H.J.A. Hofland

Ontkenning

Ik bewaar een aflevering van het dagblad The New York Post. Op 28 november 2003 plaatste deze krant op de voorpagina een grote foto van een lachende George W. Bush met in zijn handen een schaal waarop een bruin gebraden kalkoen. Hail to the chief. In het diepste geheim is hij naar zijn troepen in Bagdad gegaan. De kalkoen is van plastic. Het bezoek duurt tweeënhalf uur, het verslag beslaat vijf pagina’s. De oorlog lijkt praktisch gewonnen, Irak zal volgens de plannen van de neoconservatieve denkers een voorbeeldige democratie worden.

We zijn drieënhalf jaar, 3600 gesneuvelde Amerikanen en omstreeks honderdduizend dode Irakezen verder. Het aantal vluchtelingen loopt in de miljoenen. Nederland zal ook Irakezen moeten opnemen. In Amerika is de oorlog tot het belangrijkste onderwerp in de campagnes voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar geworden. Weggaan, zo vlug mogelijk, of toch nog blijven? Dit laatste willen de bushisten en de regering in Bagdad. Anders komt er een burgeroorlog, zeggen ze. Die is er al. De ‘surge’ van circa dertigduizend extra soldaten heeft niet geholpen. Een eigenschap van mislukkende veldheren is dat ze gaan hopen op het reddende wonder. Dat blijft uit, ook hier. In een uitvoerig hoofdartikel heeft The New York Times afgelopen weekeinde nog eens uitgelegd waarom de Amerikaanse troepen Irak zo vlug mogelijk moeten verlaten. Samengevat: alles zal op den duur beter zijn dan blijven.

Indertijd waren niet alleen de beruchte ‘linkse intellectuelen’ tegen. Generaal Wesley Clark, opperbevelhebber van de Navo in de strijd tegen Milosevic, betoogde met klem van argumenten dat Amerika zich niet aan deze oorlog moest wagen. De columnist van The New York Times, Nicholas D. Kristof, heeft ruim van tevoren vanuit Irak de burgeroorlog tussen soennieten en sjiieten voorspeld. Ook in Nederland is toen de discussie gevoerd. Publicisten van links als Mient-Jan Faber van het Interkerkelijk Vredesberaad en Paul Scheffer waren onvoorwaardelijk vóór. Arie Elshout, adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, was een geharnast bondgenoot van Bush. Arnout Brouwers, toen chef buitenland van dezelfde krant, schreef in 2002 de brochure Met vereende kracht, waarin hij zich tegen het Europese ‘neutralisme’ keerde en een oorlog tegen Saddam Hoessein als wenselijk zag. Volgens Arend Jan Boekestein, toen nog historicus, nu kamerlid voor de VVD, was Saddam ‘dol op westerse intellectuelen’ als Noam Chomsky en Gore Vidal. Het waren ook de hoogtijdagen van de neoconservatieve filosofie, de denker Robert Kagan, die in zijn essay Of Paradise and Power betoogde dat de Europeanen van Venus waren en de Amerikanen van Mars. Daardoor was Amerika tot het wereldleiderschap geroepen. Goeie ouwe tijd.

Intussen wordt behalve in het Witte Huis wereldwijd ingezien dat Irak een onherstelbare ramp is, waarvan de gevolgen de buitenlandse politiek van Amerika verlammen. Geert Wilders wil dan nog wel een kernbom op de Iraanse atoominstallaties gooien, maar waarschijnlijk voelt zelfs Dick Cheney daar niets voor. In Afghanistan zouden de Amerikanen meer mankracht moeten hebben, maar die is er niet.

Het Israëlisch-Palestijnse conflict heeft Washington tot machteloosheid gemanoeuvreerd. Bij de Pakistaanse bondgenoot, die we nodig hebben om het probleem Afghanistan tot een oplossing te brengen, is de wankele president Musharraf toenemend in moeilijkheden zonder dat we daar iets aan kunnen doen. De diepste oorzaak is dat Irak de Amerikanen heeft verlamd.

De Amerikanen, dat is het hele Westen. In de Volkskrant van maandag vraagt Arie Elshout zich af of het Westen nog wel bestaat. Hij geeft een geclausuleerd antwoord. Het bestaat nog wel, maar het moet ‘weer een politiek voor een gemeenschappelijk handelen ontwerpen’. Daartoe, voeg ik eraan toe, moeten we dan in Washington eerst vragen of we dat wel mogen. De ervaring in Irak bewijst dat het bewind van Bush de politiek van het Westen heeft verwoest.

Ik ben zo vrij om vast te stellen dat dit al voorspelbaar was toen deze president voor zijn eerste ambtstermijn aantrad. Het werd duidelijker toen hij zich niets van Kyoto aantrok, nog duidelijker toen hij in de oorlog tegen de Taliban alle hulp van de bondgenoten verwierp, en zo heeft hij zijn praktische alleenheerschappij voortgezet. Ook enkele Nederlandse intellectuelen en opeenvolgende kabinetten zijn hem kritiekloos bijgevallen. Je zou denken dat het zeker voor de politiek tijd wordt daarvoor eens uitvoerig verantwoording af te leggen. De burgerbeweging Openheid over Irak heeft 130.000 handtekeningen verzameld van mensen die nu het naadje van de kous willen weten omdat ze vinden dat ze daar recht op hebben. Nee, zegt nu ook een meerderheid van de Eerste Kamer. State of Denial noemt Bob Woodward de mentaliteit waarin Bush c.s. zich hebben verschanst. Voor het Nederlandse bewind en zijn medestanders geldt hetzelfde.