Ontluikende lezers

Het gelijktijdig en bij dezelfde uitgever verschijnen van twee oorspronkelijk Nederlandstalige prentenboeken - beide grappig, mooi gemaakt en met een aardig verhaal - is een opmerkelijke gebeurtenis. Circus Bollebrood is het debuut van de Vlaamse illustratrice Kristien Aertssen. Het is gesitueerd in de circuswereld. Kleine clown Bo ontbijt elke ochtend alleen omdat zijn ouders moeten oefenen voor hun act. Als rechtgeaard circuskind ziet hij in het kerstkransvormige brood andere mogelijkheden dan eten. Hond laat het ronddraaien op zijn achterpootjes, Kameel klemt het tussen zijn twee bulten en Olifant hangt het aan zijn slagtanden om Kaketoe erin te laten schommelen. Wanneer het dikke roze varken er elegant doorheen wil springen blijft het helaas hangen als een zwemband. Er zit niets anders op dan de muurvast verankerde broodhoepel in stukken te breken en met zijn allen in Bo’s woonwagen op te eten. Wanneer papa en mama hongerig terugkomen van de repetitie is alles op: eigen schuld dikke bult.

De dieren gaan gedeeltelijk in hun blote vel, gedeeltelijk in hemd en broek gekleed en Aertssen tekent ze enigszins karikaturaal. Dat heeft het mooiste effect bij het bolle varken, dat slechts een kanten kraagje om haar speknek draagt en de olijke rijst-met-krentenhond, die zich met zijn wapperoren ontpopt als een geboren brood-artiest. De lol van de clown en zijn vrienden met het kunstjesbrood overheerst gelukkig de boodschap dat ouders met hun kind moeten ontbijten, ook al hebben ze als tweeverdieners nog zo'n haast. Ook Wat staat daar? van Rindert Kromhout en Annemarie van Haeringen lijkt zich af te spelen in een circustent. Het blijkt een feesttent, waar Feestvarken een smulpartij aanricht voor haar alfabetisch geordende vrienden Aap, Bok, Cavia, Das en Ezel. Dat alfabet is niet toevallig, want wij betreden de wereld van de beginnende lezer. Aap ontvangt een brief, kan nog niet lezen en zoekt hulp bij Bok. ‘Er staat geen maan’, stelt deze vast, maar hij ziet wel Bok staan: 'Dat ben ik! Die brief gaat over mij!’ En zo rijgt het kettingverhaaltje zich aaneen via de verschillende beginnelingen en de eerste woorden uit de methode Veilig leren lezen. Cavia ziet dat er geen maan en geen roos staat, Das kan maan, roos noch vis herkennen enzovoort. Onder aan de bladzijden ontrolt zich een chaotisch subplotje tussen Gans en Haas, die de leeskunst ook nog niet machtig zijn. Achter in het boek is de uitnodigingsbrief opgenomen in handschrift op een braaf schriftblaadje en na het eten leest Feestvarken voor uit een boek, waar de wederwaardigheden van haar gasten nog eens in staan. Zo speelt Kromhout een ingenieus en aanstekelijk spelletje met zijn verhaalfiguren en zijn beoogd publiek. Annemarie van Haeringen geeft hem schitterend partij met haar aandoenlijke dieren, in losse, speelse lijnen, een quasi-slordig kleurtje hier en daar en overal koffiepotten, als was dit boek opgedragen aan Klaas Gubbels. Het beestenvolk dartelt in wonderlijke feestkledij over de pagina’s, om uiteindelijk in een verstilde avondsfeer tevreden te luisteren naar het voorlezen. Dat levert een perfect slotbeeld voor een origineel prentenboek over de ontluikende geletterdheid.