Onverbeterlijke feministen

‘De Harde Kern’ noemen ze zich. Ze zijn de redders van de tweede feministische golf. In een recent schotschrift nemen ze de vijand op de korrel. Wie die vijand is? Iedere vrouw die wel eens een eigenzinnige gedachte heeft gepubliceerd. Een getroffene schrijft terug.
ER ZIJN NOG STEEDS vrouwen die niet kunnen denken. Zelfs wetenschappelijk opgeleide vrouwen verliezen af en toe de wetten van de logica uit het oog. In de onlangs verschenen feministische verhandeling Wel feministisch maar niet geemancipeerd van het schrijverscollectief De Harde Kern wordt een aanval gelanceerd op een groepje publicistes die geemancipeerd maar niet feministisch worden genoemd. Blije, zorgeloze meiden die het reuze hebben getroffen in het leven en maar niet willen begrijpen dat andere vrouwen er veel beroerder aan toe zijn.

Volgens De Harde Kern is het feminisme springlevend maar heeft het te lijden onder de niet aflatende stemmingmakerij van een paar vrouwelijke journalisten die zichzelf rijk schrijven met het verdacht maken van de vrouwenstrijd. Deze ‘Nieuwe Geemancipeerden’ bezetten in uiteenlopende dag- en weekbladen de opiniepagina’s en ze schrijven dubieuze stukken, waarin ze mannen verdedigen tegen begrijpelijke feministische kritiek. Opgewekt dragen deze publicistes 'het feminisme ten grave’, want onnadenkend volgen ze het patriarchaat, opgehitst door mannelijke redacteuren. De Nieuwe Geemancipeerden zijn niet alleen opportunistisch maar helaas ook een beetje dom. Ze lullen maar wat.
Het wetenschappelijk collectief De Harde Kern meent het feminisme te moeten verdedigen tegen een voornamelijk imaginaire groep vrouwen die nogal willekeurig is samengesteld. Zo worden Malou van Hintum, Lydia Rood en ikzelf voorgesteld als de belangrijkste exponenten van deze nieuwe stroming, die als vijand van het feminisme wordt voorgesteld. In Wel feministisch maar niet geemancipeerd worden de reactionaire opvattingen van deze Nieuwe Geemancipeerden opgesomd en van commentaar voorzien. Zo keek ik er erg van op wat ik als voortrekker van de Nieuwe Geemancipeerden allemaal vond van bijvoorbeeld zorgtaken, kinderopvang, voorkeursbeleid en de Vut - stuk voor stuk onderwerpen waarover ik nog nooit heb gepubliceerd; net zomin als Lydia Rood, die veel over erotiek heeft geschreven maar zich nauwelijks over het feminisme heeft uitgelaten. Ik kon mij dan ook zelden vinden in de standpunten die mij zo royaal werden toegedicht; op een aantal punten was ik het zelfs eens met de analyse van De Harde Kern, al vind ik hun uitgangspunt tamelijk beperkt.
FEMINISME betekent in de ogen van De Harde Kern de noodzaak van het 'tegen de stroom in zwemmen’ - een loffelijk streven dat mijn sympathie heeft maar het zegt weinig, want niet iedereen die tegen de stroom in zwemt wordt vanzelfsprekend een aanhanger van de opvattingen van De Harde Kern. Net zo min als iedere vrouw die weigert tegen de stroom in te zwemmen vanzelfsprekend eindigt als een slachtoffer van het grootkapitaal. De Harde Kern constateert dat er nog weinig terecht is gekomen van doelstellingen en idealen van de vrouwenbeweging. Ook signaleert het schrijverscollectief een serie nieuwe misstanden die correctie behoeft.
