remier Boris Johnson tijdens een bezoek aan een vaccinatiecentrum in Islington, Londen, 18 mei © Jeremy Selwyn / Pool via REUTERS

Tot voor kort zag het ernaar uit dat de politieke carrière van Boris Johnson bijna voorbij zou zijn. Dit voorjaar, na minder dan twee jaar in functie, werd de Britse premier geteisterd door corruptieschandalen, waaronder beschuldigingen dat hij renovaties aan zijn huis had betaald met niet-gedeclareerde giften van rijke donoren en dat hij overheidsgeld had doorgesluisd naar een vrouw met wie hij een affaire had. Brexit had geleid tot enorme ontwrichtingen in de Britse havens, bijgedragen aan het uitlokken van geweld in Noord-Ierland, en het reële risico doen ontstaan dat Schotland zou stemmen voor afscheiding. De economie was er slecht aan toe, met een Britse productie die in 2020 sterker was gedaald dan in enig ander jaar sinds 1709. En het allerbelangrijkste: Groot-Brittannië had te lijden gehad onder een van de ergste uitbraken van het coronavirus ter wereld.

Net als in Nederland waren in Groot-Brittannië al bestaande omstandigheden die het land bijzonder kwetsbaar maakten voor de pandemie, zoals een hoge bevolkingsdichtheid, en drukke havens en luchthavens. Het is echter ook duidelijk dat Johnsons regering soms verschrikkelijke beslissingen heeft genomen en te laat heeft ingegrepen, waardoor een toch al beroerde situatie nog verder verergerde. Ongeveer 130.000 Britten zijn overleden, evenveel mensen als in Frankrijk, Nederland, Denemarken en Noorwegen samen.1 Johnson is een bewonderaar van Winston Churchill, maar toen zijn eigen oorlogsmoment aanbrak in de vorm van de pandemie slaagde hij er op afschuwelijk ironische wijze niet in effectief te regeren.

Onder deze omstandigheden is het geen verrassing dat Johnsons populariteit vorig jaar kelderde. Tussen maart en november kromp de voorsprong van zijn Conservatieve Partij op de oppositionele Labourpartij in de peilingen van twintig procentpunten tot nul. In april 2020 zei twee derde van de Britten dat Johnson het ʻgoed’ deed als premier, maar in november vond nog maar één derde dat. Hoewel hij bij sommige kiezers populair bleef, begon het erop te lijken dat Johnson misschien het voorbeeld van zijn voorgangers Theresa May en Gordon Brown zou volgen, en dat zijn steun ondanks zijn sterke start sneller zou dalen dan een pot Marmite die van de top van de Big Ben valt.

Toen hij echter voor zijn eerste electorale test stond sinds de uitbraak van de pandemie en de voltooiing van de Brexit-deal maakte Johnson een opmerkelijke comeback. In mei gingen veel Britse kiezers naar de stembus voor gemeenteraads- en burgemeestersverkiezingen. Normaal gesproken zou je verwachten dat kiezers tussentijdse verkiezingen gebruiken om de regering een lesje te leren, vooral als de regeringspartij al ruim tien jaar aan de macht is. Maar ondanks de pandemie en een economische crisis gebeurde deze keer het tegenovergestelde. Johnsons Conservatieve Partij (waarvoor ik tot 2010 als adviseur werkzaam was) won honderden extra zetels in de gemeenteraden en kreeg de controle over tal van lokale overheden, terwijl de Labourpartij onder leiding van Keir Starmer een verschrikkelijk resultaat neerzette.

In de noordelijke regio’s, die van oudsher Labour steunen en bekend staan als de ʻRode Muur’, waren de resultaten opmerkelijk. In Hartlepool bijvoorbeeld – een economisch achtergebleven stad, die al bijna veertig jaar in handen van Labour was – behaalde de Conservatieve kandidaat voor het parlement bijna twee keer zo veel stemmen als zijn Labour-rivaal. In de West Midlands werd de Conservatieve zakenman Andy Street met gemak herkozen als burgemeester. En in Tees Valley, een andere voormalige no-gozone voor Conservatieven, werd de 34-jarige Tory Ben Houchen herkozen als burgemeester, met een opmerkelijke 73 procent van de stemmen. Op nationaal vlak is Johnsons persoonlijke waardering sterk gestegen, en is de voorsprong van zijn partij op Labour groter geworden. De premier lijkt plotseling minder op een nieuwe May of Brown, en eerder op iemand die vorig jaar zijn spaargeld in een casino verloor, maar kort daarna de loterij won.

