Jeugdboeken: Godje en De dievenbende van Scipio

Ontsnappen uit de lege wereld

Daan Remmerts de Vries

Godje

Uitg. Querido (10+), 87 blz., € 11,50

Cornelia Funke

De dievenbende van Scipio

Uitg. Querido (10+), 329 blz., € 14,95

Robbie Nathan, uit het met een Gouden Griffel bekroonde boek Godje, vertelt zijn lezers over het verlangen naar een hoofdrol. «Soms hoor ik muziek. Muziek in de wind of in de regen. Die muziek is voor mij. Die muziek bestaat uit violen en trommels en trompetten. Misschien ga ik die muziek later opschrijven. Dan laat ik het uitvoeren door een orkest. Dan zal iedereen verbaasd zijn. Dan zal ik beroemd worden.» Echt leven, «iets bijzonders» meemaken, dat is wat Robbie Nathan, een jaar of tien en een creatie van Daan Remmerts de Vries, wil.

Een verlangen dat veel tienjarige jongetjes herkennen. Samen met vier vrienden, over wie Robbie heer en meester is, probeert hij zijn fantasieën werkelijkheid te laten worden. Zo wordt er onder zijn leiding een schedel opgegraven, ’s nachts op het kerkhof. De schedel, genaamd Gertrudis, wordt Robbies eigendom en krijgt magische krachten toegedicht. Een bezit waarmee hij de wereld kan betoveren, de regen laten stoppen en zijn zeurende moeder, «die zorgt dat alles niet voortdurend aan duigen valt», laten verdwijnen. «Maar ophouden met regenen doet ’t niet.» En ook zijn moeder lost niet op. Robbie Nathans fantasieën worden geen werkelijkheid.

Aangekomen bij de laatste bladzijde zullen lezers vanaf een jaar of negen het boek met een zucht van teleurstelling dichtslaan en vermoedelijk mompelen dat er helemaal niks gebéurt. Godje is als kinderboek te bedacht. Wel is het een mooi, literair werkje. Lichtvoetig, poëtisch en met kinderlijke eenvoud geschreven. Zoals ook Willis en De Ontdekkingsreizigers, eerder werk van Remmerts de Vries.

In Godje toont de schrijver vertederend subtiel hoe een tienjarige fantast en pestkop met een klein hart op een vinexlocatie wil ontsnappen uit de lege wereld waarin hij leeft. «Een aanklacht», noemt Remmerts de Vries zijn boek dan ook in een interview in NRC Handelsblad. De reden waarom Godje vooral volwassenen zal raken. Even weten ze weer waarover kinderen dromen en herin neren zich hun eigen verlangen van weleer: hoofdpersoon zijn in een spannend avontuur.

De Duitse Cornelia Funke ontvangt begin november de Internationale Boekenprijs Corine 2003, de tiende prijs op rij voor De dievenbende van Scipio. In dat boek lopen de twaalfjarige Prosper en zijn kleine broertje Bo weg van hun humorloze, kleinburgerlijke tante, die na het plotselinge overlijden van hun moeder de lieftallige Bo wel wilde adopteren maar Prosper «met geen mogelijkheid ook nog in huis kon nemen».

Ze verschuilen zich in Venetië, de stad waarover hun moeder zo mooi kon verhalen. Daar sluiten de twee zich aan bij een stelletje kruimeldiefjes. Straatkinderen, hun ouders en voogden ontvlucht, of weggelopen uit naargeestige weeshuizen. Twee jongens, een meisje en Scipio, de gemaskerde, geheimzinnige leider van de groep, «de dievenkoning». Samen huizen ze in een verlaten, vervallen bioscoop, «in het verborgen hart van de stad», hun «sterrenschuilplaats» en veilig thuis.

Totdat de kinderen opnieuw worden bedrogen. Door Scipio, die een rijkeluiszoontje blijkt te zijn en als Robin Hood waardevolle spullen van zijn ouders steelt en uitdeelt aan de dievenbende. En totdat een mysterieuze «conte» de ontmaskerde dievenkoning vraagt een houten vleugel te stelen die thuishoort in een verdwenen, magische draaimolen, waarover ooit werd verteld dat een paar rondjes op de carrousel «kinderen in volwassenen veranderden en volwassenen weer in kinderen».

Dan neemt het verhaal een wending. De «sterrenschuilplaats» wordt verraden en de rode draad, zo vernuftig door het boek gesponnen, wordt zichtbaar. Het aloude thema van speelse kinderen en harteloze volwassenen die elkaar niet begrijpen. Scipio zegt: «Kinderen zijn rupsen en volwassenen zijn vlinders. En geen vlinder kan zich nog herinneren hoe het was om een rups te zijn.»

Ze leven in verschillende werelden. Zoals Robbie Nathan en zijn moeder, Prosper, Bo en hun tante en Scipio en zijn vader die in een heftige ruzie elkaar definitief verliezen.

Bejubeld in de buitenlandse pers, onderscheiden met vele prijzen en nu óók in het Nederlands vertaald (Funkes eerste boek dat hier in vertaling verschijnt). Terecht wordt De dievenbende van Scipio in november onderscheiden. Het is een fantastisch boek, geschreven vanuit Funkes diepe, innerlijke drang om verhalen te vertellen. Een verhaal, zo beeldend geschreven dat het onwillekeurig sferen uit Charles Dickens’ werk oproept. Beelden en sferen die versterkt worden door Funkes eigen zwart-witillustraties. De lezer waant zich in Venetië en draait mee in de magische mallemolen van het avontuur. Een geweldig leesavontuur voor jongetjes als Robbie Nathan én iedereen die als een kind zichzelf en zijn omgeving in alles kan veranderen waarvan hij droomt.

«Want als je niets gelooft, je alleen maar gelooft wat je ziet met je eigen ogen, dan is alles… zo kaal… Je moét gewoon iets geloven.» (uit Godje)