Zo windt De Harde Kern zich op over de toename van kosmetische operaties, wat zij beschouwen als een typisch feministische kwestie, omdat 95 procent van de patienten vrouw is. 'Nu het mogelijk is om je uiterlijk te veranderen wordt dat voor veel mensen ook noodzakelijk.’ Een redenering die niet uitblinkt in trefzekerheid, want iemand die een pijnlijke ingreep als 'noodzakelijk’ ervaart, alleen maar omdat de 'mogelijkheid’ ertoe bestaat, is een imbeciel, en ik denk niet dat die 95 procent vrouwelijke patienten uit geestelijke achterblijvertjes bestaat. De nijpendheid van het probleem blijft me ontgaan. Wanneer iemand haar borsten of neus wenst te veranderen moet ze dat zelf weten, lijkt me zo. En ik betwijfel of er sprake is van een epidemie. Iedereen die wel eens op een zomerse dag het strand heeft bezocht, weet dat het bepaald wel meevalt met al die kosmetische operaties. De meeste vrouwen maken net als mannen de indruk dat er nog nooit een corrigerend mes in hun buurt is geweest.
Ook de stijgende criminaliteit en het toenemende geweld is in de ogen van De Harde Kern bij uitstek een probleem dat op een feministische oplossing wacht. Gewillig draagt het schrijverscollectief deze aan. Mannen gebruiken geweld omdat het 'blijkbaar bijdraagt aan hun gevoel een echte man te zijn. Waarom? In een goed veiligheidsbeleid zouden deze vragen centraal moeten staan, opdat mannen hun “beschavingsachterstand” inhalen. (…) Ze vernielen zoveel dat een speciale misdaad- en milieubelasting voor hen gerechtvaardigd zou zijn.’
O ja? Eerlijk gezegd lijkt het me een raar voorstel. Natuurlijk zijn criminelen meestal mannen. Maar tegelijkertijd komen criminelen vaak voort uit een lagere sociale klasse. Zou De Harde Kern er voor zijn om die groep extra te belasten? En zou het, als we toch aan het rekenen zijn, niet eerlijker zijn om bijvoorbeeld Marokkaanse gezinnen een extra gevarenbelasting te laten betalen voor het risico dat hun zonen vormen? Af en toe lijkt het of het schrijverscollectief watten in het hoofd heeft.
DE HARDE KERN voert een polemiek tegen een niet-bestaande groep met niet-bestaande ideeen. In werkelijkheid is Wel feministisch maar niet geemancipeerd dan ook een reactie op het boekje Macha, macha van Malou van Hintum, en aangezien het schrijverscollectief het overdreven vond om een polemiek van honderdvijftig bladzijden te voeren tegen een enkele publiciste, stampte men de 'Nieuwe Geemancipeerden’ uit de grond om hun feministische noodkreet geloofwaardig te maken. Wel feministisch maar niet geemancipeerd is een overbodig boek. De ideeen zijn genoegzaam bekend, 25 jaar feminstische publikaties dragen ze uit, De Harde Kern voegt niets toe aan de bestaande argumenten.
Een raadsel blijft echter waarom De Harde Kern de uitspraken van Malou van Hintum zo belangwekkend vindt dat ze een serieuze tegenaanval noodzakelijk achten. Mij bijvoorbeeld kunnen de ideeen van Malou van Hintum weinig schelen. In Macha, macha, haar flinterdunne boekje, staat niets wat mij opwond of beroerde. Van Hintums analyse van de jaren zeventig is vermakelijk, maar nauwelijks boeiend, want Emma Brunt in Je zal je zuster bedoelen en Renate Rubinstein in Hedendaags feminsme kwamen twintig jaar geleden al tot een soortgelijke conclusie. Aan hen valt weinig toe te voegen.
Malou van Hintum verdedigt het zogenaamde 'powerfeminisme’: een Amerikaanse stroming die wil afrekenen met het eeuwige geklaag van vrouwen, maar deze Nederlandse versie is een mager aftreksel van bijvoorbeeld het werk van Naomi Wolf. Malou van Hintum heeft de merkwaardige neiging haar persoonlijke omstandigheden algemeen geldend te verklaren. Alles wat haar toevallig niet bezighoudt, doet niet ter zake en alles wat zij voor zichzelf niet wenst, is het wensen ook niet waard. Vrouwen moeten gewoon de ideale man zoeken - Malou’s ideale man wel te verstaan - en hoeven ook helemaal geen kinderen te wensen, want dat doet Malou ook niet. In het hoofdstuk 'De ideale man’ worden Frank Rijkaard, Piet Vroon en Paul Rosenmoller tot de nieuwe 'echte mannen’ uitgeroepen en waarom zou iemand er andere of ingewikkelder voorkeuren op nahouden? Malou van Hintum heeft een overzichtelijk karakter en komt geen onoverkomelijke problemen tegen op haar pad, dus waarom iemand anders wel? Je komt wel meer zulke mensen tegen. Je luistert een paar minuten naar ze, haalt je schouders op en loopt door. Vervelend, een beetje irritant, maar niets om je over op te winden.
