Onvergetelijk

Lars Gustafsson, De tennisspelers. Vertaling Bertie van der Meij, uitg. Bezige Bij, 136 blz., 36,90 bij Modern Antiquariaat Van Gennep.
Soms staat één beeld uit een boek in je geheugen gegrift. Natuurlijk herinner ik me dat De tennisspelers van de Zweedse schrijver en dichter Lars Gustafsson een lichtvoetig boek is waarin Gustafsson soepel van de romans van Strindberg naar het frisbee-spel springt, van de hogere wiskunde naar lessen in Nietzsche aan Amerikaanse studenten.

Bij het laatste tekent hij bijvoorbeeld aan dat übermensch in het Engels Superman wordt en dat iedereen Superman uit zijn jeugd kent als een fascistoïde politiefiguur die aan alle grote politieacties meedoet. Dus voor je het weet denken de studenten dat Nietzsche een Duitser was met een grote snor die de reservepolitie uitvond.
Ik weet nog dat De tennisspelers zich krankzinnig ontwikkelt. Gustafsson treedt in de novelle op als gastdocent aan de universiteit van Austin, Texas, waar hij via de vondst van een obscuur document en een geheim computeronderzoek naar het waarheidsgehalte van dat document het gehele Amerikaanse luchtverdedigingssysteem laat ontsporen. En ik weet ook nog dat Gustafssons novelle briljante zinnen bevat, als: ‘Ik stel eigenlijk maar één morele eis aan de mensheid, maar wel een tamelijk strenge: dat zij van mij houdt.’
Maar ik herinner me vooral de tennisservice. In Texas tennist Gustafsson nogal veel en hij bedenkt dat als moreel superieure bewoners van andere planeten de aarde bezoeken, er maar twee dingen zijn die ze kunnen bewonderen: Mozarts Don Giovanni en de tennisservice. De service is niet alleen een kunstwerk van spiercoördinatie en ballistische berekening - je weet nooit van tevoren of je service lukt, je moet daarvoor vertrouwen op de woordloze kant van je persoonlijkheid -, het is ook een volkomen publiek kunstwerk.
Gustafsson geeft ook een minutieuze beschrijving van een service. Hij werpt de bal in het verlengde van zijn linkeroor recht in de lucht. Ergens vanuit zijn rechteroor is zijn racket op weg naar het tweede deel van de merkwaardige roeibeweging die een service is. Zijn lichaamsgewicht verplaatst zich, de spieren in zijn rug draaien. Maar zijn arm maakt de slagbeweging nog niet, de tennisbal blijft in de lucht hangen, 'verrukkelijk leeg, als een nul, als een teken zonder betekenis’. Pas meer dan tien pagina’s later raakt het racket de bal.
Die vaalgele bal die trouw in de stralend blauwe Texaanse lucht blijft hangen, zal ik nooit vergeten.