Na Mladic is er nog een lange weg te gaan

Onvoltooid (oorlogs)verleden

Servië heeft met Ratko Mladic de grootste vis gearresteerd. Is het oorlogsverleden oprecht verwerkt, of willen Serviërs gewoon door en de boel liever vergeten?

Medium mladic

‘Als de arrestatie een van tevoren uit-onderhandelde deal zou zijn, dan zou dus iedereen, van president Tadic en zijn regering tot aan de familieleden van Mladic, een theaterstuk aan het opvoeren zijn. Ik denk dat er wel wat serieuzer naar deze zaak gekeken mag worden.’

Dejan Anastasijevic, onderzoeksjournalist van het Servische politieke weekblad Vreme en kenner van de inlichtingenwereld, gelooft niets van de meest recente complottheorie rond de arrestatie van generaal Ratko Mladic, de voormalige opperbevelhebber van het Bosnisch-Servische leger. De arrestatie was van A tot Z geënsceneerd, meent de Britse kwaliteitskrant Sunday Telegraph. Volgens een anonieme westerse diplomaat hadden Franse, Britse en Duitse onderhandelaars een jaar nodig om via Servische ambtenaren Mladic tot overgave te bewegen. Inzet was de behandeling van zijn vrouw en zoon. Die zouden na zijn arrestatie zijn militaire pensioen ontvangen. Mladic zelf zou een fatsoenlijk graf bedongen hebben.

Zestien jaar lang was Mladic voortvluchtig, en nooit zou hij zich vrijwillig overgeven. Zijn trouwe lijfwachten en hij zouden zich doodvechten. Maar de speciale politie-eenheid die hem arresteerde in Lazarevo kreeg bij het binnenvallen gerookte ham, slivovitz en witte kaas voorgezet. De inmiddels bejaarde generaal (69) had geen lijfwacht, en geen granaat. Hij identificeerde zich met een verlopen identiteitsbewijs dat op zijn echte naam stond en werd nota bene gepakt in het huis van zijn neef Branko die eveneens de achternaam Mladic draagt, en dat al enkele malen eerder was doorzocht.

Ratko Mladic was de belangrijkste voortvluchtige die nog voor het Joegoslavië Tribunaal moest verschijnen. Het uitblijven van zijn arrestatie was voor Nederland, achtervolgd door de massamoord in Srebrenica, jarenlang de reden om dwars te liggen bij Servië’s toenadering tot de Europese Unie. Mladic’ arrestatie zou de deur naar EU-lidmaatschap openzetten: voer voor verdachtmakingen. 'Ik heb zelf geen enkele aanwijzing dat er zo'n afspraak met Mladic is gemaakt’, zegt Dejan Anastasijevic. 'Ik denk dat de zaak ging rollen nadat iemand de politie heeft getipt. Ik begrijp alleen niet waarom hij zich zo lang heeft verscholen en zich nu plotseling overgeeft zonder slag of stoot. Er doen al tal van complottheorieën de ronde. Maar ik denk dat ze simpelweg geluk hebben gehad. Ze zijn waarschijnlijk opnieuw routineus de mogelijke schuilplaatsen afgegaan en hebben beet gehad.’

Volgens Anastasijevic zijn de complotten 'misschien bedoeld om de arrestatie te relativeren en het populaire beeld in stand te houden dat Servische bewindslieden onoprecht zijn. Volgens die zienswijze moet je Servië onder druk blijven zetten om iets gedaan te krijgen.’ Dat de Nederlandse regering inderdaad dat beeld aanhangt, blijkt uit een via WikiLeaks uitgelekt gesprek in juli 2009 tussen Maxime Verhagen, destijds minister van Buitenlandse Zaken, en zijn Amerikaanse ambtgenoot Hillary Clinton. Verhagen meende dat 'de Servische leiders’ alleen geïnteresseerd waren in een handelsovereenkomst met de EU, die hij torpedeerde met zijn veto. 'Ze zeggen het ene onder vier ogen, iets anders tegen de internationale pers en weer iets anders tegen hun eigen publiek.’

