Media

Onweer op komst

Toch nog even over Prism.

Wat?

Dat dingetje waarbij inlichtingendiensten wereldwijd structureel alle digitale communicatie van de halve wereldbevolking surveilleren.

O dat.

Ja, ik weet wel: de vaderlandse pers heeft al weer vele malen prangendere zaken in het vizier, zoals het afzwaaien van volstrekt onbeduidende Vlaamse royalty, de geboorte van nog veel minder interessante Britse royalty en, hoe kan het ook anders, het weer (De Telegraaf: ‘Onweer gooit mogelijk roet in het eten’). Maar aangezien het hier gaat om wat WikiLeaks-oprichter Julian Assange terecht ‘de militarisering van het internet’ heeft genoemd – een ontwikkeling die hij, wederom terecht, als ‘de gevaarlijkste broedplaats van totalitarisme in de geschiedenis van de mensheid’ typeert – dacht ik: kom, ik schrijf er nog een stukkie over.

Soms is het echt zoeken naar onderwerpen.

Prism dus. Het schouderophalen waarmee in ons land op de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden in The Guardian en The Washington Post wordt gereageerd is al verontrustend, maar de hardnekkigheid waarmee bepaalde argumenten van voorstanders van dit soort ‘anti-terrorismemaatregelen’ keer op keer te berde worden gebracht, drijft echt tot wanhoop. Al eerder schreef ik dat het ‘als je niks te verbergen hebt’-argument moeilijk vol te houden is als je niet weet wat je eigenlijk aan het verbergen bent: in de VS heb je nota bene niet eens recht op een eerlijk proces als de staat eigenhandig heeft besloten dat je ‘terreurverdachte’ bent. En Allah mag weten wat dat betekent.

Daar komt bij dat dit soort surveillanceprogramma’s eerste gegadigde zijn voor zogenoemde function creep: het onvermijdelijk en ongecontroleerd uitbreiden van manieren waarop het wordt ingezet. Als het voor de bestrijding van terreur werkt (en dat is maar zeer de vraag), waarom dan ook niet voor wat lichtere criminaliteit? Of, nu we toch bezig zijn, voor het innen van verkeersboetes? Of om te kijken naar iemands levensstijl, zodat zijn zorgpremie erop kan worden aangepast?

Wie dit nu direct wil afdoen als een ‘onrealistisch glijdendeschaal-argument’ verwijs ik graag naar het uitstekende stuk _We Should All Have Something to Hide_van cyber-securitydeskundige Matthew Rosenfeld (beter bekend onder zijn pseudoniem Moxie Marlinspike). In dat stuk constateert Rosenfeld droogjes dat de Verenigde Staten zoveel strafbaarstellingen kennen dat zelfs de autoriteiten, laat staan burgers, helemaal niet weten hoeveel het er precies zijn. Schattingen komen uit op ‘grofweg 27.000 pagina’s’ aan wetten en regels en zeker nog eens tienduizend reguleringen. Voor Nederland geldt iets vergelijkbaars: Nederland telt naar schatting elfduizend wetten, algemene en ministeriële regelingen en nog eens 140.000 bijkomende bepalingen. Rosenfelds punt: je hebt geen idee of je, al dan niet toevallig, in overtreding bent van iets. En als je tegelijk ook geen idee hebt waar de inlichtingen­diensten precies naar zoeken, moet het toch beginnen te dagen dat het ‘ik heb niks te verbergen’ de lege huls onder de argumenten is.

Toegegeven: mijn tegenwerpingen vallen tot nu toe allemaal in de categorie ‘wat als’-argumenten – en daar zou je bezwaar tegen kunnen maken (al geef ik het je te doen dat bezwaar uit te leggen aan de terreurverdachten die nu al jaren zonder tekst en uitleg vastzitten in Guantánamo Bay). Dus om de sceptici, die overheden kennelijk zo hoog hebben zitten dat ze hun alle mails en telefoonverkeer toevertrouwen, tegemoet te komen, heb ik mijn belangrijkste tegenargument voor het laatst bewaard. Een filosofisch argument dat allerminst onder de vlag ‘wat als‘ te scharen valt.

En dat is dat een vrije, open samenleving een risicovolle samenleving hoort te zijn. Er zijn talloze, nog veel effectievere maatregelen om gevaren als terreur, of criminaliteit in het algemeen, te bestrijden dan Prism. De simpelste manier om een tweede nine eleven te voorkomen is om vliegtuigen te verbieden. Je kunt ook iedereen na zes uur ’s avonds huisarrest geven en op iedere straathoek een camera en een politieagent laten controleren wie zich er niet aan houdt. Maar is dat de samenleving die we willen? Nee, de samenleving die we willen is inherent risicovol en hoort dat ook te zijn: vrij zijn gaat per definitie gepaard met de mogelijkheid om kwaad te doen. Hoe meer systemen we optrekken om ‘het kwaad‘ onmogelijk te maken, hoe meer we zo’n samenleving – letterlijk – geweld aan doen. En dan laat ik nog buiten beschouwing dat ‘het kwaad’ soms zelfs goed kan zijn: zonder wetsovertreders en dissidenten geen protest, geen revolutie, geen verandering, geen vooruitgang. Hou dat in het achterhoofd als iemand beweert dat massale surveillance ‘goed’ is omdat er ‘kwaad’ mee wordt voorkomen.

En dan nú het weer met Piet Paulusma.