Moslims in Groot-Brittannië leven in angst

Onverenigd Koninkrijk

In de moslimgemeenschap in Groot-Brittannië heersen verwarring en angst. Deels omdat de gemeenschap gefrag menteerd is, deels omdat ze zich geen raad weet met het maatschappelijk klimaat dat na de aanslagen op de metro is verhard.

LONDEN – Een week na de bomaanslagen in Londen werd Ehsan Masood gevraagd deel te nemen aan een de bat met andere opinieleiders uit de moslimgemeenschap. Masood schrijft als journalist al vijftien jaar over de islam en de gemeenschap in Engeland. Hij was onder meer betrokken bij de stichting van de Britse Moslimraad, gesprekspartner voor de overheid, en bij de oprichting van het glossy maandblad Q-News voor hoger opgeleide moslims.

In het panel zat ook Abu Muntasir, imam en een van de geestelijken die het salafisme in Engeland introduceerde, een zeer conservatieve stroming uit Saoedi-Arabië. Ze hadden samen gestudeerd, twintig jaar geleden, daarna waren ze ieder hun eigen weg gegaan. Ehsan Masood: «Ik keerde me naar hem toe op het podium. In een poging hem uit te dagen zei ik dat hij het probleem was. Dat het koranonderwijs en de tekstuitleg die hij geeft, leiden tot de bereidheid bij jongeren om aanslagen te plegen. Tot mijn verbazing gaf hij me gelijk. Hij vertelde dat hij zich misleid voelde en dat hij mensen op het verkeerde pad had gebracht. Hij zei dat hij zich slecht voelde. Hij brak en begon te huilen.»

In de moslimgemeenschap in Groot-Brittannië heersen verwarring en angst. Van één gemeenschap is geen sprake. Ze is te gefragmenteerd, kent te veel stromingen en etniciteiten. Volgens de laatste census van 2001 zijn er 1,6 miljoen moslims in het Verenigd Koninkrijk, van wie er zeshonderdduizend in Londen wo nen. Het overgrote deel bestaat uit migranten uit de voormalige Britse koloniën in Azië, zoals India, Pakistan en Bangladesh. Maar het moeten er veel meer zijn. Want in de afgelopen decennia zijn er ook veel vluchtelingen gearriveerd uit landen als Afghanistan, Irak, Somalië en Nigeria.

Ondanks een eerste reactie van burgemees ter Ken Livingstone van Londen en premier Tony Blair, waarin zij duidelijk maakten dat de daders van de bomaanslagen er niet in zullen slagen moslims en niet-moslims uit el kaar te spelen, is de sfeer in deze heterogene gemeenschap een stuk grimmiger geworden. Na de aanslagen van 7 en 21 juli werden volgens Azad Ali, voorzitter van het Muslim Safety Forum, honderden mensen gearresteerd. Vijftig mensen worden nog vastgehouden in verband met de aanslagen, zeventig in het kader van de vreemdelingenwet.

Het baart het Muslim Safety Forum zorgen dat mensen op vage gronden worden opgepakt en vervolgens een aantal uren tot veertien dagen vastzitten zonder aanklacht. «Die arrestaties hebben een grote impact op de gemeenschap. Ze gebeuren vaak op grond van inlichtingen die niet zo adequaat zijn», zegt Azad Ali. Sinds de invoering van antiterrorismewetgeving in 2001 zijn meer dan duizend mensen gearresteerd. In slechts drie gevallen heeft dat tot een veroordeling geleid: één moslim en twee Ieren.

Volgens de journalist Ahmed Versi is de politie bezig met het vissen naar informatie: «Mensen worden opgepakt om aan inlichtingen te komen over andere mensen.» Zijn krant The Muslim News kwam er na de aanslagen in Amerika achter dat de inlichtingendiensten meer dan tweehonderd gezinnen hadden bezocht en ondervraagd op grond van informatie dat familieleden of kennissen naar Pakistan of Afghanistan waren geweest of een moskee hadden bezocht waar ook verdachten waren gesignaleerd. Kortom, zonder een concrete aanwijzing dat zij zich met criminele activiteiten bezighielden. Na publicatie stopten de inlichtingendiensten hiermee.

Het Muslim Safety Forum werd na de aanslagen in Amerika opgericht door een groot aantal moslimorganisaties om op hoog niveau contact te onderhouden met de politie en het ministerie van Binnenlandse Zaken. Er wordt gepraat over terreurbestrijding, over on heuse bejegening door overheidsambtenaren en islamofobie onder de bevolking. «Na de aanslagen steeg het aantal aanvallen op moslims en hun bezittingen met zevenhonderd procent», aldus Azad Ali. «Er heerst een gevoel van onveiligheid. Het gevoel te worden aangevallen voor iets waar we niet verantwoordelijk voor zijn», zegt vice-voorzitter Daud Abdallah van de Britse Moslimraad.