DE HARDE KERN verwijt uiteenlopende publicistes dat ze aan een 'nieuwe mystificatie’ van de vrouw zouden meewerken. 'Hoe ironisch is het dat geemancipeerde vrouwen als (Janny) Groen, (Sarah) Verroen en (Pauline) Terreehorst, die zelf volwassen werden in de jaren zestig en zeventig, zich nu van een mechanisme bedienen dat toen werd ontmaskerd als de grootste vijand van vrouwen. Hoewel ogenschijnlijk geheel verschillende ideaalbeelden in het geding zijn, zijn de overeenkomsten tussen de vrouwelijke mystiek van de Nieuwe Geemancipeerden zeer opvallend. Ook nu mogen vrouwen niet klagen over dubbele belasting of gebrek aan creches, want dat los je toch samen met je man wel op en anders had je ze niet moeten nemen. Ook nu mogen vrouwen niet klagen over aard en omvang van het manneljk seksueel verkeer, maar dienen ze zich eenvoudig wat avontuurlijker op te stellen en zich te schikken naar ’s mans wensen in plaats van te willen praten of nog erger aandacht te vragen.’
Dolblij was ik toen ik deze passage in Wel feministisch maar niet geemancipeerd ontdekte, want eindelijk was er iets waar ik wel degelijk iets over had gezegd. Blijkbaar had De Harde Kern een stuk van mij in de Volkskrant gelezen, waarin ik enigszins de draak stak met de resultaten van een Margriet-enquete uit 1992 waaruit bleek dat de meeste vrouwen seksueel opgewonden raakten van een man die 'iets liefs tegen ze zei’. Ik was geneigd een dergelijke uitslag nogal stereotiep te vinden, bovendien week ze drastisch af van het onderzoek dat Shere Hite in de jaren zeventig deed, en ik besloot mijn eigen mini-enquete te houden. Het moest naar mijn idee mogelijk zijn om de uitslag van een enquete in overeenstemming te laten zijn met een vooropgezet idee over vrouwelijke seksualiteit.
Natuurlijk betrof het hier een grap, die alleen maar ten doel had om aan te geven hoe manipuleerbaar seksenquetes zijn, maar tegelijkertijd vond ik dat er iets normatiefs zat in de manier waarop tijdschriften als Margriet en Opzij de vrouwelijke seksualiteit benaderden. Eigenlijk luidde de boodschap dat het ook in moreel opzicht beter was om opgewonden te raken van geestelijke aandacht en lieve woordjes.
Het blijft vreemd dat het schrijverscollectief De Harde Kern hieruit distilleert dat ik zou vinden dat vrouwen zich 'avontuurlijker dienen op te stellen’ of zich naar ’ ’s mans wensen te schikken’. Het enige wat ik heb willen aantonen, is dat de vrouwelijke seksualiteit iets minder eenduidig in elkaar zit dan sommige vrouwentijdschriften wensen aan te nemen.
In haar boek Droom en drift, een onderzoek naar verborgen wensen van Nederlandse vrouwen, constateert ook Christien Brinkgreve dat de vrouwelijke seksualiteit zich niet altijd houdt aan de normen van politieke correctheid. Zo bleek uit haar onderzoek dat hoog opgeleide vrouwen beduidend minder vaak gericht waren op vanilleseks. 'Willen hoog opgeleide vrouwen een ander soort seks, harder en steviger, het aaien voorbij? Ook hier zou de spanning tussen gerealiseerde gelijkheidswensen en andere verlangens kunnen spelen, misschien bij uitstek. Als in het dagelijks leven de gelijkheid tussen de seksen benadrukt wordt - wat sterker het geval is in hoger opgeleide kringen - dan zijn misschien juist de “mannelijke” seksegebonden eigenschappen weer erotisch opwindend.’
