Pandemie in verkiezingstijd

Ontkennen, bagatelliseren, wegkijken

De uit de hand gelopen corona-uitbraak toont niet alleen het failliet van Donald Trumps leiderschap, maar ook de fundamentele zwakheden van de Verenigde Staten. Het land stevent af op coronaverkiezingen.

Wachten op klanten. Bar Harbor, Maine, 8 juli © Joe Raedle/Getty Images

Iedere kreeft die Jamien Hollowell uit het water haalt draait hij eerst even om. Zitten er eitjes onder de staart, dan knipt hij een kleine v in de staartvin en gaat dit exemplaar van de homarusamericanus met een boog terug de Atlantische Oceaan in. Het knipje is een merkteken voor andere kreeftenvissers. Die weten dan dat ze met een vruchtbaar exemplaar te maken hebben. Ook kreeften kleiner dan 8,25 centimeter worden vrijgelaten, zodat ze verder kunnen groeien. Met deze nauwgezette regels blijft de kreeftenstand op peil, vertelt de 27-jarige Hollowell in de haven van South Bristol, Maine, aan het eind van een dag op het water die om drie uur ’s ochtends begon.

De kreeftenvisserij waar Maine om bekendstaat is in veel opzichten atypisch voor de Amerikaanse economie. Het is kleinschalig handwerk. De voornaamste verandering de afgelopen decennia is die van houten naar kunststof kooien om de kreeften te vangen. Varkenshuid is nog altijd het aas van voorkeur. Kreeftenvisserij is een vak voor het leven dat van generatie op generatie overgaat en een kleine maar duidelijke hiërarchie kent. Twee man op een boot, de visser en de dekmaat. ‘Ik vis al sinds mijn tiende’, vertelt Hollowell. Op het water komt hij zijn vader soms tegen. Ze zwaaien dan even naar elkaar.

Toch is het beeld van een kleinschalige industrie, vrijwel onaangetast door een nieuwe tijd en met oog voor duurzaamheid, enigszins misleidend. Ook de kreeftenvisserij in Maine schudt heen en weer op de golven van het economisch ontij dat het coronavirus in de Verenigde Staten heeft aangejaagd. Restaurants zijn dicht of draaien op beperkte capaciteit en dat betekent dat twee derde van de kreeftenvangst geen afzet vindt. In Maine blijven dit seizoen ook de toeristen weg. Het staatsbestuur heeft de grenzen gesloten voor iedereen die niet uit New York, New Hampshire of Vermont komt. De buitenlandse markt, waarvan China het grootste deel voor zijn rekening nam, zit op slot sinds Trump een handelsoorlog heeft ontketend met Amerika’s handelspartners. Met zijn ruige kust, weidse water en schilderachtige dorpjes is Maine idyllisch. Maar de staat kent ook een gezegde: schoonheid kun je niet eten.

De vervaarlijk omhoog krullende coronacurve in de VS – bijna tachtigduizend nieuwe besmettingen per dag – vreet aan mannen als Hollowell. ‘Zodra het juli wordt zal alles in dit land weer de pan uit rijzen’, zei Jared Kushner, Trumps schoonzoon die dankzij naakt nepotisme tot Witte Huis-adviseur werd benoemd en een generatiegenoot is van Hollowell. Kushner doelde op de economie, maar het enige wat groeit zijn de aantallen zieken en doden. Het sterftecijfer gaat momenteel richting de duizend per dag, en niemand weet waar het totaal zal eindigen.

Trump lijkt zich te hebben neergelegd bij honderdduizenden doden. Het Witte Huis is tegen een nieuwe ronde financiering voor het opsporen en testen van Covid. ‘De president is er niet echt meer mee bezig, hij wil niet afgeleid worden’, zei een woordvoerder van het Witte Huis toen onlangs werd gevraagd hoe het met de landelijke corona-aanpak staat. Het dragen van een mondmasker is inmiddels de inzet van een bittere strijd geworden tussen Democraten en Republikeinen. ‘We zijn er in dit land echt een puinhoop van aan het maken’, verzucht Hollowell.

Hollowells constatering – die volgens een recente peiling van CBS News door bijna twee derde van de Amerikanen wordt gedeeld – is tevens de vraag voor toekomstige historici. Hoe kon het gebeuren dat het machtigste land ter wereld, dat welvaart op ongekende schaal voor haar burgers leverde en de twintigste eeuw domineerde, zo ernstig faalde in het beschermen van haar bevolking tegen de pandemie en de economische gevolgen daarvan?

