Tolstoj 2.0 of het kantelen van een imago

Ontspoorde oude liefde

The Last Station, over de laatste dagen van het leven en het huwelijk van Tolstoj, is een film voor leesbrillen, geen 3D-kijkers.

IN EEN TWEEDEHANDSBOEKWINKEL is de enige Tolstoj die de eigenaar in huis heeft deel 7 uit het verzameld werk, de toneelwerken. Geen Oorlog en vrede, Anna Karenina, Kreutzersonate en al helemaal geen dagboeken. ‘Tolstoj wordt gelukkig nog veel gelezen’, voegt de man eraan toe.
Tolstoj, in 1910 overleden, en alleen al daarom in 2010 extra in de belangstelling, heeft die aandacht vanwege zijn bizarre dood op het provinciale Zuid-Russische stationnetje Astapovo dus niet echt nodig. Maar het zal zeker de aanleiding zijn geweest voor de verfilming van The Last Station, een Duits-Russische coproductie met in een hoofdrol niemand minder dan Helen Mirren, die voor haar laatste grote rol, die van koningin Elizabeth in de dagen na de dood van prinses Diana, in The Queen (2006), een Oscar kreeg. Ook deze rol bracht haar een Oscar-nominatie. Over ruim een week zullen we weten wat dat waard is. Dat zou bijzonder zijn, want The Last Station is bepaald geen publieksfilm. Meer iets voor leesbrillen dan voor 3D-kijkers.
The Last Station is gebaseerd op de gelijknamige roman van Jay Parini over de allerlaatste periode uit het leven van Tolstoj. De gebeurtenissen worden verteld door de ogen van een jonge particulier secretaris, Valentin Bulgakov (James McAvoy) die bijna flauwvalt van bewondering als hij Tolstoj voor het eerst ontmoet. Tolstoj (gespeeld door Christopher Plummer) is dan op het hoogtepunt van zijn roem. Journalisten, fotografen, bedelaars en bewonderaars bivakkeren onafgebroken bij de ingang van zijn landhuis Yasnaya Polyana, ten zuiden van Moskou, om een glimp van hem of zijn beroemde bezoekers op te vangen (of om geld te vragen). Alles wat hij zegt wordt genoteerd door de kleine schare van vertrouwelingen die hij in zijn nabijheid toelaat. Tolstoianen proberen in een nabijgelegen boerderij zijn ideeën over soberheid en vrijheid in de praktijk te brengen in een commune, en enkelen onder hen doen ook nog hun best om zijn intellectuele kapitaal om te zetten in harde munt, door hem over te halen de rechten op zijn totale oeuvre ten goede te laten komen aan het volk (niet toevallig identiek met de tolstoiaanse beweging). Hun voorman is de uitgever en latere bezorger van Tolstojs literaire erfenis Wladimir Chertkov (Kerry Condon). Dat zet de verhoudingen in het gezin van graaf en gravin Tolstoj onder druk en maakt van Chertkov en mevrouw Tolstoj gezworen vijanden. Deze situatie geeft Helen Mirren, die Sofya Andrejewna (Sonja) Tolstoj-Behrs speelt, de gelegenheid om een scala aan emoties te etaleren, van sarcasme tot razernij. Meer dan wat ook is The Last Station zo háár film geworden, en een verbeelding van een huwelijk in zijn nadagen.
In veel traditionele huwelijken, zeker in dat van een kunstenaar, claimen vrouwen vaak een deel van het succes van hun man. Hebben zij immers niet al die jaren hun beroemde man verzorgd, meegedacht, commentaar gegeven, of zelfs delen van het werk uitgevoerd? Sonja Tolstoj kan er prat op gaan dat ze maar liefst zes keer Oorlog en vrede voor hem heeft overgeschreven voordat het gepubliceerd kon worden, een prestatie van formaat. Als iemand al recht heeft om te weten wat er met de literaire nalatenschap gebeurt, is zij het wel. Het is een bekend conflict, zoals onlangs ook weer bleek uit de strijd om de rechten van het werk van de plotseling overleden Stieg Larsson (Millennium), waarbij de partner van Larsson ook nog het nadeel heeft dat ze niet officieel met hem was getrouwd. Maar Larsson was geen Tolstoj. Want Tolstoj was meer, en wilde ook meer zijn dan een romanschrijver, een producent van 'bellettrie’, zoals hij in zijn dagboek schamper opmerkt.
Tolstoj is synoniem geworden met de grote idealen van de klassenstrijd: herverdeling van de rijkdom, vrijheid van expressie, onderwijs en gezondheidszorg voor allen. In het revolutionaire Rusland rond de vorige eeuwwisseling stond hij voor de grootste maatschappelijke verandering van de recente geschiedenis: het realiseren van het ideaal van de klassenloze maatschappij. Daarin is een hoofdrol weggelegd voor het gewone volk, en voor vele kleine heldendaden. Het is een thema dat door zijn hele oeuvre terugkomt.