Hoe is Johnson er eigenlijk in geslaagd de zaken om te draaien? Het eenvoudigste antwoord is dat hij dat helemaal niet heeft gedaan, en dat zijn recente succes een voortzetting is van langetermijntrends. Van oudsher volgde de Britse politiek een eenvoudig geografisch patroon: Conservatieven waren (ruwweg) populair in rijkere en meer landelijke gebieden in het zuiden van Engeland, terwijl Labour onaantastbaar was in veel grote steden en in het noorden, en enkele kleinere partijen (de snp, Plaid Cymru, de Liberaal-Democraten) een paar zetels in specifieke regio’s wonnen.

Het Brexit-referendum van 2016 verwees die oude electorale kaart echter naar de prullenbak, want hoewel de Labourpartij tegen het verlaten van de EU was, stemden veel van haar traditionele aanhangers voor ʻLeave’. (In Hartlepool stemde bijvoorbeeld bijna zeventig procent van de kiezers voor Brexit.) Het resultaat was een enorme kloof tussen de leiding van de Labourpartij en haar kiezers, waardoor een unieke kans ontstond voor de Conservatieven om binnen te glippen en steun te winnen met beloften om ʻBrexit voor elkaar te krijgen’ en de lokale economieën weer op te bouwen.

Het was een riskante electorale strategie, maar die betaalde zich rijkelijk uit: bij de verkiezingen van 2019 behaalden Johnsons Conservatieven een klinkende overwinning, met bijna vijftig extra zetels in het parlement. Nu bivakkeren de Conservatieven nog steeds op Labours grondgebied: ze verhogen de belastingen, lenen veel geld, en geven miljarden uit aan infrastructuur en de reactie op de pandemie. Veel kiezers in het noorden die het taboe doorbraken om Conservatief te stemmen, hebben er nu geen probleem meer mee om dat opnieuw te doen, en de Rode Muur begint steeds meer op Tory Blue te lijken. ʻIk denk dat zij gezien hebben dat we Brexit voor elkaar gekregen hebben, en dat ze tot op zekere hoogte kunnen zien dat we dat waargemaakt hebben’, zei Johnson tijdens een recent bezoek aan Hartlepool, staande voor een reusachtige opblaaspop van zichzelf.

De steun voor Johnson leek sneller te dalen dan een pot Marmite die van de Big Ben valt

Johnsons recente succes is echter niet alleen een weerspiegeling van bredere politieke trends. Het begon misschien niet met een politieke manoeuvre, maar met een Hollywoodfilm: Steven Soderberghs film Contagion uit 2011, waarin Matt Damon en Jude Law strijden tegen de verspreiding van een dodelijke ziekte van de luchtwegen. Volgens het British Medical Journal heeft de Britse minister van Volksgezondheid Matt Hancock (een bondgenoot van Johnson) die film gezien en was hij geschokt door het einde ervan, als wetenschappers een vaccin ontwikkelen maar landen blijven vechten om de beperkte voorraden. Hancock drong er vervolgens op aan om honderd miljoen doses van het AstraZeneca-vaccin te bestellen, ondanks het advies om slechts dertig miljoen doses in te slaan. Van cruciaal belang is ook dat Hancock en Johnson doortastende maatregelen namen om ervoor te zorgen dat op het moment dat er meer vaccins werden uitgevonden Groot-Brittannië zich in pole position bevond om die veilig te stellen.

Opblaaspop van Boris Johnson in Hartlepool, 7 mei © Lee Smith / Reuters

In het voorjaar van 2020 gingen velen ervan uit dat het nog jaren zou duren voordat coronavaccins op grote schaal beschikbaar zouden zijn, maar Johnson benoemde niettemin een durfkapitaliste genaamd Kate Bingham (in The Guardian op gedenkwaardige wijze beschreven als een vrouw ʻdie gewend is dingen snel en zonder bureaucratisch gelul te doen’) tot hoofd van een taskforce die vaccins veilig moest stellen en de levering ervan moest plannen. Volgens Bingham kostte het opzetten van de taskforce om en nabij de één miljard pond – ongeveer evenveel als het bedrag dat Nederland uitgaf aan Fieldlab-experimenten om te testen of risicovolle evenementen de pandemie zouden verergeren.

Haar team zette brutaal in op meerdere kandidaat-vaccins en sloot op agressieve wijze vroegtijdig contracten af, wat tot gevolg had dat Groot-Brittannië tegen het eind van de zomer van 2020 al overeenkomsten had gesloten om honderden miljoenen doses veilig te stellen. Beleefd achter aan de rij aansluiten mag dan voor veel Britten nog het meest in de buurt komen van een nationale religie, in dit geval vergaten ze om achter andere landen in de rij te gaan staan en zorgden ze ervoor dat ze vooraan stonden.

