Onttroond

Pia Thaulov, Kleine koning Magnus. Uitg. Van Holkema & Warendorf, 16 blz., f22,50. Lucy Cousins, Zaza’s baby broertje. Uitg. Leopold, 32 blz., f27,50
Het delen van de eerste plaats is voor oudste kinderen een ingrijpende gebeurtenis en daarmee voor prentenboekenmakers een geliefd onderwerp. In Kleine koning Magnus pakt Pia Thaulov de zaak symbolisch aan. Magnus wandelt rond met een kroon op zijn bolle peuterhoofd en regeert de wereld vanaf een wiebelige, door zijn ouders opgetrokken troon. Die stort ineen wanneer kroonprins Filip wordt geboren: ‘Wat een stomme piesbaby.’ Uiteindelijk kiest de veronachtzaamde heerser eieren voor zijn geld. Met zijn broertje blijkt hij heel wat beter te kunnen spelen dan met papa en mama. ‘Die waren eigenlijk alleen goed in koken en kinderen krijgen.’

De Deense illustratrice maakt er een vrolijke boel van. Haar met losse hand getekende prenten bevatten allerlei komische details en spreken zozeer voor zichzelf dat de tekst haast overbodig is. Met Scandinavische openhartigheid schetst ze het ouderpaar in innige omstrengeling en hier en daar laat ze de agressie van de bladzijden spatten. Het is aangenaam luchtig, maar mij is het iets te leuk over de kinderhoofden heen, vooral in de tekst. ‘Hier, zei mijn moeder. Een echte koning heeft altijd twee dingen in zijn handen: een scepter en een rijksappel. Nu kun je pas echt regeren.’ Wie aan zulke taal toe is, is het stadium van het prentenboek al ongeveer voorbij.
Voor echt kleine mensen die een gezinsuitbreiding boven het hoofd hangt, zou ik de voorkeur geven aan >f13<Zaza’s baby broertje >f11<van Lucy Cousins. Het verhaaltje geeft niet meer dan de 'feiten’. Uit moeders dikke buik komt een broertje. Voortaan draait de wereld om hem en heeft niemand meer tijd voor Zaza. Als ze zeurt om een zoen stelt haar moeder voor om de baby te knuffelen: 'En dus knuffel ik de baby.’ Samen spelen blijkt ook leuk en zo zal iedereen vast nog lang en gelukkig leven. Deze wat simplistische inhoud wordt ruimschoots gecompenseerd door de schitterende presentatie. Zaza is een zebra en op de helder gekleurde pagina’s bevinden zich voornamelijk wit met zwart gestreepten. Iedereen is in zijn blote vel, met een persoonlijk kledingstuk. Bij moeder spant een gebloemd hes om haar zwangere streepjesbuik. Oma (de enige met grijze strepen) draagt een Charlotte Mutsaerts-rokje en bij vader wiebelt een grote blauwe hoed op de oren. Zo levensecht is moeder, die geheel uitgeteld onderuit in haar leunstoel hangt, of Zaza, die bozig met een auto in een hoekje zit terwijl de volwassen dieren opgewonden staan te kirren over de baby, dat je moeiteloos door al die streepjes heenkijkt. Vooral de laatste pagina is een wonder van geborgenheid en expressie: moeder leest Zaza een boekje voor en vader luistert mee, de zwart-witte poten elegant gekruist, de hoed op zijn kop.
De eenvoud, de ruimte op de pagina’s, de heldere kleuren en de zwaar omlijnde figuren doen in de verte aan Dick Bruna denken. Cousins, die al een klein beestenoeuvre voor kleuters op haar naam heeft, biedt echter aanzienlijk meer leven, beweging, fantasie en humor dan het toch wat rigide en schematische werk van de oude grootmeester.