CHINA NA DE OLYMPISCHE SPELEN

Ontwaakte reus

Door de Olympische Spelen richtten alle ogen van de wereld zich op China. Hoe zal het met het land gaan nu het spektakel, dat ‘visitekaartje van het nieuwe China’, voorbij is? Twee visies.

TOEGEGEVEN, de Chinese Muur blijft recordhouder als het langdurigste en kostbaarste project uit de Chinese geschiedenis, dat bovendien verreweg de meeste mankracht en mensenlevens heeft geëist. Maar de zilveren medaille is toegevallen aan de 29ste Olympische Spelen. Zeven jaar lang heeft de olympische operatie geduurd, kosten (zeker 43 miljard dollar) zijn niet gespaard, miljoenen mensen zijn er als bouwers of bewoners van de voor de Spelen afgebroken panden bij betrokken geweest, en een paar miljard mensen hebben het festijn op tv gezien.
Zeven jaar lang hebben de Spelen de absolute politieke prioriteit gekregen. Ze waren immers ideaal om nationale eenheid te creëren rond de communistische partij en de buitenwereld te laten zien waartoe het moderne China als nieuwe wereldmogendheid in staat was. De Spelen werden verheven tot een soort staatsgodsdienst, waarin alle sociale, economische en etnische tegenstellingen verdwenen in de grote roes van de nationale trots.
Zoals iedere godsdienst vroegen ook de Spelen de gelovigen om offers: huizen en winkels werden bij honderdduizenden weggebulldozerd, fabrieken moesten dicht zonder schadeloosstelling, bouwprojecten werden zonder uitkering stilgelegd, voor auto’s ging om de dag een nieuw rijverbod gelden, zakenlieden konden geen deals meer sluiten omdat hun buitenlandse partners geen visum kregen, miljoenen boeren raakten hun water kwijt omdat dat nodig was voor de leniging van de waternood in Peking, en vrijwel iedereen had te maken met de veiligheidsparanoia. Onder de gelovigen klonk echter weinig gemor, want hun geloof was groot. Wie die godsdienst echter niet aanhing – de activist bijvoorbeeld die gezegd had dat mensenrechten belangrijker waren dan de Olympische Spelen – werd behandeld als een landverrader.
Peking werd omgebouwd tot de glanzende vitrine van het nieuwe China. Wat daarin niet paste werd verwijderd. Al lang voor de Spelen begonnen de eerste schoonmaakacties, vooral gericht tegen mensen die het decorum of de harmonie aantastten. Het wegstoppen van de binnenlandse conflicten was in volle gang toen in het Westen protesten uitbraken tegen Pekings overkill-reactie op de opstand in Tibet. Daarna lokte de wereldreis van de ‘heilige vlam’ – de Chinese religieuze naam van de olympische fakkel – felle anti-Chinese betogingen uit. Ze leken het voorspel van een drastische verstoring van het beoogde beeld van totale harmonie dat China tijdens de Spelen zou moeten uitstralen.
De eerste reactie van de Chinese autoriteiten was, ter voorkoming van ernstig gezichtsverlies, het verbod op het publiceren van de antifakkelbetogingen. De tweede reactie was tegenovergesteld: de protesten in het buitenland werden breed uitgemeten en misten hun nationalistische uitwerking niet. Vanaf dat moment kreeg de veiligheid de hoogste prioriteit en werden binnen- en buitenlandse bezoekers, tot verdriet van de hotelbranche, zo veel mogelijk geweerd. Xi Jinping, algemeen getipt als de opvolger van Hun Jintao als partijleider en president, kreeg het oppertoezicht over de olympische operatie. Voor deze proeve van bekwaamheid is hij met vlag en wimpel geslaagd.
Het was de bedoeling dat dankzij de Spelen de bekende China-profetie van Napoleon definitief in vervulling zouden gaan. Bonaparte had de wereld geadviseerd de slapende Chinese reus niet te storen, ‘want als hij wakker wordt, zal hij de wereld versteld doen staan’. Iedereen weet inmiddels dat de reus ontwaakt is, maar pas dankzij de olympische televisie heeft de hele wereld inderdaad versteld gestaan. De doemscenario’s over protesten, boycot en smog zijn niet uitgekomen. China heeft zijn gezicht niet verloren, integendeel. Wie is er niet onder de indruk geraakt van de schitterende sportinstallaties, de onberispelijke organisatie, de overweldigende sportprestaties, de spectaculaire openings- en sluitingsceremonies, de beelden van een supermoderne stad die haar verleden praktisch heeft vernietigd met het oog op de stralende toekomst?
De Chinese Muur heeft nooit beantwoord aan zijn voornaamste doel: de barbaren buiten houden en de Chinezen binnen. Hoe effectief zullen de Olympische Spelen zijn? De feilloze organisatie en de goudenregen van medailles hebben de Chinezen zelfbewust gemaakt. Ze zien de Spelen als de definitieve bezegeling van de lange periode van rampen die hun zijn toegebracht door zowel het buitenland als hun eigen leiders. De aoyun hui (Olympische Spelen) zijn de plechtige bevestiging geworden van China’s status van nieuwe wereldmogendheid. Veel Chinezen zijn oprecht trots op de herwonnen grandeur van hun land, en alleen verwoede China-haters zullen hun dat misgunnen.
En de communistische partij, hoe zal die de gouden medailles verzilveren? Ze heeft ongetwijfeld haar legitimiteit als enige regerende partij versterkt. En ze heeft laten zien dat ze zich van buitenlandse kritiek heel weinig aantrekt. Ze heeft haar belofte van zeven jaar geleden dat de mensenrechten zouden worden verbeterd niet ingelost. Ze heeft zelfs geen mensenrechtelijke gebaren gesteld, vrijlating van een paar politieke gevangenen bijvoorbeeld. De aanwijzing van drie stadsparken voor het ventileren van protest bleek een gotspe: alle aspirant-demonstranten werden zonder vergunning naar huis gestuurd of gearresteerd of, wat twee bejaarde dames overkwam, bedreigd met een jaar strafkamp. De boodschap was duidelijk: protest, hoe onschuldig ook, was niet te tolereren.
De harde hand heeft gewerkt. Het zelfbewuste China heeft zich door de rest van de wereld geen eisen laten stellen. Voor democraten is dat geen goed bericht. We zullen er steeds meer aan moeten wennen dat onze wetten niet die van China zijn. Innige handelsrelaties, groei van de middenklasse, de opmars van internet, de Olympische Spelen: allemaal zouden ze bijdragen aan de democratisering van China. Dachten we. De ontwaakte reus blijkt aan onze wetten geen boodschap te hebben.