Op 5 augustus kondigde premier Tony Blair een aantal draconische maatregelen aan, die nog moeten worden goedgekeurd door het parlement. Het is allerminst zeker dat alle voor stellen zullen worden aangenomen, om dat het parlement vindt dat daarmee grondrechten worden aangetast. De meest in het oog springende maatregelen zijn het vasthouden van verdachten onder terreurwetgeving voor een periode van drie maanden zonder aanklacht en de uitzetting van vreemdelingen die terrorisme verheerlijken of haat zaaien naar landen waar gemarteld wordt.

Mensenrechtenorganisaties als Liberty en Amnesty International hebben hun bezorgdheid geuit over de voorstellen. Hoewel de moslimraad onderschrijft dat Britse burgers recht hebben op veiligheid, net als zijzelf, heeft ze bezwaar tegen de meeste voorstellen van de regering. Net als de mensenrechtenorganisaties is ze zeer bezorgd over de aantasting van de rechtsstaat door mensen drie maanden zonder aanklacht vast te houden. «We hebben het gevoel dat de moslimgemeenschap het doelwit is van deze maatregelen en daarmee onnodig gestigmatiseerd wordt», aldus Abdallah. «Als een individu oproept tot haat in een moskee moet niet die moskee worden gesloten, maar het individu dat de wet overtreedt worden vervolgd. Naar onze smaak is dit een aantasting van de vrijheid van godsdienst.» De moslimraad is niet geheel onomstreden. Ze wordt gezien als marionet van de regering. «Het zijn vooral mannen van boven de vijftig, jongeren voelen zich niet vertegenwoordigd», zegt Fauzi Ahmad, verbonden aan de universiteit van Bristol.

De moslimraad heeft grote bedenkingen bij het voornemen om de moslimpartij Hizb ut Tahrir te verbieden: «We verschillen op veel punten van mening met Hizb ut Tahrir, maar de partij staat niet bekend als geweld dadig, noch roept ze op tot geweld. Dit is een gevaarlijk precedent.» De aankondiging om deze partij te verbieden heeft veel moslims ertoe aangezet een petitie tegen het verbod te tekenen. «Als zij verboden worden, terwijl ze nooit gewelddadig zijn geweest, waarom wordt de racistische British National Party dan niet verboden, waarvan leiders zijn veroordeeld voor geweld en racisme. En waarom wordt Sinn Fein niet verboden terwijl zij contacten heeft met de IRA», vraagt Fareena Alam, redacteur bij het maandblad Q-News, zich af. Ze gruwt van de meeste standpunten van Hizb ut Tahrir, maar heeft desondanks de petitie tegen verbod getekend.

Hizb ut Tahrir is een politieke moslimpartij die het kalifaat wil invoeren, een bestuursvorm met geestelijken aan het hoofd van de moslimstaat waar de sharia moet gelden. Ze wil het kalifaat langs democratische weg invoeren. «We hebben ondanks navraag niet te horen gekregen op grond waarvan onze organisatie verboden wordt», zegt Taji Mustafa, woordvoerder van de beweging in Londen. In Britse kranten werd gemeld dat de weigering van de organisatie om mensen aan te geven die zich bezighouden met terrorisme de belangrijkste reden vormt om haar te verbieden. Mustafa: «Dat is een leugen. Wij hebben dat nooit gezegd. Wij beschouwen het als onze plicht als burgers van dit land om mensen die een terroristische daad willen plegen aan te geven bij de autoriteiten.»

Dat de angst regeert, blijkt uit de maatregel van het West London Islamic Center, een moskee in de wijk West Ealing. Het is de tweede moskee die niet alleen buiten maar ook binnen 24 uur camerabewaking heeft. Zeventien ca mera’s registreren alles wat er in de moskee ge beurt. Imran Ul Haq van het moskeebestuur: «Als er beschuldigingen zijn over illegale activiteiten of het oproepen tot geweld kunnen wij met de beelden aantonen dat dat niet het geval is. We willen de Britse samenleving zo veel mogelijk transparantie bieden.»

