De stad in met Valeria Luiselli

Ontmoetingen in het stedelijk leven

In navolging van Walter Benjamin schrijft Valeria Luiselli over de steden die ze bezoekt, over de taal als stad en de stad als taal. En over schrijvers die hun stedelijke omgeving observeerden.
Luiselli zal donderdag 9 juni de vijfde editie van De Gidslezing verzorgen in de Rode Hoed te Amsterdam.

Walter Benjamin, de Europese stadsnomade bij uitstek, schreef in fragmenten en notities over Berlijn, Marseille, Napels en Parijs. Zijn stadsbeschrijvingen waren tegelijkertijd filosofische beschouwingen, over het schrijven, het leven, kunst, literatuur. Hoewel Benjamin nooit in Mexico zal zijn geweest, noteerde hij in Eenrichtingstraat uit 1928: ‘Ik droomde dat ik lid van een onderzoeksexpeditie in Mexico was… In een immense centrale grot met een spits toelopend gotisch dakgewelf werd een godsdienstige plechtigheid gehouden volgens de oudste ritus.’

Wanneer je Valeria Luiselli leest vermoed je dat deze gedroomde ceremonie iets van de geest van Benjamin in Mexico heeft doen aarden, om bijna een eeuw later weer boven te komen. Luiselli schrijft als een hedendaagse Benjamin over de steden die ze bezoekt, over de taal als stad, of de stad als een taal die leesbaar wordt als je maar goed genoeg op de details let. Haar observaties in Valse papieren zijn ontmoetingen met stedelijke ruimtes, met de taal en het schrijven zelf. Schrijvend over schrijven komt ze schrijvers tegen die hun bespiegelingen over het leven koppelden aan observaties van hun (veelal stedelijke) omgeving: W.G. Sebald, Joseph Brodsky, Baudelaire en, inderdaad, Benjamin.

De structuur van Valse papieren is vrijwel letterlijk ontleend aan Benjamins Eenrichtingstraat, waarin notities en bespiegelingen voorafgegaan worden door subkoppen ontleend aan alle teksten die hij in een straat in Berlijn aantreft: ‘Grondwerken’, ‘Verboden aan te plakken’, ‘Deftig gemeubileerde tienkamerwoning’ of: ‘Pas op: opstapje!’. Sommige komen bijna letterlijk terug in Luiselli’s tekst: ‘Werk in uitvoering’, ‘Verboden te parkeren’, ‘Gemeubileerd appartement’, ‘Let op het afstapje’. Het is een speelse hommage aan Benjamin, als een oefening creatief schrijven: gebruik de observerende blik en de subkoppen van Benjamins Eenrichtingstraat en verplaats de blik van de stadsnomade naar begin 21ste eeuw. Hoeveel is de wereld van de stad veranderd in honderd jaar tijd, vraag je je af, deze twee boeken naast elkaar lezend. Er lijkt geruststellend veel hetzelfde gebleven. De stad is nog steeds een plek om te flaneren (Luiselli flaneert zowel wandelend als op de fiets), om te verdwalen, om op een bank te zitten, om in een archief te duiken, om te fantaseren over de mensen die de stad bewonen en over de objecten die verbonden zijn aan de levens die in de stad geleefd worden. In Valse papieren neemt ze haar lezers mee naar Mexico-Stad, Venetië en New York, waar ze schijnbaar vluchtige momentopnamen koppelt aan intellectuele bespiegelingen en literaire referenties.

Luiselli’s werk wordt vernieuwend genoemd, maar hier is iemand aan het werk die zich juist schatplichtig weet aan grote observatoren van het stedelijk leven van de twintigste eeuw. Luiselli citeert veelvuldig haar helden. Zo is een deel van de beschrijvingen in Valse papieren gewijd aan haar zoektocht naar het graf van Joseph Brodsky. Ze vergelijkt haar gezicht met een portret van Marguerite Duras, en kauwt op eerder door haar onderlijnde zinnen in Duras’ romans. Soms komen de schrijvers letterlijk terug in de tekst, vaak is het vooral hun stem die doorklinkt in beschrijvingen. Luiselli neemt de stijl aan van haar helden, en toont hoe deze verrassend goed past bij de hedendaagse maatschappij, en bij haar eigen, jonge stem: fragmenten, samples, verschillende stemmen die gezamenlijk een dynamisch portret van de hedendaagse stad vormen.