Het contrast met de elders gevolgde aanpak was groot. De EU had bijvoorbeeld al in een vroeg stadium besloten dat de lidstaten de meeste vaccinaankopen gezamenlijk zouden overeenkomen en zouden verdelen op basis van het bevolkingsaantal, terwijl zij met de leveranciers zouden onderhandelen om de prijzen laag te houden. ʻWij waren te laat met het verlenen van toestemming [en] te optimistisch wat de massaproductie betreft’, gaf de voorzitter van de Commissie, Ursula von der Leyen, toe. Afzonderlijke landen kwamen ook aarzelend in beweging: volgens de nos gaf het kabinet van Mark Rutte geen gehoor aan het verzoek van de Universiteit van Oxford aan de Nederlandse regering om tien miljoen euro te investeren in productiefaciliteiten in Leiden, en investeerde de Britse regering in plaats daarvan 25 miljoen euro.

In Groot-Brittannië ging het echter snel. ʻWe hebben een proces en een team gecreëerd, net als bij een investering met risicokapitaal’, vertelde Bingham onlangs aan la Repubblica. ʻAls ik belde en zei dat we binnen 24 uur een beslissing moesten hebben, dan hadden we binnen 24 uur een beslissing.’ Het team van Bingham leek ook geen moeite te hebben met het betalen van hoge prijzen als dat betekende dat de voorraden sneller arriveerden. Groot-Brittannië ʻhad een zeer strategische aanpak’, zei ze, ʻdie erop gericht was om snel vaccins te krijgen, [terwijl] de Europese aanpak er meer op gericht lijkt te zijn om ervoor te zorgen dat je waar voor je geld krijgt’. Later, toen er vaccins beschikbaar kwamen, besloot Groot-Brittannië ook om de tweede dosis voor sommige patiënten uit te stellen; dit zou de werkzaamheid ervan kunnen verminderen, maar het aantal mensen dat er een kon krijgen zou toenemen. Het Britse leger werd gemobiliseerd om te helpen bij de snelle distributie van vaccins, en supermarkten en apotheken kregen toestemming om mensen in te enten. Deze keer stond iedereen natuurlijk netjes in de rij.

Deze snelle uitrol had wel nadelen. Johnsons doorgedreven vaccinnationalisme heeft Groot-Brittannië vijanden opgeleverd in het buitenland en elders tekorten veroorzaakt. Veel van de vaccins waar de Britten trots op zijn, werden van elders ingevoerd. Toch zijn de resultaten vanuit het oogpunt van het Britse publiek buitengewoon geweest. Dankzij hun vroege investeringen en hun bereidheid om het op eigen houtje te doen, zijn de Britten vroeg begonnen met vaccineren: een grootmoeder, Maggie, kreeg haar eerste vaccinatie op 8 december, ongeveer vier weken voordat de eerste Nederlander een vaccin kreeg. Binnen een maand vaccineerden de Britten regelmatig tien keer meer mensen op één dag dan Nederland in een week.

Sindsdien is de kloof kleiner geworden, maar op het moment dat ik dit schrijf heeft meer dan de helft van alle Britten een vaccinatie gekregen, tegenover ongeveer een derde van de Fransen, Nederlanders en Duitsers. Dankzij de vaccinaties en de lockdowns is het aantal sterfgevallen gedaald van ruim duizend per dag in januari 2021 tot slechts enkele gevallen per dag in mei, terwijl de laatste tijd in heel Engeland op sommige dagen nul sterfgevallen als gevolg van covid zijn geregistreerd. Er is nog steeds veel woede over de eerdere tekortkomingen van de regering, maar beschermd door vaccins lijken veel Britten bereid de verschrikkingen van vorig jaar te vergeten en zich te concentreren op de goede afloop die daarna is gevolgd.

Het grote probleem met dit ‘Brexit redde ons’-verhaal is dat het niet waar is

Volgens veel van Johnsons aanhangers is het vaccinatieprogramma om één enkele reden een succes geworden: omdat de premier het land uit de EU heeft geloodst. Een deel van het argument van de Leave-campagne was altijd dat de EU leek op de Sovjet-Unie van vroeger – verkalkt, lui en inefficiënt – en dat Groot-Brittannië door uit de Unie te stappen vrij zou zijn om snel te handelen en snel te innoveren. Het succes van het vaccinatieprogramma lijkt hun gelijk te bewijzen. Bevrijd van de ketenen van de Brusselse bureaucratie is Groot-Brittannië naar de vrijheid gesprint, terwijl de rest van het continent kroop.

