Robert Vacher

Ontworteld leven

Robert Vacher, Kai

Uitg. Prometheus, 332 blz., ƒ39,56

Hoe schrijf je een roman over exotische gebieden zonder in exotisme te vervallen? Zonder dus het vreemde van de beschreven landen te benadrukken? Zonder alles te zien via de bril van de witman die een tijdje van huis is en alles vreemd vindt: de rituelen, de geuren, de eetgewoonten, de omgangsvormen? Die alles bijzonder snel bloederig vindt, of achterhaald, of achterlijk en die bij thuiskomst opgelucht ademhaalt: eindelijk weer tussen de normale mensen.

Robert Vacher is er in zijn ambitieuze roman Kai goed in geslaagd. Hij bereikt dit door elk milieu en elke omgeving op dezelfde uitgewogen manier te beschrijven. Of we nu een maaltijd meemaken in een of ander klein dorpje in Indonesië of bij een chique mevrouw aan een gracht in Amsterdam, bij allebei dezelfde aandacht voor het detail: de tafel, het interieur, de gebaren en dezelfde opgewekte verwondering erbij te mogen zijn. Nooit afkeurend of lacherig. Vacher schrijft in veel opzichten als een gewetensvolle antropoloog, terwijl zijn roman geen enkele wetenschappelijke pretentie heeft, maar thuishoort in de grote romantische traditie van de zoektocht naar het eigen ik.

Dit boek is een avontuur, zeker ook een literair avontuur. Het wordt verteld door een anonieme ik die in de ban raakt van de hippie achtige Kai Deville die vanaf zijn veertiende een zwervend bestaan leidt. Die altijd op weg is, nooit ergens lang blijft, zich nooit bindt, af en toe een baantje heeft om even aan geld te komen, die van land naar land trekt, door alle werelddelen, dan bij boeren meehelpt met de oogst, vervolgens in een fabriek in Bangkok aan de slag gaat en drie maanden later in India tussen een paar goeroes leeft. Zo zou de ik ook willen leven: niet geremd door welke hang-up dan ook, niet gebonden, vrij, onaangepast.

Kai organiseert niets, laat alles op zich afkomen, kent geen zelfmedelijden, geen rancune, geen hebzucht. De ik vindt zichzelf altijd onvrij, altijd bezig met voorbereiding, organisatie, waarneming, alles via een vooraf bedachte matrix, terwijl Kai zich «als een kameleon» door de wereld beweegt. De fascinatie en obsessie voor Kai neemt verontrustende vormen aan. De ik reist hem achterna, eerst nog min of meer vervuld van de wens alles van hem te kunnen leren, maar later zeker ook om hem «tot verbijstering te brengen», om hem te verslaan met vondsten en argumenten. Hij krijgt een opdracht van Kais tante om zijn moeder in Indonesië op te sporen. Na lange en moeizame omzwervingen slaagt hij daarin, daarna zoekt hij Kai in India op om hem het grote nieuws te brengen. Maar Kai is niet onder de indruk, enigszins verveeld bekijkt hij de foto’s die zijn vriend als bewijs heeft meegenomen. Dan reizen ze apart verder, de ik naar huis, in een mengeling van wanhoop over eigen falen en verlangen naar wat hij thuis heeft achtergelaten.

Vacher schreef een zeer bijzondere reis roman die tegelijkertijd een reis formuleert naar de afgronden van menselijke aantrekkingskracht en afstoting. Dit boek stroomt voort over de wereld, beschrijft tot in de kleinste details ontmoetingen met mensen, ceremonies, kleine gebeurtenissen; observaties die er niet toe lijken te doen en daardoor van een grote lyrische kracht zijn. Omdat juist deze bijna monomane aandacht voor het onbelangrijke de kern van zijn boek uitmaakt. Vachers reizigers bewegen zich in de marge van maatschappelijke verhoudingen, bij Vacher vind je opluchtend weinig verhandelingen over de Teloorgang van de Derde Wereld of zoiets, of over de Gevolgen van het Neokolonialisme. Maar altijd beschrijving, doordringing, observatie.

Opvallend is de lay-out van dit boek, de tekst is in blokken, alinealoos proza over de pagina’s verdeeld. Vacher beheerst tot in alle details de techniek van wat ik hier maar het verhullend schrijven noem: de kunst om de gevoelens van een romanfiguur niet te expliciteren, maar uit te laten komen in de detaillering van de beschrijving en de precisering van de innerlijke overwegingen. Wanhoop is bij hem niet benoemd maar beschreven in wat de ik-figuur ziet en systematisch noteert. Zijn beschrijvingskunst gaat veel verder dan die van een reisverslag omdat hij ook een innerlijk reisverslag geeft. Hij slaagt op bewonderenswaardige manier in zijn opzet, juist omdat hij zijn voyeuristische blik van begin tot eind in stand weet te houden, waardoor de verwarring en de ik-zwakte van zijn ik-figuur steeds scherper in beeld komen. Langzamerhand was ík het die op reis ging, liet ík me compleet meeslepen door de beschrijvingen van de plaatsen, plaatsjes, mensen, omgevingen die Vacher me voorschotelde. Ik was het die aan onderzoek begon te doen naar mijn eigen fascinaties en monomanieën. Dit boek, met alle beschrijvingen van maaltijden, rivieren, gezelschappen, afgewisseld met bespiegelingen en rationalisaties over de geheimzinnige Kai, kreeg me in zijn macht. Vacher beschrijft zijn ik-personage met al diens rancuneuze oprispingen, woedebuien en in zichzelf gekeerde verliefdheden. Hij maakt er een tragische figuur van die ten onder gaat aan zijn eigen onhoudbare dromen over vrijheid en ontworteld leven.