Ontkoppeld

DACHTEN DE PAARSE initiatiefnemers dat de discussie over de Koppelingswet na het Eerste-Kamerdebat in maart dit jaar eindelijk afgelopen was, ditmaal krijgt de - al fors vertraagde - invoering per 1 juli de bestuurders van de vier grote steden op de achterste benen. ‘De Koppelingswet leidt tot allerlei onheil en is onevenredig hard’, zegt de Haagse wethouder voor Sociale Zaken Pierre Heijnen (PvdA). ‘De beoogde ontmoediging van illegaal verblijf vindt wel plaats, maar illegalen zullen niet ons land verlaten. Ze zullen onderduiken. Ik voorspel een hoop niet voorziene en ongewenste effecten; het ligt voor de hand dat ze de criminaliteit in gaan.’

Heijnen en zijn collega’s uit de drie andere grote steden schreven onlangs aan demissionair minister Melkert een brief waarin zij om uitstel vragen van de Koppelingswet. Uit menselijk oogpunt is het volgens de wethouders niet mogelijk uitkeringen aan ‘gedoogde illegalen’ van de ene op de andere dag stop te zetten. Afgezien daarvan is voor de gemeentelijke sociale diensten uitvoering van de wet ook praktisch gezien nog niet haalbaar.
Herman Meijer, GroenLinks-wethouder Vluchtelingen- en Allochtonenbeleid in Rotterdam: 'Pas zeer onlangs kregen we circulaires over hoe er precies gekoppeld moet worden. En dat waren alleen nog de instructies van het ministerie van Sociale Zaken; de voorschriften van de andere departementen moeten nog komen.’
De Amsterdamse wethouder Frank Köhler (GroenLinks): 'Het zal moeilijk worden de Koppelingswet in één klap uit te voeren. Het lukt ons niet de groep mensen die de uitkering van de ene op de andere dag verliest, van tevoren te benaderen. We willen niet alleen een briefje sturen met de boodschap: vandaag houdt het op. Een aantal van hen zal op straat komen te staan, zonder verdere vangnetten. De Koppelingswet is een botte bijl.’
Heijnen: 'Uit het oogpunt van zorgvuldige invoering van wetgeving moet je mensen daar op zijn minst enige maanden van tevoren vertrouwd mee maken.’
Herman Meijer: 'De betrokkenen hebben nauwelijks idee van wat ze boven het hoofd hangt. De Koppelingswet zal bijdragen aan het ontstaan van een onderklasse. Deze wet sluit iedere vorm van solidariteit uit. Er is niet eens een hardheidsclausule aan toegevoegd, terwijl dat toch tamelijk logisch zou zijn.’
MET DE KOPPELINGSWET is de vreemdelingenwet zo gewijzigd dat rechtmatig verblijf een voorwaarde is voor het recht op collectieve voorzieningen en uitkeringen. Voor rechtsbijstand, dringende gezondheidszorg en onderwijs is een uitzondering gemaakt; hiervan mogen illegalen ook na 1 juli gebruik blijven maken. Enorme computerbestanden als het Vreemdelingenadministratiesysteem en de Gemeentelijke Basisadministratie komen direct met elkaar in verbinding te staan zodat illegalen sneller op te sporen zijn.
Vooral voor de mensen die in afwachting zijn van een hernieuwde uitspraak over hun verblijfsstatus zullen de gevolgen van de Koppelingswet goed merkbaar zijn. Deze groep 'gedoogde illegalen’ ontvangt nu nog een bijstandsuitkering in de gemeente waarin zij verblijven. Door de trage gang van zaken bij het ministerie slagen de gemeenten er niet in deze betrokkenen tijdig te informeren. Heijnen en Meijer vinden het niet kies op zo'n korte termijn die groep betrokkenen te moeten vertellen dat ze plotsklaps geen inkomen meer hebben.
Heijnen: 'Het gaat in Den Haag om circa tweehonderdvijftig huishoudens die een uitkering ontvangen van de sociale dienst. Deze mensen hebben we ijlings aangeschreven en opgeroepen voor een gesprek. U kunt zich voorstellen dat dat geen prettige gesprekken zijn.’