Klopt dat beeld? Verhagen had een punt. Lange tijd was Ratko Mladic niet alleen de meest gezochte, maar ook de meest gespotte verdachte van oorlogsmisdaden in Europa. Hij dook herhaaldelijk op in Belgrado, in chique restaurants, in cafés, in de vip-box tijdens voetbalwedstrijden en op de bruiloft van zijn zoon. In 2009 legde een tv-zender in Sarajevo de hand op video-opnamen waarop Mladic te zien was tijdens familiebezoek met een baby'tje in zijn armen, op een dansfeest met tientallen bezoekers en tijdens wintersport. Op een van de locaties stonden legerbarakken. Dat was aanleiding voor het gerucht dat de Bosnische generaal de bescherming genoot van het Servische leger. Ook de inlichtingendienst zou hem beschermen. In 2006 nam de Servische vice-premier Miroljub Labus ontslag uit frustratie. Servië werd volgens hem gegijzeld, en buiten de EU gehouden, door de veiligheidsdiensten: 'Ze hebben Mladic overal gezocht behalve daar waar hij zich verschool.’ Met het aantreden van een pro-westerse regering na de verkiezingen van 2007 en het aanstellen van een jonge, ambitieuze directeur van de inlichtingendienst BIA verbeterde de situatie. Volgens Anastasijevic kwam sindsdien de informatie over Mladic 'gaandeweg bij de juiste mensen in de opsporingsdiensten terecht’.

Bij de voorgeleiding na zijn arrestatie ontkende Mladic iedere betrokkenheid bij de genocide in Srebrenica. Die zou 'achter zijn rug om’ zijn gebeurd. 'Jullie hebben Milosevic gekozen, niet ik’, zei hij. Daarmee legde hij de vinger op een zere plek. Het streven naar een Groot-Servië door de toenmalige Servische president Slobodan Milosevic, gesteund door een grote meerderheid van de bevolking, ligt ten grondslag aan Mladic’ militaire acties. Zijn operaties vonden weliswaar plaats uit naam van de Bosnische Serven, ze werden vanuit Servië bevoorraad. En niet alleen met wapens en munitie. Begin jaren negentig meldden zich massaal Servische oorlogsvrijwilligers voor paramilitaire milities met duistere namen als Tijgers, de Witte Adelaars en de Servische Garde, die onder rechtstreeks bevel stonden van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Belgrado.

'Servië is voor honderd procent schuldig, meer nog dan alle andere partijen. Maar de Serven ontkennen dat’, zegt documentairemaakster Katarina Rejger. Ze maakte Videoletters, waarbij door de oorlog gescheiden Joegoslaven van verschillende etniciteiten met videobrieven weer tot elkaar werden gebracht. 'Eerst ontkenden de meesten Serven dat Srebrenica was gebeurd. Toen eenmaal overduidelijk was dat ze er niet omheen konden zeiden ze: “Maar dat was omdat de Moslims eerst onze mensen hebben gedood.” In Servië mag wraak nemen net een beetje meer dan in Nederland.’

In 2001, kort na de val van Milosevic, hield de Universiteit van Belgrado een publieksenquête waaruit bleek dat ruim 78 procent had gehoord dat er in Srebrenica veel Bosnjakken waren omgebracht. Zo'n zestig procent nam dat ook als waarheid aan, maar eveneens ruim zestig procent beschouwde Karadzic, Mladic en Milosevic niettemin als nationale helden. Die overlap geeft aan dat in 2001 op z'n minst een flinke minderheid van de Serviërs grootschalige bloedbaden stilzwijgend goedkeurde wanneer ze werden aangericht in het belang van het volk.

Het is de combinatie van angst en gevoeligheid voor vijandbeelden, denkt Katarina Rejger, die de Servische bevolking steeds weer in de armen van nationalisten drijft. Dat is niet specifiek Servisch, benadrukt ze. Zo werkte het in Rwanda, en je ziet het ook in Nederland, met de opkomst van Wilders. Rejger: 'Waarom heeft niemand die tien miljoen euro opgestreken die op Mladic’ hoofd stond? Omdat iedereen bang is. Bang om te worden uitgemaakt voor volksverrader, bang voor de overheid. Iedereen die ook maar een beetje kon nadenken is geëmigreerd. De achterblijvers zijn onder Milosevic jarenlang gevoed met vijandbeelden.’

