Kijken

Onverbiddelijk

De middeleeuwse al fresco-schilderingen van de Italiaan Giotto inspireerden de Amerikaan John Baldessari. Met name de deugden, ondeugden en de stevigheid.

John Baldessari, Virtues and Vices (for Giotto), 1981 © Collectie Van Abbemuseum

Lang geleden, in de jaren 1303-1306, was Giotto in Padua bezig met een luisterrijke opdracht: een compacte reeks schilderingen al fresco in de Cappella dell’Arena – nieuw gebouwd op een stuk land waar in de Romeinse Oudheid ooit een arena gestaan had. Het was (en is) een nederig kerkje, eenvoudig gebouwd in baksteen in een laatromaans en lokaal idioom. Opdrachtgever was de familie Scrovegni: het was de kapel waar zij begraven zouden worden. Ook daarom moest hun laatste rustplaats zonder pronk zijn en deemoedig, en aan geloof en godsvrucht gewijd. De kapel was opgedragen aan de Maagd Maria, speciaal de Verkondiging.

Toen werd de schilder Giotto uit Florence geëngageerd. Die was toen midden dertig. De kapel was dertig meter lang, 8,5 meter breed en dertien meter hoog. Een enkele gewelfde ruimte. Het moest bijzonder worden. Ze vroegen hem de kapel volledig vol te schilderen met verhalende taferelen uit het leven van Maria: te beginnen met stukken vertelling over haar vader Joachim en moeder Anna. Toen de geboorte van Maria, na een verkondiging door een engel, terwijl Anna eerst geen kinderen kon krijgen. Zo begon de wonderbaarlijke werking van God in het leven van deze familie die de Heilige Familie werd.

John Baldessari, Virtues and Vices (for Giotto), 1981 © Collectie Van Abbemuseum
Onze cultuur is verwarder, deugden en ondeugden staan voor troebele gevoelens

Toen Maria zelf met Jozef verloofd was, verscheen ook haar een engel die de geboorte van Jezus aankondigde. Daarna het moment dat de Visitatie heet: de ontmoeting op straat van Maria en Elisabeth: twee vrouwen, beiden zwanger, van Jezus en van Johannes de Doper. De opeenvolgende vertellingen langs de wanden, na zijn geboorte en de vlucht naar Egypte, gaan dan over naar gebeurtenissen uit Jezus’ verdere leven. We zien zijn doop in de Jordaan, dan enkele wonderen zoals de opwekking van Lazarus uit de dood. Dan komt, na het verraad door Judas, een ander hoofdmoment: het Laatste Avondmaal, gevolgd door de lijdensweg, de Kruisiging, zijn Hemelvaart en tien dagen daarna, als de apostelen bijeen zitten, daalt de Heilige Geest over hen neer. Ik zei al: het is een compacte serie vertellingen.

Voor Giotto was het een grote opdracht. Zij hadden hem gevraagd als Florentijn, omdat die stad bekendstond om zijn bijzondere expertise in het al fresco schilderen. Dat is schilderen met kleur in vochtige kalk. De kleur dringt door in de kalk en blijft ontastbaar als de kalklaag droogt. Dat schilderen was bestendig. Maar nog iets: tijdgenoten kregen in de gaten dat Giotto al jong vlot en soepel kon tekenen naar de natuur. Hij had een alerte scherpte van blik om bewegingen van figuren in detail waar te nemen. Zo wist hij zich van de onbeholpen Byzantijnse stijl los te maken. Goede moderne kunst wekte hij weer tot leven. Moderna, dat woord gebruikte Giorgio Vasari.

Giotto di Bondone, De vlucht naar Egypte, ca. 1305. Fresco © Scrovegni (Arena) kapel, Padua, Italië

Ik laat als voorbeeld één tafereel zien, De vlucht naar Egypte, van de bijna veertig fresco’s die in drie rijen boven elkaar de lange wanden van de kapel tooien. We zien direct de souplesse van beweging en ruimtelijke dispositie. Het was ongehoord en nooit gezien. Elk fresco is circa twee meter hoog. De figuren zijn dus manshoog. Giotto had ook de vrije hand. Toen hij voor het eerst de kapel betrad, om te gaan werken, waren alle wanden kaal – alleen ruwe, lege baksteen, geen richels of andere onregelmatigheden. Voor de schilder was die fysieke vrijheid waarlijk een droom. Hij kon een complex werk maken dat nog steeds geldt, na de Middeleeuwen, als het begin van de moderne kunst. Het is ook daarom dat John Baldessari in 1981 een reeks fotowerken, Virtues and Vices, aan Giotto heeft opgedragen. Veertien fotopanelen zijn het, zeven en zeven. ‘(For Giotto)’ staat in de titel: een elegische groet van een collega uit Los Angeles naar een meesterwerk in Padua van een moderne kunstenaar die voor alle kunstenaars onvergetelijk is.

Onderlangs de reeks schilderingen op de lange wanden had Giotto nog eens veertien staande gestalten geschilderd, zeven per wand, tegenover elkaar. Het is een soort sokkel met personificaties van de Deugden en de Ondeugden: bijvoorbeeld Fortezza tegenover Incostanza. Deze laatste wankelt. De beeltenissen zijn strak geschilderd, grijs en kleurloos als grisaille. Het zijn stevige beelden, stevig geplaatst in rechthoekige nissen die moeten lijken op marmer. Ze zijn 120 centimeter hoog: strak en onverbiddelijk. John Baldessari had affectie voor die stevigheid. Onze cultuur is verwarder, deugden en ondeugden staan voor troebele gevoelens. Wat hij kon doen is toevallige beelden sprokkelen: uit zijn beeldwereld van film, televisie, media. In zijn atelier in Santa Monica waren tv-toestellen continu vol aan. In hun buurt stonden fotocamera’s op statief klaar om te registreren. Tafels vol tijdschriften over alles. Ik bedoel: dan vind je een foto van voorzichtig bedrijvige bijen op een honingraat. Dat is Prudence. En de mateloze ondeugd Gluttony? Dat is een man uit een film die zich volpropt met garnalen. Alles fragmenten realisme die andere verbeelding kunnen worden.