Onwijzen

De keurige Karel van Miert werd begin dit jaar meegesleept in de val van de frauderende Europese Commissie. Nog steeds is de mededingingsspecialist boos. Hij verdenkt Frankrijk van het manipuleren van de eindconclusies.

HIJ HOUDT KANTOOR in La Chaloupe d'Or. Sinds hij van de ene op de andere dag zonder secretariaat zat, biedt het chique café op de Grote Markt in Brussel uitkomst. Op de rustige bovenetage ontvangt de gewezen eurocommissaris aan de lopende band gasten. Zijn opvolger mag dan twee maanden geleden zijn geïnstalleerd, Karel van Miert heeft het er niet minder druk door gekregen. En alles kost ook zoveel meer tijd als je geen ‘infrastructuur’ meer tot je beschikking hebt. Met regelmaat ontvangt hij voorstellen om over zijn Europese evaringen een boek te schrijven. Heel aanlokkelijk allemaal. Maar hij heeft er domweg geen tijd voor. 'Ik zou alles zelf moeten regelen. Alleen al het vinden van alle documenten en gegevens die ik ter controle voor zo'n boek boven water zou moeten krijgen, doet me afhaken.’
Nog steeds geen vakantie voor Karel van Miert dus. Waar veel van zijn collega-commissarissen na het aftreden van de Commissie eerder dit jaar meteen de benen namen en niet meer in functie gesignaleerd werden, werkte de Vlaming die verantwoordelijk was voor het mededingingsbeleid stoïcijns door. Want: 'Je kunt toch moeilijk tegen bedrijven zeggen: hé, wacht eens even met die fusieoperatie, ik ben demissionair.’ Bovendien verkoos Commissie-voorzitter Jacques Santer de stilte van de Luxemburgse bossen, waardoor namens de gevallen Commissie na de ferme terechtwijzingen van het Onderzoekscomité van Wijzen 'onderkoning’ Karel van Miert wekenlang het woord voerde. De passages in het rapport over de als onkreukbaar bekend staande Van Miert zelf zijn te verwaarlozen (hij werd beschuldigd van laks optreden in een fraudezaak in de toerismesector). Niettemin of misschien wel juist daarom bracht 'Mr. Clean’ de verbittering van de Commissie het sterkst onder woorden. Hij rende van interview naar interview om zijn 'verbijstering, ongeloof en droefenis om zoveel onrecht’ in een zo groot mogelijk aantal Europese talen uit te schreeuwen. Hij voelde zich na lezing van het rapport 'als door de hand Gods geslagen’.
REEDS TWEE MAANDEN is een nieuwe Commissie in bedrijf. Reeds twee maanden hoeft Karel van Miert zich niet meer direct met Europa bezig te houden. Tijd om een en ander te relativeren? Niets daarvan. Karel van Miert is nog even boos als vlak na het lezen van het fatale epistel. Hoe heeft het bijvoorbeeld kunnen gebeuren dat in de conclusie scherpe oordelen worden geveld over de héle Commissie, maar dat die in de tekst van het rapport niet zijn terug te vinden? Een van de auteurs zou later gezegd hebben: dat heb ik voor de pers gedaan. Van Miert: 'Maar wat is dát nu? Zo was het niet bedoeld. Hij moest uitzoeken wat van de aantijgingen waar was en wat niet.’ Van rancune of hard feelings wil Van Miert niettemin niet horen. 'Ik hecht eraan om als ik dingen vaststel die niet in orde zijn, die te zeggen. Juist ik ben het altijd geweest die zwakke plekken in de Commissie blootlegde, anderen zijn hierin nu te ver doorgeschoten. Wat serieus onderzocht is, moet je accepteren, maar veel is overdreven. Als je het eigenlijke rapport leest, dan zeg je: goed, okee, het legt de vinger op een aantal zwakke plekken. Te elfder ure schrijft men dan in de conclusie dat we als gehéél geen verantwoordelijkheid hebben genomen. Waar halen ze het recht vandaan zoiets te schrijven? Als ik zoiets constateer, dan zie ik geen enkele reden om mijn kop in het zand te steken. Men kan het daarmee eens zijn of niet, zo werk ik nu eenmaal. Ik aanvaard het van niemand, en dat mag dan de paus zelf zijn, als die zegt: zie de Commissie, dat is een hoopje rotzooi waar men geen verantwoordelijkheid durft te nemen. Kom nou, lezen jullie de kranten dan niet? Zoiets is gewoon niet waar! Zien jullie niet wat er jarenlang gebeurd is? Hoe komt die zin daar aan het eind van het rapport erin? Is dit soms een bewuste manoeuvre geweest?’
