Ontgrenzers

Vorige week, toevallig op Nationale Gedichtendag, kwam de Raad voor Cultuur met een adviesrapport over het museumbeleid. Alleen al bij het zien van de titel wist ik wat er grofweg in zou staan en wat voor mensen het geschreven hebben.

Het rapport heet: Ontgrenzen en verbinden.

Het had even goed Meerwaarde door synergie kunnen heten, of De handen ineen, of Bruggen slaan, of Samen werken, samen leven. Maar die waren stuk voor stuk al bezet, dus moest er een ambtenaar komen die met beleidswoordjes ging punniken en die waarschijnlijk een hele nacht geen oog meer dichtdeed van de opwinding toen hij z’n vondst deed.

Ontgrenzen dus. En het betekent wat elk titelwoord in elk beleidsstuk betekent: dat er meer samengewerkt moet worden. Wat er ook schort, in welk segment van de samenleving dan ook, altijd is de remedie hetzelfde. We moeten gewoon wat dichter bij elkaar op schoot kruipen. Achter al die nobele convocaties tot samenscholing schuilen dan in werkelijkheid altijd de tiranniekste reorganisaties, herstructureringen, ombuigingen, en wat er onder kantoor-tl-lampen nog meer aan eufemismen verzonnen is om te verhullen dat er bloed gaat vloeien.

Ook bij Ontgrenzen en verbinden is dat het geval. Kort gezegd komt het advies erop neer dat we in Nederland een Kerncollectie met museumstukken krijgen, en dat de collecties vaker rouleren, en ook aan de kleinere musea worden uitgeleend. Voorts wijst de overheid acht musea aan die met regionale gaan samenwerken, en ook komen er acht ‘kern­velden’. (Daar zijn ze aan die beleidstafels ook dol op, samenstellingen met kern, speerpunt, top, excellent, en ook dat zijn signaalwoorden die wijzen op een naderend misdrijf.)

Hebben die musea net voor miljoenen hun panden verbouwd, en gaan ze na die volledig uit de klauwen gelopen operaties eindelijk weer open, moeten ze nu ineens hun bloedeigen topstukken gaan uitlenen aan de dorpsmusea van Luttelveen of Troelahuizen.

Welk probleem wordt met zo’n Kerncollectie opgelost? Dat belangrijke werken niet aan het buitenland verkocht worden, zegt de Raad. Juist, en daarvoor krijgen we eerst een jarenlange discussie over wat wel en niet daartoe behoort, net als bij de Canon van de Geschiedenis of het Nationaal Historisch Museum.

Er zal vooral een kakofonie ontgrensd worden van kibbelaars en Kamerleden, allemaal met hun eigen voorkeuren en belangen. Welke acht musea mogen welk kernveld vertegenwoordigen? (En welke overige kunnen dus op termijn hun deuren sluiten, want daar komt het natuurlijk op neer.) Zo’n vraag is een bom neerwerpen in museumland. Met als uitkomst dat al die conservators en directeuren met elkaar op de vuist gaan in plaats van de handen ineen slaan, meerwaarde vinden in synergie en bruggen slaan.

Dat hele ontgrenzen is duidelijk bedacht door mensen die niet begrijpen wat een museum­collectie inhoudt. Daar kun je namelijk niet zomaar één of twee ‘topstukken’ uit afzonderen. De aardappeleters van Van Gogh? Om die te begrijpen moet je hem zien in samenhang met andere Van Goghs, met werken van Millet, met het plattelandsrealisme, enzovoort, enzovoort. Elk kunstwerk zit in een web met andere kunstwerken, en er een paar willen uitlichten is even imbeciel als al die talentenshows en verkiezingen van grootste Nederlander of beste boek aller tijden. Als kunstcollecties ergens tegen beschermd moeten worden, dan is het juist tegen de tijdgeest van kernspeerpunt, Hollands Next Top en de excellentste aller tijden.

En dan die hele operatie van het reizende circus van museumstukken. Los van de waanzinnige logistiek, het kostbare vervoer en de dito beveiliging is het ook domweg niet logisch. Waarom moet het Parelmeisje naar Troela­huizen komen, om daar tussen de potscherven en de wandtapijtjes weg te kwijnen? Laat de Troelahuizenaars gewoon naar Den Haag komen, als straks het Mauritshuis verbouwd is. Dáár kunnen ze haar in de juiste context plaatsen.

Kunstwerken hebben een huis nodig. Met dat opgelegde jongleren wordt het een versnipperde bende, met kunstwerken die overal en nergens maar een beetje te gast zijn. Een reizend circus van spektakelstukjes. Volgende week komen de Zonnebloemen naar Luttel­huizen. Komt dat zien. Zoiets verbindt niet, zoiets veroordeelt kunstwerken om mee te hossen in het schreeuwfeest van de spektakelmaatschappij.

Het klinkt zo nieuw en nobel, ontgrenzen, maar kunst heeft juist begrenzing nodig om in te kunnen gedijen. Laat die Van Goghs in het Van Gogh en in het Kröller-Müller. Daar zijn ze liefdevol verzameld, opgesteld en uitgelicht.

Behoed ons voor de ontgrenzers, want zij zijn de vijanden van de kunst.