de nieuwe wereld

Ontwerpen om te veranderen

Het modernisme heeft grote invloed gehad in de kunst en daarbuiten. Maar van alle idealen is slechts de vorm overgebleven. Het Victoria & Albert Museum in Londen wijdt een overzichtstentoonstelling aan het modernisme.

Toen de werkloze Harry Beck begin jaren dertig de bekende kaart van de Londense metro had ontworpen, liet hij weten: «If you’re going underground, why do you need bother about geography?» Beck vereenvoudigde de bestaande kaart tot een even simpel als overzichtelijk en strak ontwerp waarin een nieuwe realiteit van verbindingen gemaakt werd. Zijn ontwerp is typisch modernistisch en bood de mogelijkheid om het openbaar vervoer in Londen als een modern, rationeel en efficiënt systeem neer te zetten. Omdat de metrokaart zo direct met Londen is verbonden, is het bijna ondenkbaar dat die ooit ontworpen is. Pas als er een oudere metrokaart naast het ontwerp van Beck hangt, wordt duidelijk in welke mate het beeld van Londen bepaald wordt door design, want van een realistische weergave van afstanden is maar bij benadering sprake.

De metrokaart is een duidelijk voorbeeld van modern design en van de manier waarop het grote publiek met dat ontwerp in aanraking kwam. In relatief korte tijd had het modernisme zich ontwikkeld van een groot verlangen van de avant-garde naar een dagelijkse realiteit. Hoewel geïnspireerd op linkse idealen wordt aan de hand van de tentoonstelling Modernism: Designing a New World 1914 -1939 in het Victoria & Albert Museum in Londen duidelijk dat de idealen uit de begintijd ook weer snel vervlogen waren.

De uiteenlopende ideeën en stijlen die onder het modernisme geschaard kunnen worden, hebben gemeen dat gedroomd werd van een nieuw begin. De techniek zou het vehikel moeten zijn om definitief afstand te doen van de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. In Rusland betekende de revolutie het aanknopingspunt voor een utopisch verlangen om een betere wereld te creëren, een wereld zonder sociale verschillen en conflict. Maar ook in andere Europese landen vonden avant-gardisten dat technologie en design een belangrijke rol moesten spelen bij het tot stand brengen van maatschappelijke veranderingen. Een schone, gezonde en lichte wereld stond hun voor ogen. Het ornament, speeltje van de bourgeoisie, werd afgewezen, net als een hang naar geschiedenis. Het functionele werd tot kunst verheven en een goede maatschappij draaide om structuur, efficiëntie en mechanisering.

De idealen van de modernisten komen duidelijk tot uiting in de architectuur van de jaren tien en twintig van de vorige eeuw. Het nooit gerealiseerde ontwerp van een wolkenkrabber aan de Friedrichstrasse in Berlijn van Ludwig Mies van der Rohe bijvoorbeeld, was in 1921 revolutionair. De uit glas opgetrokken hoogbouw beantwoordde aan de idealen van licht en openheid en stond in stevige oppositie tot de donkere en barre leefomstandigheden waarin de meeste inwoners van de grote Europese steden in die tijd leefden. Maar het bleef niet bij de tekentafel, want onder invloed van de gunstige economie halverwege de jaren twintig werden steeds meer modernistische gebouwen neergezet, met name in Duitsland, Rusland en Italië, door architecten als Oud, Van der Rohe, Taut, Gropius, Lissitzky en Le Corbusier.

Hoewel de architectuur een hoofdrol kreeg toebedeeld, was duidelijk dat er meer nodig was om een fundamenteel andere wereld neer te zetten. Daarvoor was de hulp van de kunsten in de volle breedte noodzakelijk. In de schilderkunst, film, het interieurdesign en zelfs het theater werd een ode aan de mechanisering gebracht. Rodchenko’s werkkleding als dagelijkse kledij, het Triadic Ballet van Oskar Schlemmer en de buismeubelen zoals die van Mart Stam zijn maar enkele voorbeelden. Stam ontwierp voor het eerst in de geschiedenis een stoel die niet op vier poten stond. Hoewel menigeen bang was het evenwicht te verliezen is dit «zitten op lucht» tekenend voor de modernisten, die niet alleen zochten naar abstractie maar ook naar technische innovaties.

De stoel van Stam laat zien hoe de modernisten zich probeerden los te maken van historische conventies. Dat gold ook voor de architectuur, want nieuwe constructiemethoden konden de plattegrond van gebouwen fundamenteel veranderen. Op de tentoonstelling is een schets van Le Corbusier te zien die hij gebruikte om aan studenten uit te leggen welke voordelen nieuwe constructiemethoden konden hebben. De Franse bouwmeester was op zoek naar manieren om het gebouw zo «vrij» mogelijk te maken.