Vernieuwend is het werk in letterlijke zin dus niet, wel zijn deze observaties, meanderend van filosofie naar literatuur naar stedelijke details, verfrissend. Niet pretentieus, maar met een frisse, luchtige blik, met enige zelfspot en humor, en een erudiete ondertoon van iemand die het schrijven, het lezen, de taal en de stad diep serieus neemt.

Medium foto 20valeria 20luiselli 20zony 20maya
Luiselli beschrijft niet alleen architectonische ruimtes, ze bouwt ook haar teksten op architectonische wijze op

De Italiaanse architect Aldo Rossi was ervan overtuigd dat de continuïteit van de stad in haar vaste structuren lag: haar stratenpatroon, de contouren van bouwblokken, de publieke ruimten. Valse papieren van Luiselli toont dat het karakter van steden juist besloten ligt in de details, en in de dagelijkse levens die er geleefd worden. De roman De gewichtlozen gaat verder in op dit idee van de stad als een verzameling momenten en een plaats voor ontmoetingen. De roman speelt zich grotendeels af in Manhattan – in appartementen, in de metro, in parken, in bars – en verweeft verschillende levens uit verschillende tijden met elkaar. Ten eerste beschrijft de roman het leven van de ik-persoon vanuit twee tijden: haar ‘huidige’ dagelijks leven met kinderen, echtgenoot en haar pogingen om tussen de huishoudelijke bedrijven door te schrijven; en haar eerdere, dynamische leven als jonge redactrice in New York. Dit leven wordt verweven met dat van de Mexicaans-Ierse dichter Gilberto Owen, die eind jaren 1920 in New York leefde en werkte. In tekstfragmenten lezen we de oudere Owen, die langzaam blind (en gewichtloos!) wordt en terugblikt op zijn leven als jonge dichter in New York. De twee auteurs uit verschillende tijden lijken elkaar te ontmoeten in de stad, soms als spookbeelden in de metro, soms in de gelijkenis tussen hun jonge levens, en ook in het spel om auteurschap. Om het werk van Owen te kunnen uitgeven wordt de jonge redactrice zijn ghostwriter, ze schrijft teksten in zijn geest en presenteert ze aan haar uitgever als originele manuscripten. Langzamerhand wordt onduidelijk wie wat schreef.

Het zijn ontmoetingen in de sferen van de stad, waarin de tijd zich ‘omvouwt’, zegt Luiselli, het is ‘een verticale roman, horizontaal verteld’. In de fragmenten waarin de perspectieven van de vrouwelijke hoofdpersoon en de dichter Owen elkaar afwisselen, komen verschillende tijden samen. Hun levens vinden niet gelijktijdig plaats maar worden gelijktijdig verteld, in dezelfde stad, met dezelfde straten, parken en huizen, met dezelfde objecten. Een dakterras, een plantenpot, een dode boom. De objecten vertellen hoe verschillende personen, met bijna een eeuw afstand, elkaar ontmoeten, en hoe hun blikken op de stad en het schrijverschap samenvallen. In Eenrichtingstraat, uit 1928, schreef Walter Benjamin, onder de kop ‘Let op: afstapje’: ‘Het werk aan een goed prozastuk kent drie trappen: een muzikale, waarop het wordt gecomponeerd, een architectonische, waarop het wordt gebouwd, en ten slotte een textiele, waarop het wordt geweven.’

Luiselli’s werk leest aanstekelijk en vlot, met een meeslepend ritme, effectieve herhalingen en soms langer uitgesponnen stukken. Ze beschrijft niet alleen architectonische en stedelijke ruimtes, maar ze bouwt ook haar teksten op architectonische wijze op. Wanneer een ruimtelijke constructie tegelijkertijd structuur geeft en ruimte openlaat voor verschillende interpretaties, wanneer een verticaal verhaal horizontaal verteld kan worden, dan is er zeker sprake van architectonisch talent. En inderdaad, tenslotte is het door de textiele kwaliteit van het werk dat schrijvers, tijden en plekken elkaar ontmoeten in het complexe weefsel van de stad.


Valse papieren en De gewichtlozen verschenen bij Karaat. Klaske Havik is dichter, schrijfster en universitair hoofddocent architectuur op de faculteit bouwkunde in Delft. Haar boek Urban Literacy: Reading and Writing Architecture verscheen in 2014 bij Nai010 uitgevers


De Gidslezing

Op donderdag 9 juni zal Valeria Luiselli de vijfde editie van De Gidslezing houden, in de Rode Hoed, Amsterdam. Kaarten zijn verkrijgbaar via de-gids.nl en rodehoed.nl

Beeld: Zony Maya