Een begin van een antwoord kwam van Larry Hogan, de gouverneur van Maryland. Op 18 april stond hij op het asfalt van Baltimore Washington Airport te turen naar een Boeing 777, die was vertrokken uit Seoul. Maryland had op dat moment bijna vijfhonderd doden te betreuren en het virus greep rap om zich heen. Alleen kon Hogan nauwelijks testkits krijgen. ‘Wij zijn de federale overheid’, had Trump gezegd. ‘Het is niet onze taak om op de hoek van de straat te gaan staan en testen uit te voeren.’ Via zijn Koreaans-Amerikaanse vrouw had Hogan vijftigduizend coronatesten weten te kopen in Zuid-Korea. Nu ging hij de zending persoonlijk afhalen. Niet vanwege ceremoniële redenen, maar uit vrees dat het Witte Huis de vracht zou opeisen. De testen werden opgeslagen op een geheime plek. ‘We konden het niet toestaan dat Washington ons zou verhinderen Maryland te helpen’, schreef Hogan onlangs in The Washington Post. ‘Ik ben een Republikeinse gouverneur. Waarom hielp Trump mijn staat niet met coronavirustesten?’

Het relaas van Hogan is veelzeggend omdat het laat zien hoe Amerika’s federale structuur kraakt onder de combinatie Trump en het virus. De Verenigde Staten zijn een geval apart in de zin dat pandemiebestrijding niet voor rekening van een landelijke overheid kwam. De hoge mate van autonomie voor staten wordt doorgaans op het gehele politieke spectrum ervaren als een zegen. Het stelt Californië in staat een eigen asielpolitiek te voeren, Virginia een plek te zijn waar je openbaar geladen vuurwapens kunt dragen. Maar op het moment dat een epidemie uitbreekt, verschieten de verschillen tussen de staten van kleurrijk naar fataal. Maskers, lockdown en afstand bewaren hebben weinig zin als slechts de helft van het land meedoet.

Trump probeerde de verantwoordelijkheid zo lang mogelijk van zich af te houden en zette staten tegen elkaar op met het idee dat hij daar electoraal van zou kunnen profiteren. Middelen uit Washington inzetten was ‘niet eerlijk voor de Republikeinen, omdat alle staten die hulp nodig hebben door Democraten gerund worden’, zei Trump aan het begin van de Covid-uitbraak in de VS. ‘Florida doet het fenomenaal, Texas doet het fenomenaal’, voegde hij daaraan toe. Inmiddels behoren Texas en Florida samen met Californië tot de allergrootste virushaarden.

De Republikeinen in de Senaat aarzelden ook om hulp te verlenen. Ze spraken over een ‘Blue state bailout’ en wekten daarmee de suggestie dat Democratische kiezers de besmetting aan zichzelf te danken hadden. Toen in onder meer Michigan en Minnesota protesten tegen de lockdown werden aangekondigd, maande Trump de demonstranten hun staten ‘te bevrijden’.

Trumps motieven werden samengevat door zijn tweet op 22 maart, toen duidelijk werd dat de VS niet gespaard zouden blijven van de pandemie: ‘We kunnen de oplossing niet erger laten zijn dan de kwaal.’ Dat was een aankondiging dat de VS dollars boven levens zou stellen, een beslissing genomen door een president die een gunstige economie nodig achtte voor zijn herverkiezing. De afgelopen maanden verwees Trump herhaaldelijk naar de stijgende beurskoersen om zijn gelijk te halen. Maar de enige voor wie de beursindices een relevante graadmeter zijn, is de tien procent rijkste Amerikanen die 84 procent van de totale voorraad aandelen in bezit heeft.

Marktlogica was ook leidend bij het verdelen van de noodzakelijke goederen om corona te bestrijden. Staten moesten tegen elkaar opbieden voor apparatuur en beschermend materiaal voor medisch personeel. Jared Kushner begon met zijn zakenvrienden een eigen coronataskforce, omdat ‘de federale overheid niet is ontworpen om al onze problemen op te lossen’. Google zou de verspreiding van het virus in kaart brengen. General Motors zou beademingsmachines gaan maken. Geen van die plannen kwam van de grond, en de VS hebben nog altijd een tekort aan medische basisbenodigdheden. ‘Het blijkt dat “lenige” bedrijven niet voorbereid zijn op een catastrofe of om levensreddende benodigdheden te kunnen distribueren’, constateerde journalist George Packer in een artikel in The Atlantic, waarin hij Amerika een ‘failed state’ noemde. ‘Alleen een competente overheid kan dat.’ Corona, in andere woorden, legde het falen bloot van de marktstaat, waar het ieder voor zich is.

