Economie

Onvermijdelijke pijn

Het kabinet is gevallen en de scherven maken ruzie over wiens schuld dat is. Het Haagse wereldje zal ongetwijfeld nog weken genieten van de complottheorieën en verdachtmakingen.
Wie profiteert van de val van Balkenende IV? Wist Wouter Bos van de brief van de Navo of luisde Maxime Verhagen hem er in? Strandde het kabinet door onwil of onkunde?
Leuk voor de bühne, maar niet veel meer dan dat. CDA en PvdA wilden niet verder met elkaar en dus komen er nieuwe verkiezingen. Dat zijn de relevante feiten. Met een beetje goede wil kan Nederland in juni naar de stembus. Dan een vlotte formatie en het nieuwe kabinet kan nog voor Prinsjesdag aan de slag met het meest ingrijpende bezuinigingsprogramma in de naoorlogse geschiedenis. Want hard bezuinigen, dat zal de volgende coalitie moeten doen, ongeacht welke partijen er deel van uitmaken.
Het tekort op de overheidsbegroting bedroeg vorig jaar 5,3 procent van het bruto binnenlands product. Om de begroting weer structureel in evenwicht te brengen is een jaarlijkse bezuiniging van pakweg 35 miljard euro nodig. Dat is meer dan de volledige jaarbegroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en bijna vijf keer alle uitgaven van Verkeer en Waterstaat. Voor wie het voor zich wil zien: met 35 miljard euromunten stapel je twee torens van de aarde tot de maan.
Het gat op de begroting van 35 miljard zal na de verkiezingen de kabinetsformatie domineren. Een dergelijk bedrag bezuinig je niet weg door de kaasschaaf over alle departementen te halen. Ook belastingverhoging voor hoge inkomens levert bij lange na niet genoeg op. In het volgende regeerakkoord zullen fundamentele keuzes moeten worden gemaakt. Keuzes over de hypotheekrenteaftrek en huursubsidie, over het miljardenverslindende arbeidsmarktbeleid, over de hoogte van kinderbijslag en uitkeringen en het serviceniveau van overheidsdiensten. Balkenende VI, Wilders I, Paars III, of hoe het volgende kabinet ook zal heten, zal in het teken staan van de terugtrekkende overheid. Er komt een nieuw contract met de samenleving waarin de impliciete belofte van de welvaartsstaat - uiteindelijk lost de overheid uw problemen op - is doorgehaald. De burger zal het weer zelf moeten doen.
De meeste politieke partijen zullen het hier tijdens de verkiezingscampagne niet over willen hebben. Het zal in de debatten daarom wel weer gaan over de bekende thema’s. Rechts hamert op integratie, meer blauw op straat en lastenverlaging. Links heeft de mond vol over armoedebestrijding en meer geld voor milieu en gezondheidszorg. Er moet meer komen van alles en de burger hoeft er minder voor te betalen. Maar de werkelijkheid van het regeerakkoord zal zijn: minder voor meer. Minder overheid en meer belastingdruk. Wie beweert dat het anders kan is - om met onze nationale roeptoeter Rita Verdonk te spreken - een leugenaar.
Natuurlijk, er zit altijd een gat tussen verkiezingsbeloftes en de afspraken in het regeerakkoord. Zo gaat dat nu eenmaal in een democratie. Maar ditmaal dreigt het een reusachtige kloof te worden. Is dat te voorkomen? Misschien wel. Als de politieke partijen zichzelf en elkaar dwingen om in hun verkiezingsprogramma zo expliciet mogelijk te zijn over de begrotingsplannen. Programma’s waarvan de bezuinigingen en lastenverzwaringen niet uitkomen op 35 miljard worden niet serieus genomen.
De verkiezingsprogramma’s hoeven slechts uit een enkel A4'tje te bestaan, met daarop een droog lijstje met bezuinigingen en belastingverhogingen. Voor inspiratie kunnen de partijen terecht bij de twintig ambtelijke werkgroepen die sinds september vorig jaar zoeken naar mogelijkheden om diep in de uitgaven te snijden. Ze kijken bijvoorbeeld naar de studiefinanciering (huidige kosten: 1,9 miljard euro), naar ontwikkelingssamenwerking (4,6 miljard), de uitkeringen voor arbeidsongeschikte jongeren (2,5 miljard), hypotheekrenteaftrek (ruim 11 miljard), de subsidies aan ouders met minderjarige kinderen (in totaal 9,1 miljard) en subsidies aan bedrijven (1,5 miljard).
Laat iedere partij grasduinen in de opties die deze ambtenaren bedenken. Partijen komen dan niet meer weg met flauwe bezuinigingen als ‘meer efficiëntie’ of 'minder ambtenaren’, maar moeten echt laten zien hoe en bij wie ze de 35 miljard euro denken op te halen.
De pijn van de onvermijdelijke afbouw van de staatsschuld wordt zo al voor de formatie duidelijk en Nederland weet waarvoor het kiest.