Ontaarde vaders

In Zehn Minuten van Walter Gronostay en Das Berliner Requiem van Kurt Weill worden, onder muzikale leiding van Werner Herbers, uitgevoerd door de Ebony Band, met solisten en klein mannenkoor uit het Koor Nieuwe Muziek; op 18 en 19 juni in de Westergasfabriek te Amsterdam; op 21 juni in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht.
Cd’s van de Ebony Band: Music from the Spanish Civil War (BVHaast); muziek van Erwin Schulhoff en City of Glass met muziek van Robert Graettinger (Channel Classics).
Volgende week is in Amsterdam de ‘entartete’ opera ‘In Zehn Minuten’ van Walter Gronostay te zien. De voorstelling is te danken aan het speurwerk van Werner Herbers, leider van de Ebony Band. Maar ja, die had dan ook een ‘entartete’ vader.
DE NIEUWSGIERIGHEID van Werner Herbers werd gewekt door een advertentie in een oude aflevering van het muziekblad Melos. Walter Gronostay’s opera In Zehn Minuten zou in 1928 in Baden Baden zijn opgevoerd. In de plaatselijke dagbladen bleek er echter niets over te vinden. Herbers: ‘De muziekuitgeverij Universal bleek na lang zoeken in het bezit te zijn van de handgeschreven partituur. De zangteksten waren absoluut onleesbaar. Later kwam ik Gronostay’s dochter Sylvia op het spoor.

Ze woont in Hamburg en bleek in het bezit van de muzikale nalatenschap van haar vader. Daartussen vonden we schetsen voor de partituur, een piano-uittreksel en het libretto. Ook vonden we een stapel kladvelletjes waarop stukjes tekst stonden, met kleine muzikale motiefjes erbij. Alles bij elkaar was het voldoende om mij aan een reconstructie te wagen. De muziek is soms jazzy, op-en-top theatermuziek. Een Hindemith-achtig, modern idioom, geen meezingers in de stijl van Kurt Weill. De bezetting bleek heel geschikt voor de Ebony Band: drie saxofoons, twee trompetten, trombone, slagwerk, piano en strijkkwintet.’
Het libretto, eveneens van de hand van Gronostay, is een absurd verhaal. Twee blanken in Afrika - een theateragent op vakantie en een missionaris - krijgen op hetzelfde moment een alarmerend telegram. De missionaris moet, om het record bekeringen van een collega te overtreffen, zo snel mogelijk een nieuw zieltje winnen. De theateragent wordt gemaand een nachtclubdanseres mee te nemen naar Parijs, die Josephine Baker kan vervangen in de Folies-Bergeres. Enige haast is geboden, de boot waarmee zij naar Europa zullen afreizen vertrekt over tien minuten.
Aanvankelijk proberen ze elkaar over te halen. De missionaris ziet in de theateragent, die ‘toch al joods is’, een geschikte nieuwe ziel. Andersom stelt de theateragent de missionaris voor het leven in zijn nachtclub te komen opluisteren. Dan klinkt tromgeroffel, een mooie negerin verschijnt. Een heftige strijd ontbrandt. De een probeert de vrouw te bekeren, de ander haar te laten emigreren. Daarbij is sprake van veel seks, hel en verdoemenis. De vrouw, die niet geinteresseerd is, in het christendom noch in het 'beschaafde’ Westen, valt trouwens onmogelijk over te halen het oerwoud de rug toe te keren.
HERBERS’ EBONY BAND is in 1990 opgericht. Een kamermuziekensemble waarvan de leden merendeels afkomstig zijn uit het Koninklijk Concertgebouworkest. De Ebony Band (de naam verwijst naar het ebbenhout waarvan de zwarte toetsen van de piano zijn gemaakt, en naar Stravinsky’s Ebony Concerto) speelt onbekende muziek uit de eerste helft van deze eeuw. Muziek van componisten die betrokken waren bij de Spaanse burgeroorlog, Russische werken uit de jaren twintig, composities van de Tsjechische componist Erwin Schulhoff - het is slechts een greep uit het brede repertoire.
Een speciale plaats heeft het ensemble ingeruimd voor de generatie entartete componisten. Entartete componisten werden, nadat de nazi’s de macht hadden gegrepen, ontheven uit hun functies en hun werken werden van het repertoire geschrapt. In 1938 organiseerde de nationaal-socialist Hans Severus Ziegler, geinspireerd door de tentoonstelling Entartete Kunst waar beeldend kunstenaars belachelijk werden gemaakt, de expositie Entartete Musik. Van de verguisde componisten werden partituren getoond, schots en scheef opgehangen te midden van essays, foto’s en karikaturen. Uit hun verband getrokken muziekvoorbeelden van onder meer Schonberg, Weill en Eisler werden ten gehore gebracht.
