Pieter Hilhorst

Ontvoeglijke naamwoorden

Aan de vooravond van het mislukken van de vredesonderhandelingen tussen Israel en de Pales tijnen sprak ik de Israelische filosoof Avishai Margalit. Hij keerde zich fel tegen mensen die spreken over een rechtvaardige vrede. Dat is volgens hem een recept voor rampen. Vrede en rechtvaardigheid sluiten elkaar vaak uit. Voor een vrede zijn compromissen nodig. Mensen die een rechtvaardige vrede eisen zijn daartoe niet bereid. Spreken over een rechtvaardige vrede is daarom leugenachtig. Het lijkt op het gejongleer van de dictaturen uit het voormalige Oostblok met westerse waarden. Zij waren ook altijd voor echte vrijheid en ware democratie. Bijvoeglijke naamwoorden als «rechtvaardige», «echte» en «ware» klinken prachtig. Ze lijken een versterking van het begrip waaraan ze worden vastgeplakt. Een rechtvaardige vrede lijkt mooier dan een gewone vrede, een echte vrijheid is rijker dan alledaagse vrijheid, en wie verkiest niet ware democratie boven een leugenachtige democratie? In werkelijkheid voegen de bijvoeglijke naamwoorden niets toe, maar ontregelen ze de betekenis van het zelfstandig naamwoord dat erachter staat. Het zijn ontvoeglijke naamwoorden.

Het nieuwe ontwerp-beginselprogramma van de Partij van de Arbeid, Tussen droom en daad, staat vol ontvoeglijke naamwoorden. De Europese Unie moet zich keren tegen «ongebreideld kapitalisme». Maar wanneer het kapitalisme ongebreideld is wordt niet vermeld. Geprivilegieerden in onze samenleving mogen «geen beslissende voorsprong krijgen» op minder gefortuneerden. Een forse of een aanzienlijke voorsprong mag blijkbaar wel. «Samenwerking en vertrouwen mogen niet blindelings worden opgeofferd aan het concurrentiebeginsel.» Als je het daarentegen willens en wetens en met open ogen doet is er geen probleem. In het rapport staat ook dat respect voor de natuur niet hetzelfde is als «strikte conservering van de natuur». Wat aanvaardbaar is en wat niet, moet door middel van democratische menings- en besluitvorming worden vastgesteld. «De grens van een dergelijke procedurele benadering wordt echter overschreden met zware, onomkeerbare ingrepen in de natuur (klimaat, biodiversiteit) en ook met een behandeling van dieren die hun natuurlijke levenswijze (zoals voedsel dat ze gebruiken en de bewegingsruimte die ze nodig hebben ) volledig negeert.» Wederom klinken de ontvoeglijke naamwoorden «zware» en «onomkeerbare» heel radicaal, maar ontkrachten ze in feite het argument. Net als het woordje «volledig». Zolang de ontregeling van de natuurlijke levenswijze nog niet volledig is, kunnen we niet uitsluiten dat de partij er toch nog mee akkoord gaat. Zo kan ik nog tijden doorgaan. Door de vertrouwdheid met onze democratische instellingen vereenzelvigen we ze met de achterliggende idealen, daardoor is het «risico van voortijdige verstening reëel». Bestaat er een tijdig moment van verstening? En verder keert het ontwerp-programma zich tegen «een te ver doorgevoerd arbeidsethos» en «extreme verschillen tussen top- en minimum inkomen». Het klinkt allemaal heel goed, maar het zegt niets. Het is een aaneenrijging van driedubbele slagen om de arm. Als leidraad voor het maken van keuzes is het volstrekt ongeschikt. De formuleringen lijken met opzet vaag, zodat geen enkele foute keuze die de sociaal-democraten de afgelopen elf jaar in de regering hebben gemaakt ermee kan worden bekritiseerd.

Het grote verschil tussen de Israeli’s en de Palestijnen aan de ene kant en de moderne sociaal-democraten aan de andere kant is dan ook dat ze in het Midden-Oosten de ontvoeglijke naamwoorden gebruiken om concessies uit te sluiten, terwijl de Partij van de Arbeid geen enkele concessie taboe wil verklaren.