Ontzettend leuk, toch?

Al meer dan een halve eeuw zijn onze massamedia – radio, televisie en de gedrukte – in een toestand van permanente revolutie zonder dat er een nieuwe staat van stabiliteit in zicht is. Al aan het begin van deze eeuw hebben we de fase bereikt waarin ze steeds leuker willen worden.

Leuk is het sleutelwoord geworden. In de dertiende druk van mijn Dikke Van Dale (1999) werd het nog omschreven als ‘prettig, aangenaam, fijn’. Intussen heeft het een universeel positieve betekenis gekregen. Het journaal van de NOS moest leuker. De presentatoren staan nu het nieuws te lezen of ze lopen een beetje heen en weer. Al jaren woedt op de pagina’s van onze grote kranten een proces van verandering. De foto’s worden groter tot reusachtig, de belangrijke columns krijgen een achtergrondkleurtje waardoor ze minder goed leesbaar worden, op de voorpagina’s staat nog wel een beetje belangrijk nieuws, maar voor de rest gaan ze meer en meer op de chaotisch volgeplakte pagina uit een fotoalbum lijken. Nog meer capriolen in de opmaak.

Ik luister graag naar klassieke muziek. Radio 4 wordt steeds verder volgestampt met nieuwtjes en prijsvraagjes. De presentatoren proberen op hun allerleukst uit de hoek te komen. Uit weerzin zoek ik soms mijn heil bij Classic FM. Daar heeft de leukheid een andere gedaante. Om de haverklap krijg je te horen dat je naar de mooooiste muziek luistert en dan komt het Adagio van Albinoni of het Miserere van Allegri. Genietùùh! Ook leuk.

Tot zo ver deze impressie. Onze leukheid heeft een lange voorgeschiedenis. Die begint in Amerika. Daar verscheen in 1961 The Image, het boek van Daniel Boorstin. A Guide to Pseudo-Events in America is de ondertitel. De pseudo-gebeurtenis is een televisiegeniek incident dat tot wereldbelang wordt opgedirkt. Wat is een beroemdheid? Dat is iemand die beroemd is omdat hij beroemd is. Hetzelfde kunnen we zeggen van een Bekende Nederlander. Een enkele keer kijkt iemand in de tram me met een mengeling van nieuwsgierigheid en vertrouwelijkheid aan. ‘U bent bekend hè? Maar ik weet niet wie u bent.’

In Amerika is in de afgelopen eeuw een bibliotheek aan literatuur over het verschijnsel ontstaan. Hoewel onze media in de opleukerij niet achterblijven, zijn we hier minder nieuwsgierig naar het verschijnsel zelf. Ook hier neemt de leukheid dagelijks toe en ik geloof dat op het ogenblik geen macht ter wereld die ontwikkeling kan keren. Ik zal me er ook niet in verdiepen, maar nu is het de vraag welke gevolgen deze permanente opleuking zal hebben. Nicolaas Beets heeft een rijmpje nagelaten: ‘Geen orgeltoon maar uw persoon.’ De orgeltoon vervalst de werkelijkheid. In deze tijd is het orgel door een draaiorgel vervangen. De vervalsingen worden massaler en platter.

De massamedia zijn in een steeds fellere concurrentiestrijd verwikkeld. Die wordt vooral uitgevochten op de terreinen van de leukheid. Nog meer en nog grotere foto’s die niets tot de weergave van de werkelijkheid bijdragen maar wel ontzettend leuk zijn; nog meer krankzinnig leuke tekeningetjes en foefjes in de opmaak; nog meer columnisten met leuk geschreven stukjes waarin ze beschrijven welke leuke dingetjes ze gisteren hebben meegemaakt. En dan, als tegenhanger, de wereld­drama’s die uitvoerig worden weergegeven zolang ze foto- en telegeniek zijn. Hoeveel zendtijd is er aan het dopingschandaal van Lance Armstrong besteed, hoeveel pagina’s zijn erover volgeschreven? Is de wereld er ook maar een millimeter door veranderd? Nee, maar het was leuk.

Ongeveer een kwart eeuw geleden is in de wereld van de massamedia een nieuwe concurrent verschenen: internet. Iedere uitvinding kan ten goede en ten kwade worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan de benzinemotor. En zo is het ook met internet. Wat zouden we tegenwoordig zonder Wikipedia zijn? En door internet is er ook een nieuw beroep ontstaan: dat van de burgerjournalist. Aan de beroepsjournalist hebben we te danken dat het nieuws in goed Nederlands wordt opgeschreven en dat het betrouwbaar is. Dan wordt het eventueel met kennis van zaken geanalyseerd en van een conclusie voorzien.

De burgerjournalist hoeft met dit ouderwetse gedoe niets te maken te hebben. Over het algemeen reageert hij op het nieuws. Hij zit achter zijn laptop en geeft lucht aan zijn verontwaardiging, wraaklust, bloeddorst. Altijd anoniem. Vaak in slecht Nederlands, met Engelse woorden er tussendoor gehusseld. Dan krijgen de burgerjournalisten ruzie, schelden elkaar uit, dwalen van hun onderwerp af. De wetenschap, de kunsten, de onbevooroordeelde nieuwsvoorziening hebben heel veel aan internet te danken, maar het heeft ook het aanzien gegeven aan een digitaal lompenproletariaat. Of dit gevolgen zal hebben weten we nog niet. Wel staat het vast dat de sociale media een beslissende rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de ‘Arabische lente’.

Door de cultuur van het opleuken en de negatieve invloed van internet komt de weergave van de werkelijkheid verder in het gedrang. Politieke gevolgen kunnen op langere termijn niet uitblijven.