Een van de grootste historische vergissin gen van de tweede feministische golf is misschien wel geweest dat zij de seksualiteit als iets ideologisch wilde opvatten, als een maatschappelijk bepaald fenomeen, gedomineerd door mannelijke wensen en gedragingen. Het werd hoog tijd dat vrouwen hun eigen erotiek 'leerden ontdekken’. Langzamerhand ontstond er een zeker moralisme, waarvan het verschil met kuisheidsmanie niet altijd even duidelijk was.
Opvallend is dat De Harde Kern het verdacht schijnt te vinden als vrouwen over erotiek schrijven op een manier die zij niet helemaal correct vindt. Hoe anders is te verklaren dat Lydia Rood bij de voorhoede van de Nieuwe Geemancipeerden wordt gerekend? Het zijn niet langer alleen mannen die tot de vijand gerekend worden, ook vrouwen worden op het matje geroepen als ze er al te veel een eigen mening op na dreigen te houden.
WAAR KOMT HET gemak vandaan waarmee De Harde Kern een willekeurige groep publicistes tot verraders van de femi nistische ideologie verklaart? Wat hebben Lydia Rood en Pauline Terreehorst met elkaar gemeen? Wat doet Janny Groen in dit rijtje? Ze blijkt volgens Wel feministisch maar niet geemancipeerd een artikel geschreven te hebben onder de kop 'Explosie van slippertjes onderzocht: Ook vrouwen worden door lust overmand.’ Exit Janny Groen.
Zelfs Annette Heffels en Willeke Bezemer, de bedenkers en uitvoerders van de Margriet-enquete, worden beschuldigd van vrouwonvriendelijkheid, omdat zij de resultaten van hun enquete niet hartstochtelijk genoeg verdedigd hebben. De onderzoekers schreven in de Volkskrant dat ze in hun hart ook hadden gehoopt dat hun onderzoek had laten zien 'dat vrouwen als gretige tijgers hun amechtige mannen achtervolgden. Wij lezen ook onze glossy’s tenslotte en gaan ook graag voor eigentijds door. Zo bleek het echter niet te zijn, dus slikten we en schreven op hoe het wel was.’ Ook Heffels en Bezemer, concludeert De Harde Kern, 'geven de voorkeur aan wat avontuur lijker dames die vurig de weg inslaan richting “mannelijke” verlangens en wensen.’ Is De Harde Kern wel helemaal goed bij haar hoofd? Verdenken ze soms iedere vrouw die weleens een stukje schrijft van feministenhaat?
Waarschijnljk is het antwoord simpel. Als je de namen bekijkt van de Nieuwe Geemancipeerden, wordt elke journaliste die ooit een opinierend stuk heeft geschreven over vrouwenzaken wel een keer genoemd. Hoe persoonlijker de opinie, hoe afkeurender het commentaar van het collectief. De Harde Kern schijnt nog steeds te geloven dat gedachten bij vrouwen slechts in groepsverband tot stand kunnen komen. Parels van vrouwelijke wijsheid, gebaseerd op gedeelde ervaringen en goedgekeurd door de Bond van Vrouwvriendelijke Vrouwen.
Ongetwijfeld valt er in maatschappelijk opzicht nog wel het een en ander te verbeteren aan de positie van vrouwen. Er zijn weinig vrouwen op hoge posities, het voorkeursbeleid levert weinig op, de kinderopvang is beperkt, mannen worden over het algemeen op de arbeidsmarkt nog steeds beter betaald en hoger gewaardeerd, en de zorg voor de huishouding is in de meeste gevallen nog altijd een vrouwenzaak. Allemaal tot je dienst. Maar het is flauwekul om iedere publiciste die een afwijkend geluid optekent meteen tot 'Nieuwe Geemancipeerde’ te bombarderen. Zodat je ze nooit meer hoeft te lezen. Laat staan je hoeft te verbazen.
Zo komen de sprookjes in de wereld.