‘Federale coördinatie was het ideale antwoord geweest’, constateerde Noah Feldman, hoogleraar recht aan Harvard, in een opiniestuk voor Bloomberg. ‘We zouden zoveel beter af geweest zijn met sterk leiderschap, dat kennis neemt van wetenschap over publieke gezondheid.’ Maar basisvoorwaarde voor het type antwoord waar Feldman over spreekt, vereist allereerst erkenning van het probleem – en dat is wat het Witte Huis vanaf dag één heeft willen vermijden. In maart hadden de VS Covid ‘volledig onder controle’. Daarna zou de economie ‘met Pasen’ weer volledig open zijn. In mei zou het virus ‘verdwijnen’. In juni was de vrees voor een nieuwe uitbraak ‘overtrokken’. In juli waren er ‘een paar brandhaarden die uitgedoofd moesten worden’.

‘Florida doet het fenomenaal’, zei Trump. ‘Texas doet het fenomenaal.’ Inmiddels behoren ze samen met Californië tot de allergrootste virushaarden

Het ontkennen, bagatelliseren en wegkijken lijkt kenmerkend voor Trump, maar is in feite de culminatie van een trend die al heel lang door de Amerikaanse politiek sluipt. In The New Republic omschreef Bruce Bartlett, oud-adviseur van Reagan en George W. Bush, Trump en de Republikeinen als een hedendaagse incarnatie van de Know Nothing Party, een rechtse anti-immigratiepartij die halverwege de negentiende eeuw ontstond. De Know Nothings ontleenden hun naam aan het antwoord dat leden gaven als ze bevraagd werden over hun lidmaatschap van wat aanvankelijk een clandestiene organisatie was. Tegelijk valt de benaming samen met de populistische afkeer die ze hadden van een elite van experts. De aanval op een kenniselite en haar instituties is een grondtoon gebleven voor met name rechts Amerika, zo constateerde de historicus Richard Hofstadter in de jaren zestig. ‘De intuïties van de gewone man zijn een adequate vervanging voor formele kennis en expertise, of eigenlijk superieur daaraan’, zo vatte hij de conservatieve volksaard samen in Anti-Intellectualism in American Life.

William F. Buckley, het gezicht van het twintigste-eeuwse republikanisme, zei dat hij liever bestuurd wilde worden door ‘de eerste tweeduizend namen in het telefoonboek’ dan door ‘professoren van Harvard’. De conservatieve intellectueel Russel Kirk omschreef populisme in de jaren tachtig als ‘een revolte tegen de smart guys’, die volgens hem beschikten over ‘te weinig gezond verstand en moreel inlevingsvermogen’. Anti-expertise kon decennialang een fijne kritische pose zijn, een manier om de liberalen met hun diploma’s de kast op te krijgen, maar er is een punt waarop het ridiculiseren van expertise moorddadig wordt. In tijden van pandemie, waarin ‘smart guys’ met medische kennis en verstand van virusverspreiding nodig zijn, leidt die houding direct tot meer doodskisten.

Met Trump heeft de politieke ideologie die rust op minachting van kennis de top van de macht bereikt. Trump had zijn universitaire graad te danken aan een gulle donatie die zijn vader deed aan de universiteit. Voor Jared Kushner, die een diploma aan Harvard haalde, geldt hetzelfde. En deze nieuwe politieke elite, die zijn kwalificaties eerst kocht om ze vervolgens te overdrijven, zuivert de overheid van mensen die daadwerkelijk iets weten, als een soort rechtse variant van de culturele revolutie waarin kennis een vergrijp is. De afdeling voor pandemiebestrijding binnen het Witte Huis werd door Trump bij zijn aantreden opgeheven. Trumps medewerkers stuurden onlangs een lijst met aantijgingen tegen Anthony Fauci, de directeur van de Amerikaanse ziektepreventiedienst, naar de pers. Kort daarvoor had Fauci gewaarschuwd dat het einde van de Covid-uitbraak voorlopig nog niet in zicht is voor Amerika.

