Ontboezemingen

De christelijke dichteres Nel Benschop had twee grote liefdes. Allebei getrouwd. Daarom waren de relaties diepgaand en niet gespeend van erotiek, maar werd de liefde nooit volledig geconsumeerd. Ze praat daar geresigneerd over. Mijn kennis ontleen ik aan Villa Felderhof, een formule en een zuid-Frans pand waarin steeds twee Bekenden of Randbekenden te gast zijn bij de Herman van dezelfde naam.

Wat is het bizar, bedacht ik, dat ik dat over haar weet. Dat een bejaarde dame dat aan een vreemde meneer (al heeft ze dat gevoel wellicht niet doordat ze de man als NCRV-kijkster denkt te kennen) en daarmee aan pakweg een miljoen wildvreemden vertelt, die daar toch goedbeschouwd niets mee te schaften hebben. Hoeveel mensen - vriendinnen, familie, collegae, dominee - zal ze daarover ooit als tamelijk wanhopig verliefde in vertrouwen hebben genomen? Met een handvol lijkt het me bekeken.
Zeker, er is de afstand in tijd die scherpte omzette in berusting en melancholie. Bovendien zijn de jaren negentig de jaren vijftig niet, en zijn ook christelijke dichteressen niet volledig immuun voor een tijdgeest waarin openheid over het privé-gebied van gevoelens en ervaringen uitmondt in een ware, soms zelfs exhibitionistische, bekenteniscultuur. Dat het nu en dan beter zou zijn stille dingen stil te laten, wordt allerwegen ontkend of weggehoond en in de kleine advertenties van dagbladen vraagt elke dag wel ‘een tv-journalist voor haar/zijn programma’ naar onze ervaringen met adoptie, sm, kwaadwillige verlating, telefoonseks, huwelijksadvertenties.
Pijnlijk vond ik Benschops ontboezeming niet. Felderhof moest wel wat trekken om de algemene formuleringen van haar generatie wat dichter naar de conclusie: 'Het is er nooit van gekomen’ te brengen, maar haar woordkeus en houding hielden de waardigheid in stand. En toch… Vaak, te vaak heb ik het gevoel dat geïnterviewden door een combinatie van techniek van de ondervrager, van een setting in (schijn)intimiteit en, paradoxaal genoeg, de aanwezigheid van een camera, prijsgeven wat ze daarzonder en daarbuiten nooit prijs zouden geven.
Verbluffend het aantal keren dat mensen op de vraag, volgend op ontboezemingen: 'Heb je haar/hem/hen dat wel eens gezegd?’ geschrokken reageren met: 'Nee’, sterker, met: 'Natuurlijk niet’, nog sterker, met: 'Dat zal ik nooit doen’ of zelfs: 'Dat mogen ze niet weten’. Terwijl ontelbaren meekijken!
Nooit eerder gaf ik me zo bloot als jaren her aan een Zweedse reisgenoot. Achteraf besefte ik dat dat bevorderd werd door de intimiteit van de kleine (auto)ruimte, door de voor ons beiden vreemde taal Engels en door het feit dat onze wegen voorgoed zouden scheiden. Het lijkt alsof de camera auto, Engels en afscheid ineen belichaamt. Felderhof speelt daar bewust op in met zijn locatie, het uit de routine halen en de foto als aanleiding tot gesprek. Soms is hij fatsoenlijk, soms gaat hij over de grens.
Dat Hetty Blok hem meeneemt naar haar Franse geliefde van jaren her verbaast me. Maar toegegeven, ze is er zelf bij. Dat hij haar opjuint met: 'Hij is weduwnaar’, acht ik smakeloos. Bovendien moet ze hem manieren leren: je gaat niet het echtpaar Van Houweningen om een rol in een tv-serie vragen met de camera erbij - dan kunnen ze geen 'nee’ zeggen.
Toch kijk ik. Dat weer wel. En ontmoet naast de vervelende Oltmans en Fortuin genoemde Hetty en Cri Stellweg. Bijzonder leuke vrouwen.