Toneel: BRoer

Ontploffingen in ondiep water

Sinds 2008 werkt toneelmaker Ilay den Boer (1986) aan een zesluik over de complexe relatie met zijn geboorteland Israël en over zijn familie, onder de verzameltitel Het Beloofde Feest.

In die cyclus worden uiteenlopende thema’s gekoppeld aan de persoonlijke geschiedenis van respectievelijk zijn moeder (joodse identiteit), oma (Israëlisch nationalisme), vader (Hollands antisemitisme) en opa (ideologisch doortimmerd heldendom). In deel vijf is de jonge broer van Ilay den Boer, Anan, aan zet. Hij is van 1991. De voorstelling Broer gaat over een botsing tussen Ilay en Anan in de winter van 2008/2009. Ilay heeft dan een toneelopleiding afgebroken en is met zijn thea­terproject over Israël begonnen, Anan is net zeventien en viert kerstvakantie aan de stranden van Tel Aviv. Israël botst die winter met de Palestijnen van Hamas in de Gazastrook. Als Broer begint weten we dat allemaal nog niet. Er wordt ons wel van alles beloofd (‘heftige ruzie’), enkele toeschouwers op de eerste rij krijgen aan het begin een sleutelrol bij de afwikkeling, straks, over een klein uur. Verteltechnisch is dat overigens link, bij aanvang van een voorstelling een hoop beloven. Bovendien wordt in het eerste half uur van Broer de mix van jongensboekavonturen van twee joodse jongens in de Biesbosch (nabij hun woonplaats Dordrecht) en historische ontdekkingen over verraad van joodse onderduikers in de Tweede Wereldoorlog slordig en warrig in elkaar gestoken. En we moeten het in die verhalen allemaal hebben van Ilay den Boer zelf. Want Anan zit in een bootje en maakt muziek. Hij zwijgt. Dat hebben ze zo afgesproken. De voorstelling Broer is immers Ilay’s laatste kans om over die botsing in de winter van 2008/2009 helderheid te verschaffen.

Wanneer de ruzie er dan eindelijk echt komt – ik verklap niet hoe of wat – valt het explosieve gehalte nogal mee (tégen, moet je uit een oogpunt van dramatisch effect zeggen). Je bent als publiek snel geneigd het nuchtere feestbeest Anan en zijn puberale passiviteit te snappen en misschien ook wel een beetje gelijk te geven, zeker tegenover het activistische bok-op-een-haverkist-gedram van Ilay. De beloofde finale van hun politieke botsing over Israël en de Palestijnen eindigt krachteloos in een paar doffe onderwaterploffen en een natte-pakkengevecht tussen de broertjes. (De voorstelling speelt zich af op een locatie aan ondiep water.) Het is zeker waar dat de inventieve mengeling van herinnering en angstdromen, fictie en non-fictie bij Ilay den Boer keer op keer zorgt voor een intrigerende vorm van verwarring. Maar er is ook, althans bij deze kijker, oplopende irritatie. Hij woelt veel overhoop, maar een begenadigd verteller is hij niet, de potentiële trefzekerheid van een Spieler die probeert de verwachtingen van het publiek op het verkeerde been te zetten (dat wíl hij overduidelijk graag) wordt overvleugeld door een overdaad aan uit-ge-speeld enthousiasme, wat zowel de inhoud als het dramatisch vernuft danig in de weg zit. Hij lijkt me ook te snel tevreden met de stof die hij opdient, en in het geval van Broer is die stof van een laag soortelijk gewicht. Hij speelt met het vuur in de ogen van iemand die de lat hoog legt, maar die te vaak dreigt te eindigen bij de nachtkaars als anti-­climax en bij het cliché van afgeleefd, belerend en soms betuttelend vormingstoneel, een mijnenveld dat bijvoorbeeld in de prachtige aflevering vier uit de reeks, Dit is mijn vader, koelbloedig werd gemeden. Volgend jaar deel zes.


Broer speelt nog van 10 t/m 12 augustus in Theater op de Markt in het Vlaamse Hasselt, van 25 t/m 27 augustus in Cultura Nova in Heerlen en van 6 t/m 9 september op het Bies! Theaterfestival in Dordrecht. www.tgilay.nl