Economie

Ontslagrecht

Ruim honderd dagen zijn voorbij gegaan. En kabinet-Balkenende IV ruziet nog steeds over versoepeling van het ontslagrecht.

De ellende begon al tijdens de verkiezingscampagne in 2006. pvda-lijsttrekker Bos had in het voorjaar in de inmiddels beruchte Netspar-lezing een opmerking gemaakt over versoepeling van de ontslagbescherming onder strikte randvoorwaarden. De proefballon haalde het pvda-verkiezingsprogramma niet. Het cda maakte dankbaar misbruik van het gebrek aan eenheid in de PVDA-communicatie. Balkenende verweet Bos in het eerste grote lijsttrekkersdebat te liegen en te draaien over het ontslagrecht. Het was de pot en de ketel. Het cda repte met geen woord over de ontslagbescherming in zijn eigen verkiezingsprogramma, maar had wel stiekem ingrepen weggemoffeld in de cpb-doorrekening. In liegen en draaien zijn ze bij het CDA altijd beter geweest.

De versoepeling van de ontslagbescherming is inmiddels een prestigekwestie geworden. De regeringspartijen staan lijnrecht tegenover elkaar. Alle partijen verdringen zich om de gevestigde belangen in de polder te verdedigen. Het cda behartigt opzichtig de belangen van de werkgevers. PVDA en CU verschuilen zich achter de vakbonden. Het gaat allang niet meer om de inhoud.

De patstelling over het ontslagrecht moet worden doorbroken, omdat versoepeling zowel rechtvaardig als goed voor de economie is. De zekerheid van een vaste baan voor de insiders wordt op dit moment betaald met enorme werkonzekerheid voor de outsiders. Uitgerekend de meest kwetsbare werknemers worden met de grootste werkloosheidsrisico’s afgescheept. Dat is niet sociaal. Soepeler ontslagbescherming maakt het voor bedrijven aantrekkelijker om mensen in dienst te nemen die nu als een financieel of bedrijfsrisico worden gezien, zoals ouderen, vrouwen, laaggeschoolden, langdurig werklozen, allochtonen. Die komen dan sneller aan de slag.

Versoepeling van de ontslagbescherming is bovendien goed voor de economie. Minder ontslagbescherming maakt de arbeidsmarkt flexibeler. Bedrijven kunnen sneller overschakelen op nieuwe technologieën, organisatiestructuren en productieprocessen, omdat ze niet vast blijven zitten aan minder goed inzetbaar personeel. Mensen worden niet alleen sneller ontslagen, ze vinden ook sneller een baan. Netto domineert het laatste effect. De welvaart en innovatiekracht van de economie nemen op lange termijn toe.

Toch is het riskant om het ontslagrecht zonder meer te versoepelen. Het gaat alleen werken als de arbeidsmarkt beter functioneert. Sommige werknemers krijgen nu meer betaald dan hun arbeidsproductiviteit. Denk aan oudere werknemers, die vaak meer naar leeftijd dan naar prestatie worden beloond. Laaggeschoolden kunnen ook minder productief zijn dan het minimumloon of de laagste CAO-schalen. Bij versoepeling van het ontslagrecht worden te dure werknemers geloosd. Op lange termijn komt dat allemaal weer in orde omdat lonen dalen, maar op korte termijn komen bepaalde groepen niet meer aan het werk.

Goede ontslagbescherming is een van de oorzaken dat de lonen te hoog zijn. Vakbonden en werknemers zijn veel minder voorzichtig met looneisen, omdat bedrijven werknemers immers moeilijker kunnen ontslaan. Versoepeling van het ontslagrecht helpt om de lonen te matigen, waardoor de werkgelegenheid stijgt. Maar dit is onvoldoende om ontslagen te voorkomen.

Rampspoed bij versoepeling van de ontslagbescherming kan alleen worden voorkomen als tegelijkertijd ook de loonstructuur wordt aangepast. Eerst zal loon naar werk in plaats van loon naar leeftijd moeten worden ingevoerd, om te voorkomen dat ouderen massaal worden gedumpt. Dat is politiek vuurwerk. Ook een ander heilig huisje, het minimumloon, zal moeten worden afgebroken. Het minimumloon zal moeten zakken en voor werkenden met lage inkomens moeten tegelijkertijd de belastingen worden verlaagd, om zo de werkgelegenheid én nettolonen voor werknemers aan de onderkant op peil te houden. Alleen als lonen meer in de pas lopen met arbeidsproductiviteit, is het zinvol om de ontslagbescherming te versoepelen.

Er zal dus helemaal niets van terechtkomen. Een bange PVDA kijkt in de koplampen van de SP, die de gevestigde belangen van de insiders op de arbeidsmarkt met hand en tand verdedigt. En het cda doet overdreven stoer om de werkgevers te vriend te houden. Het is een weinig verheffend tafereel.

Ondertussen blijft de tweedeling op de arbeidsmarkt intact. De arbeidsmarktrisico’s worden nog steeds op vrouwen, allochtonen, laaggeschoolden en flexwerkers afgewenteld. De economische groei en de innovatiekracht nemen evenmin toe. Het is de prijs die Nederland betaalt voor de verstikkende tirannie van de gevestigde deelbelangen.