Ontruim de aarde

De toekomst voorvoelen, de architect als seismograaf. Sensing the future, the architect as seismograph. Zo luidt de titel van de zesde architectuurbiennale die tot en met 17 november in de Giardini te Venetië plaatsvindt.

Breeduit over het voorportaal van het Italiaanse paviljoen staan de lijnen van een uitslaande naald, het seismogram van geregistreerde schokken en schokjes. Architectuur op de schaal van Richter. Venetië als epicentrum. De inzendingen, de tentoonstellingen en allerlei randactiviteiten staan in het teken van aardverschuivingen; toen, nu of binnenkort.
Verbazing wekt deze beeldspraak niet. Het ligt voor de hand dat de architectuur grijpt naar rampmetaforen. Waar ook ter wereld is het gesprek over architectuur doordesemd met rampspoed, of op zijn minst met diep ontzag voor de adembenemende krachten die eraan komen. Je kunt geen planpresentatie, vaktijdschrift of discussie volgen of je merkt dat hoog niveau tegenwoordig hand in hand gaat met besef van turbulente ontwikkelingen. Wie zijn architectuur niet baseert op turbulente ontwikkelingen, wordt nauwelijks nog serieus genomen.
En zo klinken in alle architectonische zelfreflecties nu de speculaties op het derde millennium door. Een tijdperk waarin demografische explosies, universele urbanisering, economische globalisering, de ongekende schaalvergroting, de bedreiging van het milieu, de oprukkende digitalisering, enzovoort, met de architectuur zullen spelen als met een stuk wrakhout in de branding.
Hoe seismografisch artistiek directeur Hans Hollein de architectuur ook inschat, wie denkt in Venetië revolutionair nieuwe architectuur aan te treffen, komt bedrogen uit. Er is niets te zien van woningbouwprogramma’s voor de honderden miljoenen die de megalopolen gaan bevolken. Er zijn nauwelijks studies naar wonen in grote dichtheden. Er is zo goed als geen eco-bouw. Geen architectuur die een antwoord is op de exploderende mobiliteit. Zo goed als niets over de mogelijkheden van digitale technologie en de gevolgen daarvan op het maken en beleven van gebouwen. Op niveau van het ontwerp is er, kortom, niets te zien dat doet vermoeden dat de schok van het nieuwe de architectuur al heeft bereikt. Wat met de mond wordt beleden, wordt in de ontwerpen nauwelijks ondersteund. Daar heerst het seismografisch onvermogen.
Ik overdrijf. Natuurlijk zijn er inzendingen die wel degelijk een beeld geven van het rommelen der tijden. In menig paviljoen loop je tegen dooreengeschudde gebouwen aan, uitgevoerd in vorstelijke maquettes. Het paviljoen van Japan is zelf een dooreengeschud gebouw. Maar wat opvalt is dat de architectuur geen werkelijke reactie geeft op al die ontwikkelingen, maar deze ontwikkelingen alleen metaforisch laten zien. Architecten die traditiegetrouw nooit schroomden de mouwen op te stropen, zijn nu een soort illustrators geworden. Zij maken beelden die alleen het verhaal bevestigen. Ze zijn wat dat betreft inderdaad seismografen, maar niet zo als Hollein het bedoeld zal hebben. Gebouwmodellen staan als ontzielde iconen van de grote kladderadatsj op hun mooie strakke sokkels. Gebouwde nabeschouwingen.
Als er al sprake is van een profetisch vermogen dat anticipeert op de aardbeving, dan zou je kunnen zeggen dat de architectuur in Venetië een wereld vertegenwoordigt waaruit de mensen reeds zijn geëvacueerd. Het is druk in de Giardini, maar ìn die gebouwen, op al die foto’s en tekeningen, is geen mens meer te bekennen. Het leven is al lang geleden vertrokken. Wat overblijft, is een goed geconserveerd beeldrepertorium van geprojecteerde historische calamiteiten, terwijl de mensen zelf intussen op zoek zijn naar onderdak. Naar architectuur.
Zo heeft de architect de perfecte oplossing voor de in zijn schoenen geschoven neutrale registrerende functie gevonden. Hij schept geen ruimte, maar ontruimt.