Afgelopen week berichtte nieuwssite Politico dat het Witte Huis is begonnen met het afnemen van ‘loyaliteitstesten’ voor nieuwe aanstellingen door de regering-Trump. De procedure wordt overzien door Johnny McEntee, een dertigjarige persoonlijke assistent van Trump die nu het bureau voor presidentiële aanstellingen leidt. ‘Je kunt een topwetenschapper zijn, maar het enige wat ertoe doet is of je MAGAbent’, zei een van de bronnen die Politico sprak.

Greep op de informatiestroom maakt de culturele revolutie compleet. Trump heeft een maatregel uitgevaardigd die ziekenhuizen verplicht cijfers over coronabesmettingen voortaan direct naar het Witte Huis te sturen, in plaats van naar de federale gezondheidsdienst waar Fauci voor werkt. De vrees is dat de betrouwbaarheid van de Covid-statistieken de komende tijd zal afnemen. In mei besloot het Witte Huis geen economische ramingen meer uit te brengen tot na de verkiezingen. Hier past de constatering van de filosoof Amartya Sen, die stelde dat in functionerende democratieën geen hongersnood voorkomt. De reden hiervoor is dat in een functionerende democratie belangrijke informatie vrijelijk circuleert. Naar deze maatstaf is Amerika niet langer een functionerende democratie, maar een potemkin-dorp waarin de leider verkondigt dat alles fantastisch gaat terwijl de rot buiten zicht wordt gehouden.

Donald Trump bezoekt Puritan Medical Products, een fabrikant van wattenstaafjes in Guilford, Maine © Patrick Semansky / AP / ANP

Toch is het moeilijk de geruïneerde Amerikaanse economie toe te dekken. Het werkloosheidspercentage in de VS ligt momenteel ruim boven de tien, minder dan de vijftien in april, maar nog altijd historisch hoog. De afgelopen maanden liep de werkloosheid weer terug, trok de groei iets aan en nam de industriële productie weer toe. Het Witte Huis verpakt deze cijfers in campagneboodschappen over historische vooruitgang. Het illustreert de cognitieve truc die Amerika moet uithalen om zichzelf als great te kunnen blijven zien: alleen afgemeten tegen een nog zwarter scenario is er nog een succesverhaal te vertellen. ‘Het is alsof je twintig dollar laat vallen, het briefje opraapt en zegt dat je twintig dollar hebt verdiend’, zo werd Trumps strategie omschreven door The Lincoln Project, een politieke actiegroep van Republikeinen die zich tegen Trump hebben gekeerd.

En zelfs als het herstel is ingezet – de meeste cijfers dateren van voor het moment dat het aantal coronabesmettingen een nieuwe piek bereikte – laat de huidige crisis blijvende sporen na in de vorm van werk dat simpelweg verdwijnt en groei die uitblijft. Volgens berekeningen van het Congres zal de Amerikaanse economie het komende decennium achtduizend miljard minder omzetten dan werd voorzien vóór Covid. De vraag is hoe die pijn verdeeld gaat worden.

Voorlopig lijkt het antwoord: van onderaf de ladder naar boven werken. Afgelopen week meldden kredietverstrekker Wells Fargo, Levi’s en United Airlines dat ze bij elkaar opgeteld tienduizenden banen zullen schrappen. Met name die laatste in het rijtje is opvallend. De vliegtuigindustrie kreeg een bail-out, in ruil voor de belofte tot aan oktober geen personeel te ontslaan. Als Trump die term niet al had gebruikt tijdens zijn inauguratiespeech in januari 2016 zou je het ‘American carnage’ noemen. Deze iconische Amerikaanse bedrijven schrappen middenklassebanen, nadat eerst laagbetaald werk op grote schaal verdween. Bijna veertig procent van de laagstbetaalden raakte hun inkomstenbron kwijt toen de pandemie toesloeg in de VS. Volgens het imf is de Covid-crisis erger dan de financiële crisis van 2008, die het kleed onder de Amerikaanse economie vandaan trok. Nouriel Roubini, een van de weinige economen die de vorige crisis zag aankomen, voorziet dat 2020 het decennium van ‘the greater depression’ inluidt.