Dat de Servische bevolking zestien jaar na de oorlogen moeite heeft de medeplichtigheid aan het bloedvergieten te erkennen is geen wonder - in Nederland was pas een halve eeuw na de Tweede Wereldoorlog ruimte voor een brede erkenning van de vérgaande medewerking met de bezetters. Sinds kort timmert de Servische staat, onder de pro-westerse president Boris Tadic, echter aan de weg. In 2007 maakte Tadic officiële excuses voor het leed dat de Kroaten was aangedaan. Dat deed hij later nogmaals, nu expliciet voor de massamoord in Vukovar. Hij nam vorig jaar bovendien deel aan de Srebrenica-herdenking in Potocari. Maar dat daar een genocide heeft plaatsgevonden met hulp van paramilitaire eenheden gestuurd door het Servische ministerie van Binnenlandse Zaken is nog altijd een heikel punt.

In Servië werd naar Zuid-Afrikaans voorbeeld een Waarheidscommissie opgezet, maar die mislukte jammerlijk. De samenleving was er niet klaar voor. En er werden verdachten uitgeleverd aan het Haagse Tribunaal. Het begon met Milosevic in 2001. Dat moest de Servische premier Zoran Djindjic, die de uitlevering gelastte, met zijn leven bekopen. Hij werd vermoord door een lid van de speciale politie-eenheid JSO - berucht om zijn oorlogsmisdaden - die Djindjic beschouwde als 'een verrader van het volk’. Pas zes jaar later vond weer een uitlevering plaats en daarna nog drie, waaronder de voormalige Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzjic, gevolgd door nu Ratko Mladic.
Ook in eigen huis werden oorlogsmisdadigers berecht. De bekendste zaak is die tegen vijf leden van de Schorpioenen, een paramilitaire eenheid die oorlogsmisdaden pleegde in Bosnië en Kosovo. In 2005 dook een video op waarop leden Bosnjakken executeren. De schijnwerpers werden gericht op de Servische rol bij de genocide in Srebrenica. Servië was geschokt. Er volgde een strafproces tegen vijf leden van de militie. In een rapport beschrijft de Belgradose afdeling van het Helsinki Committee voor Mensenrechten hoe dat proces, ondanks de hoge gevangenisstraffen, uitliep op een relativering van het geweld. Ook de overige partijen hadden zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden, gonsde het in het parlement en de media. In maart 2010 nam het parlement een resolutie aan waarin de massamoord in Srebrenica wordt veroordeeld. Dat was een belangrijke stap. Maar het oordeel van het Joegoslavië Tribunaal dat het hier om genocide ging werd niet overgenomen, en de overige oorlogspartijen werden opgeroepen om het leed te erkennen dat zij de Serven hadden aangedaan.

'Naar mijn idee is de nationalistische geest in Servië definitief op z'n retour’, zegt Dejan Anastasijevic van Vreme. 'Zo was het protest tegen de arrestatie van Mladic veel milder dan de volkswoede in Kroatië tegen de celstraf die de Kroatische generaal Gotovina kreeg opgelegd in Den Haag. Als je die reacties vergelijkt, denk ik dat Servië wel verder is dan buurland Kroatië. De mensen hier willen na de uitlevering van Mladic verder met hun leven, maar weten dat er nog een lange weg te gaan is. De worsteling met het oorlogsverleden speelt voor hen geen rol.’

En dat is precies waar het volgens Katarina Rejger misgaat. Tijdens het communistische bewind van Tito moesten de mensen zwijgen over wat Kroaten, Serven en andere groepen elkaar hadden aangedaan. Fluisterend gingen de verhalen de families rond. Maar aan de vooravond van de afscheidingsoorlogen werd het opeens allemaal hardop en hysterisch gezegd. Mede daardoor kwam het geweld tot uitbarsting. Nu heerst weer een gevaarlijk zwijgen. Rejger: 'Mensen vertellen me dat ze met de hele familie keken naar Videoletters, en dat ze dan allemaal moesten huilen. Maar wel met de gordijnen dicht. Net als tijdens Tito. Er moet een moment komen dat die gordijnen opengaan en dat wie fouten heeft gemaakt daar verantwoordelijkheid voor neemt. Alleen dan kun je met zo'n oorlogsverleden in het reine komen.’


Met medewerking van Richard de Boer


Beeld: Lazarevo, 28 mei. Het huis van neef Branko waar Mladic werd gearresteerd (Vadim Ghirda / AP / Reporters)