Documentaire - De gruwelen in de nazikampen

Onverteerbare beelden

Op 27 januari is het zeventig jaar geleden dat concentratiekamp Auschwitz werd bevrijd. De geallieerden hadden de kampen uitgebreid op film vastgelegd. Twee documentaires over de nazistische barbarij worden nu opnieuw vertoond.

Medium kampen2

Ze kunnen ook nu, zeventig jaar later, nog volschieten, de inmiddels hoogbejaarde Russische, Britse en Amerikaanse soldaten die met hun camera de opmars van de geallieerde legers in beeld brachten. Ze hadden al onnoemelijk veel ellende gezien aan de fronten, maar wat ze aantroffen bij de bevrijding van Majdanek, Auschwitz, Bergen-Belsen en Dachau tartte ieder voorstellingsvermogen. Dat was, letterlijk, met geen pen te beschrijven. Alleen de camera bood uitkomst.

De militaire verslaggevers kregen een nieuwe opdracht: ze moesten deze gruwelijke misdaden zo nauwkeurig mogelijk op film vastleggen. Geen Duitser, of wie dan ook, zou nu of in de toekomst de gelegenheid moeten krijgen het bestaan van de nazistische concentratie- en vernietigingskampen af te doen als ‘propaganda’, zoals de geallieerde opperbevelhebber Dwight Eisenhower bij zijn bezoek aan kamp Ohrdruf in april 1945 verklaarde.

En zo beschikken we over ontelbare kilometers film met de meest gruwelijke, afzichtelijke beelden van de nazistische kampen, zoals de geallieerde legers in oost en west deze in 1944-1945 aantroffen. Die beelden zijn zo confronterend dat we ze het liefst uit ons collectieve geheugen willen wissen, en daarom zijn ze – publiekelijk – opmerkelijk weinig te zien, behalve als stills in boeken of op tentoonstellingen. We zien liever een musical over Anne Frank, waarin de verschrikkingen op veilige afstand blijven, of speelfilms, waarin de hoop op een goede afloop, al is het maar voor een enkeling, levend wordt gehouden.

Nu zijn er natuurlijk goede pedagogische argumenten om de geschiedenis van de nazistische barbarij op een toegankelijke, min of meer ‘invoelbare’ manier te vertellen, en niet door middel van deze afstotende, onverteerbare filmbeelden, die beroofd lijken van iedere menselijkheid en daarmee een welhaast obsceen karakter dragen. Tegelijk zijn het juist deze beelden die aan alle andere voorstellingen – films, romans, zelfs wetenschappelijke studies – ten grondslag liggen. In een eerder artikel heb ik dit materiaal om die reden al eens aangeduid als grounding images: zonder deze funderende beelden verliezen andere voorstellingen van de nazistische vernietiging, van Schindler’s List tot het Dagboek van Anne Frank, hun overtuigingskracht en betekenis.

Alleen om die reden al is het gecombineerde initiatief van het Imperial War Museum en de Britse antropoloog en regisseur André Singer om dit historische materiaal opnieuw over het voetlicht te brengen van grote betekenis. Het Londense museum doet dat met een gerestaureerde en aangevulde versie van German Concentration Camps, een onvoltooide film van Sidney Bernstein en Alfred Hitchcock uit 1945, terwijl Singer in zijn documentaire Night Will Fall, die haar première beleefde op het Idfa, de geschiedenis van deze geallieerde filmproductie reconstrueert. Hij baseert zich daarbij op archiefmateriaal en op gesprekken met een groot aantal direct betrokkenen, onder wie Britse, Russische en Amerikaanse legerverslaggevers, maar ook overlevenden van de kampen, die werden opgespoord aan de hand van de oorspronkelijke filmbeelden.

De twee documentaires vormen een perfecte combinatie. De gerestaureerde, op basis van het oorspronkelijke script gereconstrueerde film van Bernstein en Hitchcock, die de titel German Concentration Camps Factual Survey heeft meegekregen, is een aangrijpend document, waarin de gruwelijke realiteit van de kampen zonder terughoudendheid wordt getoond – maar ook de bevrijding en verzorging van de overlevenden na de bevrijding. De montage en het verhaal bewegen zich rond terugkerende contrasten, tussen leven en dood, daders en slachtoffers, ontmenselijking en verzorging, moorddadige wreedheid en onverstoorde normaliteit. Vooral die laatste tegenstelling wordt sterk aangezet. De misdaad was tot systeem verheven, in de film verbeeld door een kaart van het Derde Rijk, met daarop honderden zwarte stippen: kampen in de nabijheid van steden en dorpen, in idyllische landschappen als symbool van schijnbare of beweerde onwetendheid.

Er werd een plan opgesteld om alle Duitse volwassenen te verplichten de beelden te gaan zien

Night Will Fall belicht de achtergronden van de oorspronkelijke film: hoe en waarom deze werd gemaakt, welke inbreng Bernstein en Hitchcock hadden, wie de beelden schoten en in welke omstandigheden, en waarom het project niet werd voltooid – zodat we lang waren aangewezen op een onvolledige, ruwere versie, in 1985 uitgebracht onder de titel Memory of the Camps, nog steeds te vinden op YouTube en andere websites.

Beide films laten zich – afzonderlijk en tezamen – vanuit verschillende perspectieven bekijken. Om te beginnen kunnen ze gezien worden als belangwekkende historische documentaires over de concentratie- en vernietigingskampen, waarin weinig tot niets aan de verbeelding wordt overgelaten. Night Will Fall begeeft zich daarbij op een metaniveau, door de focus mede te richten op de bedoelingen waarmee de film van Bernstein en Hitchcock werd vervaardigd. Want hoe nobel de motieven van de makers ook waren, German Concentration Camps moet toch primair worden bezien in het licht van het propaganda- en heropvoedingsprogramma van de Psychological Warfare Division van het geallieerde opperbevel, waar Bernstein hoofd van de filmsectie was.