De Koppelingswet zal het ontstaan van een onderklasse in de hand werken, vrezen de wethouders. Meijer: 'Dat illegalen alle recht op sociale voorzieningen kwijtraken gaat mij te ver. Die mensen zullen straks eerder overlast geven dan nu. Ze kunnen geen werk meer vinden, want er is geen ondernemer die het in zijn hoofd haalt ze in dienst te nemen.’
Heijnen: 'Ik vrees dat de betrokkenen uitgebuit gaan worden. Ze zijn gedwongen onder de meest vreselijke omstandigheden in hun inkomen te voorzien. Ze hebben de keuze tussen uitgebuit worden of zelf uitbuiten, het criminele pad op. Hier zullen de grote steden mee opgezadeld worden. Als gevolg van deze wet zullen meer mensen in de marginaliteit worden gedrukt met alle vervelende gevolgen van dien. Er zal een groot beroep gedaan moeten worden op informele hulpverlening.’
Köhler: 'Wij als gemeenten zullen die mensen in natura moeten ondersteunen. De druk op noodvoorzieningen zal groter worden.’
Heijnen: 'Er zal overbewoning ontstaan. Illegalen zullen in eerste instantie intrekken bij legale gezinnen met dezelfde nationaliteit. Ik heb zelf wel eens bezoeken gebracht. Dan zie je dat er behalve vader, moeder en een paar kinderen behoorlijk wat ooms of neven in een veel te kleine woning verblijven. Hiernaast zullen nogal wat troebele ondernemingen illegalen tegen afzichtelijk lage lonen in dienst nemen. En dat allemaal in wijken die toch al kwetsbaar zijn. Het is een nieuw probleem erbij.’
HET STEEKT DE wethouders dat zij zich bij de wet hebben neer te leggen. Heijnen: 'De wetgever heeft gesproken. Wij kunnen niet anders dan uitvoeren. Ik doe dat schoorvoetend. De grote steden hebben veel mensen die getroffen gaan worden. In de bijstand, maar ook waar het onderwijs en gezondheidszorg aangaat.’
Köhler: 'Ondanks alle bezwaren die wij als grote steden hebben aangevoerd, heeft de Tweede Kamer deze wet rücksichtslos doorgevoerd. In allerijl is er nog wel een paragraaf aan toegevoegd omdat de grote voorstanders van de Koppelingswet vreesden dat infectieziektes op Nederlanders zouden overslaan. Bij wijze van noodhulp kunnen illegalen nu van zorg gebruik maken. Dat is te beperkt. Als iemand met de ambulance naar het ziekenhuis wordt gebracht, is het te hopen dat het ziekenhuis hem aanneemt, omdat ze niet zeker zijn of ze wel kunnen declareren. In Amsterdam werken veel artsen in hun vrije tijd als illegalendokter.’
Meijer vertrouwt ook op barmhartigheid bij de artsen. 'Als er eentje met een zwerende voet zit en dat kan tot amputatie leiden, moeten we er maar van uitgaan dat de arts niet zegt: laten we nog maar even wachten tot het zover is. Toch zal die arts zelf op moeten draaien voor de kosten.’
Köhler: 'Nee, illegalen zullen beslist niet meer naar Nederland reizen voor medische zorg. De bureaucratische touwtjes zijn verder aangetrokken.’
Meijer: 'Het is begonnen met de illegalenkoorts die we gehad hebben in het begin van de jaren negentig. De Bijlmerramp, de onsubtiele waarschuwingen van een politiecommissaris, en onze eigen burgemeester Peper die beweerde dat er elfhonderd Turken op één adres woonden. Na die voorvallen is er in invasietermen over deze groep gesproken. Iedereen was vreselijk opgewonden over illegalen. Dat is de aanzet geweest voor de Koppelingswet.
Er is geen hard cijfer waarop de wet gebaseerd is. Uit de rapporten blijkt dat illegalen helemaal niet zo veel misbruik maken van onze collectieve voorzieningen als gesuggereerd wordt in het voortraject van de wet. Dat handjevol dat bewust zonder legitimatie rondloopt om criminele activiteiten te kunnen ontplooien is te verwaarlozen op de hele bulk, blijkt uit onderzoek. En juist dat handjevol wordt niet gepakt met de Koppelingswet. De Koppelingswet is een te grof instrument dat zijn doel ver voorbijschiet. De verkeerde mensen worden gedupeerd.’
