Voedselschandalen in China volgen elkaar op

Ontsnappen aan de gifmengers

Chinezen maken zich ernstige zorgen over groente en zuivel uit de supermarkt. Eén op de vijf kinderen is te dik.

DE IN CHINA wereldberoemde zangeres Cheng Lin schoffelt de laatste tijd fanatiek op het stuk land dat ze vorig jaar pachtte om een gezonder maal voor haarzelf en haar geadopteerde dochter op tafel te krijgen. ‘Zweten geblazen, dat wel’, zucht ze, terwijl ze in een temperatuur van tegen de veertig graden het onkruid te lijf gaat. 'Maar dat zul je ervoor over moeten hebben om aan de gifmengers in dit land te ontsnappen. Iedere onbespoten tomaat, iedere onbespoten krop sla zie ik als een overwinning.’
Daarin staat ze blijkbaar niet alleen. In de aangrenzende groentetuin van een bekende kunstenaar staan de bonen er uitstekend bij. Later op de middag stapt even verderop een filmregisseur uit een Porsche Cayenne SUV en slentert met een hark over zijn schouder naar zijn tomatenstruiken. Voor volgend jaar overigens denken de elitetuinders gezamenlijk toch maar wat arbeiders in te huren om voor hun groenten te zorgen.
'Ik krijg eelt op m'n handen en ontwikkel spieren in vreemde plekken op m'n lijf en dat ziet er op het podium niet echt elegant uit’, lacht Cheng Lin. 'Het probleem is wel hoe die arbeiders duidelijk te maken dat ze worden afgerekend op de kwaliteit van de productie en niet op de kwantiteit. Het grijpen naar de meest griezelige bestrijdingsmiddelen is hier zo'n beetje een tweede natuur.’
'Gezond eten in China is nu eenmaal niet zo gemakkelijk’, zegt voedingsdeskundige Ma Guangsheng, verbonden aan het Centrum voor Ziektecontrole en -preventie. 'Haast iedere week wel komen er nieuwe voedselschandalen aan het licht en volgens onderzoek maakt 65 procent van de bevolking zich er nu ernstige zorgen over wat ze zichzelf en - veel dramatischer - hun kind voorzetten. Dat betekent, vanwege de informatiekloof, dat honderd procent van de stadsbewoners met wantrouwen naar de dagelijkse maaltijd kijkt en het onbehagen op het platteland snel toeneemt. Het is voor een ieder duidelijk dat het de regering op dat gebied aan daadkracht ontbreekt, wat nog wordt versterkt door het algemeen bekende feit dat groente voor hogere ambtenaren van speciale boerderijen komt waar de kwaliteit wel degelijk streng wordt gecontroleerd. Dat wekt geen vertrouwen, om het zwak uit te drukken.’
Bijna de helft van alle maagkankerpatiënten wereldwijd zijn Chinezen en iedere twee of drie minuten sterft iemand in China aan die ziekte. Alleen al tijdens het schrijven van dit artikel werden in Shanghai negen merken gebotteld water uit de handel gehaald omdat bacteriologische vervuiling hier en daar zesduizend maal de toegestane waarden overschreed.
'Die onmacht maakt dat sommigen inderdaad zelf het heft in handen nemen’, zegt Ma. 'Ik wilde dat ik het me kon veroorloven, maar helaas blijft het beperkt tot de rijken die een stuk land kunnen betalen. En ook zij zijn natuurlijk niet zelfvoorzienend. Een tuin levert buiten het seizoen niets op en bovendien zullen ze het toch van geïmporteerde melk, vlees, rijst en dergelijke moeten hebben als ze Chinese artikelen willen vermijden. Maar wat ze voorgeschoteld krijgen in restaurants kunnen ze niet bepalen en zoals u weet is buiten de deur eten hier een nationale hobby.’
