Ontstopper bertus dahmen

‘VAN DIE LANGE handschoenen. Wegwerpspul. De Arbo-dienst zegt dat we ze moeten dragen, maar ik werk er niet lekker mee. Je hebt erbij die kunnen alles met die dingen aan. Ik niet. Ik doe een klus het liefst met blote handen. Maar soms kan ik er niet omheen. Dan ziet zo'n keuken of toiletpot er zo goor uit dat ik ze wel aan móet. Als je ze niet bij je hebt, doe je om elke hand gewoon een vuilniszak. Is de Arbo-dienst ook weer tevreden.

Vroeger was het goorder. We werken nu met moderne apparatuur. Je moet hooguit met je hand het juiste gat zoeken voor de ontstoppingsveer. Ik veeg mijn handen vaak af aan mijn kleding. Daar is mijn vrouw niet zo blij mee. Mij interesseert het niet.
U heeft een wondje aan uw hand, zie ik. Als u zou ontstoppen zonder handschoenen, kunt u er donder op zeggen dat de boel gaat ontsteken. Dat hebben de meesten in het begin, zweren op hun handen. Ik niet meer, ik ben resistent geworden.’
‘RIOOL REINIGINGS Service is een groot bedrijf. We hebben meer dan tweehonderd mensen in dienst. We werken door het hele land. We staan 24 uur per dag voor de mensen klaar. We ontstoppen niet alleen het toilet en de keukenafvoer. We legen ook beerputten, vetvangputten en pompputten. En we doen rioolinspectie. Met kleine cameraatjes verkennen we de rioleringsbuizen. Van elk camerabeeldje kunnen we afdrukken maken. Kijk, hier snuffelt een rat aan de camera. Hoezo vies? Dat beest komt niet bij je in de buurt. Híj zit in die pijp en jij zit lekker bovengronds naar een schermpje te kijken.
Het is niet het lichtste werk. Soms moet je met een bos metalen veren, gereedschap en apparatuur onder je arm naar vier hoog. Vooral in kleine toiletten werk je in de vreemdste houdingen. Niet echt gezond.’
'VROUWEN ZITTEN HIER achter de telefoon. Ons werk is te zwaar voor ze. En vrouwen zijn er eerder vies van dan mannen. Vrouwen steken nu eenmaal minder snel hun arm tot aan de elleboog in een wc-pot. Ze gaan wel zo nu en dan met de jongens mee. Kunnen ze zien hoe we het doen. Ze moeten de klanten die ze aan de lijn krijgen, uitleggen wat we voor ze kunnen betekenen.’
'IK BEN NU technisch manager. Maar de jongens kunnen me uit mijn bed bellen als ze er alleen niet uitkomen. Dan stap ik in mijn auto en help ik ze uit de brand. Is mijn vrouw ook niet blij mee. Ik ben nu eenmaal niet bang om mijn handen uit de mouwen te steken. Dat doe ik al zo'n vijftien jaar. Dit werk gaat je in het bloed zitten.
De laatste jaren haken meer jongens af dan vroeger. Niet omdat ze er vies van zijn. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Laatst kwam er een naar me toe. Hij zei me dat hij ergens anders kon werken voor meer geld. Schoonmaakmachines repareren. Precies na een maand belt hij me op. “Ik heb een foutje gemaakt”, zegt-ie. “Ik had niet weg moeten gaan.” Gelukkig hadden we nog een plek over. Die jongen werd bij zijn nieuwe baas in een piepklein werkplaatsje gezet. Eén keer per dag werd hij gelucht, zoals hij dat noemde. Hij miste de vrijheid van de rioolreiniging.
Onze jongens komen bij Jan en Alleman over de vloer. Particulieren, bedrijven, horeca-instellingen, bordelen, je kunt het zo gek niet bedenken. Ze zitten alleen op een auto. Die mogen ze mee naar huis nemen. ’s(Ochtends stappen ze in hun wagen en werken ze de klussen af. Je moet mensen hebben die met vrijheid kunnen omgaan.’
'SCHOENEN, KLEDING, speelgoed. Hoe ze het door de plee krijgen weet ik niet, maar je vindt de grootste gekkigheid terug in het riool. Sommige bedrijven hebben elke maand een verstopping. Dan weet je wel hoe laat het is. Er hoeft er maar eentje haar tampons door te spoelen, en je hebt een grote kans dat het fout gaat. Die dingen zetten enorm uit en verstoppen de hele boel. Dat ligt niet alleen aan die dames. Ze moeten natuurlijk wel de gelegenheid hebben om hun afval netjes weg te gooien. Een afvalbakje neerzetten doet wonderen.
Ik heb regelmatig meegemaakt dat de fecaliën door de gang dreven. In ons vak hebben we het liever over fecaliën dan over stront en pis. Ook al staan ze er tot hun enkels in, de klanten houden er niet van als je de smerigheid bij de naam noemt, begrijpt u.’