Köhler: 'De bedoeling van de wet is dat ze vertrekken, maar ik vraag me af of dat daadwerkelijk zal gebeuren. Het is naïef om als overheid te denken: we snijden alle voorzieningen af, dan verdwijnen ze wel.’
EEN ONDERZOEKSGROEP onder leiding van de Rotterdamse socioloog Godfried Engbersen presenteerde eerder deze maand twee studies over illegaliteit. In het tweede deel, Patronen van incorporatie: In- en uitsluiting van illegale migranten binnen etnische gemeenschappen constateert Engbersen dat steeds meer illegale migranten in de problemen raken door het wegvallen van een officieel sociaal vangnet als gevolg van maatregelen als de Koppelingswet. Toch lijkt het erop, schrijven de onderzoekers, dat uitvoeringsfunctionarissen hun 'professionele optiek zouden laten prevaleren boven het uitsluiten van illegale migranten’. Oftewel: een humanitaire ambtenaar zou coulant kunnen zijn.
Meijer: 'Mijn gemeenteambtenaren mogen de hand niet lichten, maar er zal bij de uitvoerders een beter inzicht zijn in de materie, laat ik het zo maar zeggen. Mijn collega die de sociale diensten onder zich heeft, heeft ook heel erg weinig trek in deze wet en z'n consequenties. Hij verwacht dat er een hoop medewerkers burgerlijk ongehoorzaam zullen optreden.’
Köhler: 'Privé zullen ambtenaren van de verschillende instanties moeite hebben met de wet. De mogelijkheid bestaat dat individuen bij de sociale dienst zullen weigeren de wet uit te voeren. Maar het is natuurlijk een grote dienst, dus als een enkeling er niet aan mee wil doen, wordt het door iemand anders wel opgelost.’
Den Haag kan zich, als artikeltwaalfgemeente, geen charitas veroorloven. Heijnen: 'Al was het maar omdat de tekorten bij de sociale diensten nog meer zouden oplopen. Dat is nou net het probleem voor de gemeente per 1 juli: je kunt niet meer declareren bij de rijksoverheid. We moeten terugbetalen als we ten onrechte uitkeren, ook als dat komt doordat we in technische zin de boel niet op tijd op orde krijgen.’
HET CDA-KAMERLID Verhagen is hogelijk verbaasd dat de gemeenten zeggen de invoering van de koppelingswet per 1 juli niet te halen. Meteen na het versturen van de brief van de wethouders diende hij schriftelijke vragen in bij (demissionair) staatssecretaris Schmitz, die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de wet. Als de gemeenten inderdaad te laat zijn geïnformeerd, zoals de wethouders zeggen, dan rekent Verhagen dat Schmitz aan.
Verhagen: 'We spreken al vier jaar over de invoering van de Koppelingswet, het is niet iets van vandaag op morgen. We hebben in januari nog een debat gehad met Schmitz over de invoering van de wet: over hoe het ging met die voorbereiding, over de situatie per 1 juli, en ook over de vraag of de sociale diensten wel voorbereid waren. Er was toen naar de mening van de staatssecretaris geen enkel probleem. De invoering verliep zonder moeilijkheden en ze begreep niet waar wij ons druk om maakten. Als één maand van tevoren de vier grote steden opeens zeggen dat invoering niet mogelijk is, dan vind ik dat Schmitz tekortgeschoten is in haar verantwoordelijkheid. Als het waar is dat zij de gemeenten pas zo laat heeft geïnformeerd, is dat van de zotte. Een wet maak je niet alleen op papier, maar ook met de bedoeling om ’m daadwerkelijk te effectueren.’
Verhagen zou het merkwaardig vinden als het verzoek tot uitstel van de wethouders gehonoreerd wordt en daarmee de uitvoering van de Koppelingswet opnieuw vertraging oploopt. Verhagen: 'Als je vier jaar bezig bent geweest met de invoering, en de wet is al een half jaar later dan oorspronkelijk voorzien was, dan zou ik het vreemd vinden als de invoering weer een half jaar uitgesteld wordt. Ik zie dit niet meteen gebeuren, maar als de hele voorbereiding van a tot z gefaald heeft, dan kun je ineens met een realiteit geconfronteerd worden die anders uitpakt dan je normaal zou denken.’
Niet bekend