De vergelijking met vorige grote crises is nuttig, vooral om te laten zien hoe groot de neergang nu is. Het aantal aanvragen voor een werkloosheidsuitkering is dubbel zo groot als tijdens de financiële crisis. Met veel pijn en moeite kwam de Amerikaanse overheid toen over de brug met een noodpakket van vijfhonderd miljard, aanzienlijk minder dan de 2200 miljard die het Congres nu uittrok voor crisisbestrijding. Ongeveer een kwart daarvan ging naar bedrijven. Tien jaar geleden moest een enkele sector worden gered – het bankwezen dat de crisis had veroorzaakt. Nu had de volledige Amerikaanse economie een bail-out nodig.

Bij de vorige crisis zorgden nauwe banden tussen Wall Street – waar de politieke sponsoren zitten – en Washington ervoor dat de zwaarste klappen in ieder geval niet neerkwamen bij de sector die het armageddon had veroorzaakt. Ook nu profiteren met name bedrijven met de juiste politieke connecties van de noodsteun. Het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft lange tijd niet openbaar willen maken wie de ontvangers zijn van de overheidsmiljarden en de Republikeinen in het Congres blokkeerden een commissie van toezicht op het noodfonds, dat vooral bedoeld was om het midden- en kleinbedrijf voor faillissement te behoeden – ‘Ik ben zelf de toezichthouder’, zei Trump. Inmiddels is duidelijk geworden dat hedgefunds en private-equitypartijen grote begunstigde zijn van het crisisgeld.

En waar mogelijk wordt steun uitgedeeld met het oog op politieke winst. Begin juni bracht Trump een bezoek aan Maine. Het officiële doel was het inspecteren van een fabriek waar wattenstaafjes voor coronatesten werden gemaakt, maar de president gebruikte de gelegenheid om Maine te trakteren. Trump kondigde aan dat de visserij ook noodsteun zou krijgen in de vorm van dertig miljoen dollar. Het werd als snel de ‘lobster bailout’ genoemd. Toen ik Jamien Hollowell vroeg wat hij van deze hulp vond, antwoordde hij dat het beter was dan niks. Maar het stak hem dat zijn werk, waarmee hij tot aan het coronatijdperk goed kon rondkomen, plotseling van subsidies afhankelijk was geworden. ‘We zijn geen sojatelers of varkensboeren, die worden altijd al door de overheid gesteund’, sprak Hollowell. Wat ik zag was gekwetste beroepseer.

Met verkiezingen op komst heeft Trump Maine hard nodig. Of de Republikeinen een meerderheid in de Senaat kunnen behouden hangt sterk af van wat de kiezers in deze staat besluiten. Maine’s Republikeinse senator, Susan Collins, vertegenwoordigt de staat al bijna 25 jaar en werd telkens verkozen met een ruime meerderheid van kiezers uit beide partijen. Maar de afgelopen jaren heeft Collins een reputatie ontwikkeld als politicus bij wie woorden en stemgedrag sterk uiteenlopen. Ze sprak regelmatig haar afkeuring uit over Trump, maar besloot uiteindelijk telkens om de president te steunen. Haar besluit om tegen impeachment te stemmen, verklaarde Collins met de woorden dat Trump ‘zich gewaarschuwd wist en zich in het vervolg behoedzamer zou gedragen’. Het heeft haar de cruciale sympathie van de Democratische kiezer gekost.

Nouriel Roubini, een van de weinige economen die de vorige crisis zag aankomen, voorziet dat 2020 het decennium van ‘the greater depression’ inluidt

Of Collins’ carrière als senator tot een einde komt, wordt voor een belangrijk deel bepaald door de economische vooruitzichten voor Maine. De gesprekken in de staat gaan voornamelijk over gesloten ondernemingen en uitgebleven toeristenbezoek. Collins heeft het voor elkaar gekregen om een deel van de noodsteun richting haar staat te sluizen, maar inmiddels is het geld op. Een tweede ronde noodsteun wordt vooralsnog tegengehouden door Mitch McConnell, de Republikeinse leider van de Senaat. Ondertussen tikt de werkloosheidsteller in Maine door. Afgelopen week vroegen zestig procent meer Mainers een uitkering aan. Deze uiterste noordoosthoek van New England biedt een glimp van hoe de presidentsverkiezingen van 2020 in toenemende mate een test worden of de VS een economie kunnen handhaven waarbij grote delen van de samenleving kopje-onder gaan als de recessie inzet.