EEN DOELBEWUSTE manoeuvre, Van Miert heeft er wel wat ideeën over. 'Hoe langer ik erover nadenk’, zegt hij, 'hoe meer het erop begint te lijken dat de Fransen hun landgenoot in het Comité van Wijzen de opdracht hebben gegeven te voorkomen dat Cresson alléén zou opstappen. Als Cresson moet hangen, dan moet de hele boel maar hangen, lijkt de gedachte. Al leen in zo'n geval maak je een dergelijke conclusie, slechts bedoeld voor de pers.’
In hoog tempo schiet Van Miert zijn pijlen af. Zijn gejaagdheid contrasteert maximaal met de gemoedelijk lome sfeer in de eikenhouten taveerne, waar de klassieke open haard knispert en enkele vaste bezoekers en toevallige toeristen ontspannen hun nette lunch naar binnen werken. Op de achterzijde van een bierviltje probeert de voormalige commissaris met een al te abstract lijnenspel zijn scherpe uithalen richting het Comité van Wijzen en de mensen die de conclusies voor zoete koek slikten kracht bij te zetten.
Reeds voordat de Wijzen aan de slag gingen, vervolgt Van Miert, adviseerde hij commissievoorzitter Jacques Santer hoofdverdachte Edith Cresson haar bevoegdheden lopende het onderzoek te ontnemen. 'Dan stel je meteen een daad en neem je politieke verantwoordelijkheid, ook naar het parlement toe.’
Binnen de Commissie was voor deze optie zeker een meerderheid te vinden, wist Van Miert. Santer durfde het niet aan en wachtte liever de conclusies van de onderzoekscommissie af. Dan zou meteen gekeken kunnen worden hoe brandschoon enkele andere in opspraak geraakte commissieleden zouden zijn. Een verkeerde gok, zo bleek. Een misrekening van de voorzitter, die toch al niet als al te krachtig bekend stond. Een zwakke voorzitter wil Karel van Miert de Luxemburger echter nog altijd niet noemen. Dat is wat té gemakke lijk, zegt hij. Al maakt dat Santer nog geen Delors.
'Natuurlijk, ik heb ook met Jacques Delors gewerkt (van 1989 tot 1994 - pv). Maar dat is onvergelijkbaar. Hij was een heel andere persoonlijkheid, hyperactief zal ik maar zeggen. Santer is voorzitter gemaakt omdat de regeringen een minder actieve Commissie wilden. Zelf heeft hij zich nooit kandidaat gesteld. Diezelfde regeringen hebben hem vervolgens weer snel laten vallen. Ze vroegen vergeefs na een paar jaar van Santer een Delors te zijn. Maar daarvoor was die man niet aangesteld. Hij heeft correct gefunctioneerd, op zijn manier. Steeds als ik met gevoelige zaken be zig was, werd hij door Kohl of Chirac gebeld en verondersteld in de pas te lopen. Maar dat heeft hij gelukkig nooit gedaan. Santer heeft mij als lid van de Commissie altijd mijn werk kunnen laten doen. Hij heeft nimmer getracht mij te boycotten of mij stokken in de wielen te steken. En dat is heus niet zo evident als het lijkt, het zou evident moeten zijn. Wie zijn werk correct wílde doen, kreeg daar van Santer de mogelijkheid voor. Dat is tenminste iets.’
DE NIEUWE Commissie zou met de ervaringen van de afgelopen jaren nog louter uit zwaargewichten moeten bestaan, oordeelde Van Miert vlak na zijn ontslag. De nieuwe Commissie, onder voorzitterschap van de Italiaanse oud-premier Prodi, is geïnstalleerd. Een andere Italiaan, Mario Monti, heeft sinds twee maanden van Van Miert het toezicht op de concurrentie overgenomen. Is de nieuwe Commissie in zijn geheel zwaar genoeg geworden?