Medium kampen1

Met het oprukken van de geallieerde troepen in het westen, begin 1945, werd snel duidelijk dat de gruwelijke filmbeelden die de Russen al in de zomer van 1944 van kamp Majdanek hadden gemaakt niet louter propaganda waren. Besloten werd de ‘naziwreedheden’ – zoals de term luidde – zo nauwkeurig mogelijk vast te leggen, als bewijs van de door het naziregime begane oorlogsmisdaden. Vervolgens bedacht de Psychological Warfare Division dat het materiaal ook gebruikt kon worden om Duitse krijgsgevangenen te doordringen van het misdadige karakter van het Derde Rijk – een strategie die niet goed bleek uit te pakken, omdat de ongemonteerde, gruwelijke beelden vooral een afstompend, tot apathie leidend effect hadden. Daarop werd besloten documentaires te maken – en precies daaruit vloeide de opdracht van Bernstein in april 1945 voort.

Maar de productie verliep minder soepel dan gehoopt. Naarmate het front opschoof, groeide de hoeveelheid filmmateriaal, en bovendien wilde Bernstein, een vooraanstaande filmproducent, zijn vriend Hitchcock als co-regisseur uit Hollywood laten overkomen. De vertraging leidde tot irritaties, vooral ook omdat men inmiddels het idee had opgevat om niet alleen krijgsgevangenen, maar de hele Duitse bevolking in het kader van haar politieke heropvoeding met dit materiaal te confronteren. Er werd zelfs een plan opgesteld om alle Duitse bioscopen te dwingen de film te programmeren en alle volwassenen vervolgens te verplichten die beelden te gaan zien – waarbij een stempel op een voedselrantsoenkaart als bewijs zou moeten gelden.

Zo ver zou het uiteindelijk niet komen, maar het plan om de Duitsers op korte termijn massaal met de beelden van de kampen te confronteren was daarmee niet van tafel. En omdat Bernstein en Hitchcock niet opschoten, contracteerden de Amerikanen andere regisseurs, zoals Billy Wilder, die in korte tijd een aantal films produceerden, waaronder Die Todesmühlen en Deutschland Erwache. Deze Anklagefilme, gemaakt in een tamelijk ronkende stijl, hadden echter niet het opvoedende effect dat de psychologen en de militaire leiding ervan verwachtten. Integendeel, de reacties waren zeer verdeeld. Velen meenden persoonlijk geen enkele schuld te hebben aan de misdaden van het regime, anderen zagen de films als een excuus om de misdaden van de geallieerden zélf – de luchtbombardementen, de excessen van het Rode Leger – te verhullen. En zo werd de politiek van ‘shock and penance’ al snel verlaten, nog voordat Bernstein en Hitchcock hun film hadden voltooid. Daarop werd de productie gestaakt.

German Concentration Camps en Night Will Fall zijn, in al hun gelaagdheid, echter niet alleen als historische documentaires interessant. Ze zijn ook belangrijk vanuit het oogpunt van wat ik zou willen omschrijven als de ethiek en esthetiek van de herinnering: de manier waarop met artistieke middelen invulling wordt gegeven aan wat Avishai Margalit omschreef als de ‘morele plicht tot herdenken’ – een plicht die ‘voortvloeit uit de pogingen van radicaal kwade krachten om de moraal zelf te ondermijnen’.

In tegenstelling tot de Amerikaanse Anklagefilme zochten Bernstein en Hitchcock naar een andere vormtaal, weg van de bekende oorlogs- en propagandaretoriek. Hun film moest verder reiken dan de concrete historische gebeurtenissen, voorbij de tijd en de plaats – als een boodschap aan de mensheid, onontkoombaar door de gruwelijkheid van de beelden. Misschien heeft niemand de kracht van die beelden scherper onderkend dan Susan Sontag in haar boek On Photography, waar ze schrijft dat het zien van de foto’s van de bevrijde kampen een breuk in haar leven betekende. Ze was twaalf jaar oud. ‘Er werd een grens bereikt, en niet alleen van verschrikking; ik voelde mij onherroepelijk gekwetst, gegriefd (…) iets ging dood in mij, iets huilt nog steeds.’

Een decennium later zou Alain Resnais dezelfde benadering kiezen, in zijn korte documentaire Nuit et brouillard (1956), in mijn optiek nog altijd de meest indrukwekkende film over de nazistische vernietigingspolitiek. Ook hij gebruikte de onverteerbare beelden van de militaire verslaggevers om daaraan een universele boodschap te verbinden – dezelfde boodschap als waarmee German Concentration Camps eindigde: ‘Unless the world learns the lessons these pictures teach: night will fall.’


Frank van Vree is historicus. Hij publiceerde onder meer In de schaduw van Auschwitz: Herinneringen, beelden, geschiedenis (1995) en De dynamiek van de herinnering (red. met Rob van der Laarse, 2009).

Night Will Fall verschijnt in februari op dvd; German Concentration Camps Factual Survey rouleert nog en wordt deze maanden door verschillende buitenlandse tv-zenders vertoond


Beeld: (1) Night Will Fall (IDFA). (2) Sergeant Mike Lewis filmt in Bergen-Belsen het begraven van de doden, 24 april 1945. Zijn materiaal is te zien in German Concentration Camps Factual Survey (IWM FLM 1232 / Imperial War Museum).