Vanuit het Witte Huis klonk advies aan de werklozen van Amerika. De boodschapper was Trumps dochter, die eveneens via het pad van nepotisme het Witte Huis is binnengeloodst als adviseur. ‘Vind iets nieuws’, heet de overheidscampagne waarvan deze platinablonde erfgename het gezicht vormt. Volgens Ivanka Trump zijn ‘er meerdere wegen naar carrièresucces’ en moeten Amerikanen ‘vaardigheden opdoen die nodig zijn in een veranderende economie’.

In 2016 was de arrogantie van de elite, die de werkende klasse vertelde dat ze zich beter moest scholen, een belangrijke reden voor kiezers om zich van de Democraten af te keren. Trump was de middelvinger die de economisch verdrukte rust belt wilde opsteken richting het establishment. Vier jaar later klinkt uit Washington een hedendaags equivalent van ‘waarom eten ze geen brioche?’ Ivanka’s campagne wordt ondersteund door Tim Cook, ceo van Apple, het bedrijf dat de productie van elektronica bij voorkeur buiten de VS laat plaatsvinden en belasting betaalt in Ierland.

Medisch personeel begeleidt een overledene op de intensive care van het United Memorial Medical Center. Houston, Texas, 30 juni © Go Nakamura / Getty Images

Hoe groot het gat is dat gaapt tussen de blijmoedige boodschap dat Amerikanen de coronacrisis het hoofd moeten bieden door nieuwe vaardigheden op te doen en de werkelijkheid, zag ik tijdens een bezoek aan Ashland, Kentucky. Dit stadje in de verre westpunt van de staat, grenzend aan Ohio en West-Virginia, stond de afgelopen weken plotseling in de politieke belangstelling. Senaatskandidaten in Kentucky deden Ashland aan, om te vragen om stemmen bij de komende verkiezingen. Mitch McConnell, de huidige senator voor Kentucky, hield halverwege juni een toespraak om de medewerkers van een lokaal ziekenhuis te bedanken voor hun inzet bij de aanpak van de corona-uitbraak. McConnells verhaal werd overschaduwd door het nieuws van kort daarvoor dat een ander ziekenhuis binnenkort dichtgaat, nadat het is opgekocht door een grote zorgketen die verschillende vestigingen wil samenvoegen. Er gingen duizend arbeidsplaatsen mee verloren.

‘Het grote probleem hier is dat werk verdwijnt, zonder dat er iets voor in de plaats komt’, vertelde Robert Osborne, een gepensioneerde medewerker van een lokale bank, die zijn hele leven in Ashland heeft gewoond. Hij wees richting de spoorrails die parallel aan de rivier langs het stadje lopen. ‘Nog niet zo lang geleden reden daar constant vrachttreinen met steenkool’, zei hij. Volgens Osborne draaien de verkiezingen voor de inwoners van zijn stad maar om één ding: ‘Wie gaat ervoor zorgen dat er nieuw werk komt?’

De reden voor het stille spoor werd me uitgelegd door Becky Millers, een vrouw van achter in de veertig die zichzelf namens de Republikeinen verkiesbaar heeft gesteld voor het stadsbestuur. Ze vertelde dat vorig jaar een aluminiumfabriek gesloten was die sinds begin vorige eeuw de levensader van Ashland was. Te weinig binnenlandse vraag als gevolg van een kwakkelende economie deed de fabriek de das om. Er zijn plannen om de fabriek over te doen aan een Russische investeerder, maar Millers heeft er weinig fiducie in. ‘Ashland is een plek die door iedereen vergeten wordt’, zei ze. Hoewel McConnell haar partijgenoot is, heeft ze besloten dit jaar op een Democraat te stemmen. ‘McConnell heeft in die jaren dat hij senator is niets voor ons gedaan.’

In Ashland, net als in de gehele rust belt, klinkt de echo van Trump over de banen die onder zijn presidentschap zouden terugkeren naar de VS. Afgelopen week vroegen 2,4 miljoen Amerikanen een werkloosheidsuitkering aan, de week waarin Donald Trumps belofte van een ‘manufacturing renaissance’ werd ingeruild voor Ivanka’s ‘find something new’. In 2019 stond het netto-resultaat in Pennsylvania, Wisconsin, Michigan en Ohio op min zestienduizend banen, zo blijkt uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Arbeid. De lonen voor de fabrieksarbeiders die overbleven, zijn met twintig procent gedaald. Covid is de doodsteek voor de economische heropleving van het vergeten Amerika dat in 2016 inzette op Trump, in de hoop op economisch herstel. De vraag die rest is of er in deze kiesdistricten nog een reservoir van vertrouwen over is om het Trump nog vier jaar te laten proberen.