De regering kan alleen terrorisme bestrijden als de moslimgemeenschap meewerkt. «Een van de daders van de aanslagen van 21 juli is door zijn vader aangegeven bij de politie voordat de aanslag plaatsvond. Hij was ongerust over de activiteiten van zijn zoon en heeft dat gemeld bij de politie. Die hebben daar niets mee gedaan. Daaruit blijkt dat we meewerken», zegt Azad Ali van het Muslim Safety Forum. «Maar het kan niet zo zijn dat wij een soort informanten worden van de politie en onze eigen mensen moeten bespioneren en voortdurend melden wat zij aan het doen zijn. Door de maatregelen die zich tegen de ge meenschap richten, zie je de bereidheid afnemen om mee te werken», waarschuwt hij.

In een reactie die misschien wel kenmerkend is voor een migrantengemeenschap die in de minderheid is, zie je dat de belangstelling voor de islam toeneemt. De studiegroepjes in de moskeeën worden drukker bezocht dan voorheen en meer meisjes zijn een hoofddoek gaan dragen. De gemeenschap lijkt in haar schulp te kruipen. «Anderzijds wordt er druk gediscussieerd over de vraag hoe jonge moslims, burgers in deze samenleving, tot zulke daden zijn gekomen», aldus Fareena Alam, redacteur van Q-News en zelf gehoofddoekt. In de bus of de metro maakt ze tegenwoordig haar tas open en haalt er spullen uit om haar medereizigers op hun gemak te stellen. «Als je de video van een van de daders bekijkt, een jongen uit een middenklasse milieu, moet je constateren dat mensen kennelijk bereid zijn tot dit soort daden als ze een bepaald soort informatie krijgen toegediend. Ze zijn dusdanig gehersenspoeld dat ze geloven in een vijandige omgeving te leven zonder perspectief, waar ze strijd tegen moeten voeren.»

Als redenen waarom jongeren radicaliseren worden voornamelijk genoemd de sociaal-economische achterstand, discriminatie en onvrede met het buitenlandbeleid. «Ik kan niet voor deze jongens spreken», zegt Layli Uddin van de moslimtelefoon, waar jongeren met hun problemen naartoe kunnen bellen. «Maar uit de videoboodschap spreekt een gevoel van het niet thuishoren in deze maatschappij, van afwezigheid van loyaliteit. Er spreekt geen enkel gevoel van verbondenheid uit met de Britse samenleving.» Veel jongeren die naar de moslimtelefoon bellen, kampen met een identiteitscrisis, problemen met hun ouders over gedragsregels en discriminatie van autochtone Britten. «De vraag is of wij volwaardige burgers van dit land kunnen zijn of altijd zullen worden gezien als een vijfde colonne. De vraag is of wij ons geloof kunnen behouden of volledig moeten seculariseren, en er is veel weerstand tegen dat idee», zegt Fareena Alam.

Toch kent de moslimgemeenschap een zeer lange vreedzame geschiedenis in het Britse Koninkrijk. Professor Ansari schreef een boek over de tweehonderdjarige aanwezigheid van moslims. «De geschiedenis van moslims in dit land is er een van vreedzaamheid», zegt hij. «Maar uit de statistieken blijkt dat dit sociaal en economisch de meest achtergestelde ge meenschap is. Wij hebben de meeste werklozen, moslims zijn het slechtst gehuisvest, we zijn oververtegenwoordigd in de gevangenis en de toegang tot zorg en overheidsinstellingen is voor ons het meest belabberd.»

«We moeten ophouden met ons als slachtoffers te gedragen», zegt journalist Ehsan Ma sood. «Ik heb me steeds afgevraagd waarom wij vatbaarder zijn voor het gebruik van geweld dan anderen. De indicatoren geven min of meer hetzelfde aan over andere minderheidsgroepen. Dezelfde werkloosheidscijfers, ar moede, slechte huisvesting, gebrek aan toegang tot de gezondheidszorg als de Chinezen, de sikhs of de Afro-Caribiërs. Er is maar één verschil, dat is het geloof. Ik ben tot de overtuiging gekomen dat het koranonderwijs en de tekstuitleg het probleem zijn. De koran wordt zonder enige historische context onderwezen. Veel ouders hebben onvoldoende kennis van de koran en sturen hun kinderen naar de moskee. Vanaf een jaar of zes volgen die kinderen daar dag in, dag uit van vier uur in de middag tot zeven uur ’s avonds onderwijs. Soms de hele zaterdag. Voor mij gaat het niet om vrijheid van godsdienst, maar om bescherming van het kind. Wat leren ze daar, wie spreekt er met hen. Ouders weten niet wat daar gebeurt. Er moet regulering komen op dit vlak, dat is normaal voor iedere vorm van onderwijs.»