Van Miert, hoofdschuddend: 'Van de Commissie-Santer werd in de pers aanvankelijk ook gezegd dat het een zware club was. Er zaten oud-ministers in, voormalige premiers. Vanuit dat oogpunt bekeken was het een zware Commissie. Maar het blijft een papieren inschatting. Hoe zoiets in de praktijk uitpakt, weet je nooit. Ook nu zijn er in theorie weer een paar zwaargewichten bij. De meeste kandidaten waren al publiek voordat Prodi aan de gang kon. De inbreng van de voorzitter bij de benoemingen was net als vorige keren minimaal. Voor de Duitse kandidaat was in het nationale regeerakkoord al vastgelegd wie het zou worden. Bij de Belgen mocht het per se geen Vlaming zijn omdat ík elf jaar in de Commissie had gezeten. Zelfs Jean-Luc Dehaene werd daardoor gepasseerd, schandalig. En de Nederlander Bolkestein? Het kan nog zo'n goede man zijn, maar wanneer op nationaal niveau wordt besloten dat hij als beloning naar Europa mag, biedt dat een commissievoorzitter geen enkele ruimte. De invloed van de hoofdsteden staat het goed functioneren van de Commissie nog altijd in de weg.’
Prodi mocht onder de hem toegewezen kandidaten zelf de portefeuilles verdelen, dat wel. In het Europees Parlement werden de nieuwe commissarissen vervolgens gehoord. In maart van dit jaar voorspelde Van Miert nog dat de (kandidaat-)leden van de nieuwe Commissie in het parlement 'geroosterd’ zouden worden. Niets van dat al. 'Van hetzelfde laken een broek’, zegt Van Miert nu. Er werd een politiek machtsspel gespeeld tussen lidstaten en politieke stromingen die in het parlement vertegenwoordigd zijn. 'Een objectief oordeel, dat krijg je zo niet. Het parlement heeft zichzelf schaakmat gezet omdat men geen interimcommissie wilde. Hoe langer de oude Commissie vrijwel werkloos bleef zitten, hoe meer ze verloor aan autoriteit. Het parlement wilde zo snel mogelijk een nieuwe Commissie op de been brengen. Tijd om tijdens de hearings zaken verder uit te diepen was er dus niet. Als ze een interimcommissie met volledige bevoegdheden op de been hadden gebracht, dan had het parlement voldoende tijd gehad om de procedure te volgen en de nieuwe Commissie met een schone lei te laten beginnen.’
HET VLAAMSE weekblad Humo maakte onlangs een opsomming van de vele bijnamen van Van Miert. Het ging van 'Rambo’ tot 'Karel de Grote’ en van 'Il Sheriff’ tot 'de doodgraver van Forges de Clabecq’. Namen die de commissaris te danken had aan zijn kennelijk onvolprezen mededingingsbeleid, waarbij hij gepokt en gemazeld in het Europese bedrijfsleven de grootste ondernemingen persoonlijk de les las bij naar monopolievorming neigende fusieplannetjes. Of waarbij hij regeringen van lidstaten terugfloot na concurrentievervalsende bedrijfssubsidies. Een sterk Europees mededingingsbeleid wordt de komende jaren alleen maar belangrijker, houdt de Belg zijn opvolger voor. Op 6 september, nog voordat de demissionaire Commissie was vervangen, opende Van Miert met deze boodschap het academisch jaar van Universiteit Nijenrode, waar hij volgend jaar voorzitter van het College van Bestuur wordt. In een heldere uiteenzetting schetste hij het veranderde economische klimaat, dat hogere eisen stelt aan scherp concur rentietoezicht. De 'hyper-commercialisering’ van de sport speelt een rol bij het toenemend belang van mededingingsbeleid, vanzelfsprekend het totstandkomen van de Europese binnenmarkt, de voortschrijdende technologische ontwikkeling en ook de calculerende Europese consument die zelf wel uitzoekt of hij zijn auto in Nederland of in Duitsland koopt. De liberalisering van voorheen monopolistische sectoren is misschien wel het belangrijkst. Een ontwikkeling overigens, die niet meer te stoppen is, en ook niet gestopt zou moeten, vindt Van Miert. In zijn rede pleitte hij er zelfs voor 'natuurlijke monopolies als watervoorziening aan een kritisch onderzoek te onderwerpen’.