Op campagne schaamden de Conservatieven zich er niet voor om te beweren dat – zoals Johnson het uitdrukte tijdens zijn bezoek aan Hartlepool – ʻwij dankzij Brexit (…) in staat zijn om de dingen een beetje anders te doen als het gaat om de uitrol van vaccins (…) [en] die sneller te leveren dan andere Europese landen’. ʻDoor de controle over ons land terug te pakken, hebben we de snelste uitrol van vaccins in Europa kunnen realiseren’, zei Johnson tegen het parlement. Een groot deel van het publiek lijkt hem te geloven. Uit een enquête die in maart door Ipsos MORI werd uitgevoerd, bleek bijvoorbeeld dat 65 procent van de ʻRemain’-stemmers en 83 procent van de ʻLeave’-stemmers vindt dat Groot-Brittannië de vaccinatie beter heeft aangepakt dan de EU.2 Slechts veertien procent van de Britten is van mening dat Brexit de reactie op de pandemie heeft verslechterd.

Het grote probleem met dit ʻBrexit redde ons’-verhaal is dat het niet waar is; zoals Kate Bingham het onlangs formuleerde, hield het succes van het vaccinatieprogramma ʻgeen verband met Brexit’. In feite was Groot-Brittannië op het moment dat de meeste vaccinatieovereenkomsten werden ondertekend, nog steeds onderworpen aan dezelfde EU-regels als elke andere lidstaat, dankzij het post-Brexit-transitieakkoord. De Britten kozen ervoor om op eigen houtje te handelen en hun eigen deals met vaccinleveranciers veilig te stellen, maar ook andere landen hadden het recht om dat te doen als ze dat wilden (en sommige, zoals Hongarije, hebben dat vervolgens ook gedaan). De belangrijkste factoren die het Britse vaccinatieprogramma zo succesvol hebben gemaakt – de vroegtijdige investeringen, de snelle uitrol via de National Health Service – hadden weinig te maken met het EU-lidmaatschap. ʻWe hadden dit ook binnen Europa kunnen doen’, zei voormalig premier Tony Blair. ʻWe hoefden Europa niet te verlaten om controle te hebben over ons eigen lot en onze vaccins.’

Voor veel kiezers doen de details er echter niet echt toe. Wat telt is dat na een verschrikkelijk jaar de meeste mensen nu gevaccineerd zijn, en dat Johnson heeft geholpen om dat voor elkaar te krijgen. Een van de grootste politieke zwakheden van de premier – het feit dat hij zo ongeorganiseerd overkomt dat hij nog geen gat in een natte papieren zak lijkt te kunnen slaan – is geneutraliseerd. En het beleid waarmee hij het meest wordt geïdentificeerd, Brexit, lijkt het land te hebben gered van de totale ineenstorting. Miljoenen kleine glazen flesjes hebben niet alleen ontelbare levens gered, maar ook de politieke carrière van de premier.

Net als Brits voedsel kan 2021 echter nog steeds teleurstellen. Johnsons persoonlijke schandalen kunnen hem nog steeds in ernstige problemen brengen, en het succes van het vaccinatieprogramma is geen excuus voor enkele verschrikkelijke eerdere mislukkingen. De oppositie is ook nog niet verslagen: als voormalig topstrafpleiter is Labour-leider Keir Starmer een formidabele parlementaire debater, en Labour blijft populair in verschillende grote steden. In Londen won Labours Sadiq Khan onlangs met gemak een nieuwe ambtstermijn als burgemeester, door de Conservatieve kandidaat met ruim tien procentpunten te verslaan.

Brexit kan alsnog een rommeltje worden. De pandemie heeft tot nu toe geholpen de economische gevolgen van het vertrek uit de EU te verdoezelen, maar naarmate de werkelijke gevolgen duidelijker worden en Johnson moeite heeft om zijn beloften na te komen om plaatsen als Hartlepool rijker te maken, kan het zijn dat zijn nieuwe aanhangers hem snel in de steek laten. Het belangrijkste is dat de pandemie nog lang niet voorbij is, en dat er nog steeds het risico bestaat van een nieuwe golf als de lockdown te snel wordt opgeheven of als gevaarlijkere varianten zich verspreiden. Toch voelt het na vijf vreselijke jaren alsof er in Groot-Brittannië misschien een kentering komt.

Net als met de Olympische Spelen van Londen in 2012 of de opkomst van New Labour en Britpop in de jaren negentig lijkt Groot-Brittannië weer wat van zijn oude flair en strijdlust terug te krijgen, en zijn reputatie weer op te bouwen. Het is nu elf jaar geleden dat het land voor het laatst een premier had die geen Conservatief was. Als de zaken goed blijven gaan, hoopt Johnson op nog eens elf jaar. Net als de schurk in een James Bond-film komt hij steeds weer terug voor een nieuw robbertje vechten.


Vertaling: Menno Grootveld. Ben Coates (1982) is voormalig politiek adviseur van de Conservatieven. Hij is auteur van onder meer Going Dutch: Nederland door de ogen van een Engelsman. Coates woont in Rotterdam en werkt voor een ngo