Herbers: 'De geschiedenis van de entartete Musik gaat overigens verder terug dan 1933. Begin jaren twintig ontstonden reactionaire krachten die, uit frustratie en woede over de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog, streefden naar een zuiver Germaanse “Hohe Kunst”. Alles wat Duits was, werd krachtig gepropageerd, wat buitenlands was werd verdacht gemaakt.’
Herbers’ belangstelling voor entartete muziek heeft veel te maken met de levensgeschiedenis van zijn Duitse ouders. Zijn vader Hein Herbers was sociaal-democraat en pacifist. Als leraar aan het gymnasium en als columnist in het pacifistische weekblad Das Andere Deutschland fulmineerde hij, in de nadagen van de Weimar-republiek, tegen oorlog en het dreigende fascisme. Totdat hij in 1934 de wijk moest nemen naar Nederland. Herbers: 'Het levensverhaal van mijn vader doet erg denken aan dat van de componisten die ik bestudeer. Ook hun werd duidelijk gemaakt dat zij moesten zwijgen en vertrekken.’
In een artikel in Das Andere Deutschland uit 1928, 'Wilst du alt werden: werde General’, geeft Herbers sr. een beeld van de vuile tactiek van de hoge militairen: heren die veilig achter een bureau aan een telefoon zaten en jonge onschuldige soldaten het veld in stuurden. De nazi’s hebben dat artikel pas twee jaar later ontdekt. In talloze kranten verschenen toen artikelen tegen mijn vader. Dat een leraar, een opvoeder van jonge mensen dergelijke ideeen had, werd ongehoord gevonden.’
Het kostte Herbers sr. zijn betrekking. Wel kreeg hij dank zij deze affaire een plaatsje in de Duitse literatuur. In de Weltbuhne nam Kurt Tucholsky 'der Studien-r Assessor Hein Herbers in Kassel’ uitgebreid in bescherming. Immers, wat had Herbers helemaal gezegd? 'Hij heeft het verstandigste gedaan wat men maar kan bedenken: hij heeft zich tegen de oorlog gekeerd. Een pedagoog die hieraan zijn steentje bijdraagt, verdient te worden bevorderd, niet te worden vervolgd.’
En even later deed Herbers sr., via Tucholsky, zijn entree in de Duitse poezie:
Ist ein Schullehrer Pazifist und sagt, wie es in Wahrheit im Kriege ist -:dass Generale Kriegsinteressenten sind, ganz gleich, wer verliert; ganz gleich, wer gewinnt… dann - sollte man meinen - freun sich die Eltern fur ihr Kind! Jawoll!
Dan erhebt sich ein ungeheures Elterngeschrei: 'Raus mit dem Kerl! Das ist Giftmischerei: Unser Junge soll lernen, wie schon die Kriege sind! Wir warten schon drauf, wann wieder ein neuer beginnt - und dazu liefern wir gratis und franko 1 Kind! Jawoll!’
INTUSSEN ZET Herbers jr. zijn zoektocht naar de doodgezwegen generatie componisten voort. Een toekomstig project van de Ebony Band is Zeus und Elida, een nooit uitgevoerd muziektheaterstuk van Stefan Wolpe. Herbers: 'Wolpe was de verpersoonlijking van een entartete componist. Alles wat mis kon zijn, was mis. Hij was joods en hij schreef ongelooflijk atonale muziek, waarin hij ook nog jazz mengde. In het begin van de jaren dertig werd hij muzikaal leider van een agitprop-groep. Al eerder was hij actief in de Communistische Partij. Uiteindelijk emigreerde hij naar Amerika. Daar werd hij vooral bekend als muziekpedagoog. Bijna alle belangrijke Amerikaanse componisten hebben bij hem gestudeerd.’
Verder is Herbers op jacht naar het werk van de volstrekt onbekende Hansjorg Dammert, eveneens een leerling van Schonberg. Van deze Dammert heeft hij nog geen noot gehoord. Herbers: 'Tot nu toe kon ik alleen nog maar zijn levensloop traceren. Ik bezocht een nicht van hem in Munchen. Een vrouw van 87, met een grote blonde pruik, veel lippenstift en nagellak. “Ich bin ein Zeuge des Jahrhunderts”, zo opende zij ons gesprek. Haar familie, de oprichters van de Duitse tabaksindustrie, was puissant rijk. Ze was protege van Wilhelm Furtwangler en zat op school met de kinderen van Bruno Walter en Erika Mann. Inmiddels was ze straatarm en woont ze op een studentenkamer in Munchen. Maar aan de muur hing een originele aquarel van Kandinsky.
Ik ben erg benieuwd naar de muziek van Dammert. Mensen die in die tijd bij Schonberg wilden studeren, moeten avontuurlijk en vooruitstrevend zijn geweest. Als Schonberg ze aannam, betekende dat dat ze talent hadden. De werken van die mensen programmeer ik ongezien.’