OOK IN THE LAST STATION wordt keer op keer herhaald dat Tolstoj geleid werd door een liefde van een hogere orde, voor de hele mensheid. Noch de groep, noch het individu is daarin dominant, maar het over een individuele persoonlijkheid heen getilde bewustzijn, verbonden met het Al. In deze periode was Tolstoj, zoals velen in die tijd, ook erg geïnspireerd door Chinese en Indiase filosofie, vanwege verwante thema’s.
Tegen deze achtergrond wordt het verhaal van The Last Station verteld. Op zijn 82ste besluit Tolstoj vanwege de aanhoudende conflicten over zijn testament en de in zijn ogen te weelderige stijl van leven van zijn gezin te vertrekken uit zijn landhuis. Het blijkt de aankondiging van een langzame dood, want al in Astapovo strandt hij met hoge koorts, waaraan hij ten slotte overlijdt, in het huis van de stationschef.
Maar bovenal draait The Last Station om de verhouding tussen Tolstoj en zijn vrouw. Nu is dat wel een verhouding die is ingekleurd door de roman van Parini, en de daarop volgende verfilming van Michael Hoffmann. Die twee hebben zich nogal wat vrijheden veroorloofd bij hun beschrijving van de laatste jaren van Tolstoj. Het verborgen thema in The Last Station wordt daardoor de kloof tussen feit en fictie. Omdat dat ook een belangrijk thema is in het werk van Tolstoj, in het bijzonder in Oorlog en vrede, geeft dat The Last Station een extra dimensie.
De oude schrijver die we hier zo aansprekend verbeeld zien door Christopher Plummer is iemand die vergeefs probeert te leven naar zijn eigen hoge idealen, maar die vooral door zijn vrouw er steeds aan herinnerd wordt dat hij ook maar een gewone man is. Hilarisch en aangrijpend is de scène waarin ze hem succesvol in het echtelijke bed krijgt met hun oude liefdesspel waarbij zij het kipje speelt en hij de kraaiende haan. Het ziet er mooi uit, maar hier lopen feit en fictie wel erg uit elkaar. Zoals duidelijk wordt uit de dagboeken, althans wat Chertkov daarvan heeft geredigeerd, is Tolstoj in zijn laatste jaren vooral diep doordrongen van de zondigheid van zijn eigen bestaan. Hij probeert sober en kuis te leven. Daarbij hoort geen bejaardenseks van een tachtigjarige kraaiende haan met Sofya Andrejewna, zoals hij haar deftig blijft noemen. Een man die in de laatste tien jaar van zijn leven bovendien elke eerste zin van zijn dagboekaantekeningen begint met de constatering dat hij verbaasd is dat hij nog leeft, gevolgd door een kort medisch bulletin over de staat van zijn gezondheid (zwak) en zijn geestelijke gesteldheid (bedrukt), is ook niet de meest voor de hand liggende pleitbezorger van de vrije liefde. Toch wordt hij juist zo afgebeeld in The Last Station, waarmee hij zijn jonge, onervaren secretaris in de armen drijft van Masha, de aantrekkelijkste kameraad in de commune van Chertkov.