Gezond voedsel is dus leuk voor de rijken, maar het gewone volk zal wel moeten eten wat de pot schaft. Toch gaan velen, zeker in de steden, onvoorstelbaar ver om in ieder geval voor hun enige kind het allerbeste aan te schaffen. Dat maakt een bezoek aan de supermarkten in de steden pijnlijk duidelijk. Drie jaar terug bleek door het hele land de melkproductie systematisch en moedwillig te zijn vergiftigd met de chemische stof melamine en werden driehonderdduizend baby’s ziek. Zeker zes kinderen stierven en zo'n duizend werden voor het leven verminkt. In Peking, waar het gemiddeld inkomen nu zo'n 450 euro per maand is, blijken jonge ouders mede daarom maar al te vaak bereid substantiële bedragen te besteden aan 'veilig’ melkpoeder uit het buitenland.
'Het is ongelooflijk als je erover nadenkt, maar dat komt al gauw op zo'n 25 tot dertig procent van wat ze verdienen’, aldus Frank Aarts, die zelfstandig babymelk uit Nederland importeert en die ver onder de detailhandelsprijs via internethandelaren aanbiedt. 'Een pak Nestlé van negenhonderd gram kost tweehonderd tot 250 yuan in de winkels, en per maand betalen mensen zeker meer dan honderd euro.’
Aarts betwijfelt overigens of die voorkeur alleen te wijten is aan het melamine-schandaal: 'Het wantrouwen steekt veel dieper dan dat. Bij een klant waar ik wel eens kom, is alles in de keukenkastjes uit het buitenland afkomstig. Die argwaan vreet het land kapot.’ Logisch dus dat ook Aarts potentiële afnemers er soms van moet overtuigen dat zijn melkpoeder wordt geïmporteerd: 'Laatst op een babymarkt kreeg ik daar nogal wat vragen over. De angst was dat het spul in China zou zijn gemaakt, en dat ik het verkoop in een leuke Nederlandse verpakking.’
In een dergelijk angstig klimaat moet uiteraard ook biologische landbouw zich voor de consument bewijzen, en dat betekent in praktijk dat ieder schandaal moet uitblijven, hoe onbetekenend ook. Het bedrijf Lohao heeft nu door het land zeventien 'groene’ winkels en overleefde de eerste vijf jaar vooral door klandizie van buitenlanders. Nu ook steeds meer gewone supermarkten biologisch geteelde groenten en fruit verkopen, komen er alleen al in Peking tot eind volgend jaar dertien winkels bij.

'VEEL CHINEZEN zijn wel degelijk bereid wat meer te betalen voor veilig voedsel’, zegt algemeen directeur Terry Yu, terwijl hij op zijn kantoor een beker sojamelk voor me neerzet. Maar dat die uitbreiding waarschijnlijk niet zonder problemen zal verlopen, houdt hem naar eigen zeggen vaak uit zijn slaap: 'Als ik beweer dat dit biologische sojamelk is, zul jij me als buitenlander mogelijk nog wel geloven, maar om Chinezen daarvan te overtuigen is een heel ander verhaal. De consument gaat er door schade en schande van uit dat ik ze in de maling probeer te nemen om daar zelf zo rijk mogelijk van te worden, en dat zet uiteraard een stevige rem op de groei van de groene landbouw. En geef ze trouwens eens ongelijk; sommige achtjarige meisjes in dit land menstrueren al.’
Om ieder schandaal of gerucht buiten de deur te houden controleert Lohao de toeleveranciers zo goed als hij daartoe bij machte is: 'In de eerste plaats eisen we officiële papieren van het door de overheid erkende Organisch Voedsel Onderzoekscentrum (COFRC) waaruit blijkt dat het product inderdaad veilig is. Vervolgens sturen we controleurs, en nadat het product is gearriveerd laten we het analyseren door een derde partij. Ten slotte beloven we schriftelijk ze voor het gerecht te slepen als er toch problemen blijken te zijn. Dat dat geen loze bedreigingen zijn, weten ze maar al te goed.’
Maar het COFRC valt onder de regering, en dat is direct een mogelijke bron van ellende. Sinds in de jaren vijftig, tijdens de Grote Sprong Voorwaarts, tientallen miljoenen mensen verhongerden omdat lokale ambtenaren hoger geplaatsten niet durfden in te lichten over de catastrofes ter plekke, is er opvallend weinig veranderd in de systematische structuur van het land. Nog altijd houdt Peking gezondheidsorganisaties en controle over de voedselveiligheid onder de paraplu van de partij, en dat komt de efficiëntie niet ten goede.