'ALS MENSEN EEN verstopping hebben, zijn ze meestal ontzettend blij ons te zien. Vaak is er paniek. Mensen worden gek als er vuiligheid door hun kamer drijft. Hysterische vrouwen, jankende mannen. Het enige wat je kunt doen is eerst die mensen op hun gemak stellen en dan zo snel mogelijk aan de slag gaan. Het is heel dankbaar werk. Soms kunnen de mensen me wel zoenen als het water zakt.
Veel mensen geven meteen de huisbaas de schuld, of de woningbouwvereniging. Maar die gooien niks door de afvoer. Sommige mensen zijn gewoon te makkelijk. Niet om allochtonen te discrimineren, maar sommigen van hen komen zo van het platteland. Die weten niet wat een riool is. Ze worden hier in een pand gezet met een keurig gat in de grond. Als ze aan een touwtje trekken, is alles weg wat ze erin hebben gegooid. Perfect toch? Er is nooit aan die mensen verteld wat ze wel en wat ze niet mogen doorspoelen. Wíj hebben dat van kinds af aan geleerd.’
'VEEL PROBLEMEN ontstaan als panden lager liggen dan het riool. Dan moet het afvoerwater naar het riool gepompt worden. Het wordt opgevangen in een pompput, met alle viezigheid die erin zit. Als de pomp het niet meer doet, raakt de put vol. Als een heel complex dan lekker aan het douchen slaat en er worden nog wc’s doorgetrokken ook, spuit het water uit doucheputjes en wc-potten. Geen houden aan.
Eén van onze jongens belde me een keer uit bed. “Ik red het niet”, zei hij. “Ik sta in een huiskamer, maar het lijkt wel het riool.” Dus ik er meteen op af. De deur van het pomphuis zat op slot, net als de elektrokasten. In zo'n geval breek ik alles open. Je kunt de mensen niet ’s(nachts in een poepsloot laten verzuipen.
We moesten eens beerputten leegpompen op een fabrieksterrein in de Zaanstreek. Die dingen werden niet meer gebruikt, dus niemand wist waar ze precies zaten. Eentje konden we maar niet vinden. Tot mijn collega plotseling ergens doorheen zakte. Eindelijk hadden we die put gevonden. Die jongen zat onder de fecaliën. Gelukkig was de Zaan vlakbij. Ik heb nog nooit iemand zo hard naar een rivier zien rennen.’
'EEN VAN ONZE KLANTEN, een restaurant in Hoofddorp, heeft een vetvangput op een moeilijke plek. In de keuken, vlak naast een raam. Achter dat raam zitten gasten te eten. Als we het vet uit die put komen weghalen, moeten we discreet werken. Ik vind dat geen smerige klus. Heb het zo vaak gedaan. Maar de restaurantgasten zien dat anders. Als die ons met die vettroep in de weer zien, hebben ze meteen gegeten en gedronken.’
'SOMS STA JE PAF. Zetten we in een toiletruimte van een bedrijf de wc-pot even opzij om de boel te ontstoppen, komt er eentje binnenstappen die op zijn gemak op die losse pot zijn behoefte gaat zitten doen. Er zijn mensen die de wc gewoon blijven gebruiken, ook al is die verstopt. Tot er een kop op staat. Als-ie echt vol is, gaan ze gewoon verder in de hoek. Als ik bij zulke lui over de vloer kom, help ik ze niet. Ik kom pas weer terug als ze het hebben opgeruimd.
Wat je in sommige keukens aantreft is ook niet normaal. Ik heb wel eens een pan uit een keukenkastje willen trekken die zo vastgekoekt zat dat het hele kastje meekwam. Als je in een rioolbuis kijkt, wéét je wat daarin hoort te zitten. Als ik een keukenkastje opendoe, verwacht ik schoon serviesgoed. Als ik een woud van schimmels in zo'n kastje zie, vind ik dat smeriger dan de prut in een rioolbuis.’
'ZIEKENHUIZEN ZIJN een verhaal apart. Die mensen worden volgestopt met medicijnen. De ontlasting mag daarom niet zomaar op het riool geloosd worden. De ontlasting wordt opgevangen in een tank. Ruikt heel anders dan normale poep. Heel indringend. Díe stank staat me tegen. Maar over het algemeen heb ik niet zo'n probleem met stank. Het went.’
'VROEGER NOEMDEN ze ons putjesscheppers, maar dat zijn we al lang niet meer. Mensen denken nog steeds dat we vies worden van ons werk. Maar we trekken elke dag schone pakkies aan, en we denderen niet met baggerlaarzen door het huis. We zien er best appetijtelijk uit.
Laatst riep weer iemand “gatverdamme” toen ik vertelde over mijn werk. Hij deed in autobanden. Het saaiste wat je kunt bedenken. Dan ben ik blij dat ik in de riolering zit.’