijtage van die stem omhelst, en zelfs uitgebuit: hoe harder hij kraakte, hoe meer hij zuchtte, hoe beter hij klonk.

Maar zijn laatste albums, vol covers van crooners, laten zich nu beluisteren als een opmaat, en wel naar dit album, waarop hij de bluesy aanpak er wel heeft ingehouden in nummers als ‘False Prophet’ en ‘Crossing the Rubicon’, maar dan veel losser. En waarop hij vooral in de meer ingetogen momenten met zijn stem niet schraapt, maar zalft, en dan af en toe ruimte geeft aan zijn rafelrand, zonder die uit te buiten. Net als de toen 69-jarige Springsteen op Western Stars (2019) en de toen 77-jarige Cohen op Old Ideas (2012) is de 79-jarige Dylan ook vocaal nog steeds op zoek naar nieuwe manieren om zijn verhalen te vertellen.

‘Key West (Philosopher Pirate)’ is ook in dat opzicht het hoogtepunt van het album: bijna tien minuten berustende kalmte, en prachtig warm gearrangeerd, dit samenspel van accordeon en gitaar. Dylan strooit ook op Rough and Rowdy Ways al vanaf openingsnummer ‘I Contain Multitudes’ met prachtzinnen (‘I sleep with life and death in the same bed’), en in ‘Key West’ landen ze bovendien in een fraaie vertelling (ook hier vol culturele verwijzingen, deze keer onder meer naar Ginsberg en Kerouac). En in Dylans recente vocale inspiratiebronnen, wanneer hij lekker veel croonerlucht blaast in ‘Key West is the place to be/ If you’re looking for immortality’.

Bob Dylan – Rough and Rowdy Ways