Onvrede

De oude partijen hebben de afgelopen jaren van alles geprobeerd om tegenwicht te bieden aan politieke nieuwkomers, ‘buitenstaanders’, die het bestel aanvallen. Ze weten nog steeds niet hoe het moet.

Ik krijg een fotootje toegestuurd van een bestaand straatnaambordje in het tweetalige Brussel: Rue du Baudet/Ezels straat. Kende ik niet, wist ik niet. Het is door de afzender bedoeld om haar zorgen te uiten over de verkiezingsuitslag voor de Provinciale Staten en de daaraan verbonden samenstelling van de Eerste Kamer. De bedreigingen aan het adres van leider Thierry Baudet van de grote winnaar, Forum voor Democratie, moeten dan nog komen. Boven aan het straatnaambordje staat het schild van de stad Brussel. Het figuurtje op het schild heeft vleugels. Na de overwinningsspeech van Baudet is de associatie met de uil van Minerva snel gemaakt. Het blijkt Sint Michaël te zijn die de duivel verslaat. In het tumultueuze debat na deze verkiezingen dreigen velen de ander als de duivel te zien. Die ander is lid van de elite, heeft een migratieachtergrond, of is juist Baudet-stemmer; elk kamp zijn eigen duivel. Met het dood wensen van de FvD-leider gaan enkelen angstaanjagend over de schreef.

De Nederlandse democratie heeft inmiddels een kleine negentien jaar te maken met mannen die zichzelf een politieke buitenstaander noemen, dat luid verkondigen en de bestaande politieke partijen en het politieke bestel aanvallen. Augustus 2001 meldt zich eerst Pim Fortuyn, daarna Geert Wilders en nu dus Thierry Baudet. Telkens hebben die mannen – of hun partijen – aanvankelijk succes, al is het succes nog nooit zo groot geweest als nu dat van FvD. In de Eerste Kamer lijkt de partij in mei vooralsnog groter te worden dan de vvd, sinds 2010 de grootste (regerings)partij.

In vogelvlucht terugkijkend naar die eerste decennia van deze eeuw zie je dat de gevestigde partijen niet goed weten hoe om te gaan met de nieuwkomers, met die mannen die hen niet alleen aanvallen op hun politieke ideeën, maar als het ware op hun wezen, op hun democratische grondhouding, hun regels en gewoontes, hun diepste overtuigingen. De oude partijen hebben de afgelopen jaren van alles geprobeerd, ze hebben de nieuwkomers als coalitiepartner in een kabinet geduld, als gedoogpartner aanvaard of juist resoluut op afstand gehouden. Na negentien jaar worstelen, moet de conclusie zijn dat het antwoord niet is gevonden.

Er doen allerlei theorieën de ronde over de aantrekkingskracht van die politieke nieuwkomers op kiezers. De gevestigde partijen zouden de band met de kiezer hebben verloren, niet meer naar de kiezer luisteren, niet weten wat er werkelijk speelt in de samenleving. Die partijen zouden ook hun beloftes nooit nakomen. In het verlengde daarvan ligt de duiding dat de gevestigde partijen, en dan telkens vooral die welke in een kabinet zitten, alleen oog hebben voor het bedrijfsleven, voor de rijken, voor de elite. En dus niet voor de gewone burger die in zijn wijk de directe gevolgen ondervindt van de migratie en de gaswinning, of die vreest voor de gevolgen van de klimaatpolitiek.

Niet rationeel: Groningers die stemmen op Baudet die de gaskraan weer wil opendraaien

Die burger zou zich ook door de manier waarop ons kiesstelsel is vormgegeven niet vertegenwoordigd voelen. De minister-president kan hij niet rechtstreeks kiezen, de burgemeester niet en ook op een regeringscoalitie kan hij geen stem uitbrengen. Ook is er geen mogelijkheid (meer) tot een referendum. Bovendien komen politieke vertegenwoordigers in de Tweede Kamer, Senaat, gemeenteraad of Provinciale Staten welhaast allemaal anoniem achter de rug van hun lijsttrekker op hun zetel.

Al die verklaringen gaan uit van kiezers die vanuit rationele overwegingen hun stem uitbrengen. Maar ook nu weer bij de keuze voor Forum voor Democratie valt juist op dat die aanname niet lijkt te kloppen. Het oogt niet erg rationeel dat in het door gaswinning geplaagde Groningen, waar velen de gevestigde partijen de rug hebben toegekeerd, mensen hun stem uitbrengen op Baudet die de gaskraan juist weer wil opendraaien. Wisten deze kiezers dat niet? Maakte het hun niets uit?

En het is ook moeilijk te verklaren waarom mensen een stem uitbrengen op een man die anti-elite zegt te zijn, maar daar zelf wel al deel van uitmaakt en niets liever wil dan daarin een hoofdrol te spelen. Waarom stemmen mensen op een man die een toekomst voorspiegelt die druipt van heimwee naar een verleden dat nooit heeft bestaan, die daarom dan ook geen concrete plannen heeft hoe die toekomst te bereiken en daar ook helemaal geen moeite voor doet, want hoe zou dat ook moeten? Hoe verklaar je dat mensen stemmen op een man die taal bezigt waar je de schrik van om het hart slaat als je tot je door laat dringen waar het effectueren van eigen volk eerst toe kan leiden?

Dan is er nog de theorie dat alleen al opvallen voldoende is in dit mediatijdperk, waarin veel draait om kijkers en kliks. De media bespelen, dat kon Fortuyn, kan Wilders en kan Baudet nog veel beter. Blijft de vraag: waarom lopen kiezers achter een man aan die alles doet wat ze van andere politici niet pikken? Niet alleen in Nederland overigens. Stel dat deze laatste theorie wel een kern raakt, hoe moeten andere partijen dan reageren? Ook van politiek operette maken? Het antwoord is met de theorie niet gegeven.

De als geruststelling bedoelde constatering dat FvD en pvv samen nog steeds ‘slechts’ een kwart van de kiezers trekken en daarmee geen machtsfactor kunnen zijn, stelt niet gerust. Ze negeert de sentimenten die leven bij deze kiezers én de reacties daar weer op. Beide kampen lijken van politiek een strijd te maken waarin de ander de duivel is.