Onvolgroeide breinen

Wie op zijn achttiende verjaardag een delict pleegt, valt van de ene op de andere dag niet meer onder het jeugdstrafrecht. Als wettelijk volwassene ben je dan ‘handelingsbekwaam’ en voor al je daden juridisch verantwoordelijk. Dat moet veranderen, stelt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. Zij pleit deze week in het rapport Jeugdstrafproces: toekomstbestendig! voor de invoering van een apart jongvolwassenenstrafrecht voor jongeren van achttien tot 24 jaar.

De reden van de Raad is interessant: neurobiologisch onderzoek toont aan dat de hersenen tot die leeftijd nog doorontwikkelen en daarom moeten ‘jonge’ delinquenten niet worden berecht volgens het volwassenenstrafrecht. ‘Want straffen werkt alleen bij mensen die daar “gevoelig” voor zijn.’ Dit voorstel moet in het licht worden gezien van de ‘neuro-hype’. De rappe ontwikkelingen in het hersenonderzoek dwingen tot nadenken over ons gedrag en vooral over de geijkte opvattingen in de rechtspraak. Als het voortschrijdend inzicht over het brein érgens concreet gevolgen heeft, dan is het op dit terrein. In hoeverre kan iemand nog verantwoordelijk worden gehouden voor zijn daden als ‘ons brein beslist’? Als er geen vrije wil bestaat, wat is dan (verminderd) toerekeningsvatbaar? Ben je überhaupt een bewust handelende ‘ik’ en vatbaar voor straf?

Hoe gevoelig die vragen liggen blijkt uit het rondetafelgesprek met wetenschappers in De Groene Amsterdammer van deze week. Van uiterst terughoudend tot regelrechte weerstand - zij komen er niet uit. Des te opmerkelijker dat de Raad dat deels wel doet: het brein is nog ‘te jong’ om iemand vanaf achttien jaar als handelingsbekwaam te beschouwen. Daarom wil zij onder meer ouders verplicht bij het straftraject betrekken.

Dat is moedig, want het voorstel staat haaks op de roep uit de maatschappij om ‘rotjongens die agenten en buschauffeurs molesteren harder en sneller te straffen’. En goed, want hoewel vrouwe Justitia blind moet zijn, mag zij niet de ogen sluiten voor de (neuro)wetenschap. Toch is het tricky, biologische inzichten kunnen immers weer worden weerlegd. Het strafrecht kent in het verleden een aantal wetenschappelijke miskleunen. Zo dacht men in de negentiende eeuw crimineel gedrag te kunnen voorspellen op basis van iemands schedelomvang. Dit werd later ontkracht als pseudowetenschap.

Voor de leeftijdsgrens ligt het uiteraard anders. De bevinding dat het brein langer doorrijpt, is slechts een van de redenen waarom het begrip ‘volwassen’ volgens haar te vroeg wordt gehanteerd. Ook pedagogische inzichten spelen voor de Raad een rol. Van neuroreductionisme is dus geen sprake. Bovendien werd ook zonder deze neurologische onderbouwing de leeftijdsgrens van het jeugdstrafrecht al eerder - in 1905 - opgerekt. Toenmalig minister van Justitie Cort van der Linden stelde de bovengrens volgens de pedagogische inzichten van toen vast op achttien jaar. Bijna een eeuw later is aan premier Rutte de taak de dynamische relatie tussen wetenschap en recht in stand te houden. Gesteund door de Raad moet het kabinet-Rutte doen wat het in het regeerakkoord belooft: ophouden onvolgroeide breinen te berechten volgens het volwassenenstrafrecht. Langer jong zijn - wie wil dat nou niet?