Ontspoorde gesprekken

Het mannetje van de radio noemden we vroeger de stem die uit het apparaatje in de huiskamer klonk. De televisie sprak niet op die manier tot de verbeelding. Daar zijn niet van die mysterieuze stemmen op te horen, de sprekers hebben daar meestal een gezicht. Pas bij de intrede van de multimedia-computer is de stem uit het apparaat weer geheimzinnig geworden. Hallo, hallo, wie spreekt daar zo? Er klinkt wel eens een vervormd gemurmel als je via de computer aan het faxen bent.

Dan heeft iemand aan de andere kant van de wereld de telefoon opgenomen. Het is alsof die stem zich in de weg heeft vergist, en nu in de verdrukking zit in de lijn met het doordringende faxsignaal. ‘Hello’, klinkt het benauwd uit de minispeakers bij de computer, en jij kunt helemaal niks doen om de stem gerust te stellen.
Soms is de vervormde stem uit de speakers gewoon je schoonmoeder die precies belt op het moment dat jij je modem in werking stelt. Beneden heeft je vriend de telefoon opgenomen, en jij kunt helemaal niks doen om te voorkomen dat je het gesprek tussen moeder en zoon van begin tot eind afluistert.
Nog geheimzinniger is het als de vervormde stem uit de computer geen verdwaalde mensenstem is. Als het de 'eigen’ stem is van de computer, die in monotone klanken vertaalt wat ergens op de wereld iemand heeft opgetypt. Over het sinistere schijncontact dat er dan ontstaat, gaat in het videofilmpje Host van Kristin Lucas (USA, 1979), dat de komende week nog bekeken kan worden op de tentoonstelling van het World Wide Video Festival. Ruim zeven minuten duurt dit gesprek tussen een meisje en een computer, die op straat staat in een grote stad. Vragend heft het meisje haar gezicht op naar het beeldscherm. Haar gezicht is gevierendeeld door een vizierkruis, zo'n ding dat ook op een schietwapen zit. Het meisje praat tegen de computer. Sinds haar computer thuis het begaf, voelt ze zich buiten zichzelf staan. 'Not only the computer shut down, but also me.’
De computer geeft antwoord. Met dreigende, fluorescerend groene teksten die midden in beeld verschijnen. En met een onpersoonlijke, sexy vrouwenstem, die helderder klinkt dan de vervormde stem van het meisje. De beschouwer van deze videofilm verplaatst zich in de computergastvrouw, en bekijkt met haar de poging van het meisje om een werkelijk gesprek te voeren. Soms lijkt dat ook even te ontstaan. Het meisje vertelt dat haar vroegere gesprekspartners op de computer haar dood hebben verklaard, waarop de computer een fragment uit een computerspelletje produceert. Je ziet een liggend poppetje, met daaronder de tekst: 'Players soul restored.’ Dat is de enige oplossing die de machinevrouw kan bedenken.
Maar meestal ontspoort het gesprek. Dan neemt de computervrouw plotseling een moment voor zichzelf: er klinkt een vrolijk muziekje en het gezicht van het meisje wordt bedekt met beelden van een razendsnel spelletje. 'The machine wants to play’, verschijnt er knipperend in beeld als het meisje te lang aan het woord is. 'Sorry caller, I lost you there’, zegt de sexy vrouwenstem zonder een spoor van emotie. Deze machine wil spelen. Dat het meisje eenzaam is en contact zoekt, daar kan de computervrouw helemaal niks aan doen.
Tegen het einde van het 'gesprek’ zijn de ogen van het treurige meisje grote doorkijkgaten geworden. Door die gaten kun je de straat achter haar bekijken, misschien om te zien of er al een nieuwe, beter gemutste caller verschijnt, die wèl met de machine wil spelen.