Maar de zoektocht naar vrijheid ging niet zonder controle. De machine was niet alleen het symbool van vooruitgang en perfectie, het diende ook als metafoor voor de nieuwe samenleving met duidelijke van elkaar gescheiden functies. Dat ook de kunst, het huishouden en het menselijk lichaam als fabrieken of machines werden beschouwd laat niet alleen zien dat dat idee ver werd doorgevoerd, maar ook dat het geheel alleen in samenhang met elkaar werkte. En machines hebben goed onderhoud nodig.

Hetzelfde gold voor het eigen lichaam dat door middel van beweging en verzorging een gesmeerde fabriek kon zijn. Ook in dit geval speelde de ongezonde situatie waar veel Europeanen in leefden een belangrijke rol. De modernisten bouwden sanatoria als Zonnestraal van Duiker in Hilversum, zwembaden, scholen en sportcentra, en meer algemeen woningen die voortaan goed verlicht, goed gelucht en goed schoongemaakt konden worden. Het sterke lichaam dat via de opkomende massamedia aan de man werd gebracht, was een manier om deel te nemen aan een wereld van gezondheid en frisse lucht.

In de jaren twintig werd het modernisme nog vooral geassocieerd met linkse politiek, maar in de jaren dertig veranderde dat. De nieuwe dictatoriale regimes in Europa ontdeden het vooruitgangsgeloof van de linkse idealen en integreerden de modernistische cultus van de machine en het lichaam in hun eigen ideologieën. Denk maar aan het Zeppelin-programma, de Autobahnen, de ontwikkeling van de Volkswagen en het werk van Riefenstahl.

Ook Hitler ontkwam niet aan de belofte van vooruitgang. In het «reactionaire modernisme» ten tijde van het Derde Rijk kon die vernieuwing gekoppeld worden aan de vermeende superioriteit van het Duitse volk, waardoor het mogelijk bleek om het _Blut und Boden-_nationalisme te verenigen met elementen uit het modernisme. Bovendien was de allesomvattende transformatie van de samenleving iets wat totalitaire regimes aansprak. Zo wilde men in de Sovjet-Unie zelfs «een totaal kunstwerk van de samenleving» maken.

Tegelijkertijd zorgde diezelfde opkomst van dictaturen ervoor dat veel kunstenaars die de toe-eigening van het modernisme door extremistische politieke leiders niet zagen zitten, naar het buitenland vertrokken. Dat versterkte de internationalisering van het modernisme. De strakke stijl en rationalistische wereldbeelden werden steeds meer gemeengoed, waardoor de noodzaak voor sociale verandering afnam en het modernisme alleen als stijl overbleef.

De tentoonstelling in het V&A eindigt op het moment dat het modernisme zijn sociale en politieke dimensie verliest. Het ding, het ontwerp, de vorm, ze stonden volgens de samenstellers in Londen in het teken van de sociale veranderingen die plaats moesten vinden. Toen dat eenmaal gelukt was, was het modernisme als fenomeen blijkbaar niet interessant genoeg meer. En dat is een gemis, want juist de doorwerking van het modernisme als stijl in de samenleving en de onthechting van kunst en het dagelijkse leven zouden de balans van het modernisme pas echt kunnen opmaken.

Wie de tentoonstelling verlaat, loopt weg met het idee dat het de modernisten simpelweg gelukt is om hun nieuwe samenleving tot stand te brengen. Voor een deel klopt dat, want de leefomstandigheden van velen zijn flink verbeterd, maar we weten tegenwoordig ook dat de maakbaarheid van de samenleving in een allesomvattende symbiose zijn gevaarlijke kanten heeft. En die keerzijde is niet een gevolg van het succes van het modernisme, het is daar een onbedoeld maar onlosmakelijk onderdeel van. Zoals Baudrillard in zijn For a Critique of the Political Economy of the Sign (1981) heeft gesteld is het modernistische ideaal van vorm-volgt-functie het meest effectief gebleken als de functie juist door de vorm werd gevolgd. En daar ligt het gevaar dat iedere individuele voorkeur volledig ondergeschikt gemaakt wordt aan een van bovenaf opgelegde vorm, zoals juist de dictatoriale regimes hebben laten zien.

De nieuwe wereld die Gropius, Schlemmer, Breuer en Moholy-Nagy voor zich zagen was er een van coherente eenheid, in architectuur, meubilering, kleding en gedrag. Maar ontdaan van de idealen bleef alleen de vorm over. En we zijn nog steeds niet van de cultus van het object verlost.

Modernism: Designing a New World 1914 -1939

Victoria & Albert Museum, Londen. Tot 26 juli

Website: Modernism