Binnen de muren van het Witte Huis, zo berichtten verschillende Amerikaanse media de afgelopen weken, klaagt Trump dat hij het slachtoffer is geworden van de corona-uitbraak die ‘een geweldige economie’ heeft verwoest. Maar misschien is het andersom. Misschien was Amerika zo kwetsbaar voor corona vanwege de manier waarop de economie was ingericht. Miljoenen Amerikanen zijn hun gezondheidsverzekering de afgelopen maanden kwijtgeraakt, een illustratie van hoe riskant een systeem is waarbij toegang tot betaalbare gezondheidszorg wordt gekoppeld aan het hebben van een contract. Amerika gaf een recordbedrag uit aan noodmaatregelen om de crisis te bestrijden en koos ervoor het geld vooral direct aan gezinnen zelf te geven, in de vorm van werkloosheidsuitkering en een eenmalige cheque van twaalfhonderd dollar, met de naam van Trump erop. Het gaf Amerikaanse werkgevers een prikkel om miljoenen banen te schrappen, in plaats van ze te behouden.

Ook ontmaskert de coronacrisis de logica waarmee de regering-Trump haar voornaamste beleidssucces verkocht aan de kiezers. In november 2017, voordat de Republikeinen hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden kwijtraakten, voerde het Witte Huis een flinke belastingverlaging door. De kosten daarvan zouden zichzelf terugverdienen dankzij hogere groei, zo was de belofte. Die voorspelling was altijd al wankel. Volgens berekeningen van het Congressional Budget Office, een onafhankelijke rekenkamer, zou de belastingkorting op zijn best 0,7 procent groei aan de Amerikaanse economie toevoegen (en tegelijkertijd het overheidstekort met 1900 miljard opstuwen). Het extra geld dat gezinnen overhielden was de motor die alles moest aanjagen. Dichte restaurants en winkels en uitgestelde vakanties hebben een streep door de Republikeinse economische logica gezet.

En zo breken de zwakke plekken in het Amerikaanse systeem een voor een door, onder druk van een nieuwe recessie. De zorg is winstgedreven, publieke middelen zijn te kwetsbaar voor grijpgrage handen uit de private sector en de politieke elite is te innig verknoopt met de bovenbazen. De Amerikaanse economie leunt bovenmatig op consumptie. Een op de tien Amerikanen werkt in de horeca, wat de VS tot een restauranteconomie maakt, en extreem kwetsbaar voor een lockdown. Amerika’s instituties en het politieke stelsel blijken niet toegerust op een mondiale pandemie.

In hoeverre een land het coronavirus het hoofd kan bieden wordt bepaald door drie factoren, zo schreef Francis Fukuyama onlangs in Foreign Affairs: de mate van onderling vertrouwen, de robuustheid van instituties en de kracht van nationaal leiderschap. De VS zijn zwak op alle drie de punten, wat resulteert in de onverbiddelijke coronastatistieken. Met nog geen vier procent van de wereldbevolking nemen de VS een kwart van het wereldwijde aantal Covid-doden voor hun rekening. Het sterftecijfer per duizend inwoners ligt in Amerika tien keer hoger dan in Europa. De teloorgang van het Amerikaanse model is de afgelopen jaren al regelmatig afgekondigd, maar het lijkt nu definitief te bezwijken onder een virus.

Onvermijdelijk stevenen de VS daarmee op coronaverkiezingen af, en een stembusgang in een land dat wordt geteisterd door werkloosheid en economische onzekerheid is altijd onvoorspelbaar. De Republikeinen wonnen vier jaar geleden mede doordat aan de Democraten de imagoschade van een gefaalde crisisaanpak kleefde. De verantwoordelijken voor de financiële crisis waren vrijuit gegaan en de rekening moest worden betaald door een werkende klasse die de horizon van vooruitzichten nog verder zag versmallen.

Nu zijn de rollen omgedraaid en worstelt de Republikeinse Partij met een ontspoorde crisis. Volgens vicepresident Mike Pence gaan deze verkiezingen over ‘vrijheid en kansen versus socialisme en teloorgang’. Het zijn de oude Republikeinse aangrijpingspunten op het moment dat er geen economisch succes kan worden aangetoond. De grote vraag is hoeveel stemmers er in de coronabrandhaard Amerika nog over zijn die kansen zien in nog vier jaar Trump.