Parini, Hoffman, Plummer en vooral Mirren maken van Tolstoj een oude schavuit. Het is een kant van de schrijver die op het eerste gezicht het meest onwaarschijnlijk is. Zelfs in zijn bekendste liefdesverhaal, Anna Karenina, valt geen onvertogen woord over de consumptie van de alles verterende liefde tussen Anna Karenina en Aleksej Vronski. Misschien wel juist door die afwezigheid van wat hij in zijn laatste dagboek beschrijft als 'het smerigste dat mensen kunnen doen’ is zo'n bijgesteld portret mogelijk. Geruchten werken het best als ze aannemelijk lijken, zelfs als ze feitelijk ontkracht kunnen worden. Tolstoj moet bijna wel geobsedeerd zijn geweest door seksualiteit, juist door het ontbreken van elke erotische beschrijving daarvan in zijn literaire werk, is de hedendaagse redenering. Anno 2010 is een gesteldheid als die van Tolstoj anders ook niet te begrijpen. Zo wordt Tolstoj klaargestoomd voor een nieuwe ronde Tolstoj-mania, één die past bij de hernieuwde belangstelling voor het rauwe, weinig gepolijste leven in de uitgestrekte natuurgebieden van Oost-Europa, en het zoeken naar nieuwe idealen. Dat is ook terug te zien in de bloei van met name de Roemeense film op dit moment. Pikant is dat de werking van het bijstellen van een imago in The Last Station ook nog even aan de orde komt als het om Sofya Tolstoj zélf gaat. Chertkov dreigt haar in de pers kapot te maken als hij haar daar door bevriende journalisten laat afschilderen als een hysterische oude vrouw die de beroemde schrijver op zijn oude dag met haar geruzie het graf in werkt. Zo kan hij haar handelingsonbekwaam laten verklaren. Ook toen was de pers al een machtig wapen in de strijd om reputaties.
Terwijl Oorlog en vrede samen met Anna Karenina tot de beste romans aller tijden worden gerekend juist omdat de nietigheid van individuele geschiedenissen een plaats krijgt in de wereldgeschiedenis, wordt in The Last Station scherpgesteld op de persoonlijkheid van Tolstoj, op zijn werelds bestaan met hoogte- en dieptepunten waar hij nu juist liever niet aan herinnerd wil worden. Die persoonlijkheid wordt opgeblazen, en vult met de zware, fysieke aanwezigheid van een oude man, met lang grijs haar en een groot rood hoofd voortdurend het beeld. Veel te weinig is zichtbaar van de omringende natuur, en de door hem zo verheerlijkte volkscultuur van de boeren die op zijn land leven. Tolstojs leven en werk zijn zó rijk aan mogelijke verhalen over zijn eigen leven dat deze particuliere geschiedenis er met gemak uit gedestilleerd kon worden. Het laat zien met hoe weinig middelen een imago te kantelen is, en er een heel nieuwe figuur uit de as van de overleden schrijver kan oprijzen. Dat is geen kritiek op de film, maar eerder een verwonderde constatering over de veranderlijkheid van een reputatie. Tolstoj 2.0 is veel aantrekkelijker dan zijn egocentrische voorbeeld dat zich in zijn laatste jaren vol zelfmedelijden wentelt in zijn bestaan als geestelijk leidsman, met een litanie aan klachten over het gebrek aan steun van zijn talrijke kinderen en zijn vrouw. Was het maar waar dat hij kip en haan met zijn Sonja had gespeeld, en zo zijn werk en zijn positie had weten te relativeren. Dan was hij pas echt verlost geweest van zijn aardse ik en opgegaan in het Al.

Vanaf 25 februari in de bioscoop