Onze Burgerslachtoffers

ALI SHIRZAI / TARIN KOWT – Wie vanaf de heuvels bij Qal-eh-ye-Rah over de Chora-vallei uitkijkt, waant zich in Zuid-Frankrijk. De lucht is strakblauw, de waterrijke vallei is donkergroen en de heuvels zijn lichtbruin. Op het eerste gezicht is het niet te zien, maar hier is hard gevochten.

In de nacht van zaterdag 16 juni zetten Taliban-strijders van verschillende kanten een grote aanval op de vallei in. De strijd duurde tot en met dinsdag 19 juni. Die dag deden Nederlandse en Afghaanse militairen een grote tegenaanval, waarbij het grootste deel van de Taliban-strijders werd gedood of verdreven. Bij de strijd, die inmiddels bekend staat als de slag om Chora, werden door Isaf tientallen pantserhouwitsergranaten afgevuurd en nog eens tientallen lasergeleide vliegtuigbommen afgeworpen. In Ali Shirzai, het belangrijkste dorp in het Chora-district, is een medische kliniek gevestigd. Dokter Shiz Amin toont een lijst met slachtoffers van de gevechten. Veertien zwaargewonden, achtenveertig lichtgewonden. “Alle patiënten waren lokale burgers, geen Talibanstrijders”, zegt hij. “Er werden zes doden bij ons binnengebracht. Zij waren gedood door vliegtuigbommen. De burgerbevolking sprak van zestig doden door bombardementen. We hebben verplegers het westelijke deel van de vallei ingestuurd, waar het hardst is gevochten. Zij hebben dorpelingen ondervraagd en kwamen uit op zesendertig doden door bombardementen.”

Medium karbala 201 1

Een gecombineerde patrouille van Nederlandse en Afghaanse militairen daalt de heuvel af. Aan de rand van de “groene zone”, zoals de Nederlandse Isaf militairen het begroeide gedeelte van de vallei noemen, staan enkele ommuurde huizen. Dergelijke qala’s zijn ijzersterk, maar tegen het geweld van vliegtuigbommen van vijfhonderd pond zijn ook hun muren niet bestand. Van een van de huizen is weinig meer over. Een groot deel van de buitenmuur is weggeblazen en het woonvertrek is vernietigd. De binnenplaats is veranderd in een berg aarde en puin. Een paar bomen zijn ontworteld en tussen de stenen ligt een lange paarse sjaal.

Medium karbala 202 1

Dit was het huis van Hafizullah Isol (40), een tengere, verlegen man in een versleten bruine shalwar kameez. Zijn vrouw, zijn broer en zijn zus stierven tijdens het bombardement. Want dat was het, een bombardement door Isaf-vliegtuigen, géén beschieting van de Taliban, vertelt hij. “De Taliban naderde onze huizen en begon te schieten op de Isaf-militairen. Daar stonden ze.” Hij wijst naar de heuvel waar ook nu weer de Nederlandse pantserwagens staan. Op de heuvel zijn zwarte plekken te zien van mortierinslagen. “De Taliban schoot vanuit de boomgaarden, maar Isaf bombardeerde onze huizen. Verderop is ook een huis geraakt door een bom. Daar zijn zes mensen gedood. Er waren twee kinderen bij.”

Medium karbala 203 1

Andere bewoners van Qal-eh-ye-Rah bevestigen het verhaal van Hafizullah Isol. Alodat (45), die zoals veel Afghanen slechts één naam hanteert, vertelt dat de bewoners van het dorp vrijwel allen waren gevlucht naar de bazaar in Ali Shirzai, die in handen was van het Nederlandse en het Afghaanse leger. “De dag nadat de Nederlanders een tegenaanval hadden gedaan, zei de districtschef ons in de moskee dat we terug naar huis konden. Hij zei dat het veilig was. Toen we terugkwamen, zagen we geen Taliban, wel de Nederlanders op de heuvel.” Alodat had geluk. Ook zijn huis is vernietigd, maar zijn familie leeft nog. Hij verloor slechts zes schapen.

Navraag bij kapitein Larry, die de Nederlandse troepen in de Chora-vallei aanvoert, leert dat Isaf inderdaad niet het sein veilig heeft gegeven. “We waren verbaasd dat de mensen teruggingen. Het gebied was in onze ogen nog niet veilig.”

Medium karbala 204 1

Aan de andere kant van de rivier ligt het dorp Karbala. Ook hier vielen Isaf-bommen. Langs de bijna drooggevallen rivierbedding is een complex van meerdere qala’s vrijwel volledig vernietigd. Er staan nog wat muren, maar de vertrekken zijn ingestort en soms zelfs volledig verdwenen. Als door een wonder is de ommuurde bloementuin van een van de qala’s nog volledig intact. “Ik was aan het bidden toen de bommen vielen”, zegt Abdulrazak (30). “Dat heeft me gered.” Hij toont de rugzijde van zijn gewaad, vol met scheurtjes. Abdulrazak zegt dat die veroorzaakt zijn door rondvliegende scherven. In de puinhopen stinkt het naar de dood. Er ligt een koeienlijk te rotten. Een paard is in stukken gescheurd. De achterpoten liggen meters van de romp. Volgens de dorpelingen, die puin aan het ruimen zijn, liggen er misschien nog lijken onder de stenen.

Hier vielen de bommen eerder dan in Qal-eh-ye-Rah. Volgens dorpsoudste Mohammed Aktar (55) werden de huizen op de tweede dag van de Taliban-aanvallen vernietigd. Hij zegt dat de huizen vol zaten met vluchtelingen uit het dorpje Kalakala, die gevlucht waren voor het geweld. “Daarom weten we niet hoeveel mensen nog onder het puin liggen. We hebben nu zestien doden geborgen, waaronder twee baby’s.”

Medium qal eh ye rah 201 1

Volgens de Nederlanders werden slechts qala’s gebombardeerd als er een positive identification was. Dat was zeker het geval, zeggen zij, in Karbala. Volgens Isaf werden vanuit de gebombardeerde qala’s de gevechten geleid en vormden zij dus een legitiem doelwit. Niet alle bewoners van Karbala zijn op de hand van Isaf, zo blijkt uit inlichtingeninformatie van de Nederlanders. Een dorpeling nam contact op met een Taliban-commandant om te melden dat Isaf was langsgeweest bij de puinhopen. “Blijf doorgeven wat ze aan het doen zijn daar”, meldde de Taliban-commandant aan de informant. “We hebben nog spullen liggen in die qalas.”

Onduidelijk is of de geborgen lijken in Karbala burgers zijn of Taliban-strijders. Volgens de dorpsoudste zijn de lichamen begraven in enkele kleine massagraven. Een Nederlandse majoor meldde rond Karbala verse graven te hebben gezien, getooid met witte vlaggen. Dat zijn doorgaans graven van Taliban-strijders. © Joeri Boom / De Groene Amsterdammer