Het melamineschandaal bijvoorbeeld kon maandenlang voortwoekeren omdat lakse ambtenaren hun mond hielden en omdat er sprake was van belangenverstrengeling tussen lokale overheden en de zuivelindustrie. Voordat Peking eindelijk was doordrongen van de volle omvang van de ramp lagen er tienduizenden kinderen in het ziekenhuis. Terry Yu acht het politiek niet verstandig daar iets over te zeggen, maar dat dit systeem nodig aan herziening toe is wil een anonieme voedseldeskundige verbonden aan een internationaal ziekenhuis wel kwijt. 'Peking lokt het zelf uit’, zegt ze. 'Zolang er geen onafhankelijke organisaties zijn die lokaal gesignaleerde problemen direct kunnen melden aan Peking houden we periodieke catastrofes. Nu moet dergelijke informatie via de bureaucratische ladder omhoog percoleren.’ Een andere expert zegt het zo: 'China wordt het eerste zich ontwikkelende land in de geschiedenis dat zichzelf vergiftigt voordat het rijk kan worden.’
Maar zoals bekend werd China in de laatste dertig jaar wel degelijk heel veel rijker en dat leidt tot problemen die westerlingen zeker bekend in de oren zullen klinken: zwaarlijvigheid. Volgens regeringscijfers is nu één op de vijf lagereschoolleerlingen in de steden klinisch obese. Dertien procent is te dik.
Wang Jiabao maakt voor zoon Liu Yang de avondmaaltijd klaar. Helemaal vertrouwd is ze er niet mee, want sinds de dertienjarige en 83 kilo zware Liu Yang gedurende de zomervakantie z'n dagen doorbrengt in een centrum voor dikke kinderen is er in haar kleine Pekingse keuken een revolutie gaande. 'Kentucky Fried Chicken en McDonald’s is er natuurlijk al helemaal niet bij, maar hij mag nog maar een heel klein beetje vlees en dat is wat hij normaal alleen maar eet.’
Vanwege het alom aanwezige landbouwgif schilt ze komkommers en tomaten. Groenten worden langdurig geweekt in een sopje van vaatwasmiddel. 'Niet dat hij dit zal eten’, zegt ze, en zet de rijst op. 'Zodra hij de kans heeft gaat hij naar opa en oma voor chips of iets dergelijks.’ Daarin krijgt ze al snel gelijk. Als z'n bord op tafel komt, neemt Liu Yang een paar happen, verdwijnt dan naar z'n slaapkamer om met zijn computer te spelen, en even later slaat de voordeur dicht. 'Ik weet het ook niet’, zucht mevrouw Wang, terwijl zijn voetstappen nog naklinken in het trapportaal. 'Als kleuter was hij al zwaar. Ik geef daar graag de ouders van mijn echtgenoot de schuld van, maar als ik eerlijk ben vind ik het zelf ook moeilijk hem iets te ontzeggen.’
De volgende ochtend ziet Liu Yang er een beetje pips uit, te midden van zijn lotgenoten op het vermageringscentrum. Hij moet nog vier weken en als het aan hem lag ging hij lekker naar huis of naar opa en oma. 'Rennen, basketballen en vieze dingen eten. Dat is wat ik hier doe’, geeft hij als korzelig antwoord op mijn naar zijn mening intens domme vraag. Een paar uur later, na een hardlooprondje rond het gebouw en een tijdje touwtje springen, lijkt de bui wat te zijn geklaard en zegt hij te hopen dat hij in de komende weken vijf kilo afvalt. Dat zou misschien kunnen lukken, maar of hij dat resultaat op de langere termijn ook kan behouden lijkt vrijwel uitgesloten. Volgens regeringsonderzoek is er alweer kort na de aanvang van het schooljaar in geen enkel kind enig resultaat te ontdekken van die martelende weken in afvalcentra. Dat komt ook omdat op de meeste scholen nog nauwelijks iets aan sport wordt gedaan, uit angst voor gerechtelijke stappen van ouders in geval de kleine keizer een verwonding oploopt.
'In China is het tijdperk van obesitas nu echt begonnen’, zegt Ji Chenye van de afdeling kindergezondheidszorg onder het Chinese Preventieve Gezondheidsgenootschap. 'Niemand die werkelijk weet wat eraan moet worden gedaan.’