Hoewel altijd meer een pragmaticus dan een geharde partij-ideoloog, lijkt Van Miert zich hiermee nu wel heel erg van zijn achtergrond te vervreemden. Moet de overheid dan alles aan de markt overlaten? 'Het punt is’, zegt Van Miert, die vóór zijn Europese carrière jarenlang voorzitter was van de Vlaamse Socialistische Partij (SP), 'dat veel mensen niet begrijpen dat je als overheid op die markt heus een cruciale rol blijft spelen. Het is slechts de rol die verandert. Sommige mensen blijven het ontkennen als zou het daglicht niet bestaan, maar we hebben nu eenmaal gekozen voor een markteconomie en we hebben gekozen voor het privatiseren van overheidsmonopolies. Bedrijven hebben de natuurlijke neiging in een maatschappij monopolist te willen worden, te domineren en waar mo gelijk macht te misbruiken. Juist daarom moet je een sterke overheid hebben die als regulator en als controleur optreedt. Wanneer je economie dan blijft functioneren, heb je financiële middelen om op lange termijn te doen wat noodzakelijk is om in de samenleving mensen eerlijke kansen te bieden: het onderwijs te financieren en al dat soort zaken meer. Waarom zou je in de toekomst niet gewoon je water kunnen betrekken bij de maatschappij die de beste voorwaarden biedt?’
Om de veiligheid en toegankelijkheid van een primaire levensbehoefte te beschermen misschien? Van Miert: 'Het is evident dat degenen die tot de markt als spelers worden toegelaten moeten voldoen aan een hele reeks voorwaarden van kwaliteit en veiligheid. Zo'n debat hebben we eerder gehad bij het vrijgeven van de telecommunicatie. Men wilde weten hoe het met de universele dienstverlening zat. Die leg je op: zorg er bij telecom voor dat ofwel alle concurrenten het hele grondgebied bestrijken, ofwel dat minstens een van de maatschappijen dat doet en voor die extra inspanningen gecompenseerd wordt. Reguleren.’
Hij weet dat hij met zo'n standpunt ver van zijn eigen SP staat, maar terug in de Belgische partijpolitiek hoeft hij toch nooit meer. 'Er zijn leukere dingen in het leven.’ Zoals hij naar eigen inzicht in de Commissie kon functioneren, vindt hij het nergens. Van Miert: 'Ik kon werken zonder met handen en voeten gebonden te zijn aan wat ik zie als verouderde politieke ideeën. Elf jaar ben ik lid geweest van de Commissie en ik heb gepoogd die job te doen als lid van die Commissie, in het belang van de EU, niet als lid van een politieke partij. Verder heb ik slechts geprobeerd ervoor te zorgen dat de markteconomie in Europa behoorlijk functioneerde. Ook al werk je naar bepaalde politiek-sociale waarden, je kunt als sociaal-democraat best zeggen dat de economie goed mag functioneren. Ik zei dat al voordat Schröder en Blair hun gemeenschappelijke brief publiceerden. Je moet weten wat je wil: of je houdt vast aan een soort monsterlijke tegenstelling tussen bedrijfswereld en overheid, of je moedigt nieuwe ondernemingen aan en schept de juiste omstandigheden. Je moet consequenties durven trekken en up-to-date blijven als politiek: zien wat er gebeurt en niet ouderwets ideologisch blijven doen en redden wat er te redden valt. Mijn opvatting van politiek is: sturen daar waar het nodig is en niets doen waar dat niet meer nodig is.’
NIET MEER TERUG in de Belgische politiek dus. Dan toch maar dat boek schrijven als hij eindelijk tijd heeft? En wat zou dat dan eigenlijk voor geschrift moeten worden? De waarheid volgens Karel van Miert? Neen. Stellig: 'Een rancuneus boek met terechtwijzingen over en weer zal het zeker niet worden. Nogmaals, ik heb geen hard feelings. Ik zit lekker in mijn vel en voel me geprivilegieerd dat ik jarenlang die job heb kunnen doen. Maar als iemand tegen mij zegt: we vinden niemand die zijn verantwoordelijkheid neemt, dan is dat onjuist en zeer oneerlijk tegenover al die ambtenaren waarvan de overgrote meerderheid wél behoorlijk functioneert. Dan voel ik mij verplicht ten aanzien van al diegenen met wie ik die jaren soms keihard heb gewerkt om dat ook duidelijk naar buiten te brengen. En een complex heb ik hier heus niet aan overgehouden.’
Paul van Buitenen, de Commissie-ambtenaar die alle berichten over fraude naar buiten bracht en verantwoordelijk kan worden gehouden voor Van Mierts tragische val, heeft wél een boekje gemaakt. Van Miert heeft het nog niet gelezen. Hij zal dat ook niet doen. Waarom niet? is de vraag.
Aan het hoektafeltje in café La Chaloupe d'Or op de Grote Markt in Brussel is het voor het eerst in ruim een uur heel eventjes stil.